Archive for August, 2008

Waking up in Hackney

Sunday, August 31st, 2008

Hackney

Traveling is all about the happy pursuit of vague memories of frantic random emotions. One of my absolute favorites: waking up in a city and not having a clue where the hell you are.

Eyes blink. I have a head-ace somewhere in the back of my mind, but curiosity takes over. Where are we? This bed is enormous, it’s sheets are red. Why? I appear to be naked, but the bed is empty. Ash-trays and half-empty bottles of a vague brand of Jamaican lager are shattered across the room.

I find my clothes, a set of keys and my wallet. My shoes are gone but I find a pair of slippers. I stroll trough a kitchen I haven’t seen before or don’t recall. The keys match the front door. I walk a couple of steps out of the door only to get hit by a huge red bus.

So this is London. But how did we get here?

Noorwegen

Monday, August 18th, 2008

Oud & Jong

Typisch zo’n land waar je in principe wel naartoe wilt, ware het niet dat het er maar nooit van komt. Dan heb je eindelijk je zure centen opgespaard en kun je kiezen: of in drie dagen uitgeven in Noorwegen, of in drie weken in Syrie. Da’s duidelijk. Gelukkig zijn er van die toevalligheden. Bijvoorbeeld dat je goedkoop kunt vliegen met een tussenstop. Acht uur in Oslo. Toch de moeite waard.

Geen onafhankelijke journalistiek in het land van intellectuele overproductie

Monday, August 18th, 2008

Riga (#)

De cijfers liegen er niet om. In Letland worden 268 verschillende periodieken gedrukt. Elf landelijke dagelijkse kranten, 26 wekelijkse magazines, 24 wekelijkse kranten, 23 kwartaalbladen, tien maandelijkse kranten, 89 maandelijkse magazines, 59 regionale kranten en nog een aantal ongedefinieerde periodieke publicaties.

Nu komt het indrukwekkende: er wonen iets meer dan 2 miljoen mensen in Letland. Daarvan is slechts een krappe meerderheid van 60 procent ethnisch Lets. Er wonen nog eens 28 procent Russen, en een grootse Wit-Russische en Poolse minderheid. De gezamelijke doelgroep van al die publicaties bedraagt nog geen 700.000 man. 268 publicaties op een markt van 700.000, een indrukwekkend cijfer.

Dat denkt Evalds Gausis ook. Hij werkt bij een grote financiële dienstverlener en onderzoekt de mediamarkt. Een echte verklaring heeft hij niet. “Letland heeft het hoogste aantal studenten in universitair onderwijs in de EU. Dat zal er wel iets mee te maken hebben”, denkt Evalds. “Je bent jong, creatief en je wilt iets doen. Dan kun je maar beter een eigen magazine uitgeven.”

Clans
Ik heb een afspraak, maar mis net de trolleybus. Ik stop een taxi, en we rijden over de ‘Brivibas-straat’, een van de hoofdaders van de stad. “Dat is nu de vrijheidsstraat”, zegt de taxichauffeur. “Vroeger was het de Leninstraat, toen werd het de Stalinstraat, toen de Hitlerstraat, daarna weer de Leninstraat en nu heet het de vrijheidsstraat”. Hij lacht cynisch. “Binnenkort zal het wel de George Bush-straat worden.”

Ik spreek af met Sergejs Kruks, een van de weinige onafhankelijke journalisten in Letland. Zijn naam verraadt zijn Russische achtergrond. Behalve Russisch spreekt en schrijft hij vloeiend Lets, Engels en nog een aantal andere talen. Hij heeft twee bladen meegenomen. De Russische editie van ‘Newsweek’ en de ‘Vlast’ (macht) bijlage van de gerespecteerde Russische krant Kommersant. “Ik leg mijn studenten altijd uit dat wanneer je een idee wilt hebben wat er in ‘rookgordijn Rusland’ aan de hand is, dan lees je zorgvuldig deze publicaties. Wil je weten wat er in het – veel kleinere en minder ingewikkelde – Letland aan de hand is? Wat lees je dan? Ik moet je het antwoord schuldig blijven.”

