Naar de datsja

Het begint ergens in april. Wanneer de laatste sneeuw in Moskou gesmolten is worden de inwoners onrustig. Je hoort het aan de gesprekken op straat. ‘Kan het al?’ ‘Ben jij er al geweest?’ ‘Zijn de wegen begaanbaar?’ Wanneer het kwik boven de 15 graden stijgt vertrekken de meeste Russen naar de kleine stukjes land buiten de stad. De Rus gaat in de zomer naar zijn datsja.

Russen mogen dan veelal in kleine flatjes wonen in troosteloze buitenwijken, hun hart ligt op het platteland. Bij de eerste zonnestralen vertrekken echtparen, vrienden en vaak complete gezinnen naar de datsja, het buitenhuis. Een bijzondere gewaarwording. In het altijd overbevolkte Moskou kan het zomers soms zo rustig zijn dat de enkele overgebleven inwoners rustig fietsen of rolschaatsen over de vierbaanswegen in de stad.

Datsja’s zijn er in allerlei soorten en maten. Van kleine hutjes tot villa’s waar zelfs premier Poetin van op zou kijken. Russen hebben er hun groentetuintjes. Ze gaan er vissen, jagen, verzamelen paddestoelen en grillen er lapjes vlees. Dit jaar moest ik er ook aan geloven: een weekend op de datsja. Het begon al verkeerd. Voor 1000 roebel (25 euro) vond ik een Oezbeekse taxichauffeur bereid me een uur buiten de stad te rijden. Alleen viel hij continue in slaap. Het bleek dat hij al twee dagen aaneen achter het stuur zat. Ik heb hem bij een parkeerplaats laten slapen.

Eenmaal aangekomen, met een andere taxi, leek het bezoek zeer de moeite waard. Mijn vrienden waren in opperbeste stemming. Een aantal gasten waren op zoek naar frambozen en samen met Igor, de eigenaar van de datsja, plukte ik een vogel die de buren de dag daarvoor geschoten hadden. Diezelfde buren kwamen later op de avond langs met een fles vodka. Daar ging het mis.

Er werd gedronken op de kennismaking, nog een keer op de kennismaking en al snel zat de sfeer er, vooral onder de twee buurmannen, goed in. ,,Ik heb een Nederlandse kennis, die hield het hier op de datsja nog geen dag vol”, zei er een. Ik liet me niet kennen. Ik woon al jaren in Rusland en vodka is per slot van rekening net jenever. Al snel werd het laat. Mijn vrienden hadden genoeg van de luidruchtige buren en wezen hen de deur. Zonder me duidelijk te herinneren waarom moest ik mee.

Op de datsja van Andrej, een van de buren, werden er meer flessen vodka aangerukt en kwamen er zoute hapjes op tafel. Er werd gezongen. Van bekende popnummers tot de hymne van de Sovjet-Unie. Om vuur uur ‘s ochtends had ook de vrouw van Andrej er genoeg van en wist ik met een hoop moeite de datsja van Igor terug te vinden.

Omstreeks een uur of elf werd ik wakker gemaakt. De buren stonden met jachtgeweren voor de deur. Ik vroeg me af wat er verkeerd was gegaan. ,,Hollander! We gaan jagen! Je moet mee!”, riepen ze. Ik zei tegen Igor dat ik me beroerd voelde en niet zo in de stemming was. Hij legde het uit. ,,Niemand voelt zich goed, gewoon een glaasje vodka naar binnen slaan en je bent zo weer de oude”, riepen de mannen. Ik kwam onder geen beding mijn bed uit. Igor maakte veronschuldigende gebaren naar zijn buren. ,,Zie je wel”, zeiden ze. ,,Die buitenlanders kunnen onze vakanties niet aan!”

De kleine keizer heeft de papieren macht

Hij heeft een liberaal imago en is populair onder de bevolking. Vandaag komt Dimitri Medvedev naar Nederland. Maar heeft hij daadwerkelijk de macht in Rusland?

Medvedev and Putin

Bibberend zaten de gemeentebestuurders, de vakbonden, de functionarissen en de administratie van Pikaljovo twee weken geleden rondom een paar tafels. Aan het hoofd zat Vladimir Poetin. ,,Waarom loopt iedereen hier als kakkerlakken rond en worden zaken pas opgelost als ik kom?”, vroeg hij. Met gebogen hoofd moest ook Oleg Deripaska, tot voorkort de rijkste man in Rusland, een convenant tekenen. Buiten stonden de bewoners met bloemen op de Russische premier te wachten, hij had de crisis ‘opgelost’ in het stadje waar al maanden niemand meer werk heeft. Het beeld was duidelijk. In Rusland is Vladimir Poetin aan de macht.

Hoewel president Dimitri Medvedev al ruim een jaar de sleutels van het Kremlin heeft is hij nog altijd met handen en voeten gebonden aan zijn mentor en voorganger Vladimir Poetin. Een onafhankelijk onderzoek peilde een paar maanden geleden dat slechts 12 procent van de bevolking het idee heeft dat president Medvedev bij machte is. Ruim 34 procent denkt dat Poetin de touwtjes in handen heeft. Toch is het politieke tandem populair, volgens hetzelfde onderzoeksbureau is ruim 72 procent van het volk tevreden met hun president, een klein verschil met president Poetin die populariteitscijfers van 78 procent geniet.

