De spijkers uit de Tsarentijd zijn een eigen leven gaan leiden

Het wereldberoemde Bolsjoi-theater in Moskou staat al sinds 2005 in de steigers. De datum van oplevering blijft maar opschuiven en er zijn met verschillende bouwbedrijven miljoenen verdwenen. De nieuwe projectontwikkelaar zweert dat het gebouw in de herfst van 2011 weer open kan.

renovation

,,Ze hebben het in de pers over 2013 of zelfs 2015 als uiteindelijke opening. Onzin! Ik kan je garanderen dat het theater in de herfst van 2011 open gaat”, zegt Michail Siderov van Soemma Kapital. Hij ziet er met krullig haar en een fijngesneden Italiaans pak eerder uit als een dirigent dan een opzichter bij het bouwbedrijf. Zijn investerings-maatschappij heeft vorig jaar de verbouwing van het Bolsjoi overgenomen nadat bekend werd dat het vorige bouwbedrijf door het Russische Openbaar Ministerie buiten spel is gezet. ,,Toen we hier net kwamen waren er misschien 400 mensen aan het werk, nu zijn dat er al 2500. En hoe dichter we bij de deadline komen, hoe meer mensen er hier aan de slag gaan”. De bouwvakkers lopen voorzichtig en met eerbied door het gebouw dat al sinds 1824 op z’n plek vlak tegenover het Rode Plein staat. De renovatie gaat voornamelijk handmatig, gelduldige restaurateurs proberen de orginele papier-mâchélaag los te krijgen en leggen op de verschillende balkons lagen met bladgoud aan.

De verbouwing was in 2005 bepaald geen overbodige luxe. Het theater stond grotendeels op instorten en de vloer was zo slecht dat ballerina’s bang waren er tijdens een voorstelling doorheen te zakken. Maar tijdens de bouw ontstonden er allerlei problemen. Volgens het Openbaar Ministerie speelden bouwbedrijf Kurortproekt en het Russisch Directoraat voor Bouw en Restauratie onder een hoedje. Terwijl het contract uit 2003 om 2,3 miljoen euro ging betaalde de overheid bijna 23 miljoen euro uit, waarvan meer dan de helft voor papierwerk. Tot overmaat van ramp kwam tijdens de restauratie een ondergronds riviertje dat al decennia gedempt was plots weer bovenborrelen. ,Je komt hier iedere dag iets anders tegen”, legt Siderov uit. ,,De antieke spijkers uit de Tsarentijd zijn ondertussen een eigen leven geen leiden, dat moeten we allemaal vervangen. En tijdens een snelle Sovjet-renovatie in 1956 is de akoestiek een stuk minder geworden, nu hebben we een Nederlands bedrijf die dat weer in oude glorie herstelt”.

De bouwvakkers genieten met een kleine transitorradio op het podium van het overweldigende geluid van de Dire Straits en zijn er inmiddels aan gewend dat ze op op sommige plekken elkaar letterlijk kunnen verstaan terwijl ze aan de tientallen meters van elkaar verwijderd zijn. De renovatie van het Bolsjoi is een belangrijk Russisch prestigeproject. Toen overheid deze zomer een herbereking doorvoerde die gunstig uitpakte voor het federale budget besloot Minister van Financien Aleksej Koedrin de uitgaven met drie procent te verhogen. Premier Poetin liet het geld in de pensioenfondsen te storten, kocht huisvesting voor oorlogsveteranen en maakte de rest over ten behoeve van de renovatie van het Bolsjoi.

Apollo

Op een uitbouw op de negende verdieping werkt de bijna-gepensioneerde meester-restaurateur Vladimir Nikiforov aan Apollo en zijn vierspan, het enorme beeldhouwwerk pointificaal op het 100 roebelbiljet staat afgebeeld maar de afgelopen vijf jaar achter een façade van stijgers is verdwenen. Apollo krijgt een kleurtje, de paarden zitten nog in het plastic en zelfs de wagen zit er fonkelnieuw uit. Hij krijgt van Nikiforov, anders dan in de oudheid en de meeste Europese afbeeldingen, een wijnblad voor zijn genitaliën. ,,Niet omdat we plots preuts zijn geworden, maar zo heeft ‘ie er altijd bijgestaan”, legt hij uit. ,,Unisex!”, grapt projectontwikkelaar Siderov. ,,We zijn dan wel het Bolsjoi-theater, je moet toch een beetje met je tijd meegaan”.

