Archive for February, 2008

Anatoly Vitalievitsj naar Sargasso!

Thursday, February 28th, 2008

Anatoly Vitalievitsj

Hij heeft een nieuwe stek gevonden, preciezer: salonblog-Sargasso. Vanaf heden bel ik iedere avond met ‘onze man in Moskou’. Over de aankomende verkiezingen, Rusland, drank, poezie en zijn gezondheid.

“Ik ben Vlaming, Belg, Europeaan en vanaf vandaag Servier”

Tuesday, February 26th, 2008

Eergisteren hield een bonte verzameling van enkele honderden Serviers en sympathisanten een demonstratie op het Schumanplein in Brussel. Het aanstromende volk liep vanuit het metrostation veelal de verkeerde kant op. “Anti-Kosovo? To the right!”, breedgeschouderde Brusselse dienders wezen iedereen de weg.

“Vandaag is het Kosovo, maar morgen Baskenland, Vlaanderen, Zuid-Tirol of Ossetie”. Een knappe jongedame gaf een speech in het Servisch, en vertaalde fragmenten naar het Engels. Een bloemenbak fungeerde als podium, en haar mantelpak stak voor de camera’s goed af tegen de wapperende Servische driekleur.

Plots staat er een Belg op de bloembak. Hij geeft een bulderende speech en maakt indruk op de menigte, zelfs al verstaat meer dan de helft hem niet.

Servie - Kosovo

“Ik kom uit een land met 175 jaar traditie in het samenleven van verschillende culturen, talen en gemeenschappen, met respect voor hun tradities en de soevreniteit van de Belgische staat. Honderd jaar geleden woonden er twee proent Albanezen in Kosovo. Honderd jaar geleden woonden er geen Franstaligen in de Brusselse rand. Maar nu is Kosovo van de Albanezen. Mag ik morgen verwachten dat de Vlamingen Brussel en de Vlaamse rand opgeven?”

Het publiek juigt bij zijn laatste woorden, die hij speciaal naar het Servisch heeft vertaald. “Ik ben Alain Schellekens. Ik ben Vlaming, Belg, Europeaan en vanaf vandaag Servier”.

“Ik hou van Belgie en haar structuur”, zegt hij. Hij is vooral bezorgd om het precedent dat met het statuut van Kosovo wordt geschapen. “Het was misschien wel nodig, maar het was veel te vroeg”, legt hij uit. “Ik hoop dat het niet leidt tot enig conflict”.

Ergens in de menigte staat een ander groepje Belgische mannen. Ze dragen kisten, bomberjacks en kijken nerveus. Ze vinden de Slaven ‘een broedervolk’ en willen dat de ‘Joodse samenzwering’ in Europa een halt wordt toegeroepen. “De lijn Washington, Brussel, Tel-Aviv moet worden vervangen door Parijs, Berlijn, Moskou”, zegt hun leider mij uit. Terwijl ik met hem praat komen anderen regelmatig polshoogte nemen.

Een oude vrouw schiet mij aan. “Ik moet u aan iemand voorstellen”, zegt ze in gebroken Frans. “Dit is mijn kleindochter”, roept ze, en wijst naar een verlegen meisje van 18.

“Je zou toch niet willen dat ze met zo’n kerel thuiskomt?”, vraagt ze me.
“Wat voor kerel?”, vraag ik
“Nou zo’n Albanees. Er zijn gewoon te grote verschillen. Wij drinken bijvoorbeeld koffie in Servie”.
“En in Kosovo niet?”, vraag ik
“Ik ga het niet zeggen, anders denkt u dat ik een rascist ben”. Daarna houdt ze resoluut haar mond. Wanneer ik wegloop fluistert ze nog. “Ik zeg niets meer, maar u moet maar eens goed naar mijn kleindochter kijken”.

Plots ontstaat er tumult. Een kleine groep mannen wil een Amerikaanse vlag in brand steken. Het gebeurt niet. “Wij zijn fatsoenlijke mensen”, roept iemand.

Kinderen rennen in de rondte met vlaggen en borden. Een paar oude vrouwen dragen een icoon. Potige mannen drinken blikken bier. Het heeft iets van een familiefeest. Er is niets te vieren, maar toch is iedereen weer even bij elkaar.