De 43-jarige jurist Medvedev moet het liberale imago van Rusland hooghouden. Hij is jong, spreekt redelijk Engels en heeft innovatie, de bestrijding van corruptie en toenemende politieke vrijheid tot de speerpunten van zijn beleid gemaakt. Het politieke wonderkind was in 2000 al verantwoordelijk voor de verkiezingscampagne van Poetin en werd later gepromoveerd tot hoofd van staatsbedrijf Gazprom. Als president gaf hij een van zijn eerste interviews aan de onafhankelijke krant Novaja Gazeta en onderhoudt regelmatig contact met de verschillende oppositiepartijen. Toch is er een jaar na zijn aantreden weinig vooruitgang geboekt. Rusland blijft een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor journalisten, de oppositie heeft amper bewegingsvrijheid en de corruptie viert er hoogtij.

Medvedev laat het op de cruciale momenten afweten. Dat werd enkele maanden na zijn aantreden pijnlijk zichbaar tijdens de korte oorlog die Rusland voerde met Georgie. Terwijl Poetin de troepen in de Kaukasus toesprak en de Franse president Sarkozy beloofde de Georgische president Saakasjvili ‘aan zijn ballen op te hangen’ was Medvedev vrijwel onzichtbaar. Of het nu de conflicten in de Kaukasus, het gasconflict met Oekraine of de aanpak van de economische crisis is, altijd duikt premier Vladimir Poetin op als de grote leider.

Deze week brengt Medvedev op uitnodiging van premier Balkenende een bezoek aan Nederland. Op vrijdag staan de opening van de Amsterdamse vestiging van het Hermitagemuseum op het programa en de volgende dag zullen er bilaterale bespringen plaatsvinden. Vervolgens zal Medvedev met minister Van der Hoeven van Economische Zaken en enkele sleutelfiguren uit het Nederlandse zakenleven een rondvaart maken door de Amsterdamse grachten.

Eind 2007 stond toenmalig president Poetin voor een groot dilemma. Om aan te blijven moest hij de grondwet wijzigen en daarmee zou hij al zijn democratisch krediet bij westerse landen verspelen. Hij sloot een monsterverbond met de Verenigd Rusland-partij waarbij hij Medvedev aanwees als opvolger en zelf de positie van premier op zich nam. Om de Russische grondwet alleen een maximum stelt aan twee aaneenvolgende termijnen kan Vladimir Poetin dus op ieder moment terugkeren als president. Een politieke meesterzet.

Hoewel analysten er vaak op wijzen de rol van Medvedev niet zomaar te margaliseren valt is iedereen het er over eens dat Vladimir Poetin nog altijd de machtigste man in Rusland is. Volgens de meeste experts is er tot op heden weinig conlict tussen beide. Dat kan nog komen. Het is nog maar de vraag of Medvedev in 2012 de macht wil overdagen. Deze week liet Poetin nog dubbelzinnig weten dat ‘het belangrijk is voor het land dat er continuiteit zit in het leiderschap’. Hij doelde daarbij niet op president Medvedev maar op zichzelf.

‘Een schaker laat je met rust’

UPDATE – recensie Matten #6 door Chessvibes

Dan is er een sympathiek artikel van Olaf Koens over het Brusselse schaakcafe Greenwich. Dit is het artikel dat Alexandra Besuijen had willen schrijven, want het gaat ook over rare schakers en hun gewoonten. Maar waar Besuijen schakers ziet als ‘vaststaande persoonlijkheden“ en dus vervalt in cliche’s beschrijft Koens de onvermijdelijke veranderingen die de tijd zelfs in de meest stereotype schakersbohemien achterlaat. En toch, natuurlijk, overwint de liefde voor het schaakspel. Koens’ artikel, ook met liefde geschreven, is een mooi en oprecht eerbetoon aan deze karakteristieke wereld.

Ergens in 2006 liep ik voor het eerst voorbij aan de Greenwich, ik had een paar straten verderop pas een huisje gehuurd en verdwaalde regelmatig in de kleine straatjes tussen het Sint-Goriksplein en de Dansaertstaat. Het stikt er van de cafe’s.

,,En nu moet je me een echt Belgisch cafe laten zien”, zei ze. Ik had Natasja het huis laten zien, kennis laten maken met de buren, ze had het vliegveld gezien en na bijna 14 uur reistijd dacht ik dat mijn nieuwe liefde het liefst zou gaan slapen. ,,Een echt Belgisch cafe met van die oude mannetjes die schaken.”

We gingen naar de Greenwich. Ik leerde later pas dat het cafe in sommige reisgidsen een eervolle vermelding heeft vanwege ‘de oudste en meest authentieke toiletten van de stad’. Manshoge urinoirs waar je als man in moet stappen. De vrouwen moeten zich behelpen op een onverlicht toilet in een hoek. Het hele cafe leek de afgelopen 100 jaar niet veranderd.