En hij windt er geen doekjes om. “Er bestaat geen onafhankelijke journalistiek in Letland. De situatie hier lijkt meer op de Italiaanse. Verschillende clans hebben controle over de media. Je kunt het conflict het best beschrijven over een breuklijn die loopt tussen de ‘lokale oligarchen’ en de ‘westerse liberalen’, hoewel je beide begrippen met een flinke korrel zout moet nemen.”

Persoonlijke voorbeelden heeft hij genoeg. “Ik werkte een tijd als televisiecriticus bij Diena, de grootste krant van Letland. Ik stak mijn politieke mening niet onder stoelen of banken, soms kom je daar nu eenmaal niet onderuit. Ook in mijn academisch onderzoek schreef ik soms kritisch over Diena. En zo was ik mijn baan als televisierecensent al weer kwijt.”

“Ze zijn een tijdje zelfs gestopt me te bellen voor quotes”, zegt hij. “Tot de hoofdredacteur onlangs veranderde. Nog geen twee weken later wou men weer van me horen. Journalistiek, het is hier pure politieke business.”

Sorosisten en anti-Sorosisten
Sergejs heeft een aantal onderzoeken gedaan die de breuklijn in de pers goed weergeven. “Eigenlijk is het een campagne tussen Sorosisten en anti-Sorosisten”, legt hij uit. “Dat begon in december 2005 toen de krant Neatkariga een sterke toon aansloeg tegen George Soros, een campagne die vrijwel naadloos paste bij de Russische anti-Soros campagne sinds oktober 2005.” De geldstromen van George Soros naar het maatschappelijke middenveld worden gezien als negatieve westerse waarden, of zelfs als Amerikaanse invloed. De toenmalige Russische president Poetin hield George Soros persoonlijk verantwoordelijk voor de anti-Russische revoluties in Georgië en Oekraïne.

“Sindsdien ben je voor of tegen Soros”, legt Kruks uit. “Diena is pro-, Neatkariga is contra. Je ziet het overal terugkomen. De Sorosisten of liberalen zijn voor een Gay Pride in de stad, de anti-Sorosisten of lokale oligarchen die de meer traditionele waarden in pacht houden, die zijn dus tegen.”

“Een echt debat is er niet. Het geruzie begint een paar dagen voor de pride, en is daarna weer snel afgelopen. In het hele debat heb ik drie redelijke argumenten gezien aan beide kanten. De rest is nonsens. Journalisten gaan niet pro-actief op zoek naar andere argumenten of verhaallijnen. Ze volgen de lijn van de redactie.”

Pedofielenpartij
Volgens Sergejs was een van de weinige zinvolle bijdragen aan dit debat afkomstig van de Nederlandse ambassadeur. “Die moest wel reageren, omdat de anti-Sorosisten de liberale waarden ‘Nederlands’ vonden, en het een en ander in verband brachten met de pedofielenpartij.”

Ook de verhoudingen tussen de Russischtalige en de Letse pers zijn fragiel. “Diena is Lets, maar wilde in de loop naar de toetreding tot de Europese Unie haar anti-Russische toon matigen. Daarom huurde men etnische Russische journalisten in. Zo stond er bijvoorbeeld een keer op 1 september – de eerste schooldag – een grote foto van een jongetje, laten we hem Vanja Ivanov noemen (een typische Russische voor- en achternaam) en zijn trotse ouders. Ze stuurde hem naar een Letse school omdat ze dachten dat daar meer toekomst in zat.”

Ook de journalistenbond in Letland is het slachtoffer geworden van een politieke strijd. Dat is ‘niet heel erg’, aldus Sergejs. “Journalisten hier hebben geen bond nodig. Ze zijn slechts in dienst van hun werkgever, er bestaat geen professionele attitude. Onderzoek wijst ook uit dat een ruime meerderheid van de journalisten er geen probleem in ziet te schrijven wat hun werkgever hen opdraagt. Wie zich verzet tegen de hoofdredactie is de volgende dag ontslagen.”