Hollandse meesters in Dagestan

In de stoffige zijstraten langs de grote boulevards van Machatsjakala ligt, op steenwoord afstand van de Kaspische kust, het Dagestaanse museum voor de Schone Kunsten. Verstopt tussen de grote doeken over de Kaukasische oorlogen, de zalen vol wapentuig en nationale kledij zijn enkele werken van Vlaamse en Hollandse meesters te vinden.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Wanneer de deur opengaat schrikt iedereen op. Het licht gaat aan, de vrouwen die net nog rustig een kopje thee dronken schieten in de houding en een gardarobeman haast zich om de bezoeker van zijn jassen, tassen en paraplu’s af te helpen. Veel bezoekers komen er niet, de politieagent die in een hoekje op een stoel zit blijft rustig slapen. Volgens conservator Bela Kosimova komen er bijna geen toeristen meer. ,,Wat wil je, om de dag ontploft er wel ergens een bom. Niemand wil naar Dagestan, zeker niet sinds die aanslagen in de Moskouse metro, ze zijn bang voor ons geworden”, verzucht de kleine vrouw die met pretoogjes onder haar leesbril vandaan kijkt. ,,Je had hier in de Sovjet-tijd moeten komen, iedereen kwam toen naar Dagestan! We hadden busladingen vol met hoogopgeleide toeristen, ze kwamen uit alle sanatoria hier in de buurt en stonden te dringen om naar binnen te komen. Men noemde ons museum toen de ‘Kleine Hermitage’. Want we hebben hier alles, zelfs Hollandse meesterwerken!”

Op de tweede verdieping is, vestopt tussen Dagestaans geglazuurd aardewerk, fijne sierkunst en een grote zal met wapentuig, een zaaltje met ‘Europese kunst’ te vinden. Wie er binnenstapt staat direct tussen de werken van Vlaamse en Hollandse meesters als Adriaen de Gryeff, Alfred Bastiens, Remigius van Haanen en Jan Fyt. Volgens het museumpersoneel komen ze ‘uit Moskou’. ,,In de jaren ’30 zijn we hier naartoe gebracht. We hebben ze alleen een beetje opgepoetst”, legt Kosimova uit. ,,En dat was meer dan welkom, want wij hadden zelf geen schilderkunst. Dit is een moslimland, wij mochten hier nooit mensen schilderen. Onze eerste kunstenaars stammen nog uit de beginjaren van de Sovjet-Unie. Daarom hebben we in ons museum prachtig houtsnijwerk, indrukwekkende wapens en prachtige serviezen, maar moet de fijne schilderkunst uit het buitenland komen”.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Een schoolklasje van een stuk of twaalf meisjes van ongeveer zeventien jaar loopt op hoge hakken snel aan de saaie Nederlandse burgemeestersportretten en stillevens voorbij. Sommige meisjes dragen een hoofddoekjes maar weten dat ruimschoots te compenseren met minirokjes. De meeste bezoekers in het museum interesseren zich vooral voor de enorme doeken van Franse en Duitse schilders die de Kaukasische oorlogen documenteerde. Op de meeste werken hakken de dappere strijders met kromme zwaarden het Tsaristische leger in hun nette uniformen de pan in. Waar een bezoeker naar buitenloop gaat direct het licht weer uit, een bezuinigingsmaatregel. Omdat er bijna niemand meer naar het museum gaat heeft de directie besloten dat het museum zelf maar naar de mensen toe moet. Medewerkers gaan met prenten naar verschillende scholen in de buurt en het museum heeft een eigen televisieshow in de avonduren van de lokale televise.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Naar goed Russisch gebruik zit er in iedere zaal een oudere dame op een stoel. Bij het Nederlandse zaaltje zit een vrouw die zich pertinent ‘Tante Asja’ noemt. Ze neuriet volksdeuntjes en laat iedere bezoeker op haar mobiele telefoon de foto’s van haar twee zoons in Moskou zien. In een antieke Italiaanse kast uit de vroege 16e eeuw heeft ze een waterkoker, zakjes thee en snoepjes staan. ,,Niemand werkt hier voor het geld”, legt ze uit. ,,Soms krijgen we uberhaupt geen vergoedingen. We doen het uit liefde”. Niet geheel zonder gevaar, want naast het museum ligt een belangrijke politiepost en juist die zijn de afgelopen jaren het doelwit van terroristische aanslagen. Over het naakt in de Europese afdeling van het museum maakt niemand zich zorgen. ,,Ik moet er altijd om lachen hoe veel schoolmeesters er snel voorbij lopen en de kinderen vertellen dat ze een andere kant op moeten kijken. Dat moeten ze maar slikken, die extremisten”, lacht Kosimova.