Voor de pintjes moesten we direct afrekenen, iets wat nog altijd weinig voorkomt in Brussel. Toen ik een schaakspel pakte en de stukken opzette kreeg ik te horen dat we alleen ‘op de tafels in het midden’ mochten spelen. Er was niets te eten. In een hoek van het cafe sliep een zwerver. Natasja pakte haar jas en liep de zaak uit.

,,Is dit het nou?” vroeg ze? ,,Dat België van jou met die fantastische cafe’s waar je zo vol van bent?” Ik kon er geen antwoord op geven. Ze zweerde er nooit meer terug te komen. Ik vond het wel wat. Tussen mij en Natasja is het nooit wat geworden.

Sindsdien kwam ik er vaak. ‘s Middags om er een ‘klein pintje’ te pakken met een paar bekenden, in de vroege avond voor een partij schaak of in de nacht om even uit te blazen en vooral om gewoon een gesprek te kunnen voeren. Zoals dat hoort in een schaakcafe draait men er geen muziek. Het is een cafe waar je gerust alleen naar toe kunt gaan. Veel gasten lezen er de krant of zitten aandachtig verzonken in
en roman.

Het is er prettig schaken. En inderdaad, alleen op de middentafels. Niemand weet eigenlijk waarom. Gewoon een bord voor je neerzetten en wachten op een schaker. De wereld trekt aan je voorbij. Van Marokkaanse taxichauffeurs tot oude Italianen die nog in de mijnen bij Charleroi hebben gewerkt. Het is niet gemakkelijk een gesprek aan te knopen in de Greenwich. Ik probeer het met oude Afrikaanse man met wie ik inmiddels al vaker gespeeld had.

,,Komt u hier al lang?”, vraag ik.
,,Het is jouw beurt”, zegt de man. Ik zet een pion naar voren.
,,Ik heb me laten vertellen dat het cafe al bijna 100 jaar bestaat”,probeer ik nog eens.
,,Dat zou kunnen, maar als ik jou was zou ik op je paard letten”, zegt hij.
Ik doe weer snel een zet en vraag hem wanneer hij hier voor het eerst kwam. Hij geeft geen antwoord. Ik verlies mijn paard.

Tegen het einde van de avond zet de Griekse uitbater zachtjes muziek op. Iedereen weet: tijd om te gaan. Wie dan nog lang bleef zitten werd de zaak uitgekeken. Het personeel had geen boodschap aan spannende schaakwedstrijden. De glazen – vol of leeg – werden schoongespoeld en op een gegeven moment gaat het licht uit.

In veel opzichten in De Greenwich als Brussel zelf. Een plaats waar je moeite voor moet doen om je er thuis te voelen. Brussel is geen stad als Parijs of Rome, waar iedereen het naar z’n zin heeft. Sterker nog, de meeste Nederlanders vinden Brussel maar grauwe, depressieve stad. Je moet zwoegen. De stad doorleven. Je krijgt er een band mee. En ben je er eemaal aan verknocht, dan wil je er nooit meer weg.

Lees verder, deel II, deel III en deel IV

matten#

Een schaker laat je met rust, deel II

Toch liep het anders. Ik verhuisde naar Rusland en hoewel je in Moskou zelfs in besneeuwde parken kunt schaken bleef ik dat prachtige cafe aan de Kartuizerstraat een beetje missen. Pas in de zomer van 2008 kwam ik weer terug in de Greenwich. Alles was anders. Er lagen menukaarten op tafel. Diep in het cafe had men een aparte zaal gemaakt en het personeel bestond plots uit klungelige studenten. De 19e eeuwse kassa had plaatsgemaakt voor een elektronisch systeem dat ook de bonnetjes printte. Op een avond zag ik zelfs dat men achterin het cafe een groot wit doek had opgespannen en er tientallen voetbalfans een team aanmoedigden. De meeste schakers waren verdwenen. Alleen de norse serveerster was er nog.

Sommige schakers waren terug te vinden in cafe Kafka, amper een minuut lopen van de Greenwich.

,,Het is gekocht door een stel Nederlanders. Wist je dat niet? Daarom zijn de prijzen zo omhoog gegaan. Ze schenken alleen nog maar Nederlands bier”, zei iemand.
,,Onzin”, riep iemand anders ,,Het is de maffia. Het gaat een nachtclub worden. Ze zijn er al mee bezig. Alle tafels gaan er uit en waar nu de toog zit komt een DJ.”
,,Je weet niet waar je het over hebt, het staat al jaren vast dat het een museum gaat worden”, wist een derde.

Een enkele verstokte schaker was nog in het cafe te vinden. ,,Ze pesten ons d’r uit, maar mij krijgen ze niet weg!” Op het witte doek boven zijn hoofd won Spanje de beker. Het duurde tot de herfst van vorig jaar tot ik weer terugkwam in de Greenwich. Tijd om bij de uitbater mijn licht op te steken. Zou mijn favoriete stille cafe binnenkort een wilde nachtclub worden? En was dat niet een mooi verhaal voor een blad? Met een notitieblokje in de hand werd ik doorverwezen naar ‘Reza’, de manager, een vriendelijke jongeman die me in het Engels te woord stond.

