Hollandse meesters in Dagestan

In de stoffige zijstraten langs de grote boulevards van Machatsjakala ligt, op steenwoord afstand van de Kaspische kust, het Dagestaanse museum voor de Schone Kunsten. Verstopt tussen de grote doeken over de Kaukasische oorlogen, de zalen vol wapentuig en nationale kledij zijn enkele werken van Vlaamse en Hollandse meesters te vinden.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Wanneer de deur opengaat schrikt iedereen op. Het licht gaat aan, de vrouwen die net nog rustig een kopje thee dronken schieten in de houding en een gardarobeman haast zich om de bezoeker van zijn jassen, tassen en paraplu’s af te helpen. Veel bezoekers komen er niet, de politieagent die in een hoekje op een stoel zit blijft rustig slapen. Volgens conservator Bela Kosimova komen er bijna geen toeristen meer. ,,Wat wil je, om de dag ontploft er wel ergens een bom. Niemand wil naar Dagestan, zeker niet sinds die aanslagen in de Moskouse metro, ze zijn bang voor ons geworden”, verzucht de kleine vrouw die met pretoogjes onder haar leesbril vandaan kijkt. ,,Je had hier in de Sovjet-tijd moeten komen, iedereen kwam toen naar Dagestan! We hadden busladingen vol met hoogopgeleide toeristen, ze kwamen uit alle sanatoria hier in de buurt en stonden te dringen om naar binnen te komen. Men noemde ons museum toen de ‘Kleine Hermitage’. Want we hebben hier alles, zelfs Hollandse meesterwerken!”

Op de tweede verdieping is, vestopt tussen Dagestaans geglazuurd aardewerk, fijne sierkunst en een grote zal met wapentuig, een zaaltje met ‘Europese kunst’ te vinden. Wie er binnenstapt staat direct tussen de werken van Vlaamse en Hollandse meesters als Adriaen de Gryeff, Alfred Bastiens, Remigius van Haanen en Jan Fyt. Volgens het museumpersoneel komen ze ‘uit Moskou’. ,,In de jaren ‘30 zijn we hier naartoe gebracht. We hebben ze alleen een beetje opgepoetst”, legt Kosimova uit. ,,En dat was meer dan welkom, want wij hadden zelf geen schilderkunst. Dit is een moslimland, wij mochten hier nooit mensen schilderen. Onze eerste kunstenaars stammen nog uit de beginjaren van de Sovjet-Unie. Daarom hebben we in ons museum prachtig houtsnijwerk, indrukwekkende wapens en prachtige serviezen, maar moet de fijne schilderkunst uit het buitenland komen”.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Een schoolklasje van een stuk of twaalf meisjes van ongeveer zeventien jaar loopt op hoge hakken snel aan de saaie Nederlandse burgemeestersportretten en stillevens voorbij. Sommige meisjes dragen een hoofddoekjes maar weten dat ruimschoots te compenseren met minirokjes. De meeste bezoekers in het museum interesseren zich vooral voor de enorme doeken van Franse en Duitse schilders die de Kaukasische oorlogen documenteerde. Op de meeste werken hakken de dappere strijders met kromme zwaarden het Tsaristische leger in hun nette uniformen de pan in. Waar een bezoeker naar buitenloop gaat direct het licht weer uit, een bezuinigingsmaatregel. Omdat er bijna niemand meer naar het museum gaat heeft de directie besloten dat het museum zelf maar naar de mensen toe moet. Medewerkers gaan met prenten naar verschillende scholen in de buurt en het museum heeft een eigen televisieshow in de avonduren van de lokale televise.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Naar goed Russisch gebruik zit er in iedere zaal een oudere dame op een stoel. Bij het Nederlandse zaaltje zit een vrouw die zich pertinent ‘Tante Asja’ noemt. Ze neuriet volksdeuntjes en laat iedere bezoeker op haar mobiele telefoon de foto’s van haar twee zoons in Moskou zien. In een antieke Italiaanse kast uit de vroege 16e eeuw heeft ze een waterkoker, zakjes thee en snoepjes staan. ,,Niemand werkt hier voor het geld”, legt ze uit. ,,Soms krijgen we uberhaupt geen vergoedingen. We doen het uit liefde”. Niet geheel zonder gevaar, want naast het museum ligt een belangrijke politiepost en juist die zijn de afgelopen jaren het doelwit van terroristische aanslagen. Over het naakt in de Europese afdeling van het museum maakt niemand zich zorgen. ,,Ik moet er altijd om lachen hoe veel schoolmeesters er snel voorbij lopen en de kinderen vertellen dat ze een andere kant op moeten kijken. Dat moeten ze maar slikken, die extremisten”, lacht Kosimova.

Het Dagestaanse Museum voor de Fijne Kunsten. Achemededovastraat 12, Machatsjakala. Op maandagen gesloten.

One Response to “Hollandse meesters in Dagestan”

  1. Bertus Says:

    Mooi! Dat moeten ze maar slikken.. die extremisten :) Zelfs in de Hermitage zou je wensen dat de vrouwelijke suppoosten je oma waren. Of in de Poesjkin Galerie in Moskou ook

Leave a Reply