Het Dagestaanse Museum voor de Fijne Kunsten. Achemededovastraat 12, Machatsjakala. Op maandagen gesloten.

De chroniqueur van het moderne Rusland

Pieter Waterdrinker

,,Ik wilde mijn zevende boek over een vrouw schrijven”, legt Pieter Waterdrinker (1961) uit in een rumoerig theatercafé in de Russische hoofdstad. Aan een grote tafel verderop geeft een bekende hoofdredacteur een receptie, kelners lopen af en aan met exclusieve hapjes en dure flessen wijn. ,,Zo typisch. Terwijl in Nederland de kranten ten onder gaan viert men hier nog feest”, lacht hij. ,,Maar over een vrouw dus, het is een klassiek liefdesverhaal over een ongelukkig huwelijk, maar er zit een tegenovergestelde beweging in mijn boek. Het gaat niet over een Russische vrouw die naar Nederland komt, het gaat over een Russische vrouw die Nederland weer verlaat”. Mila Burger blijft in het boek niet bij de krenterige lafaard met wie ze getrouwd is en wordt gecatapulteerd naar het moderne Moskou waar Waterdrinker behalve privé-vliegtuigen, exorbitante feesten en een luxe decadentie ook allerlei 19e eeuwse elementen als arresleeà«n, gemaskerde feesten en zelfs een duel opvoert. Het boek drijft op de contrasten tussen het provinciale dorpje waar de hoofdpersoon opgroeit, het fletse bestaan in de Nederlandse kustplaats en het waanzinnige leven in het moderne Moskou.

,,Ik zeg het wel vaker, maar ik heb het idee dat na het einde van de Sovjet-Unie de 19e eeuw als een ‘duveltje in een doosje’ tevoorschijn is gekomen. Dat gaat niet alleen op voor de sociale verhoudingen en het enorme contrast tussen arm en rijk, maar ook de positie van man en vrouw is weer als toen.” Waterdrinker kwam naar eigen zeggen op het verhaal toen de actrice Viktoria Koblenko op bezoek was. ,,Ze was in de Sovjet-Unie geboren en 13 jaar niet teruggeweest. Victoria is een stuk jonger dan mijn hoofdpersoon, maar dat enorme gat tussen de lege Sovjet-winkels van toen en de hyperkapitalistische sprookjeswereld van nu, daar gaat het om. In Amsterdam snapt men dat niet altijd, maar in Rusland gebeurt het. Je hoort in Moskou soms vrouwen klagen over hun privé-piloot. Het is de grootste metamorphose uit de geschiedenis die hier heeft plaatsgevonden.” Waterdrinker komt uit een horeca-gezin in Zandvoort, de kustplaats die als een rode draad door zijn werk loopt. ,,Mijn vader stond in de keuken, mijn moeder bediende en wij schilde aardappelen. Het enige boek dat wij huis hadden lag onder de bank, zodat ‘ie niet scheef stond”, legt Waterdrinker uit. Pas op 15-jarige leeftijd las hij zijn eerste boek. ,,Al mijn klasgenoten lazen boeken, ik begreep het niet. Ik ben maar naar een bibliotheek gegaan en trok van al die duizenden boeken bij toeval ‘Eerste liefde’ van Toergenjev uit de kast. Ik was meteen thuis in een wereld waar alles groter was. Er was liefde, er waren duels, er waren mooie meisjesogen, veel mooier dan die van de meisjes bij mij op school. En eigenlijk heb ik dat gevoel nog altijd, tot op de dag van vandaag”.