,,Je wilt een artikel schrijven over dit cafe?” Hij lacht maar kijkt me vol ongeloof aan.
,,Nou, dat kan. Maar dan moet je daar wel voor betalen.”
Nu was het mijn beurt om te lachen en mijn gesprekspartner vol ongeloof aan te kijken.
,,Jullie verkopen dat blad toch? Daar maken jullie winst op. En daar wil ik een deel van hebben.”

Een paar maanden eerder probeerde ik in Rusland een verhaal te schrijven over corrupte bureaucraten. Sommige politieagenten of zelfs rechters scheppen graag op over de hoeveelheid roebels die ze burgers iedere dag opnieuw ontfutselen. Ook daar wou men best met mij over praten, maar dan moest ik wel de portemonnee trekken. ,,We verdienen er toch beide aan”, was de overtuiging.

Reza was stellig. Zeker toen bleek dat ik ook nog eens van plan was een fotograaf mee te nemen. ,,Je moet het maar met mijn vader overleggen.” Ik bestelde een cola en ging in een hoek van de zaak zitten. Hij kwam later nog naar me toe. ,,Ze hebben hier ook wel eens een film opgenomen, daar hebben ze ook gewoon voor moeten betalen.”
Een week later zat zijn vader op het terras van zijn eigen zaak.

,,Weet je wat het is? Ik koop alleen maar historische panden”, legde hij uit. ,,In Nederland, in Belgie en ook in Portugal. In Utrecht hebben we de ‘Winkel van Sinkel’, ook al zo’n mooi historisch pand. En daar is het ook een goede sfeer? Eigenlijk heb ik dit pand gered. Een bierbrouwer wou het kopen om er een soort proeflokaal van te maken. Ik heb er veel meer voor moeten betalen dan aanvankelijk het idee was.” Zolang ik voor mijn drankjes betaalde vond hij het goed en mocht ik mijn gang gaan.

Een schaker laat je met rust, deel III

En zo zat ik avonden aaneen in de Greenwich, net als vroeger. Nu alleen zonder schaakbord, maar met met een klein notitieblokje. Ik legde iedere beweging in het cafe vast. Ik kwam tot de ontdekking dat de nukkige serveerster eigenlijk twee serveersters waren. Ze zijn als twee druppels water. Van middelbare leeftijd, gitzwart haar en een leesbrilletje. Een van beiden was er altijd, net als Reza – de manager. Het barpersoneel wisselde bij de vleet. Dan weer stond er een dikke Creoolse meid achter de kassa, dan tapte een magere Indonesische jongen het bier. Reza had er een dagtaak aan nieuwe studenten te interviewen die de volgende dag in schort in het cafe zouden verschijnen.

Wat onveranderd is gebleven is de stilte. In een schaakcafe draait men geen muziek. Sinds de overname zijn zelfs de zachte Griekse tonen tegen het eind van de avond verdwenen.

In een hoek van de zaak zit een Amerikaan. Hij groet me vriendelijk, ik heb hem wel eens eerder gezien. ,,Er zijn genoeg redenen hier niet te komen. Zelfs de lasagna die ze voor negen euro opdienen smaakt nergens naar”, zegt hij.
,,Waarom blijf je dan toch?”, vraag ik.
,,Het heeft iets tragisch”, legt hij uit. ,,En ze krijgen mij hier niet weg tot het rookverbod zal worden ingevoerd, maar gezien de snelheid der dingen hier zal dat ook nog wel een decennium duren.” In Belgie mag men in cafe’s nog altijd roken, pas dit jaar zal de wetgeving worden aangepast. De horeca voorspelt een ramp.

Een schaker laat je met rust, deel IV

Wanneer twee vrienden een wedstrijd hebben gespeeld vraag ik of ik de heren mag storen. ,,Een schaker moet met rust gelaten worden, dat weet je toch?” Toch mag ik aanschuiven. Een grote man met een diepe basstem voert het woord. ,,Weet jij dat ik helemaal vanuit Breda hiernaartoe ben gereden om een spel met mijn goede Belgische vriend te spelen?”, vraagt hij. Zijn Brusselse vriend knikt.

,,Gelukkig mag er hier nog gerookt worden. Dit is een typsich cafe waar mannen komen met een maîtresse. Onvriendelijk personeel, hoge prijzen. Het past allemaal prima in de goede Europese traditie van een fijn ‘Kaffeehaus mit Schach’.”

,,Ken je het verhaal van Trotski in cafe Central?” Ik antwoord ontkennend. ,,Leo Trotski speelde er graag en kwam zat er soms dagen achtereen. De obers wisten dat ze hem met rust moesten laten. Tot er plots een telefoontje uit het buitenland kwam. De ober haasste zich richting Trotski, die hem vervolgens resoluut wegstuurde. ‘Kan ik niet in vrede een partij schaken?’ Op aandringen van de stem aan de andere kant van de krakende lijn probeerde de ober het nog een keer. ‘Ik was toch wel duidelijk!’, riep Trotski uit. De beller legde uit dat het een zaak van levensbelang was en dat de heer Trotski direct op de hoogte moest worden gebracht. De kelner verzamelde al zijn moet en vertelde Trotski: ‘Het is ene Vladimir Iljitsj Lenin aan de lijn, hij heeft het over een revolutie in Rusland’. Trotski ontstak in woede: ‘Die Lenin met zijn revoluties altijd! Laat mij met rust!’

