Feest bij de oligarchen

Wie een duur restaurant op de 62e verdieping van een wolkenkrabber in aanbouw afhuurt, de binnen- en buitenlandse pers laat opdraven en zonder met de ogen te knipperen een magazijn aan drank afrekent, heeft iets te vieren. Toch viel het feestje van de succesvolle Russische zakenman Oleg Tinkov tegen.

Moscow / Manhattan

Aan de buitenrand van Moskou doemt een complex van grote wolkenkrabbers op. Het geheel is al jaren in aanbouw, om naar boven te komen moet je via de nooduitgang omhoog naar de bouwlift, die zuchtend, krakend en piepend de 62e verdieping haalt. De enige aanwijzing was het woord ‘binnenkort’, dat al weken voor het feest op billboards doorheen de stad opdook. Binnenkort zou er iets nieuws komen. Meisjes verdrongen zich voor de beglazing, de iPhone flitsten, de zonsondergang over de stad was een bezichtiging.

De grofgebouwde Tinkov is het Russische equivalent van Richard Branson. Hij begon als mijnwerker, liet zijn eigen bier brouwen, opende een restaurantketen en verkocht alles aan InBev in 2005. Van de winst zette hij een leenbank op, Tinkov is inmiddels een van de grootste kredietverstrekkers in het land. Op Twitter liet hij een paar foto’s lekken. De blonde zakenman liet zich omringen met stewardessen op naaldhakken. De rokjes te kort, hun ronde borsten laag ingesnoerd in maatpakjes. Het kon bijna niet anders; Oleg Tinkov zou een luchtvaartmaatschappij beginnen. Vliegen zou weer sexy worden.

De luide jazzband stopte met spelen, Tinkov verscheen op het podium. “Ik ga het anders doen”, zei hij. “We gaan iets revolutionairs op poten zetten.” De spanning steeg. Zelfs de bediening staakte de gesprekken. Tinkov schraapte zijn keel. “Vanaf nu is er een creditcard waarmee je airmiles bij alle luchtvaartmaatschappijen kunt sparen!”

De teleurstelling rolde als een tsunami door de zaal. Uit beleefdheid klonk er applaus, de jazzband zette uit voorzorg snel in. De honderden gasten zetten het op een drinken. De kleine keuken bezweek onder de hongerige bezoekers en tegen het eind van de avond werd er cognac in de enorme wijnbellen geschonken. De cognacglazen waren opgegaan aan de wodka, wijn was er toch niet meer.

In een hoekje van het restaurant stond Tinkov te praten met de pers. “Was dit niet de ideale gelegenheid om een airline te lanceren?” vroeg een Russische journalist. Tinkov haalde zijn schouders op. “Vliegtuigen zijn best aardig, maar het is stukken interessanter om de betalingsmechanismen die er omheen zitten in handen te hebben.” Geen airline dus, wel een creditcard. Blijft een feit dat die Russische oligarchen verstand hebben van feestvieren. (Vacature)

Goeie deal

Al jaren wonen in Moskou meer miljo­nairs dan in New York. En dat is te merken. Geld vloeit als water in de Russische hoofdstad. Sommige prij­zen zijn zo exorbitant hoog, dat je ­wanneer je een aanbieding tegenkomt – het gevoel krijgt de jackpot te hebben gewonnen.

„Neem je voor ons een kalkoen mee van de Doro­gomilovski-markt? Ik heb gehoord dat ze daar goeie deals hebben.” Voor het Thanksgivingfeest van een bevriend Russisch echtpaar, dat recentelijk uit Amerika weer terugverhuisde naar Moskou, koop ik op de markt de geplukte vogel. Na lang on­derhandelen reken ik bijna 100 euro af. Goede deal, dacht ik nog. Pas in de metro realiseer ik me dat je voor hetzelfde geld op de Albert Cuyp-markt waar­schijnlijk tien kalkoenen koopt. Als het meezit, krijg je ze dan nog thuisbezorgd ook.

„Het is een bekend syndroom in deze stad”, legt mijn vrien­din Masja uit. Ze bestudeert al jaren het hyperkapitalisme en de vreemde psychologische ef­fecten die het op de Moskovie­ten heeft. „Het is nog maar twintig jaar geleden dat je hier in de rij moest staan voor brood. Of dat je gelukkig was als er linkerschoenen in de winkel lagen. Nu is er alles, in overvloed. Daar gaat het om.” Prijs en kwaliteit spelen voor de Russen steeds minder een rol. Zolang je de keus maar hebt.