Waterdrinker is een van die Nederlanse schrijvers die het beter doet in het buitenland dan in eigen land. ,,Van mijn boek ‘Duitse bruiloft‘ zijn er misschien 800 of 1200 exemplaren verkocht. In Duitsland al ruim 7000, en bovendien wordt het boek deze zomer verfilmd. Omdat ik een andere wereld schets zegt dat ook altijd iets over Nederland, dat wordt je niet in dank afgenomen.” Voor zijn debuutroman Danslessen werd Waterdrinker, naar aanleiding van een uitlating van een romanfiguur in het boek, wegens antisemitisme voor de Hoge Raad gedaagd. Pas twee jaar later werd hij vrijgesproken. ,,Ik heb dat boek toen met de allerbeste intenties geschreven, het was een ‘coming-of-age’, een liefdesverhaal, een gevoelig en teer boek. Dat proces heeft me twee jaar van mijn leven gekost, en daarom moet ik er nu nog altijd om lachen wanneer er in Nederland acties voor het behoud van de dolfijn worden gehouden, terwijl we gewoon schrijvers.” Met Willem-Frederik Hermans voelt Waterdrinker dan ook wel een zeker verwantschap. ,,Ik heb soms het idee dat ik tien keer harder mijn best moet doen om iets te bereiken. Een lange tijd heeft mijn werk in Nederland niet de kans gehad, maar ik heb het idee dat dit boek aanslaat. Ik krijg goede recensies en leuke reacties van lezers. Na amper een week is de uitgever al bijna door de eerste druk heen.”

Pieter Waterdrinker: De dood van Mila Burger. De Arbeiderspers, 398 bladzijden. ¥19,95

Zigeunerpunkrockers spelen thuiswedstrijd

De Oekrains/Russische migrantenband Gogol Bordello belandt via de Verenigde Staten op wereldtournee weer terug op ‘thuisgrond’ in de voormalige Sovjet-Unie. Opzwepende muziek waar het publiek met volle teugen van geniet. Niet geheel zonder politieke boodschap.

Eugene Hutz I

Dat heeft die Oekrainse zigeuner niet verkeerd gedaan”, merkt een bezoeker achterin de zaal cynisch op. Men kan hem geen ongelijk geven. Gogol Bordello Frontman Eugene Hà¼tz (37) werd geboren in de buurt van Kiev geboren als Evgeni Nikolajev Simonov. Zijn familie sloeg op de vlucht uit angst voor de ramp met de Tsjernobyl-reactor in 1986. Jarenlang woonde Hà¼tz met zijn ouders en broers in vluchtelingenkampen, onder andere in Polen, Duitsland en Italie. In 1991 trok de familie naar de Verenigde Staten, waar de jonge Evgeni ““ inmiddels Eugene – naar New York ging om een band te beginnen. Inmiddels trekt Gogol Bordello al jarenlang over de wereld met een verzameling losgeslagen migrant-muzikanten die grotendeels het lot van Hà¼tz delen. De eclectische combinatie van ruige punk met zigeunerdeuntjes staat goed aan. In Moskou speelde de band de zaal plat.

De zanger sprak het publiek aanvankelijk toe in gebroken Engels, het handelsmerk van de band. Pas in de loop van het concert schakelede Hà¼tz over op het Russisch, zijn moedertaal. De meertaligheid is de troef van de band, de nummers gaan vloeiend over van het Engels naar het Russisch en bij vlagen zijn de teksten in het Oekrains, Roemeens, Italiaans of Spaans. Bij Gogol Bordello bestaan er geen taalbarrieres. ‘Het meest krachtige van muziek zit h’m in de vingers van een muzikant of in de toon van de stem. Daarom gaat de muziek van Johnny Cahs of Vladimir Vysotski bij iedereen door merg en been, of je nu Engels, Russisch of geen van beide spreekt’, legt Hà¼tz uit op de website van de band. Volgens hem zijn er miljoenen mensen op aarde ““ inclusief hijzelf – opgegroeid op rock ‘n roll zonder ook maar een woord Engels te spreken. Ongeacht de taal is de politiek boodschap van de band duidelijk: het zijn de onderduikers, de vluchtelingen, de illegalen, de verstotenen en vooral de zigeuners die het beste weten een feestje te bouwen.

