‘Kiev? We doen het hier zelf, de fabriek helpt ons’

Op het strand aan de Azovzee, even buiten Marioepol, wil niemand over politiek praten. Kiest de oligarch die hier aan de touwtjes trekt partij voor de opstandelingen?

Screen Shot 2014-05-21 at 10.10.15

MARIOEPOL (19/05/2014) – Het lijkt wel een doek uit de hoogtijdagen van de sociaal-realistische schilderkunst. Op de achtergrond het karkas van wat een week geleden het politiekantoor was. Gemeentewerkers stutten de muren van het zwaarbeschoten pand en kappen bomen in de buurt. Op de voorgrond vier stevige, volwassen mannen. Een ambtenaar, een politieagent, een separatist en een staalwerker. Ze praten, knikken en schudden handen. Ze zijn het eens. Maar het tafereel stamt niet uit de Sovjet-tijd, het is de manier waarop de zuidelijke stad Marioepol daags na de onrusten in de stad de draad weer oppakt.

‘Er komt hier een gedenkteken, dat is wat we hebben afgesproken’, legt Denis Koezmenko uit, de separatist die in zijn scherfvest met oranje lintje niet te missen is. Hij is de plaatselijke vertegenwoordiger van de Volksrepubliek Donetsk. De barricades in de stad zijn opgeruimd; samen met de politie en de fabrieksarbeiders worden patrouilles opgezet. ‘Wij luisteren niet langer naar Kiev. We doen het hier zelf wel. De fabriek hebben we gevraagd te helpen het provinciehuis weer op te knappen.’

‘De fabriek’ is synoniem voor Metinvest, het bedrijf achter Azovstal en Illitsj, de twee grote staalfabrieken in de stad. Beide zijn in handen van Rinat Achmetov, een steenrijke oligarch die met zijn vermogen en sluwe machtspolitiek misschien wel de sleutel tot de oplossing van het conflict in Oekraïne in handen heeft.

De tientallen hoogovens, het eeuwige gekraak van transporttreinen en de horizon bezaaid met schoorstenen maken het duidelijk: dit is niet een stad met een staalfabriek, dit is een staalfabriek met een stad. En een geschiedenis om trots op te zijn. De Illitsj-fabriek produceerde in de Tweede Wereldoorlog het pantser voor de T-34 tank. De Duitse kogels ketsten daarop simpelweg af. In Marioepol weten ze het zeker: hun staal heeft Europa gered.

‘Nu is alles rustig hier. Er is een overeenkomst tussen de partijen, links en rechts, en in ploegendiensten helpen werknemers van de fabriek orde op zaken te stellen’, vertelt Sergej Martenjoek, hoofd beveiliging van Azovstal.

Op het fabrieksterrein lijkt het of er aan de Sovjet-Unie nooit een eind is gekomen, of die zelfs nog een likje verf heeft gekregen. In het parkje voor de fabrieksingang staat alles in bloei; een fontein geeft het geheel een bijna idyllische tint. Een groot aankondigingsbord met de twintig lachende portretten van de werknemers van de maand maakt het af.

‘Je mag het belang van Metinvest niet onderschatten’, legt separatist Koezmenko uit. ‘De fabriek speelt de hoofdrol hier in de stad, en in tegenstelling tot de regering in Kiev weet Rinat Achmetov donders goed dat hij met ons moet praten.’ Het zijn de veiligheidsmensen van de fabriek die de uitgebrande panden van het provinciebestuur en het politiekantoor op veiligheid controleren.

Een door Achmetov opgezette veiligheidsdienst moet de separatisten op termijn ontwapenen. In het kantoor van Martenjoek wordt dat bevestigd. ‘Natuurlijk helpen wij. Als je het mij vraagt, moeten we op deze manier de problemen in het hele land oplossen. Gewoon, op een zakelijke manier. Niet praten, maar handen uit de mouwen.’

Miljardair Achmetov zit in een benarde positie. Als drijvende kracht achter oud-president Janoekovitsj ligt hij niet goed bij de nieuwe machthebbers in Kiev. Hij moet de belangen van de pro-Russische separatisten waarborgen, maar weet aan de andere kant dat onrust slecht is voor zijn zakenimperium. Een van de separatistenleiders, Pavel Goebarov, claimde vorige week dat Achmetov tweederde van de opstandelingen financiert. Het nieuwe de-facto-bestuur in het oosten van het land liet weten dat Achmetov binnenkort belasting zal moeten afdragen aan de Volksrepubliek Donetsk.

Op het strand aan de Azovzee, even buiten het centrum van Marioepol, wil niemand over politiek praten. De vrouwen zonnen, de mannen spelen druk domino. De lente heeft van de ene op de andere dag plaatsgemaakt voor de zomer, de ondiepe Azovzee is warm genoeg om een baantje te trekken.

‘Maak je geen zorgen om die fabrieken op de achtergrond’, legt Pjotr uit, een gepensioneerde metaalwerker. Of Marioepol de sleutel tot de oplossing van het conflict in handen heeft, durft hij niet te zeggen. ‘Die Achmetov speelt met mensen en met miljarden zoals wij dominostenen schuiven. Maar het werk is het belangrijkst. Als iedereen gewoon de handen uit de mouwen steekt, komt het wel goed.’

Het leger van boeren slaat terug

Nu winnen gewapende aanhangers van Kiev eens in een dorp. Volgens de VN loopt het geweld uit de hand.

Screen Shot 2014-05-21 at 10.34.46

VELIKAJA NOVOSJOLOVKA (17/05/2014) – Op alle radiozenders in Oost-Oekraïne wordt de reguliere programmering om de zoveel uur onderbroken door een diepe stem. ‘Dit is een bericht van de Volksrepubliek’, klinkt het tussen het weerbericht en de voetbaluitslagen.’We willen iedereen eraan herinneren dat er op ons grondgebied activisten, fascisten, provocateurs en liegende journalisten actief zijn. Iedereen die hen helpt zal ter verantwoording worden geroepen.’