In een vlaag van verstandsverbijstering kocht ik af­gelopen december bijvoorbeeld nog een maand­kaart voor Tsjaika, het befaamde zwembad. Met een prijskaartje van 200 euro aan de dure kant, maar het is dan ook het mooiste zwembad in de stad, bleef ik mezelf wijsmaken. Pas tegen de jaar­wisseling bleek dat ik vijf keer ben gaan zwem­men. Dat is dus 40 euro per zwembeurt. Of – om precies te zijn – 4 euro per baantje.

„Je went aan de prijzen”, legt Masja uit. „Ook niet-miljonairs overleven hier prima. Al heeft nie­mand spaargeld. Alles wat je hebt, moet je meteen uitgeven. Je besef verandert. Als iedereen denkt dat iets niet duur is, raak je daar op termijn zelf ook van overtuigd.”

Ik herinner me mijn peperdure kalkoen.

„Denk maar eens aan de wijn die je koopt”, lacht Masja. „Als je in een supermarkt een fles wijn te­genkomt onder de 15 euro, koop je hem direct. Zou je in Nederland een fles beroerde Chileense wijn kopen voor dat geld? Nee dus.”

Als ik een paar weken later in een peperdure sport­school sta, dwingt een bodybuilder me bijna een jaarcontract te tekenen. Het is om de hoek, er zijn allerlei voorzieningen en naast een zwembad is er ook een sauna, een boksschool en individuele bege­leiding. Voor de zekerheid bel ik Masja, het gaat per slot van rekening om een klein maandsalaris.

„Wat? Voor een sportschool met zwembad? Ben je gek. Natuurlijk man, gelijk doen. Goeie deal!”

Standplaats Moskou – Waar is mijn Niva?

‘Schat, heb jij de auto gezien?’

Het is niet de eerste keer dit jaar dat mijn vriendin plots bezorgd om zich heen kijkt, en zich afvraagt waar onze auto is gebleven. ‘Hij stond toch hier ergens in de buurt?’

Je ziet onze auto niet makkelijk over het hoofd. We hebben een Lada Niva, het Russische antwoord op de Landrover. Een stokoude, degelijke en onverwoestbare Sovjetmachine die zich met weer en wind door het barre Russische klimaat een weg baant. De vierkante wagen steekt lelijk af tussen de Bentleys, Lexussen en Mercedessen van onze buren.

We hebben de auto ooit gekocht om naar de datsja te kunnen rijden. Over heuvels, door aardappelvelden en – wanneer nodig – door anderhalve meter sneeuw. De Niva heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Maar in het centrum van Moskou verdwijnt ‘ie regelmatig. Bij grote protesten op het Bolotnajaplein moet onze Niva plaats maken voor arrestatiebusjes. Wanneer de president, de premier of de Patriarch op bezoek komen bij de musea of televisiestudio’s in de buurt haalt de gemeente de ‘lelijke’ auto’s uit het zicht. De leiders van het land mogen niet weten dat er nog oude Lada’s in omloop zijn. Meestal is onze auto ergens aan het eind van de avond weer in de buurt te vinden.

Maar de protesten zijn de laatste maanden kleiner geworden. ‘Vladimir Poetin is hier toch ook al een hele tijd niet meer gezien?’ vraagt mijn vriendin voor de zekerheid. We denken van niet, en vrezen het ergste. We zijn de auto kwijt dankzij de nieuwe gemeentelijke parkeerregels.

Het zou hoog tijd worden. Moskou heeft naar schatting bijna vier miljoen auto’s, maar nog geen 900.000 parkeerplaatsen. We parkeren de Niva op de stoep, in het park, voor het theater of desnoods op het zebrapad. Omdat er geen regels voor parkeren waren konden automobilisten ook simpelweg niet gestraft worden. In de buitenwijken is het net zo’n ramp als in het centrum. Soms worden er hele flats opgeleverd zonder ook maar één parkeerplaats.

Dat beleid ging eindelijk op de schop. Er kwamen nieuwe verkeersregels, en voor het eerst: parkeerboetes. Alleen is er geen parkeerplaats bijgekomen. Auto’s die de doorgang blokkeren worden voortaan weggesleept, en wie parkeert op pleinen of in plantsoenen kan rekenen op een hoge boetes. Een riskante operatie, want automobilisten zijn in Rusland misschien wel de belangrijkste politieke krachtfactor. Kom je aan z’n auto, dan heb je een probleem. We bellen het stadhuis en de parkeerdienst, maar van onze Niva is geen spoor te vinden.