Behalve Hà¼tz houdt de excentrieke violist Sergej Rjabtsev (51) de band muzikaal gezien omhoog. De grijsaard heeft een jeugdig voorkomen en spring energiek over het podium, waar ook twee meisjes met felle make-up in schaarse topjes de show opleuken. Maar het blijft Hà¼tz die alle aandacht opeist, hij krijgt in de eerste tien minuten van het concert nagenoeg de hele zaal al aan het dansen. De band die avond bestond verder uit accordionist Joeri Lemesjev (54), de Ethiopische bassist Thomas Gobena, een onbekende drummer en twee Latijns-Amerikaanse rappers. De band bracht dan ook een aantal spaanstalige nummers ten gehore, waaronder de Manu-Negra klassieker ‘Mala Vida’.

Terwijl de band volgens het publiek een prachtige performance neerzette hadden de muzikanten in werkelijkheid een behoorlijke kater. Volgens de manager van de band, Paul Clegg, waren ze aanvankelijk amper aanspreekbaar. Bovendien vloeide de drank tussen de nummers rijkelijk, een interview zat er die avond niet meer in. Joeri (21) vindt dat hij die avond de mooiste baan ter wereld heeft. Voor een bekend internationaal sigarettenmerkt deelt hij ter promotie rookwaar uit. ,,Een fantastische avond, heerlijke muziek. Iedereen is in feeststemming en ik mag sigaretten uitdelen. Kan niet beter, toch?” Betaalt krijgt hij niet, een vrijkaartje is de beloning. Een avondje Gogol Bordello is dan ook niet goedkoop, de goedkoopste kaartjes gaan voor 35 euro over de toonbank. Op verschillende websites worden ze voor 70 euro per stuk verkocht, en er zijn er legio ‘VIP-opties’ beschikbaar waarbij bezoekers duizenden euro’s moeten neerleggen. Ook Evgeni, een 20-jarige student, had een prachtige avond. Eigenlijk kan hij zulke concerten niet betalen, maar op de zwarte markt wist hij voor 1 roebel kaartjes te kopen. ,,Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!” lacht hij. Wanneer het concert is afgelopen schreeuwen twee studentes het hardst om een toegift. “œZjenja, Zjenja!”, roepen ze, de Russische koosnaam van zanger Hà¼tz. ,,Hij is immers ook een beetje van ons”, zegt een van de meisjes. Die toegift krijgen ze, waarna de zigeunerband diezelfde avond vertrekt naar Sint-Petersburg voor het volgende concert.

Twee seconden op NTV

Krijg nou! Telefoon van mijn vriend V. vanuit de Wit-Russische ambassade. Of ik NTV aan heb staan. Nee. Of ik dat snel wil doen. Jawel. Et voila. Terwijl ik met van Lieshout de trap afdaal (0:40) zoemt de camera in op het bordje ‘De tentoonstelling is niet aan te raden voor personen onder de achtien en personenen met psychologische problemen’. En wie hebben we daar?

Atelier van Lieshout brengt ‘lichte provocatie’ naar Rusland

De verwachtingen waren hooggespannen. Het Rotterdamse atelier van Joep van Lieshout brengt een deel van het project ‘slavenstad’ naar Moskou. Aanvankelijk vinden de meeste Russen het hele idee maar niks. ,,Slavenstad, wat weten ze daar in Nederland van, met hun 450 jaar democratie?”

Joep van Lieshout

Joep van Lieshout voor de plattegrond van de slavenstad. Foto: Michail Ivanov (c)

,,Ik ben toch blij dat mijn vriendin hier niet op tijd kom komen. Ze heeft een zwak hart en zou het hier moeilijk hebben”, zegt Natalia Alexandrovna. Ze loopt als een van de eerste bezoekers tussen de sculpturen en de installaties van het ‘slachthuis’, een klein onderdeel van het slavenstad-project uit de koker van het Rotterdamse Atelier van Lieshout. Zwarte of witte menselijke figuren verdwijnen in steriele verbrandingsovens of hangen ondersteboven aan haken, als varkens in tweeen gezaagd. Bij de ingang hangt een rood waarschuwingsbord, ‘De tentoonstelling is niet aan te raden voor personen onder de achtien en personenen met psychologische problemen’. Ze denkt dat het Russische publiek de expositie wel aankan. ,,Wie in dit musuem komt verwacht iets schokkends, uiteindelijk valt het allemaal wel mee.”