Beide vrienden moeten er om lachen. ,,Een schaker laat je met rust”, beamen ze. ,,Maar het leuke aan dit cafe is de lage drempel. Je hoeft geen geweldige schaker te zijn om hier te spelen. En soms gaat het niet eens zo om het spel. Je ziet hier alle nationaliteiten voorbijkomen. Mensen praten hier met elkaar zonder een woord te wisselen.”

Zijn zulke cafe’s nog in Nederland te vinden? ,,Nee. In Amsterdam had je vroeger ‘Het Hok’, naast Broodje van Kootje. Dat werd uitgebaat door een voormalig NSB’er. Voor 20 cent kon je er een glas karnemelk drinken en een potje spelen met Jan Timman, als ‘ie niet dronken was.”

Naar eigen zeggen zijn de heren ‘geen cafe-types’. ,,Dit is dan gelukkig ook geen praatcafe. Een echt Kaffeehaus mit Schach, somber personeel, het hoort er allemaal bij.” Wat vinden ze van de nieuwe eigenaar? ,,Er was een tijd dat bij de deur vroegen ‘mogen we nog binnenkomen?’ Er zijn allerlei pogingen ondernomen iets anders met dit cafe te doen. Van het voetbal tot dansavonden. Maar het cafe liep leeg. En natuurlijk hoopten wij dat stieken. Inmiddels het de Greenwich z’n draai weer gevonden.Toch komen veel schakers nooit meer terug.”

,,Het is hier ook te duur geworden”, zegt de man uit Breda. Zijn Brusselse vriend corrigeert hem. ,,Vier euro en twintig cent voor een avond, dat dat valt best mee”. De heren bestellen nog een rondje.

Op weekdagen is het rustig in het cafe. Ik besluit op een vrijdagavond nog eens polshoogte te nemen. Acht uur ‘s avonds zitten er zeker al 70 mensen in het cafe. De nukkige serveerster rent zich een slag in de rondte en de magere Indonesische jongen tapt het bier. Hier en daar speelt men schaak, maar de schakers zijn nagenoeg onzichtbaar geworden tussen het hippe publiek dat een drankje komt halen voor het de nachtclubs induikt. Studentes vermaken zich en zelfs getrouwde echtparen kijken elkaar deze avond ondeugend in de ogen. Ik blijf er de hele avond omdat ik eindelijk wel eens met de serveerster wil praten. Men zegt dat ze hier al 16 jaar werkt. Wanneer het later op de avond rustiger is vraag ik of ze een momentje heeft. ,,Eigenlijk niet”, zegt ze. ,,Zullen we dat misschien morgenmiddag een partij schaken?”, vraag ik. ,,Ik kan niet schaken”, zegt ze. ,,Ik hou niet van spelletjes”.

Cafe Greenwich. Kartuizerstraat 5, Brussel. Op maandagen gesloten

Het museum dat Rusland op de kaart moet zetten

Langzaam maar zeker tilt de Hermitage zich naar een internationaal niveau. Het is het belangrijkste museum in Rusland. Van de ruim drie miljoen kunstschatten die het enorme complex herbergt zien er steeds meer het daglicht. Deze week opent de Amsterdamse vestiging van de Hermitage.

The Hermitage from a car

De Hermitage vanuit een auto over de Neva-rivier. Foto: Olaf Koens

Het is nagenoeg onmogelijk iemand van het museum te spreken. De Hermitage mag zich dan inmiddels profileren als een modern museum, de bureaucratische machine werkt er nog als vanouds. Telefoons worden niet opgenomen en brieven verdwijnen in een grote stapel. ,,We hebben het dan ook heel erg druk”, legt een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn uit. ,,Maar u kunt toch gewoon door het museum wandelen?”

Het enorme gebouw aan de Neva-rivier is Ruslands grootste toeristische trekpleister. Wat in de tweede helft van de 18e eeuw begon als de prive-verzameling van tsarina Catherina de Tweede groeide uit tot een van de grootste kunstcollecties ter wereld. Tsaar Nicolaas de Eerste gaf opdracht de verblijven om te bouwen tot een publiek museum en in 1852 ging het open voor het publiek. De revoluties van 1917 brachten de Romanov-dynastie ten val en op bevel van de bolsjevieken werd het museum ‘volksbezit’. Dat is het nog altijd. Russische bezoekers betalen slechts een fractie van de toegangsprijs voor buitenlanders.

De Hermitage, inmiddels verspreid over een aantal gebouwen in Sint-Petersburg, probeert zich als een hedendaags museum op de kaart te zetten. De krakende houten vloeren worden hier en daar vervangen en ook de belichting krijgt meer aandacht. Door de ongunstige ligging en het gure klimaat in de stad kampt de Hermitage met vochtigheidsproblemen. Katten in dienst van het museum hebben de taak de muizen uit de opslagkelders weg te houden.