Drie dagen later duikt de auto plots weer op. Een paar werkmannen zetten de auto weer terug en schroeven de wielklemmen los. ‘Hij stond fout geparkeerd, meneertje’, zegt een van de agenten van de parkeerpolitie op belerende toon. ‘Eigenlijk had u een boete moeten betalen, maar we dachten – met zo’n krakkemikkige Niva – dat kunt u vast niet betalen!’ Ik knik gehoorzaam. ‘Toch aardig’, hoor ik mezelf denken. Een week later was de Niva weer verdwenen. Premier Medvedev bezocht de kerk om de hoek.

Standplaats Moskou – Poetin is bang voor meisjes

Hij heeft er een dagtaak aan. Pjotr Verzilov is de echtgenoot van Nadja Tolokonnikova, de jongste en de meest fotogenieke van de drie meisjes van Pussy Riot. Hij kijkt de hele dag neurotisch naar zijn telefoon. De e-mails met steunbetuigingen blijven binnenkomen, van Sting tot de Red Hot Chili Peppers, van Björk tot Madonna. Een bizarre wending voor de leider van het marginale kunstcollectief ‘Voina’ dat ooit furore maakte door een grote penis op een ophaalbrug te schilderen.

,,Wat de meisjes hebben gedaan in de Christus-de-Verlosserkerk is meest geslaagde kunstperformance in de 21e eeuw”, zegt hij stellig. Het punkconcert tegen president Poetin was nog een van de mildere acties. Eerder organiseerde Verzilov een orgie in een museum, slingerende Nadja en hij katten door een filiaal van McDonalds en viel zijn kunstbende vrouwelijke politieagentes lastig. Verzilov rent al twee weken heen en weer tussen de rechtbank, de school van zijn zoontje, zijn ondergrondse kunstbeweging en de camera’s van de internationale pers. Hij is zo trots als een pauw. Zoveel aandacht hebben zijn kunstprojecten nog nooit gehad. Zijn vier-jarige zoontje zegt op commando dat Poetin een slecht mens is omdat hij zijn moeder in een kooi heeft gestopt. Zie er maar eens een speld tussen te krijgen.

Wat een half jaar geleden begon als een stunt van een paar gekke meisjes is inmiddels het proces van de eeuw geworden. Al twee weken is het een absurd schouwspel. Tijdens de hoorzittingen leggen getuigen uit wie of wat God is, moet een expert vertellen wat ‘Pussy Riot’ precies betekent in het Engels en duikt de openbaar aanklager in de geschiedenis van de punk. Feminisme is volgens de rechtbank in ieder geval een ‘dodelijke zonde’, en punkmuziek – dat moeten de danspassen van de duivel zijn.

Het is duwen en trekken geblazen bij de rechtbank om naar binnen te komen. De drie meisjes zijn zó staatsgevaarlijk dat ze tijdens het proces in een glazen kooi zitten. Bewakers met valse honden houden de wacht. De Russische journalisten houden het niet meer. Na ieder betoog van de advocaten van de meisjes wordt er hard geklapt. ‘Het lijkt verdomme de kerkelijke inquisitie wel. Je vraagt je af wanneer de openbaar aanklager eist dat de meisjes op de brandstapel moeten’, sist een collega. Een andere journalist leest tijdens de rustige momenten demonstratief een vertaling van Kafka.

Deze week was de laatste hoorzitting, Verzilov wist zich door de pers heen te worstelen en kon een paar seconden met zijn vrouw praten. De openbaar aanklager eist een ‘milde’ drie jaar gevangenisstraf. Wanneer hij buiten op adem komt vraag ik of dat niet is wat hij verwacht had. Er zijn landen waar je voor punkconcerten op heilige plaatsen de doodstraf krijgt. Hij lacht. ,,Natuurlijk. Maar ik heb altijd gedacht dat Poetin bang was voor God. Of voor het leger. Of voor Amerika. Het is allemaal onzin”, legt Verzilov uit. ,,Poetin is bang voor meisjes”.

Hoe de Sandrabus verdween uit Tbilisi

Het is een van de eerste herinneringen uit mijn jeugd, de dag dat ik zelf met de bus naar school mocht. De gele FRAM-bus die in de vroege morgen aan de horizon opdoemde, de eindeloze rit langs de boerderijen, de windmolens en de dijk aan het Wad, het staat me allemaal nog haarscherp bij. De hypnotiserende diesellucht, de leren banken waar de oudere jongens hun namen in kerfden, de rit van Holwerd naar Dokkum leek een reis naar de andere kant van de wereld.

Ruim 3000 kilometer verderop en zeker twintig jaar later duikt mijn lijn 54 weer op. Sandra Roelofs, de Nederlandse vrouw van de Georgische president Michail Saakasjvili, heeft de afgelopen tien jaar een flink recyclingsprogramma op poten gezet. Veegwagentjes van de gemeente Den Haag houden de straten van Tbilisi schoon, Radio Muza draait de soms haperende CD’s van Radio 6 in de Georgische ether en de streekbussen uit heel Nederland, in de volksmond ‘Sandrabussen’, vervoeren jaarlijks miljoenen forenzen.