Toch is niet iedereen gelukkig met de komst van de expositie. ,,Slavenstad. Wat weten de Hollanders daar nu van? Jullie hebben 450 jaar democratie achter de rug! Het is echt nog niet zo lang geleden dat wij hier zelf in de kampen zaten”, vertelt een vrouw van middelbare leeftijd. Een oude veteraan bekijkt de installaties met veel interesse. ,,Niks nieuws”, zegt hij. ,,Ik heb het aan het front allemaal gezien.” Joep van Lieshout realiseert zich de gevoeligheid van de expositie in Rusland. ,,Dit land kent een geschiedenis die hier niet heel ver vanaf staat. In Europa is mijn kunst een spiegel over de waarde van het menselijk leven. Hier kan het andere reacties oproepen, dat realiseer ik me.” Toch verwacht hij geen problemen. ,,Opstand zal er wel niet komen.”

In de installatie speelt de spanning tussen goed en kwaad de hoofdrol. De vrije mensen proberen rationeel en zonder moraal zoveel mogelijk geld te verdienen. Dat geld gebruikt men onder andere voor een museum, dat volgens van Lieshout ‘het mooiste museum ter wereld’ is. Het heeft de vorm van een darmkanaal en de bezoekers vliegen er via de anus weer uit. ,,Een stukje zelfkritiek”, legt van Lieshout uit. ,,Kunst is ook maar een consumptiegoed, je koopt het en je spuugt het weer uit.” Er werken tienduizenden slaven in de ‘stad’. Ze worden geselecteert en wanneer ze onbruikbaar zijn worden ze ‘gerecycled’. De slaven werken in callcenters en krijgen hun loon in seks dat in verschillende bordelen met andere mannen moet worden bevochten. ,,Puur darwinisme”, legt van Lieshout uit.

Joep van Lieshout houdt zich sinds het midden van de jaren ’90 bezig met sculptuur, design en architectuur. Met behulp van de Mondriaan stichting en de Duitse energieleveraar RWE is de expositie naar Vinzavod, een voormalige wijnfabriek vlak buiten het centrum van Moskou gekomen. Naast de schokkende installaties zijn er ook marquettes, designmeubilair en zelfs een compleet servies te vinden. Het Russische publiek richt zich vooral op de fraaie ontwerpen en loopt de stelselmatige provocaties uit de weg.

Sabine Schmidt, curator van het museum Folkwang in het Duitse Essen haalde de expositie naar Rusland. ,,In ons museum was het een reflectie op de holocaust, hier is het ‘natuurlijk’ een reflectie op de Sovjet-strafkampen”. Toch wil ze benadrukken dat de expositie geen politiek statement wil zijn. ,,Dit is toch niet heel anders dan wat je in een gewoon slachthuis ziet? Rusland was voor ons wat dat betreft gewoon een pragmatische keuze. We hopen dat er genoeg discussie ontstaat.” Die opzet is alvast geslaagd. De hele avond bediscussieren de bezoekers de tentoonstelling. Pavel Grefman vind het maar een slappe boel. ,,Hier hadden ze tien jaar geleden mee moeten komen, dan was het echt wat geweest.

Slaughterhouse

Musuem

Tussen goelag en jetset. Moderne kunst in Rusland

Moderne kunst in Rusland is vooral afhankelijk van private geldschieters en liefdadigheid. Terwijl het Kremlin de boel scherp in de gaten houdt zijn het de steenrijke miljardairs die hun stempel op de kunstwereld drukken. Van theaterfestivals in de poolcirkel tot hippe feestjes voor de internationale artistieke jetset.

Het is een flink stuk lopen vanaf het metrostation in een Moskouse buitenwijk. In een achterkamertje van een kleine literaire uitgeverij zit het geimproveerde kantoorje van Irina Prochorova, de zus van Michael Prochorov ““ op dit moment de rijkste van de Russische oligarchen. Ze staat aan het hoofd van het naar haar broer genoemde fonds, een culturele stichting met een jaarlijks budget van ruim 8 miljoen euro. Toch staat er geen kaviaar op tafel en drinken we oploskoffie. Het kantoor lijkt eerder tijdelijk.

