‘We hadden geen thuis meer’
Wednesday, January 27th, 2010De inmiddels 70-jarige Vera Stepanovna kwam als kind in Auschwitz en bracht na de bevrijding haar jeugd door in een weeshuis. Terwijl ze al jaren recht heeft op een pensioen werkt de 70-jarige overlever nog vijf dagen in de week als accountant. ,,We waren wezen, daarom wil je altijd de beste zijn”.
,,Omdat de fascisten alles goed bijhielden weet ik dat ik uit een dorpje in de buurt van Vitebsk (Wit-Rusland) kom”, vertelt Vera Stepanovna. ,,Mijn vader zat bij het partizanenleger en omdat mijn moeder haar echte, Joodse achternaam vertelde werden we op de trein naar Auschwitz gezet. Mijn moeder en mijn jongste zusje zijn direct om het leven gebracht.” Later, tegen het eind van de jaren ‘80, heeft Vera Stepanovna de documentatie ingezien. ,,Ze hielden zelfs bij wat voor kleren we droegen toen we van de verzamelplaats naar het kinderkamp gebracht werden. Volgens de gegevens had ik midden in de winter alleen een hempje aan. En dat is precies hoe ik me Auschwitz herinner: IJskoud en hongerig. Je begrijpt op die leeftijd niets, je voelt alleen de angst”.
Vera Stepanovna (70) werkt als accountant. In een kleine kantoorruimte van een voormalige school in een buitenwijk van de Oekrainse hoofdstad Kiev vertelt ze over haar jeugd in het concentratiekamp en en in het weeshuis dat daarop volgde. ,,Kinderen moesten werken, we waren slaven. Bovendien moesten we bloed afstaan, want kinderbloed is nog ’schoon’. Dat we daar niet om het leven zijn gekomen is een kwestie van tijd geweest, we stonden laag op de wachtlijst.” De Sovjet-bevrijding, vandaag op de kop af 65 jaar geleden, kan Vera Stapanovna zich nog levendig herinneren. ,,Plots stonden er tanks op het terrein, we omheldsen de soldaten. En natuurlijk wilden we mee naar het front. Al ben je vijf jaar. Later pas wilden we naar huis. Daar kwam het probleem: we hadden geen thuis meer.” De eerste Sovjet-colonnes gingen van Auschwtiz terug naar Kiev, waar Vera Stepanovna samen met 282 andere kinderen uit concentratiekampen in een speciaal weeshuis werd opgevangen.
,,In die tijd werden er in de buurt van Kiev allerlei fabrieksterreinen ingericht. We zijn nog lang doodsbenauwd geweest voor die fabriekspijpen en rookpluimen die over de stad hingen”. Vera Stepanovna moest opnieuw Russisch leren. ,,Russisch was streng verboden in Auschwitz, de kinderen spraken een mengelmoes van Duits en Pools. Zelfs op latere leeftijd haalde ik nog allerlei woorden door elkaar.” De Sovjet-bureaucratie wist zich geen raad met de ontheemde kinderen. ,,Mijn oudste zus wist mijn achternaam, maar de geboortedatum, die mochten we zelf uitzoeken. Ik weet eigenlijk niet of ik ouder of jonger ben”, legt Vera Stepanovna uit. Als geboorteplaats werd bij alle kinderen ‘Kiev’ opgegeven. ,,Maar toen we ons eigen paspoort konden opvragen moesten we plots een etnische achtergrond aangeven. ‘Moet dat?’ vroeg ik. Op het politiebureau geloofden ze niet dat de hele nationaliteitenkwestie voor mij geen betekenis had. ‘Maak er maar Georgisch van’, zei ik uiteindelijk. Bij ons op school zat een prachtig Georgisch meisje met golvend donker haar en mooie donkere ogen. En zo ben ik een Georgische geworden, tot op de dag van vandaag. Het hele nationaliteiten-idee spreekt mij nog altijd niet aan. Russen, Oekrainers, Wit-Russen, we zijn allemaal Sovjet-burgers. We hebben hetzelfde bloed,”
De jaren na het weeshuis waren niet makkelijk. ,,De Sovjet-Unie was hard, je moest knokken voor je bestaan. Ik ben op mijn 13e begonnen met werken, en dat doe ik tot op de dag van vandaag. Het is wat vreemd natuurlijk, zeker in dit kantoor met jonge meisjes, maar zelfs na 53 jaar ben ik niet moe”. Van de 282 kinderen uit het speciale weeshuis in Kiev zijn er inmiddels nog maar 21 in leven. ,,Tot 2005 kwamen we om de zoveel tijd samen, uit alle hoeken van de wereld. Het is een bijzondere groep mensen. Vergeef me dat ik het zo banaal zeg, maar van de meisjes is niemand prostitue geworden. Niemand is aan de drank gegaan, meer dan 60 procent heeft een universiteitsdiploma. We moesten ons keer op keer bewijzen. Ik denk dat alle kampkinderen die mentaliteit hebben: doorbijten en vooruit.”