Deze week opent in Amsterdam aan het Amstelhof een dependance van het museum. De ‘Hermitage aan de Amstel’ is niet de enige buitenlandse vestiging van het museum in Sint-Petersburg. Van 2000 tot 2007 huisde het Londense Somerset House de ‘Hermitage Rooms’, een tentoonstelling die moest sluiten vanwege tegenvallende bezoekers. In Las Vegas opende in 2001 het Guggenheim Hermitage Museum, een samenwerking van de Guggenheim-stichting en het Russische museum dat in 2011 in de Litouwse hoofdstad Vilnius moet worden doorgezet.

Het Amsterdamse filiaal van de Hermitage moet het museum toegankelijker maken voor een internationaal publiek. Ook moet het financieel gezien flink bijdragen aan de renovatie van de Petersburgse Hermitage. De buitenlandse dependances passen in het beleid en de visie president Medvedev en premier Poetin die, niet geheel ontoevalig, beide uit Sint-Petersburg komen. Rusland moet weer op de kaart gezet worden en het Kremlin zet een hoop op het spel om de Russische trots en allure internationaal te herstellen.

Directeur Michail Piotrovski (65), wiens vader ook al directeur was van het museum, laat in interviews in de Russische media weten dat hij zich meer wil richten op Russische toeristen. Ieder jaar komen er ongeveer twee miljoen toeristen uit heel Rusland naar het museum in Sint-Petersburg, terwijl er volgens Piotrovksi jaarlijks amper een half miljoen buitenlandse gasten voet zetten in de Hermitage. Behalve de samenwerking internationale musea en de buitenlandse satelieten organiseert het museum ook exposities in andere delen van Rusland.

Kenmerkend voor het museum zijn de tientallen dames op leeftijd die in de verschillende zalen de wacht houden. Ze lezen, lossen kruiswoordraadels op of zijn verdiept in breiwerkjes. Waar de administratie van het museum slecht toegankelijk is zijn het deze ‘baboesjkas’ van het museum die maar al te graag vertellen wat er zoal speelt. Ekaterina Joerjevna is blij met de opening van de Hermitage aan de Amstel. ,,Wij hebben hier zoveel Van Gogh’s en Rembrandts hangen, we mogen ook wel eens iets voor jullie doen.”

De vrede in Tsjetsjenie is ver te zoeken

Het is onrustig in Tsjetsjenià«. Hoewel het Russische leger twee maanden geleden vol lof aankondigde dat de oorlog’ was afgelopen zijn er nog iedere dag aanslagen. Deze week zou rebellenleider Dokoe Oemarov zijn omgebracht. De Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov doet er alles aan zijn machtspositie te behouden.

Een Tsjetsjeense gevechtsstrijder in plastic. Foto: and_there_I_was op Flickr.com

Het is de vraag die de meeste Russische dagbladen, televisiestations en internetsites bezighoudt. Leeft Dokoe Oemarov, de zelfbenoemde ‘Emir van de Kaukasus’ nog? In Rusland gelooft men pas dat islamitische verzetsstrijders uit de Noordelijke Kaukasus zijn overleden wanneer er bloederige foto’s op de voorpagina’s staan. Eerder deze week kwam het bericht dat Oemarov is doodgeschoten door veiligheidstroepen van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov. Die wil het bericht echter nog niet bevestigen.

Het rommelt in de Russische Kaukasus. Niet alleen in Tsjetsjenià«, maar ook in de deelrepublieken Dagastan, Ingoesetià« en Noord-Ossetià« is het nog altijd onrustig. Iedere dag vinden er aanslagen plaats op legerposten, rechtbanken en politiebureau’s. De islamitische verzetsstrijders houden zich schuil in het bergachtige landschap en hebben hun pijlen niet alleen gericht op het Russische leger, maar ook op de lokale machthebbers die samenwerken met het Kremlin.

Rusland vocht twee bloedige oorlogen in Tsjetsjenià« en de omringende gebieden. In het midden van de jaren ’90 verloor het Russische leger het gebied aan de rebellenen en ontstond er een defacto onafhankelijke republiek. In 1999 sloot een deel van de rebellen, waaronder de clan van huidig president Kadyrov, zich aan bij de Russische troepen en tot op de dag van vandaag vecht het Russische leger samen met de militia’s van Kadyrov tegen de opstandelingen. Beide oorlogen gingen gepaard met gruwelijke mensenrechtenschendingen. Ook nu wijzen internationale organisaties en waarnemers er op dat zowel onder leiding van Kadyrov als van het Russische leger verkrachtingen, martelingen en lynchpartijen nog altijd aan de orde van de dag zijn.

Twee maanden geleden kondigde het Russische leger aan dat de ‘anti-terroristische operatie’ in de Noordelijke Kaukasus was afgelopen. Volgens de legertop was het ‘rustig’ in het gebied en was de oorlog daarmee afgelopen. Tsjetsjenià« zou een ‘rustig, veilig en vreedzaam’ gebied zijn. Toch hebben de Russen er nog altijd zo’n 20.000 soldaten gelegerd en is er van terugtreking voorlopig geen prake. Verschillende analysten merken op dat het Russische leger kampt met geldgebrek en dat de operaties in Tsjetsjenià« te duur worden. Rusland spendeert miljarden aan de wederopbouw van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny.

