- De Danseartstraat is Brussel in het klein. Het begint druk, je ziet er mooie restaurants, gekke kledingwinkeltjes, een sympathiek plein, een uitgerookt cafe en een fantastische boekenzaak. Dan zie je een eerste nachtwinkel, een tweede. Belgisch ““ Turkse voetbalkantines, auto”™s met lekke banden, kebabzaken en aan het eind van de straat zijn de belwinkels gesloten door deurwaarders.
- Op oudere verkeersborden is “˜Rue”™ vertaald als “˜Steenstraat”™. Danseartsteenstraat.
- Marokkaanse meisjes in Brussel zien er steeds mooier uit. Donker haar, donkere ogen en een sluikse blik. De opgeschoten gasten die er altijd naast lopen zijn geen spat veranderd.
- In de Brusselse metro speelt David Bowie. Toen ik alsnog verdwaalde klonk zowaar U2. “œBut I still haven”™t found, what I am looking for!“
- In de GB-supermarkt, een verademing na twee maanden Sovjet-eten, draaide men een album van Bob Dylan. “œFantastische muziek”, zeg ik tegen het meisje achter de kassa. Ze bedenkt zich. “œZijn er veel mensen die dat leuk vinden?”, vraagt ze. “œDit is Bob Dylan”, zeg ik. “œDat is geen kwestie van leuk vinden of niet”. “œCa me nerve“, zegt ze. En ik maar denken dat Dylan een idool was.
This entry was posted
on Wednesday, October 10th, 2007 at 6:31 pm and is filed under tags:Belgium, Brussels, travel.
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed.
You can leave a response, or trackback from your own site.