De twee boeren in het stadje Koerachova kijken tijdens de mededeling stoïcijns over de gele velden vol koolzaad. Voorbij de mijnbouw en zware industie in het oosten van Oekraïne begint het zwarte land. Grond zo vruchtbaar dat een bezemsteel er worstel schiet. ‘Kijk eens, onze jongens!’ zeggen ze wanneer de zwarte Opel voorbij twee ingegraven Oekraïense tanks raast. Ze zijn van het pro-Oekraïense verzet. De regio mag grotendeels onder controle zijn van separatisten, de boeren vechten terug. Het is een paramilitaire operatie, de zwarte Opel maakt omwegen ter desoriëntatie; sms’jes aan aanvoerder Semjon Semontsjenko worden alleen met cijfers beantwoord. ’5 wil zeggen: we komen er aan; 0 betekent: nu!’

Op een oude collectieve boerderij komen de pro-Oekraïners samen. Ze willen best praten, maar eerst moet er worden geschaft. Grote kommen sjoerpa, lamsbouillon met aardappelen. Ze slurpen het weg met zelfgebakken brood en rauwe uien.

Ooit was de boerderij een bloeiend geheel met een veestapel in de duizenden. Veel meer dan een opslag en een klein veldje voor watermeloenen is het inmiddels niet meer. Een man met een kalasjnikov schuift aan, hij is een partijlid van de nationalistische Svoboda-partij. Het wapen rust aan zijn rechterschouder. ‘Maak je geen zorgen, ik heb er een vergunning voor’, lacht hij. ‘En ik heb het nodig.’

In een zaaltje geeft Semontjsenko tekst en uitleg. Hij is de aanvoerder van het Donbas-bataljon, vrijwillige pro-Oekraïense strijdkrachten. Zijn mannen zijn in het zwart gekleed. Als symbool hebben ze een valk, de staart en de twee vleugels van de vogel dreigend als drietand, op hun uniform genaaid. ‘We weten ook wel dat wat wij doen door de wet verboden is, maar je moederland dienen, is belangrijker dan de wet. De centrale regering in Kiev doet niets, en de separatisten zijn nog erger.’

Hij legt de boeren het plan voor de dag uit. ‘Het stadje Velikaja Novosjolovka hier verderop is in handen van de separatisten. De openbaar aanklager is gevlucht, de burgemeester heeft zich ziek gemeld. Over een uur jagen we de separatisten uit het dorp weg en installeren we de nieuwe burgemeester. Hij heeft de benoeming uit Kiev al binnen. Het is nu alleen wachten op de jongens.’

Een half uur later komen de jongens in een colonne aanrijden. Een paar personenbusjes, een stuk of wat oude rammelbakken. Twintig man. Ze zijn gemaskerd en tot de tanden bewapend. Kalasjnikovs, zelfgeknutselde raketwerpers of jachtgeweren.

Een man van het bataljon neemt positie bij de oprit van de boerderij met een mauser, een antiek Duits jachtgeweer. Een erfstuk.

Ze poseren graag, praten vrijuit. ‘Sommigen van ons zijn designers, anderen ingenieurs. We zijn maar gewone jongens’, zegt Andrej. Over zijn bivakmuts heeft hij een hippe zonnebril. ‘Ik ben een soldaat in een burgeroorlog. En ik ben nergens bang voor. Dit is mijn land.’

Er ontstaat commotie als een politieauto over een landweggetje voorbij komt, maar de auto slaat niet af. De maskers en de skibrillen worden rechtgetrokken, de patronen voor de jachtgeweren ingeladen. Semontsjenko geeft een laatste briefing, ook hij draagt nu een masker, maar hij is aan zijn knalgele sportschoenen te herkennen.

Het Valkenbataljon is de zoveelste gewapende groepering die zich in het conflict in het oosten van Oekraïne mengt. Een man draagt onder zijn scherfvest een T-shirt van de Rolling Stones. Hij lacht. ‘De Bridges to Babylon-tour, ik was er in 1998 bij in Moskou.’ Hij klaagt over de corruptie in het land. ‘We vechten hier niet met Rusland, we vechten hier met wat er nog over is van de maffiakliek van oud-president Viktor Janoekovitsj.’

Het bataljon opereert vrij, al geeft een strijder toe dat er een lijntje is met Arsen Avakov, de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken.

De colonne vertrekt. Een wit bestelbusje zonder kentekens is de hekkensluiter. Misja en Nikolaj springen achterin. Het is donker en smoorheet in de bagageruimte. Nerveus kijken de twee boeren door het kleine raampje naar de weg. ‘Kun je beter voorin of achterin zo’n colonne zitten? Straks lopen we in een hinderlaag, en dan?’

Ze leunen tegen het binnenwerk van de auto, hun lot hebben ze even niet in eigen hand. Misja heeft een dubbelloops jachtgeweer. ‘Uit 1965, van mijn vader gekregen. Nooit echt gebruikt, maar nu is de tijd gekomen. Als ik het niet doe, wie dan wel?’

Binnen een paar minuten is het gebeurd. De tien agenten van het politiebureau in Velikaja Novosjolovka liggen op de grond, hun handen in de nek. Ze hebben hun wapens in moeten leveren en krijgen een lezing over vaderlandsliefde. Wie mee wil werken mag blijven, wie het niet met de overname eens is, wordt ontvoerd. De Oekraïense vlag wordt uit het raam gestoken. Bij het gemeentehuis hetzelfde tafereel.