De positie van de Tsjetsjeense president Kadyrov wankelt. Hoewel de Russische leiding de Tsjetsjeense leider vrij spel heeft gegeven weten verschillende bronnen dat voor het Kremlin de maat vol is. Kadyrov laat internationale fotomodellen invliegen en geeft miljoenen uit aan zijn privé-verblijven en zijn persoonlijke dierentuin. Bovendien keren enkele invloedrijke familie’s en clans zich tegen Kadyrov. De machtsstrijd in de Russische Kaukasus verplaatst zich bovendien deels naar het buitenland. Onlangs nog werd een tegenstander van Kadyrov op klaarlichte dag doodgeschoten in Wenen en kwam legercommandant Soelim Jamadajev in Dubai om het leven. Zowel de dood van Jamadajev en de mogelijke dood van Oemarov worden in direct verband gebracht met Akim Delimchanov, een volle neef van president Kadyrov.

Door de grote werkloosheid en het systematische machtsmisbruik van de autoriteiten groeit de populariteit van het verzet in de regio. Hoewel de regering mooi weer speelt groeit de onrust. Iedere dag zijn er aanslagen en liquidaties. Gisteren werd de hooggeplaatste rechter Aza Gazgirejeva in de Ingoesetische hoofdstad Nazran doodgeschoten. De ‘vrede en veiligheid’ die het Russische leger twee maanden geleden aankondigde lijkt ver te zoeken.

In Rusland is behalve de toekomst ook het verleden onzeker geworden

Het Kremlin herschrijft de Sovjet-geschiedenis. Een presidentiele commissie moet zich buigen over geschiedvervalsing en binnenkort zou het zelfs strafbaar zijn de ‘prestaties van het Rode Leger’ te ontkennen. Niet iedereen maakt zich zorgen.

Zijaanzicht

School 2010 in de Moskouse buitenwijk Ljoebljino. Foto: Olaf Koens

Het is rustig op de gangen van school nummer 2010 in de Moskouse buitenwijk Ljoebljino. De zomervakantie staat voor de deur en de hoogste klassen zijn zich aan het voorbereiden op het afsluitende staatsexamen. Irina Morozova geeft geschiedenisles. Ze weet goed wat er speelt maar maakt zich niet te veel zorgen. ,,In het begin van de jaren ’90 hebben we vooral het westerse beeld overgenomen. Dat was de tijdgeest, maar erg objectief was het niet. Nu scherpt men het Russische beeld wat aan. Zo verkeerd is dat niet.”

,,Ik weet wel dat men over bepaalde zaken anders denkt in het Westen”, legt Morozova uit. De school heeft een uitwisselingsprogramma met Noorwegen. ,,Maar sommige zaken staan gewoon vast. Natuurlijk heeft het Rode Leger de beslissende rol gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar besteden de geschiedenisboeken bij jullie amper aandacht aan.”

Vorige maand heeft president Dimitri Medvedev een nieuwe organisatie in het leven geroepen die zich moet buigen over de Russische geschiedenis. De naam alleen al voorspelt weinig goeds. De 28-koppige commissie heet voluit de ‘Presidentià«le Commissie ter Voorkoming van Geschiedvervalsing ten nadele van de Russische Belangen’. Ze bestaat uit hooggeplaatste ambtenaren, leidinggevenden uit het leger en de geheime dienst en enkele historici. De groep zal zich bezighouden met bijvoorbeeld de annexatie door de Sovjetunie van de Baltische Staten (1940), de hongersnood in Oekraine (1932-1933) en vooral de Tweede Wereldoorlog (1941-1945).

Deze week nog kwam het Ministerie van Defensie in opspraak door de publicatie van een historisch essay. Volgens Kolonel Sergej Kovaljov treft Polen blaam voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939. Het land had aan de ‘redelijke’ verzoeken van Hitler moeten voldoen. Het stuk deed een hoop stof opwaaien en is later van de website van het ministerie verdwenen. Het essay was een opzienbarende omkering van de werkelijkheid: Polen werd in september 1939 aangevallen en vernietigd door de nazi’s en de Sovjets, als uitvloeisel van geheime diplomatieke afspraken die ze eerder hadden gemaakt in het Molotov-Ribbentrop-pact.

Het Kremlin wil echter meer controle over het verleden, en herschrijft het desnoods. De machthebbers vinden dat het land weer trots moet kunnen zijn op de Sovjet-periode. Zo wordt de jaarlijkse 9-mei parade, de dag waarop Rusland de overwinning op nazi-Duisland viert, steeds groter aangepakt. Bovendien werken enkele hoge functionarissen van Verenigd Rusland, de oppermachtige partij van president Medvedev en premier Poetin aan een wetsvoorstel dat zware straffen in het vooruitzicht stelt voor iedereen die de ‘heldendaden van het Rode Leger’ in twijfel durft te trekken.

