Met witte verf kalken de Oezbeken ‘SOS’ op hun moskeeen

In de zuid-Kirgizische stad Osj is het al een week onrustig. De wijken waar vooral Oezbeken wonen zijn inmiddels veranderd in enclaves, internationale hulp stroomt maar mondjesmaat binnen en er wordt nog altijd geschoten. De situatie is er erbarmelijk.

SOS

Svetlana Petrovna is de Russische uitbaatster van een klein restaurantje aan de Leninstraat in Osj. Het is nu een van de vele schaftplekken van het Kirgizische leger geworden, soldaten lopen in en uit en Svetlana en haar dochters zetten aan de lopende band pap, aardappels en thee op tafel. ,,Ik geloof het nog steeds niet”, zegt ze. ,,Op een gegeven moment kwamen hier zelfs 13-jarige kinderen de boel in elkaar meppen. We hebben hier altijd van dezelfde borden gegeten, Russen, Oezbeken en Kirgiezen. Nu is dit zo ongeveer het einde van de stad”. Verderop in de Leninstraat staat een paar tanks en een Kirgizische wachtpost. Daarachter liggen de Oezbeekse wijken, een paar uitgebrande auto’s en een omgezaagde boom dienen als wegblokkade. Alle winkels, restaurantjes, kiosken en het gros van de woonhuizen zijn kort en klein geslagen, kapotgeschoten en in brand gestoken.

In de meeste Oezbeekse wijken zijn alleen nog mannen te vinden, vrouwen en kinderen zijn in veel gevallen de grens met Oezbekistan over gegaan. Anders dan de Kirgizische soldaten beweren heeft niemand wapens, de mannen lopen slechts met scherpgeslepen keukenmessen over straat. ,,Ik heb ze zelf gezien, de Kirgiezen reden hier met pantservoertuigen door de straten”, zegt de 60-jarige Bagadir Pazilov. ,,Zij hebben deze ravage aangericht, niet die paar jeugdbendes. Rusland moet hier ingrijpen, net zoals ze in Zuid-Ossetië destijds hebben gedaan. En wat mij betreft maken ze van Kirgizië gewoon een Russische provincie, anders weet ik ook niet hoe het verder moet.” In een andere Oezbeekse buitenwijk konden de vluchtelingen niet de grens over en zitten honderden vrouwen en jonge kinderen samengepakt in een schoolgebouw. ‘We krijgen hier niets’, roepen de vrouwen die zich afvragen waar de internationale hulp blijft. ,,En we durven nergens heen. Als we de straat op gaan worden we neergeschoten”, zegt Elmira. Ze bijt door haar tranen heen en zegt dat ze niets liever wil dan dat de Russen de boel in Kirgizië overnemen. ,,Maar ze komen niet omdat de televisie laat zien dat hier alles goed is, maar de televisie laat alleen maar Kirgizien zien, hier komt de Russische media niet kijken”. Overal op straat komen jongeren met mobiele telefoons te voorschijn die filmpjes hebben gemaakt van de beschietingen, de brandende huizen en de opgestapelde lijken in de buurt. Mannen die beschoten zijn laten hun wonden zien, naar het ziekenhuis durven ze niet.

Meisje

Hoewel het geweld iedere dag afneemt is het nog altijd onveilig in de Oezbeekse buitenwijken. Een 19-jarig meisje dat met haar vijf maanden oude kind op zoek was naar haar ouderlijk huis werd onderweg verkracht en in elkaar geslagen door vier mannen in zwarte kleding. De bezoekers van de Nabizjan Hadzji-moskee vangen haar op, waar haar baby is gebleven weet niemand. Op de wegen en zelfs op de minaretten van de moskee staat in grote witte letters ‘SOS’ gekalkt. De iman slacht geiten om de stroom vluchtelingen te kunnen voeden. Een van de oudere mannen leest onophoudend uit de koraan. Hij gelooft niet dat er snel een einde komt aan het geweld. ,,Nu is er een kleine pauze, men doet het wat rustiger aan. Daarna barst het geweld weer los”, zegt hij. ,,Een politiek of een etnisch-conflict, noem het wat je wilt, maar dit is gewoon een poging tot genocide”.

Leave a Reply