Ooggetuigen ter plaatse, journalisten in Parijs

Een groep 16-jarigen uit de Achterhoek stapt bij Gare d’Austerlitz in de RER naar Versailles. Ze kijken hun ogen uit, vragen zich af waarom er een vrijheidsbeeld langs de Seine staat en brullen luidkeels ‘lekker wijf!’ naar alle françaises die in- of uitstappen. Ze zijn verbaasd over de enorme bouwdrift bij Issy Val de Seine. ‘Wat doen al die mensen daar?’

Al die mensen maken televisie. Tussen de enorme gebouwen van de grotere Franse banken, computerbedrijven en investeringsfondsen, staat het hoofdkwartier van France24 (spreek uit: France vingt-quatre). De rokers op straat spreken Frans, Engels en Arabisch door elkaar heen. Zelfs wie door een zij-ingang naar binnen stapt ontsnapt niet aan drietalige televisieschermen. Her en der staan internetzuilen die non-stop het nieuws brengen. Alles in het Frans, Engels en Arabisch, vaak met originele berichtgeving, of anders met ongeveer vijf seconden vertraging in de nasynchronisatie.

Uit de koker van dit enorme mediabedrijf komt ‘The Observers‘, een van de meest ambitieuze web-projecten die ik het afgelopen jaar voorbij heb zien komen. Achter de knoppen zit Julien Pain. We spreken af in een restaurant waar men aan de lopende band crêpes en cider serveert.

Meer bloggers, minder journalisten
Pain was eerder het hoofd van de afdeling internet van ‘Reporters Without Borders’ (RSF), waar hij zich vooral bezighield met bloggers in dictatoriale regimes en internet-vrijheid. Na vijf jaar was hij toe aan iets anders. ‘Ik wou iets gaan doen met ooggetuigen en bloggers. Ik heb lang gezocht naar een manier om dat aan de man te krijgen en uiteindelijk ging France24 akkoord.’ De website ‘The Observers’ is zijn geesteskind. ‘Ik ben hier begonnen in september 2007, in december zijn we van start gegaan.

‘Ik wou een nieuwssite opzetten die meer op bloggers dan op journalisten zou draaien. Gewone burgers die iets te vertellen hebben. Eigenlijk een logische stap na mijn vertrek bij RSF. Ik heb uit die tijd vooral mijn contacten meegenomen.’

Er zijn drie mensen fulltime in dienst bij The Observers, daarnaast werkt de website met een bescheiden hoeveelheid freelancers. Ze hebben ‘regional editors’, mensen die ‘observers’ recruteren en teksten redigeren. De site heeft ongeveer vierhonderd observers ingeschreven, waarvan velen slechts een enkele bijdrage hebben geschreven. ‘Iedereen kan een observer zijn’, legt Julien uit. ‘De man op de straat, de persoon die het overkomt of juist diegene die het filmt.’

‘Het idee achter de site is dat we zoveel mogelijk de experts en de professoren vermijden. Liever dan een media-figuur die in alle kranten staat heb ik iemand die het van dichtbij meemaakt. Neem bijvoorbeeld die Wilders-film. Genoeg experts in Nederland die iets kunnen zeggen over de moslimgemeenschap, maar liever heb ik iemand die daar deel van uit maakt.’

Het verschil met andere grote, internationale blogs is dat men bij The Observers niet zomaar iets online zet. ‘Journalisten op de redactie ‘fact-checken’ alles wat onze bloggers schrijven. Wanneer we iets niet zeker weten geven we dat helder aan. Je moet namelijk niet denken dat het publiek dom is’, legt Pain uit. ‘Het is een paradox. Hoewel we dus met bloggers werken – die we niet betalen – kost het juist meer tijd om content te produceren. We maken dus ook slechts twee verhalen per dag.’

Toegevoegde waarde
Is France24 specifiek Frans? Willen het station iets aankaarten? Julien denkt van niet. ‘Er zit geen agenda achter. We werken gewoon als journalisten en proberen een verhaal te vertellen. We korten zelfs niet in. Wanneer iemand twee paragrafen aan informatie instuurt, dan verwerken we dat op die manier.’