Volgens de invloedrijke historicus Roi Medvedev is zo’n commissie niet per definitie een slecht idee. ,,Maar dan moet ze zich wel beperken tot analyse en het openbaar maken van archiefstukken.” Hij voegt daar aan toe dat eventuele vervolgingen voor geschiedvervalsing voor hem een ‘terugkeer naar de Sovjet-praktijken’ zou zijn. Roi Medvedev kreeg het in de jaren ’70 veelal aan de stok met de Sovjet-autoriteiten en is een van de weinige historici die openlijk kritiek levert op de huidige plannen.

Nationalistische bewegingen in Rusland winnen aan kracht. De minder gelukkige periodes uit het verleden worden verdoezeld. Al geruime tijd duiken er berichten op dat in sommige schoolboeken Stalin genoemd wordt als een ‘effectief manager’. Dat gaat ook Irina Morozova een stap te ver. ,,Natuurlijk mag je de industriele en economische prestaties van de jaren ’40 en ’50 niet ontkennen. Maar de prijs die we daarvoor betaald hebben was te hoog.”

Megaprojecten komen niet meer van de grond

De afgelopen jaren was in Rusland ‘the sky the limit’. Overal in het land werden nieuwe megalomane bouwprojecten gepresenteerd. De crisis trekt een rode streep door de bouwplannen.

No photo's

Van deze beveiligingsmedewerker mag ik niet fotograferen. Erg kwaad is hij niet (foto: Olaf Koens)

Op de bouwtekeningen ziet het er indrukwekkend uit. Net buiten het historisch centrum van de stad moet aan de oevers van het water het hoofdkwartier van Gazprom verschijnen, een futuristische constructie zo hoog als de Eiffeltoren in Parijs. Een half jaar voor de geplande oplevering is er op de locatie niet veel meer dan een bouwput te zien. Op een doordeweekse dag zijn er amper 30 mensen aan het werk.

,,Je begrijpt wel er in dit tempo over tien jaar nog geen toren staat”, zegt een vlechtwerker die in zijn auto stapt. ,,Maar ik mag er niets over zeggen”, voegt hij daar aan toe. Iedereen die met het project te maken heeft moet de kaken op elkaar houden. Ook de verantwoordelijke aannemer wil niets zeggen over de vorderingen van het project. Ondertussen vieren de buurtbewoners feest. ,,We hebben er alles aan gedaan om dit te voorkomen, we hebben hemel en aarde bewogen, de stad wou niet naar ons luisteren. En nu is het geld op. We hebben gewonnen”, aldus Sergej Rozkov (34) die met zijn dochter een wandeling langs de kade maakt. ,,Het is een schande. Dit is geen Moskou. Sint-Petersburg is een historische stad waar nog nooit hoogbouw heeft plaatsgevonden. Dat moet zo blijven. Ik hoop dat de crisis iedereen weer een lesje leert.”

In november van vorig jaar kwam de stad Sint-Petersburg in de problemen met de financiering van de eerder toegezegde 49 procent van het project. Gouveneur Valentina Matvijenko draaide de geldkraan dicht en zadelde Gazprom op met de voltallige kosten van de bouw. Volgens dat bedrijf loopt alles ‘op schema’.

De meeste bouwprojecten in Rusland moeten het echter zonder steenrijke sponsor stellen. Ook de bouw van ‘Novaja Gollandija’ of ‘Nieuw Nederland’ ligt al een half jaar stil. Het eiland in de stad Sint-Petersburg werd door Peter de Grote in 1721 gesticht en behoorde tot 2004 toe aan de Russische Marine. Twee jaar later lagen de plannen voor een theater, luxe-hotels en een ondergrondse parkeergarage klaar en werden de oude barakken, scheepswerven en admiraliteitwoningen gesloopt.

Deze week werd bekend dat het gemeentebestuur van de stad Moskou een ander groot bouwproject overneemt. In 2006 werd het enorme hotel ‘Rossija’ aan het Rode Plein gesloopt om plaats te maken voor een nieuw project van de Britse architect Norman Foster. De initiele geldschieters hebben zich inmiddels teruggetrokken en de Moskouse overheid zegt nu garant voor de financiering van het project. Bij het ‘Moskva-City’ zakencentrum elders in de stad ligt het serieuze bouwwerk al maanden stil.

Aannemers en architectenkantoren willen niets zeggen over de huidige stand van zaken in Rusland. Een westerse ingenieur die nauw betrokken is bij een aantal megaprojecten in Rusland legt uit dat het een zeer gevoelig onderwerp is. ,,Het zijn voor de Russen allemaal prestigeprojecten. Ze kunnen niet geloven dat de bouw stil ligt wanneer er geen geld meer voor is.” Volgens hem was Rusland een tijdje ‘het nieuwe walhalla’ voor grote bouwprojecten. Daar is nu een einde aan gekomen. ,,Voor renovaties en nieuwbouw is er nog wel geld te vinden, maar voor de megaprojecten is het feest voorbij. Ik denk dat ik binnenkort maar weer terug ga naar Dubai.”