In zijn Geely, een nieuwe auto van Chinese makelij, zit de nieuwe burgemeester Alexander Arich te wachten tot de kust veilig is. ‘Het is geen makkelijke post’, zegt hij. ‘We moeten proberen de burgers ervan te overtuigen dat we gewoon in één land moeten blijven wonen. En dat wanneer de onrust doorgaat de economische gevolgen ernstig zullen zijn. Daarom nemen we hier de boel over.’

Het kleine stadje met amper 6.000 inwoners is met stomheid geslagen. ‘Wie zijn dit in godsnaam? Zijn het de separatisten? Het leger?’ De verkoopsters van een klein winkeltje staan in paniek op de stoep. ‘Mijn zoon! Mijn zoon loopt daar ook ergens!’

Op hun fietsjes, met de boodschappen in de hand en soms met kinderwagens komen de inwoners poolshoogte nemen. De jongen met de mauser houdt hen op afstand. ‘Staan blijven! Een stap naar voren en je bent er geweest! Wij doen dit ook voor jullie!’

Shoppers in Moskou: wij redden ons wel

In Moskou, waar sinds Poetin al het goede van de hele wereld te krijgen is, ziet de consument de importbeperkingen met vertrouwen tegemoet.

Screen Shot 2014-08-12 at 15.05.52

MOSKOU – De laatste Nederlandse komkommer ligt in een glimmende plastic verpakking boven op een stapel courgettes en zucchini’s in de Azboeka Vkoesa aan de Simferopolboulevard in een buitenwijk van Moskou. Niet te missen. Russische komkommers zijn kort, dun, dik, rond, ribbelig of krom, de Nederlandse komkommer is er maar in één formaat: 30 centimeter lang.

‘En smakeloos’, lacht een van de klanten in de supermarkt. ‘Onze komkommers zijn vol van smaak. Alle groente en fruit uit Europa, het ziet er allemaal prachtig uit, maar het smaakt nergens naar.’

De bedrijfsleidster van de supermarkt geeft haar gelijk. Ze kijkt aandachtig naar streepjescodes die het land van herkomst verraden. Het meeste is import. Van de Nederlandse paprika’s in stoplichtkleuren tot zure kersen uit Canada. Niet alleen de kwaliteit, ook de prijzen verschillen enorm. Een ronde Russische kool kost vijftig eurocent per kilo, een Nederlandse witte kool gaat voor bijna drie euro per kilo langs de scanner.

Over lege schappen maakt de manager zich geen zorgen. ‘Er komt vast een hoop groente en fruit uit Israël, dat leggen we er gewoon tussen.’ In de zomermaanden is er bovendien een veelvoud aan groente en fruit uit de voormalige sovjetrepublieken. Lege schappen, het is een trauma uit de jaren negentig. Het is het fundament onder de machtsbasis van president Vladimir Poetin. Hij beloofde stabiliteit, economische groei. Er zijn geen tekorten, niets komt op de bon en wie geld genoeg heeft kan alles kopen.

Bij de afdeling voorverpakte kaas gaat dat nog lastig worden. Het assortiment is enorm. Finse smeerkaas, Letse notenkaas, mascarpone, Zwitserse fonduekaas, Bleu d’Auvergne, gorgonzola, burrata, Griekse fetakaas, halloumi, vijf soorten Britse cheddar, Maasdammer gatenkaas – het is allemaal verkrijgbaar. Maar liefst 114 verschillende kaassoorten liggen er in het koelvak en slechts drie daarvan komen uit Rusland; een witte rolkaas, gerookte sliertjeskaas en een jonge kaas uit de Kaukasus. Een klant grijpt net de laatste verpakking Parmezaanse kaas. ‘Voor de pasta’, klaagt hij. ‘Anders weet ik het ook niet meer.’

Toch is er geen paniek in Moskou. De meeste supermarkten hebben flinke voorraden, en buitenlandse kaas is een luxeproduct. Bovendien: verbod op de import is geen verbod op de verkoop. Artjom Gloesjtsjenko, de directeur van de O’Key-supermarktketen in Moskou, maakt zich niet te veel zorgen. Hij is wegens de sancties zelfs niet eerder teruggekomen van vakantie. Per telefoon laat hij vanuit het buitenland weten dat zijn schappen niet leeg zijn. ‘Ik houd het natuurlijk van afstand in de gaten, maar wij hebben het meeste nog. Ja, er verdwijnen nu een paar producten, maar daar komen simpelweg andere voor in de plaats.’

Het verbod op vers vlees, vis, melkproducten, groente en fruit uit de Europese Unie, de Verenigde Staten, Noorwegen, Canada en Australië heeft bovendien allerlei haken en ogen. Italiaanse prosciutto is voor de Russische warenwet een worst. Pasteitjes worden gezien als kant-en-klare maaltijden, voorverpakte garnalen met een beetje zout en peper mogen ook gewoon door de douane. Melkchocolade mag melk bevatten, bij de douane is het een cacaoproduct, en dus mogen de Belgische pralines gewoon het land in.

Echte problemen ontstaan er bij restaurants. Wanneer het handjevol Spaanse restaurants in Moskou geen chorizo meer kan krijgen, kunnen de deuren op slot. Ook de toekomst van La Maree, een keten van visrestaurants en de belangrijkste distributeur van verse vis in Moskou, is ongewis.

Zelfs de Moskouse dierentuin heeft problemen. ‘Een groot deel van wat onze dieren eten komt uit het buitenland’, legt Anna Katsjoerovskaja uit in een onlinepublicatie. ‘Vergeet niet dat sommige dieren erg kieskeurig zijn. Onze pinguïns eten alleen maar vis van een bepaalde lengte; die laten wij uit Argentinië komen.’

Alleen op sociale-media lijken de Russen zich zorgen te maken. ‘Fuck you Poetin, ik wil mijn brie!’ schrijft een conservatorium-docent op Facebook. Op andere foto’s is te zien hoe Russen geïmporteerde kaas hamsteren, hun favoriete groente invriezen of voor de zekerheid een voorraad melk inslaan.

