Een schaker laat je met rust, deel III
En zo zat ik avonden aaneen in de Greenwich, net als vroeger. Nu alleen zonder schaakbord, maar met met een klein notitieblokje. Ik legde iedere beweging in het cafe vast. Ik kwam tot de ontdekking dat de nukkige serveerster eigenlijk twee serveersters waren. Ze zijn als twee druppels water. Van middelbare leeftijd, gitzwart haar en een leesbrilletje. Een van beiden was er altijd, net als Reza – de manager. Het barpersoneel wisselde bij de vleet. Dan weer stond er een dikke Creoolse meid achter de kassa, dan tapte een magere Indonesische jongen het bier. Reza had er een dagtaak aan nieuwe studenten te interviewen die de volgende dag in schort in het cafe zouden verschijnen.
Wat onveranderd is gebleven is de stilte. In een schaakcafe draait men geen muziek. Sinds de overname zijn zelfs de zachte Griekse tonen tegen het eind van de avond verdwenen.
In een hoek van de zaak zit een Amerikaan. Hij groet me vriendelijk, ik heb hem wel eens eerder gezien. ,,Er zijn genoeg redenen hier niet te komen. Zelfs de lasagna die ze voor negen euro opdienen smaakt nergens naar”, zegt hij.
,,Waarom blijf je dan toch?”, vraag ik.
,,Het heeft iets tragisch”, legt hij uit. ,,En ze krijgen mij hier niet weg tot het rookverbod zal worden ingevoerd, maar gezien de snelheid der dingen hier zal dat ook nog wel een decennium duren.” In Belgie mag men in cafe’s nog altijd roken, pas dit jaar zal de wetgeving worden aangepast. De horeca voorspelt een ramp.