‘We proberen zoveel mogelijk de bloggers te betrekken bij de discussie. Niet lang geleden hadden we een video van een 11-jarig meisje uit de V.S. die in luttele seconden een automatisch geweer demonteert. Vooral onze Afrikaanse lezers schrokken daar van. De maker van het filmpje nam echter de tijd om uit te leggen dat zijn dochter van jongs af aan met wapens om heeft leren gaan. Dat heeft toegevoegde waarde. Soms springen we zelf in de discussie. Het loopt steeds beter.’

Het project is tweetalig (Frans en Engels) en heeft inmiddels 150.000 unieke bezoekers per maand. ‘Dat gaan er meer worden’, denkt Julien. ‘De meeste Franstalige bezoekers komen natuurlijk uit Frankrijk, maar ook Afrika en de gedeeltelijk Franstalige Maghreb-landen hebben een flink aandeel.’ Merkwaardig genoeg komt het verkeer voor de Engelse site niet overwegend uit de V.S. Julien: ‘Vooral Rusland en de Europese Unie hebben hier het grootste aandeel.’ Ook gebruiken de Engelstaligen de site anders. ‘Die komen hier per onderwerp, terwijl het voor de Franstaligen meer een dagelijkse nieuwsbron is.’ Op dit moment is de verdeling tussen Franstalige en Engelstalige bezoekers ongeveer gelijk. ‘In de toekomst moet dat natuurlijk veel meer in het Engels zijn.’

Een publieke instelling
Op mijn vraag naar het budget van het project kijkt Julien wat glazig uit zijn ogen. ‘Ik weet het eerlijk gezegd niet eens. Zolang ik goede content maak is iedereen tevreden.’ Hij lacht. ‘Ik weet dat het een luxe is. Ik hoef niet op cijfers te kijken. We zijn dan ook een publieke instelling.’

Er is een directe link tussen de website en het televisiekanaal. ‘Het materiaal dat wij produceren gaat natuurlijk naar de ‘newsroom’, of ik moet zelf naar de studio rennen om het verhaal te vertellen. Het versterkt elkaar. We proberen de kijkers van de televisiekanalen online te krijgen en andersom. Er zit een soort cyclus in.

Denkt hij dat een dergelijke site, die vooral draait op ‘User Generated Content (UGC)’, zou kunnen bestaan zonder de televisiezender? Pain refereert nogmaals aan zijn luxe positie. ‘Ik heb geen prioriteiten in termen van bezoekers. Wanneer je zelfstandig zou werken zou je veel meer aandacht moeten besteden aan Britney Spears. Hoewel we wel een paar advertenties hebben hoeven we er geen geld aan te verdienen.’

In de nabije toekomst ligt onder andere een televisie-item op de plank. Ik kreeg de ‘pilot’ van ‘The Observers’ te zien. Een item van drie minuten waarin vooral filmpjes gebruikt worden die wel nieuwswaarde hebben, maar niet in het journaal terecht komen.

Kritiek
Niet iedereen is onverdeeld gelukkig met de manier waarop het project te werk gaat. Kevin German is een fotograaf die tijdens de Olympische Spelen een blog bijhield. In een reactie laat hij weten: ‘Ze belden me met de vraag of ze wat materiaal mochten gebruiken. Ik ben toen akkoord gegaan. Achteraf zijn mijn woorden verdraaid. De volgende keer mogen ze mijn materiaal niet meer gebruiken.’

Ostap Karmodi is een Tsjechische journalist die veelal met Russische media werkt. Van hem staan er zeker elf berichten bij The Observers. ‘Ze hebben me waarschijnlijk gevonden omdat mijn naam hier en daar in de Russische pers opduikt’, laat hij weten. ‘Het is een leuk project, het idee er achter is sterk, maar of het aanslaat, dat moeten we nog maar eens zien.’

Hoe zit het eigenlijk met Sarkozy, die onlangs liet weten dat France24 alleen maar in het Frans zou moeten berichten? Pain: ‘Dat was maar een losse flodder.We hebben er niets meer van gehoord.’