Bij het jaarlijkse voedselfestival op de binnenplaats van een museum in Moskou halen de voornamelijk jonge restaurateurs de schouders op. ‘Op mijn Franse hamburger zit een Franse mosterdsaus, maar die kunnen we misschien ook wel maken met Russische ingrediënten’, legt de uitbater van hamburgerwinkel G-Spot uit.

Een worstenmaker verderop laat zijn Australische lamsworst proeven. ‘Met deze handen gemaakt’, zegt hij trots. ‘Vlees uit Australië is al vaker verboden geweest, maar dat is geen probleem. Je kunt het altijd wel ergens kopen. Dan heet het uit Wit-Rusland te komen. Dit is Rusland, hier kan alles.’

Oekraïne ontkent vermeende aanval op Russisch dorp

Terwijl de gevechten tussen de rebellen en overheidstroepen in het oosten van Oekraïne steeds intensiever worden, loopt ook de diplomatieke spanning tussen Rusland en Oekraïne op. Volgens Rusland komen Oekraïense explosieven op Russisch grondgebied terecht. Oekraïne ontkent in alle toonaarden.

DONETSK – Bij een aanval zondagmorgen in Donetsk kwam een persoon om het leven en raakten twee mensen gewond. Het nieuwsbericht wekte verwarring: dit keer gaat het niet om de Oekraïense miljoenenstad Donetsk, maar het dorpje Donetsk vlak over de grens in Rusland.

Tijdens het conflict tussen de pro-Russische separatisten en het Oekraïense leger zijn er de afgelopen maanden volgens de Russen wel vaker explosieven in het buurland terechtgekomen, maar nog nooit kwam daar iemand bij om het leven.

Het openbaar ministerie heeft een strafzaak geopend en het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken belooft ernstige consequenties en harde maatregelen.

Het Oekraïense ministerie van Defensie daarentegen ontkent in alle toonaarden. ‘Wees er zeker van, de Oekraïense troepen schieten niet op Russisch grondgebied. Wij hebben niet geschoten’, laat woordvoerder Andrej Lysenko weten. Ondertussen wordt er in verschillende buitenwijken van Donetsk een felle strijd geleverd tussen de opstandelingen en het Oekraïense leger. Huizen, winkels en restaurants zijn met de grond gelijk gemaakt. Volgens de opstandelingen zijn er tientallen doden gevallen.

Legerwoordvoerder Vladislav Seleznev ontkent dat het Oekraïense leger raketten gebruikt en schuift de schuld in de schoenen van de rebellen. Een Oekraïense legereenheid in de frontlinie liet aan de Volkskrant echter weten dat ze wel degelijk raketten afvuren. ‘Maar we proberen de burgerbevolking zo min mogelijk te raken.’

In Rio de Janeiro spraken de Duitse bondskanselier Merkel en de Russische president Poetin elkaar. De twee leiders constateerden aan de zijlijn van het WK dat de situatie in Oekraïne ‘verslechtert’, en willen dat er nieuwe vredesbesprekingen komen.

Op het nippertje toch een witte jurk

Twee rebellen uit het pro-Russische bataljon Vostok trouwen in Donetsk. Op een pantserwagen gaan ze door de stad. Voor een dag wordt er weer gedronken.

Screen Shot 2014-07-14 at 12.18.53

DONETSK – De drie ambtenaren van de burgerlijke stand in Donetsk kijken wantrouwend naar buiten. In de verte klinkt gebrom. ‘Is dat nou een tank?’ vraagt de ceremoniemeester. De rebellen springen van het gevaarte af. ‘Nee schatje, dit is een pantserwagen’, lacht de commandant. ‘En maak je geen zorgen – we beloven de boel niet kort en klein te schieten.’

Zaterdagmiddag zijn de pro-Russische rebellen van het bataljon Vostok nerveus. Niet vanwege het Oekraïense leger dat bombardementen uitvoert, maar vanwege de aanstaande bruiloft tussen Tagir (37) en Tanja (33). De twee kennen elkaar al jaren, maar vechten nu in hetzelfde bataljon. Hij met een kalasjnikov en een pistool dat steevast onder zijn linkeroksel hangt, zij met de potten en de pannen in de kantine van de uitvalsbasis. De paar honderd mannen zijn druk in de weer met de oorlog. De wapens worden opgepoetst, de militaire voertuigen gerepareerd. In het trappenhuis staat luchtafweergeschut, op de daken mannen met verrekijkers.

Op de binnenplaats ziet Tagir Tanja voor het eerst in trouwjurk. ‘Het was me godverdomme wat’, vloekt Tagir. ‘Ze zou gewoon in camouflagepak, maar wilde op het laatste moment toch een witte jurk. Het heeft me een vermogen gekost.’ Hij tilt zijn aanstaande bruid de pantserwagen op. De colonne met vier volgauto’s verlaat de basis. Het is een bezienswaardigheid in de verwaarloosde buitenwijken van Donetsk. Bij bushaltes staat men met open mond te kijken. De witte jurk wappert in de wind. Toeschouwers klappen en joelen. Een oude vrouw slaat een kruis.

Het dozijn zwaarbewapende mannen staat ongemakkelijk tussen de kitscherige decoratie in de trouwzaal. De ambtenaar benadrukt met een diepe stem de verbintenis tussen man en vrouw, het levenspad en de verplichtingen die het huwelijk met zich meebrengt. Het tweetal schuift de ringen om, er klinkt applaus. Tagir pakt zijn bruid onder de oksels en tilt haar op. Het bataljon Vostok heeft een strikte drooglegging, maar de commandant maakt voor deze keer een uitzondering. ‘Een glas, niet meer’, zegt hij. ‘Anders de strafkelder in.’