Moldavie – zomer 2007

Friday, February 22nd, 2008

04.jpg

Alfred schrijft: “Hunter S. Thompson had een typmachine en een sigarettenmondstuk, maar Olaf B. Koens heeft een laptop en een lepel!”

Het charme-offencief van Vnukovo

Thursday, February 21st, 2008

Ongelooflijk – maar waar. Op het Moskouse Vnukovo vliegveld glimlacht het personeel naar je. Het knappe meisje van de ‘zagranitsjni kontrol’ bekeek mijn paspoort en vroeg: “Heeft u een leuke tijd gehad in Rusland, het afgelopen jaar?”. Ik vertelde van het een en ander, en ze leek oprecht geintereseerd. Terwijl ze me aankeek en zachtjes op haar onderlip beet zette ze een rode stempel door mijn visum. “Dat was het dan”, zei ze. “Ik hoop dat u snel weer terugkomt”.

Gesprekken met Anatoly Vitalievitsj (2)

Wednesday, February 20th, 2008

Woensdagmiddag in Moskou. De telefoon gaat. Zoals iedere Rus neem ik op met een simpel ‘Allo?’

“Allo?”
“Olaf, hoor je mij duidelijk?”
“Ik hoor u duidelijk Anatoly Vitalievitsj, geen probleem”
“Is jouw nummer 699 7564?”
“Dat klopt”
“Weet je mijn nummer?”
“Eh… Jawel”
“Ik hang op en dan bel jij mij. Volgens mij werkt mijn telefoon niet”.

Dus ik bel.

“Allo?”
“Allo?’
“Allo?”
“Dimitri, ben jij het?”
“Nee, dit is Olaf weer. Ik moest u nog eens bellen”.
“Olaf, volgens mij werkt mijn telefoon niet”
“Toch hoor ik u prima, volgens mij werkt alles perfect”
“Dat zeg jij. Ik bel een technicus”
“Dat lijkt me niet nodig, u hoort mij …”

Einde gesprek.

werkomstandigheden

Monday, February 11th, 2008

In mijn archieven kom ik een e-mail tegen naar Bright-hoofdredacteur Erwin van der Zande:

Erwin,

Ik zit op dit moment in Syrie. Behalve een Arabische versie van Windows en toetsenborden waar je de sigarettenpeuken uit moet peuteren zitten we hier met 7 man op een 55k modem. Vergeef me derhalve de spelfouten en de wat summiere grafische bijlagen.

Gesprekken met Anatoly Vitalievitsj (1)

Saturday, February 9th, 2008

“Hallo?”
“Dimitri, ben jij het?”
“Nee, dit is Olaf”.
“Sorry dat ik je stoor. Hoe staat het leven jongmens?”
“Geen punt. Gaat aardig Anatoly Vitalievitsj, ik mag niet klagen.
Hoe gaat het met u?
“Alles is naar de tering”

Op de achtergrond valt een fles
“Hoer!”, roept Anatoly Vitalietvitsj. Ook de hoorn valt

“Sorry, alles is hier naar de tering. Snap jij waarom het regent, jongmens?”
“Nee”
“Ik bedoel, het is Februari, en er is geen sneeuw. Dat weet jij niet, maar in Februari hoort hier een dik pak sneeuw te liggen. Mijn buurman zei vandaag nog ‘Vitalievitsj, binnenkort kweek je bananen op de datsja!”.
“Ik hoop het, misschien geeft …”
“Versta je me eigenlijk wel in het Russisch?”
“Ik versta u prima, Anatoly Vitalievitsj”.
“Mooi. Dan weet je zeker ook al dat de Russische taal de mooiste van alle talen is. Hoer!”. Weer valt er een fles, en duurt het langer voor Vitalievitsj terugkeert aan de lijn.

“Hallo?”
“Ja. Ik ben er nog, alles is naar de tering”.

Een tijdje is het stil.

“Rusland is een grootst land. Groots. Dat weet je toch Hollander?”
“Ik denk dat het tijd is om maar …”
“Ach ja jongen, toe maar. Maar Rusland is groots land, als je dat maar weet!”
“Ik weet het”.
“Mag God je gezondheid geven jongmens”.
“U ook Anatoly Vitalievitsj. U ook”