‘Het grootste en beste persbureau van Slovenië’

Het medialandschap in Slovenië is op het eerste oog gezond en vooral rustig. Er is een ruime keus uit publieke en commerciële televisiestations, er circuleren ontzettend veel kranten en zowaar nog meer radiostations. De journalistenbond is mondig en opstandig. Internetgebruik ligt er boven het Europees gemiddelde. Alleen valt het op dat er slechts één persbureau te vinden is in Slovenië. Bovendien is het ook nog eens volledig in handen van de overheid.

‘Er was hier eens een Chinese correspondent die me vroeg hoe het toch kan dat ons persbureau het ‘grootste en het beste persbureau van Slovenië’ is’, lacht Uroš Urbanija, de adjunct-hoofdredacteur. ‘Dat is natuurlijk een absurde vraag. We zijn er gewoon.’

Ik spreek in een café met Borut Meško, hoofdredacteur en Uroš Urbanija, adjunct-hoofd van ‘Slovenska tiskovna agencija’ (STA), het Sloveens Nationaal Persbureau. Ze hebben 94 mensen in dienst, waarvan ongeveer 60 fulltime. Er zitten twee vaste correspondenten in Brussel, eentje in New York en ‘een aantal mensen in de buurlanden Italië, Oostenrijk en Kroatië’.

‘Vroeger zaten er in Ljubljana slechts een paar correspondenten van het communistische persbureau ‘Tanjug’. Sinds de eerste vrije verkiezingen in 1990 bestaat STA’, legt Meško uit. ‘De markt is te klein voor een commercieel persbureau. Hoewel ruim eenderde van ons budget uit onze commerciële activiteiten komt.’

Bescheiden is hij niet. ‘Geen enkel medium in Slovenië overleeft zonder het STA. We schrijven driehonderd nieuwsberichten per dag. Geen commentaar, geen analyse, louter feiten en informatie.’ Ook heeft STA een Engelstalige dienst. ‘Die is belangrijk. We hebben vertalers die Sloveens nieuws naar het Engels omzetten en andersom. Vooral ambassades en internationale instellingen nemen dat af.’

In de eerste helft van 2008 was Slovenië voorzitter van de Europese Unie. Meško: ‘Voor de berichtgeving hebben we zeven extra mensen ingehuurd en een tweede man aangenomen in Brussel. Bovendien kregen alle buitenlandse journalisten een gratis login voor onze site.’ Voor grote evenementen stuurt het bedrijf eigen verslaggevers op pad. ‘Voor de Olympische Spelen in Beijing hebben we een contract met Xinhua, het Chinese persbureau, en hadden we twee verslaggevers en een fotograaf ter plaatse.’

Uroš Urbanija verdedigt met verve het overheidskarakter van het persbureau. ‘De journalistieke kant van bureau is strikt gescheiden van de zakelijke. Bovendien maken wij nu bijna driehonderd nieuwsberichten per dag. Waren we een commercieël bedrijf geweest waren dat maximaal 150 berichten per dag geweest. Daarmee druk je een hoop nieuws de vergetelheid in.’

Het hele spectrum verslaan
Borut en Uroš geven me een inzichtje in de mediamarkt zoals zij die zien. ‘Italiaanse praktijken’, legt Uroš uit. En hij kan het weten. Tot vorig jaar gaf hij les aan een univeristeit in Rome. Er zijn verschillende clans die een groot gedeelte van de media in hun greep houden. Lokale oligarchen met belangen. ‘Juist vanwege een dergelijk medialandschap moeten wij objectief nieuws brengen en alles checken’, legt Uroš uit.

Objectief nieuws, dat is volgens STA simpelweg ‘het hele spectrum verslaan’. ‘We laten alle kanten aan het woord en publiceren alles. Het probleem is echter dat verschillende nieuwsmedia met je bericht aan de haal gaan. Wij laten ook de oppositie aan het woord, maar een krant die sympathieker is ten opzichte van de overheid haalt die quote er juist uit.’

Soms zijn locale publicaties bepaald niet gelukkig met onthullingen van STA. ‘Dan worden we geblokkeerd, dat zien we wel vaker’, licht Uroš Urbanija toe. Maar hoe zit het dan met schandalen binnen de overheid? ‘Hoe groter de rel, hoe beter. Maar we checken alles van te voren.’