Tagir en Tanja kijken elkaar aan. Alles beter dan de slaapzaal waar ze nu overnachten. Een huwelijksreis zit er ook al niet in. ‘Dat doen we pas wanneer het vrede is. Dan gaan we op reis. Misschien wel voor altijd’, zegt Tanja. De ambtenaar schraapt haar keel. Ze aarzelt, maar zegt het toch: ‘Opdat jullie nog lang en gelukkig zullen leven.’

Langzaam sluipt oorlog Donetsk binnen

In het onrustige oosten van Oekraïne vechten leger en rebellen verbeten om de luchthaven van Donetsk.

Screen Shot 2014-07-12 at 21.13.04

DONETSK (12/07/2014) – Naast het enorme voetbalstadion van Shakhtar Donetsk staat een levensgroot monument van een Sovjetsoldaat. Het zwaard naar beneden, de linkerhand omhoog en de neus dapper naar voren. Op de sokkel staan de namen gegraveerd van steden waar in de Tweede Wereldoorlog het hardst om is gevochten: Makejevka, Gorlovka, Artjomovsk, Stalino (later omgedoopt tot Donetsk), Kramatorsk, Krasni Liman, Slavjansk. Precies de steden waar nu het Oekraïense leger en de opstandelingen een bittere strijd voeren.

Aan de voet van het monument staat een museum dat de overwinning op nazi-Duitsland tot leven moet brengen. Het zijn brieven, foto’s en wapens uit de heftige strijd om het Donetskbekken. Maar sinds een paar dagen ontbreekt er iets uit de collectie. Om precies te zijn: een T54 tank en twee anti-tankwapens. ‘Stelletje idioten’, fluistert een van de supposten in het museum. ‘Het pantser op die tank bestaat vooral uit verf, en die wapens krijgen ze nooit meer aan de praat. Ze hebben het simpelweg in beslag genomen en meegenomen naar de technische universiteit’. Bij de militaire afdeling van de campus houden de rebellen de wacht. Studentenhuisvesting wordt voor strijders gebruikt, aan het materiaal dat te repareren valt, wordt op de binnenplaats gesleuteld.

Toch blijft de poort dicht. Ook voor de moeders die om het hardst schreeuwen om hun zonen. Bij de Oekraïens-Russische grens hebben de rebellen vrijdagmorgen een Oekraïens legerkampement bestookt. Bij de raketaanval kwamen negentien Oekraïense soldaten en vier grenswachters om het leven. Bij een Oekraïense aanval in hetzelfde gebied zijn volgens plaatselijke media vrijdag vijftig rebellen om het leven gekomen.

Nu de rebellen de kleinere provinciesteden hebben opgegeven concentreert het gevecht zich rond de hoofdstad Donetsk. In het centrum van de stad gaat het leven gewoon door, maar op de 28 verschillende toegangswegen worden de check-points en vuurposities versterkt. De rebellen blazen bruggen op en plaatsen op strategische punten luchtafweergeschut.

Toch lijkt er geen haast achter te zitten. ‘Wanneer ze Donetsk zullen bestoken met raketten dan vallen er vele duizenden onschuldige slachtoffers, dat doen ze nooit’, legt Andrej uit. Met zijn knalrode baret, forse omvang en nonchalante houding duidelijk een oudgediende van de inmiddels opgeheven Oekraïense ordetroepen. Trots laat hij een stel anti-tankmijnen zien in een kistje naast de betonblokken op het asfalt. ‘Wij maken ons niet druk’.

Dat lijkt ook te gelden voor de Oekraïense troepen die zo’n vijftien kilometer verderop zich hebben ingegraven. De soldaten drogen zonnebloemen op hun pantserwagens en doden de tijd door armpje te drukken. ‘We checken hier alleen dat er niets illegaal de stad binnenkomt of uitgaat’, vertelt een majoor. Toch sluipt de oorlog langzaam maar zeker Donetsk binnen, met een miljoen inwoners de hoofdstad van het onrustige oosten van Oekraïne. Om de luchthaven wordt hard gevochten. Het Oekraïense leger heeft de landingsbaan en de gloednieuwe terminal onder controle, de rebellen rukken op door de woonwijken.

‘Ach jongen toch, ik bid voor je, iedere dag. Weet je dat? Dat God jullie zal laten zegevieren’, zegt een oude vrouw tegen een rebel die een positie inneemt bij een flatgebouw. Hij krijgt een kus op de wang. Andere buurtbewoners zijn er minder enthousiast. ‘Je zou je moeten schamen, klootzak’, roept iemand tegen dezelfde rebel. ‘Ik woon hier al mijn hele leven, straks vallen de bommen en ben ik alles kwijt. Alleen maar omdat jij oorlogje wilt spelen.’

Niet veel later klinken er doffe klappen aan de horizon. Raketten en granaten worden over en weer geschoten en de rebellen vuren op alles wat beweegt. Vanaf zijn balkon op de derde verdieping kijkt Viktor naar de rookpluimen nog geen kilometer verderop. De granaten slaan steeds dichterbij in. Op de binnenplaats slaan de autoalarmen aan. ‘Mijn vrouw is in dit pand geboren, wij wonen hier ons hele leven. Ik moet er niet aan denken hier ooit weg te gaan’, zegt Viktor.

Russische televisie
Terwijl het mortiervuur overvliegt kijkt hij naar de Russische televisie. ‘Als je de Oekraïense kanalen moet geloven dan lijkt het wel alsof wij onszelf bestoken’, lacht zijn vrouw Tatjana. ‘Weet je wat trouwens vreemd is? Iedere keer wanneer je zo’n harde klap hoort werkt de WiFi niet’. Volgens het echtpaar is een bejaarde man in de buurt gewond geraakt. ‘Ik maak me vooral zorgen om Leopold’, zegt Tatjana. ‘Wij gaan gewoon in een andere kamer zitten, maar die kat snapt er allemaal niets van’. Het gitzwarte beest met groene ogen sprint bij iedere knal door de kamer.