“Nog een groot probleem”, aldus Sergejs, “Er is geen visie onder uitgevers. Er is geen professionele strategie voor media-business. Rijke zakenlieden kopen kranten of uitgeverijen als visitekaartje, zonder een flauw idee te hebben wat ze er mee moeten doen. Er zit geen visie achter.”

Corruptieschandaal
Toch bestaat er een levendige pers. De kiosken puilen uit van de verschillende publicaties en de Letten lezen er stevig op los. Kruks noemt het een ‘intellectuele overproductie’. “Nog nooit studeerden er zoveel mensen af aan de universiteiten. Die moeten allemaal iets doen.”

“Volgens veel van mijn Westerse collega’s is een vrije pers de eerste voorwaarde voor een goed functionerende samenleving. Dat is alleen het geval in ‘zelf-evidente’ samenlevingen, waar een corruptieschandaal bijvoorbeeld ook tot een aanklacht leidt. Hier is dat niet zo.”

Bedenkingen bij een oorlog

Tuesday, August 12th, 2008

Verrassing! Terwijl de hele wereld gespannen keek naar Olympisch vuurwerk ontplofte er in de Caucasus een heel ander buskruit. Het kan verkeren. Ook voor uw correspondent. Hij had de vliegtickets naar Georgie al klaarliggen, maar is nu bezig met een opdracht bij de buren. Het kogelvrij-vest hangt voorlopig nog in de kast. Een paar bedenkingen die ik u niet wil onthouden:

* Men heeft het vaak over de ‘Russen’ in Abkhazie en Zuid-Ossetie. Een ‘Rus’ is een ingewikkeld begrip dat over het algemeen niet zozeer etnisch te definieren valt. De meeste Abkhazen en Zuid-Ossetiers hebben inderdaad een Russisch paspoort. En waarschijnlijk nog een stapeltje andere identiteitsdocumenten. Rusland strooide de afgelopen vijftien jaar paspoorten als snoepgoed over verschillende delen van de wereld.

* Rusland zoekt al jaren een ‘regime-change’ in Georgie. Verwacht aanhoudende bombardementen. De Russen gaan uit van een strategie waarbij de Georgische bevolking de bombardementen zo zat is dat men rebeleert tegen Saakashvili.

* Een probleem dat nog heel groot gaat worden: honderden ‘freelancers’ die en masse de grens oversteken om de Georgiers door het hoofd te schieten. Van Noord-Ossetiers tot geflipte Moskovieten.

* Er ligt een lijntje olie. De BTC-pijplijn is een van de steunpeilers van de ‘diversificatie’ van de energietoevoer naar Europa. Als die stil komt te liggen zijn we nog afhankelijker van Rusland. Snapt u h’m?

* De grote vraag is natuurlijk: waarom? Veel van mijn Russische vrienden volgen het nieuws op TV en vragen zich terecht af: ‘Verdraaid de Russische media weer eens alles, of is Saakashvili echt zo dom?’

* De meest fascinerende theorie die ik tot nu toe hoorde is de volgende: Georgie zoekt met voorbedachte rade de slachtofferrol om Rusland weer tot de internationale boeman te transformeren. De beurs heeft het er alvast moeilijk mee.

Op zoek naar Ryszard Kapuściński (I)

Sunday, August 10th, 2008

Tyskie en Kapuściński

Ik ben onderweg naar Polen zonder een duidelijk plan voor ogen. Een luxeprobleem, want interessante media-verhalen uit Polen zijn er genoeg. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop de Poolse pers bericht over de oorlogen in Irak en Afghanistan, of de invloed van het conservatief-katholieke radiostation Maryja.

Maar voor deze reis heb ik ter inspiratie juist een aantal boeken van Ryszard Kapuściński meegenomen, de Poolse journalist-historicus naar wie men vaak refereert als ‘de grootste journalist aller tijden’. Hoe kijkt men naar hem in Polen? En wat is zijn nalatenschap in Warschau?