Irina Prochorova

,,En dat is het ook”, legt Irina Prochorova uit. ,,Het grote probleem van de Russische kunst is de gecentraliseerde aanpak. Wanneer je je als kunstenaar wilt ontwikkelen moet je naar Moskou. Of nar het buitenland. Dat was al voor de revolutie zo. Wij proberen daar iets aan te doen. Het hoofdkwartier van het fonds is in Norilsk. Inderdaad, in de poolcirkel.”

In Norilsk maakte Michael Prochorov aan het begin van de jaren ’90 fortuin. Hij wist de nikkelmijnen, die onderdeel waren van het sovjetstrafkamp, om te vormen tot een moderne en winstgevende onderneming. Ieder jaar scoort Norilsk hoog in de lijst van meest vervuilde steden op aarde. ,,We kunnen de vervuiling daar niet tegengaan, maar we willen wel laten zien dat daar ook mensen wonen. Het mag dan in de poolcirkel liggen, er is wel een universiteit en een intellectueel circuit”, legt Irina Prochorova uit. Jaarlijks organiseert ze er een theaterfestival, zijn er journalistieke competities en schildert de stichting de grijze flatgebouwen in vrolijke kleurtjes. Vanuit de Siberische stad in de poolcirkel begint het fonds een belangrijkste speler te worden in de Russische kunstwereld. Dit jaar zat de Prochorov-stichting voor een groot deel achter het Russische pavilioen tijdens de Venetiaanse biennale.

Ook miljardair Roman Abramovitsj, eigenaar van voetbalclub Chelsea en tot voorkort gouverneur van de afgelegen street Tsjoekotka, probeert zijn stempel op de kunstwereld te drukken. Voor zijn nieuwe geliefde, de 28-jarige Daria Zjoekova, kocht hij in Moskou een antiek trolleybusdepot waar zij een museum opende. Bij de openening kwamen in de kielzog van het flamboyante stel honderden bekende Russen, politici en kunstenaars als Jeff Koons en Marc Newson. Een jaar na de opening is er maar een enkele expositie in het enorme complex. De beveiliging moet erg lachen om de teleurgestelde bezoekers.

Garazh

De moderne kunst heeft het moeilijk in Rusland. Een traditie van overheidssubsidies, zoals in Nederland, staat er nog maar in de kinderschoenen. Ook de private sponsoring moet nog op gang komen. Bovendien is de overheid bijzonder grillig. Bijna twee jaar geleden trok minister voor cultuur Alexander Sokolov nog 16 inzendingen terug uit een Russische kunstselectie voor een tentoonstelling in Parijs. Een van de werken bestond uit een foto waarop twee innig zoenende politieagenten waren te zien. Sokolov noemde de foto een ‘pornografische provocatie’. Prochorova zucht: ,,Vroeger was het simpeler, er was officiele kunst en ondergrondse. Nu zijn er geen regels voor censuur, maar het kan altijd de kop opsteken. Wij gaan er voorzichtig mee om en proberen lokale tradities te respecteren.”

Prochorova, die haar sporen verdiende als literair uitgever en een aantal internationale onderscheidingen op zak heeft, legt uit dat haar stichting niet zomaar zakken vol roebels weggeeft. ,,We proberen een denkpatroon te doorbreken. De Sovjet-tragedie holde het initiatief in mensen uit. Bovendien, wat je ook doet in Rusland, je loopt altijd wel tegen een plafond aan. Wij proberen kunstenaars juist te stimuleren zelf nieuwe projecten te ontplooien.” Met succes in Siberische steden als Krasnojarsk en Norilsk. ,,Iedereen verwachte na de val van het communisme een culturele revolutie. Die bleef uit. Het nieuwe paradigma komt er stukje bij beetje. Toen we vijf jaar geleden het theaterfestival naar Norilsk brachten was dat enorm schokkend. Nu brengen we soms schokkendere zaken, maar dat hebben ze zelf al niet meer door”.