Dan werkt de internetverbinding weer en belt de familie van het echtpaar uit Rusland. ‘Wat gebeurt er bij jullie allemaal? Wordt er weer gevochten bij de luchthaven?’ vraagt iemand. ‘Welnee, maak je geen zorgen’, zegt Tatjana. ‘Het knalt gewoon een beetje, meer niet.’

‘Donetsk zal heldenstad worden’

De omsingeling door het Oekraïense leger jaagt de spanning op in de ‘rebellenhoofdstad’ Donetsk. Er is geen paniek, maar de inwoners hebben wel een kort lontje gekregen.

Screen Shot 2014-07-11 at 23.10.36

DONETSK (10/07/2014) – Geen betere graadmeter dan het deurbeleid in Tirol, een kleine bierkelder aan het Leninplein in het centrum van Donetsk. Het is het afvoerputje van de stad, 24 uur per dag open en recht tegenover de McDonald’s. ‘Op sportschoenen toegang verboden’, staat er sinds jaar en dag op de deur.

Tijdens de protesten in Kiev kwam er een nieuwe regel bij. ‘In dit café geen politieke propaganda, geen vlaggen en geen demonstraties.’ Sinds een paar maanden is er een verbod op wapens en bivakmutsen. Nu het Oekraïense leger langzaam Donetsk omsingeld en de inwoners bang zijn voor beschietingen en bombardementen heeft de directie de meest rigoureuze maatregel tot nog toe doorgevoerd: het café gaat na twaalf uur dicht.

‘Maar er mag wel voetbal worden gekeken. We sluiten pas als de laatste penalty’s zijn genomen’, lacht de barman. Voor wie zien ze eigenlijk in Donetsk, voor Nederland of Argentinië? De barman haalt zijn schouders op. ‘Wij zijn voor Oekraïne, dat is nu iets belangrijker.’

De zenuwen lopen op, maar van paniek is in de stad met ruim een miljoen inwoners geen sprake. De bussen rijden nog, er is warm water, elektriciteit en de wisselkantoren zijn nog open. Toch zijn de grote winkelcentra gesloten, hebben juweliers en bontjassen-handelaren de deuren dichtgespijkerd en is de McDonald’s al ruim een maand dicht. Dat een hoop inwoners uit voorzorg vertrokken zijn is de merken, de files die de stad overdag plaagden zijn verleden tijd. De anders zo geduldige Oekraïners hebben een kort lontje gekregen. Over wisselgeld ontstaan heftige ruzies.

In het door de opstandelingen bezette provinciehuis is de bezem gegaan. Het is oorlog en dus moet er orde zijn. De rommelige barricades voor het pand zijn opgeruimd, de vuilnisbakken worden geleegd en zelfs de lift werkt weer. Wie op de gang rookt krijgt een taakstraf: acht uur lang wc’s boenen. Ondertekend: de commandant van de 7de verdieping.

Sinds de pro-Russische opstandelingen zich hals-over-de-kop hebben teruggetrokken uit de kleinere provinciesteden is Donetsk het belangrijkste rebellenbolwerk.

Niemand weet met hoeveel ze zijn, maar het zijn er duizenden. De politie laat zich niet zien, het ‘blauw op straat’ is camouflagegroen. Rebellen dolen van het ene bezette pand naar het andere. Studentenflats worden door de soldaten van de zelfbenoemde Volksrepubliek Donetsk in beslag genomen. De waarschuwing uit Kiev hangt in de lucht. De autoriteiten lieten eerder deze week weten dat ze voor de rebellen nog een ‘onaangename verrassing’ in petto heeft.

Sinds de pro-Russische opstandelingen zich hals-over-de-kop hebben teruggetrokken uit de kleinere provinciesteden is Donetsk het belangrijkste rebellenbolwerk. Niemand weet met hoeveel ze zijn, maar het zijn er duizenden. De politie laat zich niet zien, het ‘blauw op straat’ is camouflagegroen. Rebellen dolen van het ene bezette pand naar het andere. Studentenflats worden door de soldaten van de zelfbenoemde Volksrepubliek Donetsk in beslag genomen. De waarschuwing uit Kiev hangt in de lucht. De autoriteiten lieten eerder deze week weten dat ze voor de rebellen nog een ‘onaangename verrassing’ in petto heeft.

De inwoners van Donetsk zien het met lede ogen aan. De rebellen hebben de noodtoestand en een algehele mobilisatie afgekondigd.

Dat Slavjansk en Kramatorsk zijn opgegeven is volgens Pavel Goebarev, een van de politiek leiders van de Volksrepubliek Donetsk, niet een overwinning van het Oekraïense leger maar een sluwe militaire zet. ‘De fascisten in Kiev spelen een gemeen spel’, legt Goebarev uit. ‘Ze zeggen dat ze ons niet zullen bombarderen, en vervolgens doen ze het toch.’

Hij beloofde eerder Donetsk te zullen verdedigen als een hedendaags Stalingrad. Om dat argument kracht bij te zetten werd woensdag bekend dat de vrijwilligers vanaf volgende maand soldij krijgen.

Hij beloofde eerder Donetsk te zullen verdedigen als een hedendaags Stalingrad. Om dat argument kracht bij te zetten werd woensdag bekend dat de vrijwilligers vanaf volgende maand soldij krijgen.

Een van de buitenwijken van Donetsk is dinsdag onder vuur gekomen door het regeringsleger. Bij een kleine mijnbouwinstallatie sloegen ten minste twee raketten in, volgens de rebellen afgevuurd door Oekraïense straaljagers. De schade is moeilijk te zien. De mijnen in Donetsk zijn verouderd en decennia lang verwaarloosd.