Kapuściński werd in 1932 geboren in Oost Polen, tegenwoordig Wit-Rusland. Hij werkte jaren als verslaggever in verschillende delen van het land en was nog nooit in het buitenland geweest toen zijn werkgever hem in 1956 naar India stuurde. Later werd hij de enige buitenlandse correspondent van het Poolse nieuwsagentschap PAP en kreeg als verslaggever tot vijftig verschillende landen toegewezen. Biografen citeren graag dat hij later 27 revoluties versloeg, veertig keer gevangen is gezet en tot vier keer is ontsnapt aan de doodstraf. Hij overleed in januari 2007.

Een loopje met de werkelijkheid
Ook kreeg hij kritiek te verwerken. Sommige mensen noemen het journalistieke werk van Kapuściński ‘magisch realisme’. Hij zou hier en daar een loopje met de werkelijkheid genomen hebben. Dat zorgt nog altijd voor een hoop legendes. Zo zou hij van ieder verhaal drie versies geschreven hebben. Een voor de Poolse geheime dienst, een voor de krant en een voor zijn persoonlijke archief. Sterker nog, sommige Polen zijn er van overtuigd dat de magische aspecten in zijn werk eerder een aanklacht zijn tegen het communistische regime. In deel II van dit verhaal ga ik hier verder op in.

In Warschau spreek ik af met Thijs Papôt van de Wereldomroep, die ik tijdens een eerdere opdracht van De Nieuwe Reporter in Minsk eens tegen het lijf liep. Hij vertelt dat Kapuściński vrij onverwacht kwam te overlijden. ‘Ik dacht altijd dat ik hem nog wel eens zou spreken.’

Ik ga op zoek naar zijn huis in Warschau. De meeste huizen in de wijk staan los, al zijn ze ferm omheind. Nergens in de buurt van ‘de grootste journalist aller tijden’ staat een herdenksteentje, wegwijzer of zelfs maar een plakaat. Hoewel, plakaten genoeg, maar dan vooral van beveiligingsbedrijven.

Het is een mooie wijk met veel groen. Toch is mijn wandeltocht niet erg ontspannen. Op de hoek van de straat ligt de Israelische ambassade. Een jonge Poolse soldaat tikt nerveus tegen de haan van het enorme geweer dat hij meedraagt. Wanneer ik voor de derde keer passeer en naar een preciese straat vraag lopen breedgeschouderde mannen met zonnebrillen zenuwachtig heen en weer.

Aan de andere kant van de straat is een klein winkeltje met snuisterijen uit het Midden-Oosten. Van Kapuściński heeft de verkoper nog nooit gehoord. Sterker nog: Polen houden volgens hem niet zo van reizen. Misschien een reden waarom een dergelijke winkel in een buitenwijk van Warschau goede zaken doet.

In een supermarkt tegen over de snuisterijenzaak werkt een jongen die precies weet wie Kapuściński was. ‘Hij deed hier geen boodschappen’, zegt hij. ‘Helaas’, voegt ‘ie er nog aan toe. Wat hij precies van Kapuściński had gelezen en hoe hij over hem dacht kom ik niet te weten, want hij wil juist alles van mij weten. Kennen wij in Nederland Kapuściński en kom ik speciaal naar Polen om daar over te schrijven? Een fenomeen dat keer op keer terugkeert in Warschau. Iedereen, ongeacht leeftijd of beroep, wil het fijne weten van mijn beweegredenen.

Volgens Thijs Papôt zegt dat meer over hoe Polen naar buitenlanders kijken. ‘Polen zijn altijd verbaasd dat je hun taal spreekt, alsof je een geheime code ontcijferd hebt. Maar maak je geen illusies over hoe groot hij in Polen is. Ik verwacht de komende jaren een wildgroei aan Kapuscinskistraten-, -pleien en –plantsoenen.’

In deel II de vertalers, biograaf en enkele kenners over het vermeende ‘magisch realisme’ in het werk van Ryszard Kapuściński.

