‘Ik denk wel eens dat ik zo lang leef omdat ik het allemaal moet vertellen’

De 91-jarige schrijfster Jelena Rzevskaja trok als legertolk langs verschillende fronten en kwam met het Sovjet-leger in de eerste colonnes naar Duitsland. In het brandende Berlijn liep ze drie dagen met de kaak van Adolf Hilter onder haar arm. 65 jaar later blikt ze terug op haar jeugd, de oorlog en de tijd daarna.

Rzjevskaja

Wanneer de 91-jarige Rzjevskaja voor de derde keer belt om een afspraak te verzetten klinken de tranen door in haar stem. ,,Het spijt me zo verschrikkelijk, nu zijn er weer allerlei jongelui van de televisie over de vloer. Zullen we het morgen proberen? Ik hoop dat ik me dan beter voel”. Op 9 mei is het precies 65 jaar geleden dat nazi-Duitsland de capitulatie tekende en er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog, een ontknoping die Rzjevskaja van dichtbij meemaakte. Terwijl het Sovjetleger de overwinning vierde in Berlijn liep zij met een bordeauxrode doos onder haar arm met daarin de ongedeerd gebleven kaken van Hitler, op zoek naar een tandarts die hem kon identificeren. ‘Op deze bizzare manier raakte mijn lot verweven met de geschiedenis van Duitsland’, schrijft Rzjevskaja in de inleiding van het boek ‘Tolk in oorlogstijd’, dat recentelijk ook in Nederland is uitgegeven. In de aanloop naar het jubileum zijn in Moskou al weken de straten versierd en maken alle Russische media jacht op het verhaal van de tolk in oorlogstijd.

De kwieke 91-jarige vrouw schuifelt verloren door haar ruimte appartement aan de Leningrad-prospekt. De verschillende kamers zijn vol van boeken, manuscripten en foto’s. ,,Die foto’s van mijzelf hangen hier normaal natuurlijk niet, dat moest voor de televisie”, zegt ze. Een jonge Kazachstaanse hulp in de huishouding zet koteletjes met aardappelpuree op tafel. ,,Echt lekker is het niet, maar we moeten het er maar mee doen”, verzucht Rzjevskaja. Ze is blij dat haar werkt nu over de hele wereld verschijnt en in allerlei talen verschijnt. ,,Toen mijn eerste boeken hier uitkwamen was dat een sensatie. In de kranten stond toen ik er jarenlang gevangenisstraf voor zou kunnen krijgen”.

Rzjevskaja komt uit een Joodse familie in wat tegenwoordig Wit-Rusland is. ,,Mijn beide ouders hebben geluk gehad. Mijn vader werd toegelaten aan de universiteit in Sint-Petersburg en mijn moeder ontsnapte maar bijna een pogrom omdat ze bij een priester in huis was getrokken”. Aan het Moskou van voor de oorlog heeft Rzjevskaja louter goede herinneringen. ,,Het was een prachtige stad, je kwam er vanalles tegen. Dansende beren, goochelaars of zelfs Chinese vrouwen met ingebonden voeten. Aan de vreugde kwam in 1937 een abrupt einde. ,,Mijn vader werd uit de partij gezet. Toen hij diezelfde avond vrienden probeerde te bellen of er nog werk was bleek de derde al opgepakt. Het was een angstige tijd. Ik was eens de sleutel vergeten en moest ‘s avonds laat aanbellen. Mijn vader is in de kast gesprongen, zijn rugtas stond al klaar. Zo groot was de angst.”