‘Het is een wonder, maar niemand raakte gewond. Wij niet, en de inwoners die er verder niets mee te maken hebben ook niet’, vertellen de rebellen die in de schachten een uitvalsbasis hebben gevonden. Hun namen geven ze niet. De drie stellen zich voor als Haas, Vlag en Ivanovitsj.

‘Het probleem is natuurlijk dat we omsingeld zijn’, zegt Haas. ‘Ze zitten in het zuiden, bij Marioepol en ze komen uit het noorden uit de richting van Slavjansk. Ze hebben veel betere wapens. Er worden houwitsers ingezet, we worden nu met grof geschut bestookt.’
De krater willen de mannen niet laten zien. ‘Iedere oorlog heeft zo zijn geheimen’, lacht Ivanovitsj. ‘Veel van de opstandelingen zullen de aanval kiezen, maar wij blijven hier in deze buitenwijk. Ik ben hier geboren en getogen, dit is mijn wijk. En ik blijf hier tot ze me doodschieten.’

De krater willen de mannen niet laten zien. ‘Iedere oorlog heeft zo zijn geheimen’, lacht Ivanovitsj. ‘Veel van de opstandelingen zullen de aanval kiezen, maar wij blijven hier in deze buitenwijk. Ik ben hier geboren en getogen, dit is mijn wijk. En ik blijf hier tot ze me doodschieten.’

De zandzakken om het pand waar de drie opstandelingen zich hebben verschanst, worden opgestapeld door twee gehavende mannen. ‘Onze drugsverslaafden’, grijnst Vlag. ‘We stellen hier orde op zaken. Een week hard werken en ze zijn gelijk afgekickt.’
Het tweetal durft niet op te kijken. Wat Donetsk betreft maken Haas, Vlag en Ivanovitsj zich geen illusies. ‘Het gaat lastig worden deze stad te verdedigen, maar we gaan het gewoon doen. We gaan de geschiedenis in als helden.’

‘Het was zo angstig, zo krankzinnig’

Dagenlang hebben Oekraïense artillerietroepen Slavjansk bestookt. Niet alleen de rebellen hebben de stad die in een slagveld is veranderd verlaten, ook de meeste inwoners.

Screen Shot 2014-07-11 at 23.03.30

IZJOEM / SLAVJANSK / KRAMATORSK (08/07/2014) – ‘Hé, Sasja! Geef mij eens een machinegeweer!’ Het is de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken, Arsen Avakov, die zijn gepantserde Mercedes plots laat remmen. Uit de volgauto’s springen nerveuze bodyguards. Een van hen haalt een kalasjnikov uit de achterklep, geeft het aan de minister en de colonne raast door. Op naar Slavjansk.

Het kleine stadje Izjoem is het hoofdkwartier van de Oekraïense opmars tegen de pro-Russische separatisten geworden. De Oekraïense strijdkrachten hebben er een kamp opgetrokken, de veiligheidsdienst, de nationale garde, de politie en de ordedienst lopen elkaar voor de voeten.

Tussen de reguliere diensten navigeren ook nog eens honderden zwaarbewapende vrijwilligers, die het plaatselijke politiekantoor hebben overgenomen. Op pick-ups die haastig in camouflagekleuren zijn gespoten trekken ze naar de frontlinie. Vrachtwagens met hulpgoederen moeten wachten. ‘Dood aan de bezetters, lang leve Oekraïne!’, schreeuwt een man in een bivakmuts wanneer hij langs een checkpoint scheurt.

De weg naar Slavjansk is verlaten. Zonder speciale toestemming mag niemand de stad in of uit. De enorme televisietoren op de heuvel voor Slavjansk is omvergeschoten, de benzinepompen en de winkelstalletjes aan de toegangsweg zijn leeggeroofd. Pas bij de veevoederfabriek aan de rand van de stad staat het Oekraïense leger. Niet langer vrolijke dienstplichtigen, maar getrainde beroepssoldaten. De wijsvinger nerveus tikkend op de haan van hun kalasjnikovs.

Na een maandenlange belegering hebben de pro-Russische separatisten Slavjansk opgegeven. Vorige week maandag zegde de Oekraïense overheid de eenzijdige wapenstilstand op. De stad is dagenlang bestookt door artillerietroepen. Bushokjes, winkels en zelfs een orthodox kerkje zijn door de rebellen tot schuttersputten omgebouwd. Hoekwoningen zijn beschoten, elektriciteitskabels omgetrokken. De paar bewoners die zijn achtergebleven maken voorzichtig de schade op.

Alleen op het centrale Leninplein is het druk. Het Oekraïense leger deelt er brood en water uit. Bij het standbeeld van de Sovjetleider is demonstratief een schild met het Oekraïense wapen neergelegd, over de daken van het gemeentehuis, het politiekantoor en de geheime dienst wappert de Oekraïense vlag.

‘Wat was het eng. Verschrikkelijk’, vertelt Jelena (52). ‘Mijn huis is als een wonder niet geraakt door al die bommen. In de tuin liggen wel hulzen en granaatscherven, maar ons huis is nog intact. Al mijn buren zijn vertrokken, wij zijn alleen hier achtergebleven. Ik heb tegen mijn zonen gezegd: ga maar. Maar ze wilden niet. Ik hoop dat het voorbij is. Ik hoop het zo.’

Gas, water of elektriciteit is er al weken niet meer in Slavjansk. De inwoners leven van hun moestuintjes, of de voorraden die uit winkels is geplunderd. ‘We eten nu de aardappels, maar die zijn bijna op. Gelukkig hebben we nog een kip’, zegt Jelena. Haar 12-jarige zoon Nikita kijkt gegeneerd weg wanneer zijn moeder huilt. ‘Het was zo angstig, zo krankzinnig. En waarom? Nu maar hopen dat iemand hier orde op zaken stelt.’

Een paar honderd meter van haar huis is het een waar slagveld. Drie pantserwagens liggen uitgebrand op de weg, twee tanks zijn door mortiervuur dusdanig hard geraakt dat de onderdelen tientallen meters van elkaar liggen.