Het museum dat Rusland op de kaart moet zetten

Langzaam maar zeker tilt de Hermitage zich naar een internationaal niveau. Het is het belangrijkste museum in Rusland. Van de ruim drie miljoen kunstschatten die het enorme complex herbergt zien er steeds meer het daglicht. Deze week opent de Amsterdamse vestiging van de Hermitage.

The Hermitage from a car

De Hermitage vanuit een auto over de Neva-rivier. Foto: Olaf Koens

Het is nagenoeg onmogelijk iemand van het museum te spreken. De Hermitage mag zich dan inmiddels profileren als een modern museum, de bureaucratische machine werkt er nog als vanouds. Telefoons worden niet opgenomen en brieven verdwijnen in een grote stapel. ,,We hebben het dan ook heel erg druk”, legt een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn uit. ,,Maar u kunt toch gewoon door het museum wandelen?”

Het enorme gebouw aan de Neva-rivier is Ruslands grootste toeristische trekpleister. Wat in de tweede helft van de 18e eeuw begon als de prive-verzameling van tsarina Catherina de Tweede groeide uit tot een van de grootste kunstcollecties ter wereld. Tsaar Nicolaas de Eerste gaf opdracht de verblijven om te bouwen tot een publiek museum en in 1852 ging het open voor het publiek. De revoluties van 1917 brachten de Romanov-dynastie ten val en op bevel van de bolsjevieken werd het museum ‘volksbezit’. Dat is het nog altijd. Russische bezoekers betalen slechts een fractie van de toegangsprijs voor buitenlanders.

De Hermitage, inmiddels verspreid over een aantal gebouwen in Sint-Petersburg, probeert zich als een hedendaags museum op de kaart te zetten. De krakende houten vloeren worden hier en daar vervangen en ook de belichting krijgt meer aandacht. Door de ongunstige ligging en het gure klimaat in de stad kampt de Hermitage met vochtigheidsproblemen. Katten in dienst van het museum hebben de taak de muizen uit de opslagkelders weg te houden.

Deze week opent in Amsterdam aan het Amstelhof een dependance van het museum. De ‘Hermitage aan de Amstel’ is niet de enige buitenlandse vestiging van het museum in Sint-Petersburg. Van 2000 tot 2007 huisde het Londense Somerset House de ‘Hermitage Rooms’, een tentoonstelling die moest sluiten vanwege tegenvallende bezoekers. In Las Vegas opende in 2001 het Guggenheim Hermitage Museum, een samenwerking van de Guggenheim-stichting en het Russische museum dat in 2011 in de Litouwse hoofdstad Vilnius moet worden doorgezet.

Het Amsterdamse filiaal van de Hermitage moet het museum toegankelijker maken voor een internationaal publiek. Ook moet het financieel gezien flink bijdragen aan de renovatie van de Petersburgse Hermitage. De buitenlandse dependances passen in het beleid en de visie president Medvedev en premier Poetin die, niet geheel ontoevalig, beide uit Sint-Petersburg komen. Rusland moet weer op de kaart gezet worden en het Kremlin zet een hoop op het spel om de Russische trots en allure internationaal te herstellen.

Directeur Michail Piotrovski (65), wiens vader ook al directeur was van het museum, laat in interviews in de Russische media weten dat hij zich meer wil richten op Russische toeristen. Ieder jaar komen er ongeveer twee miljoen toeristen uit heel Rusland naar het museum in Sint-Petersburg, terwijl er volgens Piotrovksi jaarlijks amper een half miljoen buitenlandse gasten voet zetten in de Hermitage. Behalve de samenwerking internationale musea en de buitenlandse satelieten organiseert het museum ook exposities in andere delen van Rusland.

Kenmerkend voor het museum zijn de tientallen dames op leeftijd die in de verschillende zalen de wacht houden. Ze lezen, lossen kruiswoordraadels op of zijn verdiept in breiwerkjes. Waar de administratie van het museum slecht toegankelijk is zijn het deze ‘baboesjkas’ van het museum die maar al te graag vertellen wat er zoal speelt. Ekaterina Joerjevna is blij met de opening van de Hermitage aan de Amstel. ,,Wij hebben hier zoveel Van Gogh’s en Rembrandts hangen, we mogen ook wel eens iets voor jullie doen.”