Gorki – De Vlaamse ziel

Saturday, August 2nd, 2008

Uitleggen waar ‘Gorki’ voor staat is geen gemakkelijke opgave voor een geboren Hollander, zelfs al voelt die zich een Brusselaar. Tot wanhoop gedreven bel ik vrienden voor relaas. ‘Gorki, dat is mijn jeugd op muziek’, zegt K. die voor zijn brood bij De Morgen werkt. Barman L. in het Brusselse weet het beter: ‘Dat zul je nooit begrijpen als je hier niet geboren bent.’ Mijn goede vriend R. zegt: ‘Wat Brel is voor Belgie is Luc de Vos van Gorki voor Vlaanderen.

Straffe woorden. Als amateur-slavist kan ik zeggen dat ‘Gorki’ het pseudoniem was van de Russische schrijver Alexsej Pesjkov. Hij sloeg een realistische toon aan in zijn werk en liet de arme en verbitterde onderklasse uit het pre-revolutionaire Sint-Petersburg aan het woord. Maxim Gorki – in de vertaling Maxim de Bittere – vocht zijn weg door het socialistisch realisme en werd met zijn ruwe schetsen van de werkelijkheid al gauw de protege van Stalin. Een schrijver die het volk begreep, en andersom.

Treffend. De muziek van Gorki is los van warrige beeldspraak, poogt niet te verheffen en zegt waar het op staat. Toch is het daarom niet minder poetisch. Een vergelijking met Neil Young is op z’n plaats.

In 1990 was het weer HUMO’s rock-rally die de band naar voren bracht. Pas een jaar eeder hadden Luc de Vos, Wout de Schutter en Geert Bonne in Gent een studio weten te huren. Hun eerste nummer was een cover van The Scene. Het is vooral zanger The Lau aan wie de Vos nog altijd schatplichtig is. Zoals wel vaker was het niet de winnaar van de rock-rally die er met de eeuwige roem vandaan ging. Gorky werd derde maar sleepte wel een platencontract bij Virgin in de wacht. Er kwamen gouden tijden.

De hit ‘Anja’ volgde en al snel kwam ‘Lieve kleine pirahna’, een lied dat tot op de dag van vandaag harten roert. Zelfs enkele van mijn Franstalige vrienden zingen het nummer uit volle borst mee. Gorki maakt een ‘Tour de Flandre’ en uit Nederland komt zanger Rick de Leeuw de band af en toe versterken. De poprecencenten in de Lage Landen schrijven over een ‘poetische revolte’, De Vos gaat aan de slag als columnist bij De Standaard.

Er volgen enkele probleemjaren. De muzikanten verlaten de band, het platenlabel zegt de wacht aan. In 1998 volgt het album ‘Ik ben aanwezig’, waar de band dankzij producer Attie Bauw een heel ander geluid krijgt. Tom Barman levert een bijdrage en luidt daarmee een tijdperk in waarin gasten de muziek van Gorki dragen. David Deaele van Soulwex, de drummer van Hooverphonic en enkele bandleden van D.A.A.U. doen hun bijdrage aan komende albums. Pas na de eeuwwisseling heeft Gorki haar stijl weer gevonden. Luc de Vos maakt zijn debuut als schrijver en zijn literair werk wordt zo goed ontvangen als zijn muziek. Rauwe teksten die afrekenen met zijn jeugd en een bekrompen wereldbeeld.

In 2006 dook de band de befaamde Abbey-Road studio’s te London in om ‘Homo Erectus’ op te nemen. De Vos heeft zijn handen vol aan televisieoptredens en theatershows en jaagt nog altijd zijn geschreven carriere achterna, maar amper een jaar later rolt het 9e album ‘Voor Rijpere Jeugd’ van de pers. De oude hit Mia breekt alle records. Wat ‘Bohemian Rhapsody’ voor de wereld is, is ‘Mia’ voor Vlaanderen. Nog altijd is Gorki een authentieke rockband met intelligente teksten. In Nederland zal men dat wel nooit begrijpen. Gelukkig maar. Sterren komen, sterren gaan. Alleen Gorki blijft bestaan.

Al-Jazeera

Saturday, August 2nd, 2008

I had a one-minute appearance in ‘The Listening Post’ of Al-Jazeera. Although not cut and edited in the way I would love it to be, still quite an honor to appear in one of the best investigative television programmes out there.