‘Het waren de separatisten die probeerden te vluchten, wij hebben ze gestopt’, zegt majoor Andrej Tokatsjoek trots. Hij heeft de leiding over een groep soldaten van de vijfde compagnie van de 25ste luchtmobiele brigade uit Dnepropetrovsk. ‘Wij zijn een kameraad verloren. Aan hun kant is iedereen dood. Ga maar op de lucht af.’ In de berm liggen antitankmijnen, een paar honderd meter verderop ligt een hoofd.

Ook de industriestad Kramatorsk, vlak onder Slavjansk, is door de rebellen verlaten. Het leger is druk bezig de stad schoon te vegen. Verzetshaarden worden uitgekamd, verdachte mannen opgepakt. De barricaden worden afgebroken, trolleybuskabels hersteld. Een mechanicus klimt met een gereedschapskist door de stukgeschoten ramen bij het busdepot. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik ga kijken wat er te redden valt.’

Dan klinkt er een doffe klap en krijgen zelfs de getrainde militairen slappe knieën. Vals alarm. Het is geen explosie, maar een betonblok dat omvalt. De agenten van een politiekantoor in de stad kijken van een afstandje toe. Ze worden door de Oekraïense pers aan een verhoor onderworpen. Hebben ze niet samengewerkt met de separatisten? Luisteren ze wel naar de bevelen uit Kiev? De agenten durven niet in de camera te kijken. De inwoners die een paar dagen geleden nog met Russische vlaggen zwaaiden, klappen nu wanneer het Oekraïense leger voorbijkomt. Het is een kwestie van overleven.

De militaire luchthaven van Kramatorsk is het enige punt in de wijde omgeving dat altijd onder controle van het Oekraïense leger is geweest. Kolonel Sergej Krevonos laat zien hoe de basis onder vuur is genomen. In de controletoren zitten de kogelgaten zelfs in de gedetailleerde kaarten met aanvliegroutes. Trots toont hij een handpistool dat is geraakt door een scherpschutter. ‘Het pistool is aan diggelen, maar de soldaat leeft nog’, zegt hij. Zijn petje verraadt zijn militaire achtergrond. ‘Kamp Echo, Irak’ staat er. Het leger heeft zijn meest ervaren soldaten ingezet.

Terug in Izjoem vertelt de ultranationalistische politicus Oleg Ljasjko trots hoe hij de gemeenteraad van Slavjansk op de knieën heeft gekregen. Met een klein privéleger trekt hij door de steden die pas door het leger zijn ontzet. Hij haalt de gevangenen uit kelders en hijst de Oekraïense vlag waar hij kan. Hij geeft de minister van Defensie een high five en leest luidop het bericht voor dat ook Artjomovsk nu in Oekraiense handen is. ‘Champagne!’, roept de minister. ‘Op de overwinning!’

De kolonel-generaal die de oorlog voor Oekraïne moet winnen

Screen Shot 2014-07-11 at 22.53.38De oud-politieman die is benoemd tot aanvoerder van de strijdkrachten heeft er alle vertrouwen in: de parade wil hij houden op de verloren Krim.

Na een stemming in het Oekraïense parlement zorgde de kersverse minister van Defensie Valeri Haletej (46) voor vuurwerk. ‘Ik ben er van overtuigd dat Oekraïne deze oorlog zal winnen’, liet hij weten tijdens de speech waarin hij zijn benoeming accepteerde. ‘En geloof me, er zal een overwinningsparade worden gehouden in een Oekraïens Sebastopol.’ Rusland annexeerde het schiereiland de Krim eerder dit jaar, maar Haletej belooft ervoor te zullen knokken.

Vanuit Sebastopol, de stad die nu onder Russisch bestuur staat, werd Heletej belachelijk gemaakt. ‘Wanneer hij weer wakker is, zal hij begrijpen dat hij in zo’n oorlog niet eens tot mijn schouder komt. Hij zou een slaapmiddel moeten nemen’, liet Sergej Aksjonov, de premier van het de-facto onafhankelijke schiereiland weten. ‘Als er dan toch een parade komt, dan een homo-parade waarin het Oekraïense leger in string en op hoge hakken door de straten loopt’, liet een plaatselijk politicus weten.

Het Oekraïense leger heeft de handen vol aan de militaire operatie tegen pro-Russische opstandelingen in het oosten van het land.

Heletej werkte als een autoreparateur voor hij in het Sovjetleger diende. In 1988 begon hij een carrière als politieman, waar hij tot 2006 werkte, in de laatste jaren bij een speciale eenheid in Kiev die optrad tegen de georganiseerde misdaad. Onder ex-presidenten Viktor Joesjtsjenko en Viktor Janoekovitsj was hij verantwoordelijk voor de beveiliging van staatshoofden en hooggeplaatste overheidsfiguren.

De kolonel-generaal staat voor de moeilijke taak het Oekraïense leger te hervormen. ‘Ons leger heeft een aanvoerder nodig die urgente hervormingen zal doorvoeren, iets wat we eigenlijk twintig jaar geleden al hadden moeten doen’, liet president Porosjenko weten. ‘Die hervormingen moeten ervoor zorgen dat wij een leger krijgen dat zo sterk is dat niemand er ook maar aan zal denken wat voor agressie dan ook tegen ons land te beramen.’

Achter de schermen werken Oekraïne, Rusland, Frankrijk en Duitsland aan een nieuw staakt-het-vuren. Het Oekraïense leger kampt niet alleen met corruptie, een slechte commandostructuur en oud materiaal , maar ook nog eens met een laag moreel. De operatie tegen de pro-Russische opstandelingen valt bij sommige soldaten slecht. Aan Heletej de bijna onmogelijke taak orde op zaken te stellen.