Gesprekken met Anatoly Vitalievitsj (1)
“œHallo?”
“œDimitri, ben jij het?”
“œNee, dit is Olaf”.
“œSorry dat ik je stoor. Hoe staat het leven jongmens?”
“œGeen punt. Gaat aardig Anatoly Vitalievitsj, ik mag niet klagen.
Hoe gaat het met u?
“œAlles is naar de tering”
Op de achtergrond valt een fles
“œHoer!”, roept Anatoly Vitalietvitsj. Ook de hoorn valt
“œSorry, alles is hier naar de tering. Snap jij waarom het regent, jongmens?”
“œNee”
“œIk bedoel, het is Februari, en er is geen sneeuw. Dat weet jij niet, maar in Februari hoort hier een dik pak sneeuw te liggen. Mijn buurman zei vandaag nog “˜Vitalievitsj, binnenkort kweek je bananen op de datsja!”.
“œIk hoop het, misschien geeft “¦”
“œVersta je me eigenlijk wel in het Russisch?”
“œIk versta u prima, Anatoly Vitalievitsj”.
“œMooi. Dan weet je zeker ook al dat de Russische taal de mooiste van alle talen is. Hoer!”. Weer valt er een fles, en duurt het langer voor Vitalievitsj terugkeert aan de lijn.
“œHallo?”
“œJa. Ik ben er nog, alles is naar de tering”.
Een tijdje is het stil.
“œRusland is een grootst land. Groots. Dat weet je toch Hollander?”
“œIk denk dat het tijd is om maar “¦”
“œAch ja jongen, toe maar. Maar Rusland is groots land, als je dat maar weet!”
“œIk weet het”.
“œMag God je gezondheid geven jongmens”.
“œU ook Anatoly Vitalievitsj. U ook”