Nieuws is altijd een kwestie van invalshoek
Marko Milosavljevi? is een onafhankelijke onderzoeker aan de Faculteit voor Sociale Wetenschappen in Ljubljana. ‘Je kunt natuurlijk zeggen wat je wilt, maar wanneer iets je eigendom is heb je er ook invloed op. STA is gewoon een departement van het Ministerie voor Communicatie.’ Hij legt uit dat het persbureau in de beginjaren verschillende eigenaren had, die de overheid langzaam heeft uitgekocht.

‘Recentelijk is er een nieuwe manager bij STA aangetreden, de voormalige woordvoerster van de inmiddels regerende partij. Natuurlijk heeft dat gevolgen. Ze heeft een aantal berichten teruggetrokken of niet gepubliceerd. Of ze berichten ergens wel over, maar veel te laat. Nieuws is altijd een kwestie van invalshoek. Wie spreek je, en wat voor quotes gebruik je?’

Hij noemt een voorbeeld van zijn eigen faculteit. ‘Er was een tijd geleden een hoop commotie vanwege het gerucht dat de premier bepaalde media zou censureren. STA belde een collega voor een quote. Hij liet letterlijk weten: ‘Ik geloof niet dat de premier zelf de media censureert, dat zullen zijn secondanten doen’. De quote die bij STA opdook was letterlijk: ‘Ik geloof niet dat de premier zelf de media censureert. Punt. Dat spreekt natuurlijk boekdelen.’

Keer op keer een vraag stellen
Milosavljevi? trekt het breder en legt uit dat het om een cultureel fenomeen gaat. ‘Het heeft iets met de ‘coming of age’ te maken’, denkt hij. Hier worden de fundamenten van de democratie keer op keer getest. ‘Vergelijk het met Engeland. Wanneer een politicus ook maar een vinger uit zou steken richting de BBC zou er enorm veel commotie op gang komen. Daar zitten de ‘checks en balances’ in de cultuur ingebakken. Hier ontbreekt dat.’

Ook is Marko Milosavljevi? kritisch ten opzichte van de EU-agenda van STA. ‘Het voorzitterschap van de Unie werd gezien als een soort grote nationale taak. Alsof Slovenië plots het centrum van de wereld was. Maar, vergis je niet. De Europese Unie is hier erg geliefd. Dat heeft misschien iets met de oorlog te maken.’

Zijn grootste punt van kritiek heeft te maken met de opzet van het nieuwsagentschap. ‘Het is geen publieke instelling, maar simpelweg een onderdeel van het overheidsapparaat. Het zou publiek domein moeten zijn met een raad die over de benoemingen gaat. Op dit moment worden de bestuurders simpelweg aangewezen door de politiek.’

Teleurstellend
In een reactie laat Uroš Urbanija weten daar wel gevoelig voor te zijn. ‘Dat probleem is niet nieuw. Alleen is het typerend dat mensen die problemen hebben met de huidige directeur juist geen problemen hadden met de vorige. De voormalige directeur was een belangrijk figuur binnen de voormalige Joegoslavische Geheime Dienst.’

‘Voor mij als adjunct zijn er twee dingen belangrijk’, legt Urbanija uit. In de eerste plaats dat ik onafhankelijk kan werken en in de tweede plaats dat alle journalisten betaald krijgen voor hun werk.’

Het verhaal dat de huidige directeur berichten zou hebben ingetrokken klopt, maar is verkeerd weergegeven. ‘Het ging om een klein commentaar dat door een jonge journalist van ons agentschap verkeerd is weergegeven. Er zat een journalistieke fout in en dat bericht hoorde simpelweg niet bij ons thuis.’

‘Dat is wat me teleurstelt aan journalistiek in Slovenië. Iedereen heeft het erover, maar niemand neemt de moeite dat even bij mij te checken’.

We zijn op een feestje en Masja vraagt me:

‘Wil je m’n Tito zien? Ik heb een hele grote. Echt waar!’
Masja vliegt de deur uit en komt een half uurtje later terug. Met een grote poster van Josip Broz Tito.

Voor Tito
(modelvliegtuig ‘Voor Tito!’ gezien in Ljubljana, augustus 2008).