Rzjevskaja studeerde later aan een bekend instituut voor de letteren en hoefde zich aanvankelijk niet voor de dienst te melden. ,,Ik was geen verpleegster en dus hadden ze me niet nodig. Later zijn we onder het mobilisatieplan in een klokkenfabriek gaan werken. Maar toen ik hoorde dat er vertaalsters nodig waren ben ik direct vertrokken. Niet dat ik zo goed Duits sprak, maar in ieder geval een beetje.” Het zijn de laatste dagen van de oorlog die haar het scherpst voor de geest staan. ,,De weg naar Berlijn viel mee. We waren alert op bommenwerpers, maar de laatste kilometers was er weinig weerstand. Onze soldaten schreven leuzen op de muren. Zelfs de kinderen die langs de route woonde droegen witte bandjes. Volgens Rzjevskaja was er geen direct bevel van boven om Hitler te zoeken, maar was iedereen daar natuurlijk mee bezig. ,,Iedereen zocht, maar het lot wilde dat wij hem gevonden hebben.”

Terwijl in Berlijn het lijk van een man met ‘gestopte sokken’ aan de pers werd getoond als het stoffelijk overschot van Hitler vonden soldaten in de tuin van de Rijkskanselarij het lijk van een man op middelbare leeftijd, een vrouw en twee honden. Rzjevskaja werd belast met een deel van de identificatie. Na drie dagen wist ze een tandarts te vinden die het gebit van Hitler aan de hand van aantekeningen positief kon herleiden. Ze vertaalde een deel van de lijkschouwing, onderzocht een hoop aangetroffen documenten en vond als eerste de dagboeken van Goebbels. Na de succesvolle identificatie heeft Rzjevskaja alle documenten afgestaan aan de staf en pas vele jaren later teruggezien in de Moskouse archieven. Een hoop historici twijfelen aan deze lezing van de feiten en er is nog altijd weinig consensus over wat er precies met Hitler is voorgevallen. Rzjevskaja ergert zich aan wat zij ‘pseudo-wetenschappers’ noemt. ,,Ze maken nog altijd van die ongelooflijk stompzinnige serie’s over hoe Hitler nog leeft of hoeveel kinderen hij heeft. Allemaal onzin, sensatiezoekers. Ik kwam vroeger ook wel op conferenties waar zulke mensen dan trots vertellen dat ze er al zestien jaar onderzoek naar doen. Wat een onzin, ik werk er al mijn hele leven aan. Wat voor mij telt is dat ik ooit ben opgehaald door Maarschalk Zjoekov, de belangrijkste Sovjet-generaal. We hebben een goed gesprek gehad en hij vertelde me dat hij me geloofde als schrijfster en als mens. Ook in zijn memoires staat dat hij wat de dood van Hitler betreft niets aan mijn lezing heeft toe te voegen.”

Haar appartement heeft zicht op de drukke weg langs haar huis. Overal langs de brug wapperen rode en oranje vlaggen, op een spandoek staat in hoofdletters ‘overwinning!’ gedrukt. De dure BMW’s van de nieuwe rijke Russen scheuren er met hoge snelheid onderdoor. ,,Je weet toch wel dat Rzjevskaja een pseudoniem is?”, vraagt ze plots. Daar heb ik het ergste van de oorlog meegemaakt. Het is echt een slachtig geweest, Rzjev is een broederstad van Stalingrad. Als Rzjev was gevallen was Moskou er ook geweest, daasrom heb ik mijzelf later zo genoemd en in ’62 zelfs als officiële achternaam aangenomen. Wat daar gebeurde mag nooit vergeten worden. Ik denk wel eens dat ik zo lang leef omdat ik dat allemaal moet vertellen.” [zie ook: fotoserie Rzjevskaja]

[pictobrowser 28220020@N02 72157623849705287]

Jelena Rzjevskaja – Tolk in oorlogstijd. Uitgeverij Mouria, 2009. 379 bladzijden.

One thought on “‘Ik denk wel eens dat ik zo lang leef omdat ik het allemaal moet vertellen’

  1. Pingback: Tweets die vermelden Speciaal op 9 mei: het verhaal van de 91-jarige Rzjevskaja. Maakte de fronten mee en kwam als eerste in Berlijn. -- Topsy.com

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>