Behalve westerse bussen haalde Saakasjvili experts, politici en adviseurs uit Europa en de Verenigde Staten naar de hoofdstad. Sinds zijn aantreden in 2003 is Georgië onherkenbaar veranderd. De corruptie, wetteloosheid en economie zijn grondig aangepakt. Wie tien jaar geleden een politieagent tegen het lijf liep moest de portemonnee trekken. Nu groeten de agenten vriendelijk, schrijven ze alleen digitale bonnen uit en krijgen toeristen Engelstalige plattegronden aangereikt. Het land is een van de meest gunstige bestemmingen voor investeerders geworden, en de eens zo wilde Georgische chauffeurs dragen tegenwoordig allemaal een gordel, wachten netjes voor een rood stoplicht en houden zich zelfs aan de maximumsnelheid.

Toch is er de laatste jaren steeds meer protest. Saakasjvili geeft de oppositie geen schijn van kans, privatiseert de grote staatsbedrijven voor een schijntje en sommige hervormingen gaan de Georgiërs veel te ver. ‘Hij moet eens ophouden van Georgië een soort Europa te willen maken’, zegt mijn vriend Levan steeds vaker. ‘Soms heb ik het idee dat hij denkt dat zijn kiezers in Brussel of in Washington wonen. Maar wij zijn gewoon hier’.

Hoewel iedereen blij is met de glimmende boulevards, de opgeknapte Orthodoxe kerken en de gloednieuwe kabelbaan in het centrum van Tbilisi is er nog altijd geen werk te vinden. Met zowel de parlements- als de presidentsverkiezingen voor de deur staat het land politiek gezien op scherp. De Sandrabussen zijn alweer verdwenen. ‘Om eerlijk te zijn, ze gingen de hele tijd stuk’, legt een woordvoerster van het Georgische vervoersbedrijf uit. ‘We hebben ze ingeruild voor kleinere Oekraïense en Turkse bussen. Die doen het tenminste’. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. ‘Weet u wat het is, niet alles wat uit het Westen komt is per definitie goed. Daar zijn we hier inmiddels wel achter’.

Standplaats Moskou – De bistrorevolte

Ze mogen gerust mijn telefoon afluisteren, ze mogen interviews verstoren. Ze mogen me ‘s ochtends vroeg wakker bellen en zelfs hinderlijk volgen. Maar van mijn stamkroeg blijven ze af.

Ze hebben weinig tot niets met elkaar gemeen, de losse alliantie van kwade jongeren, felle nationalisten, oude communisten en oppositiefiguren. Behalve één ding dan: ze zitten allemaal in dezelfde cafés. Ik kom er al jaren, de bistro’s van Jean-Jacques, Majak of John Donn aan de Nikitski-boulevard. Ze zijn vierentwintig uur per dag open, je kunt er ver na middernacht nog een zware maaltijd nuttigen en er zijn altijd wel vrienden of bekenden te vinden. Vroeger ging het in de cafés over van alles, behalve politiek. Het was altijd een onderwerp dat zo zwaar, zo cynisch en zo ingewikkeld was dat je het bij een paar glazen wijn maar beter over iets anders kon hebben.

Maar na de massale fraude bij de parlementsverkiezingen afgelopen december sloeg de sfeer om. Plots had iedereen het over politiek. Een paar tafels verderop besprak de oppositie de tactiek. Op servetten en bierviltjes werden plannen gemaakt. De dag daarna zouden duizenden mensen de straat op gaan. Het lukte, en sinds begin december zijn de stamgasten permanent dronken. Van revolte en dure wijn. De sfeer is bijzonder, er hangt een gemeenschappelijk gevoel dat het allemaal morgen voorbij kan zijn. En dus moet er gedronken worden. Toen aan de vooravond van het eerste protest het Kremlin de stad liet belegeren was de stemming in Majak euforisch. ‘We moeten van elkaar houden, morgen worden we doodgeschoten!, riep een bekende filmregisseur. De champagnekurken vlogen in de rondte, op het toilet werden kinderen verwekt.

Het Kremlin heeft ondertussen de tegenaanval geopend. Een aantal hooggeplaatste ambtenaren lieten in de media weten dat de zittende macht niet hoefde te luisteren naar de eisen van ‘die paar dronkelappen in Jean-Jacques’. Een paar dagen geleden liep het uit de hand. Vrienden belden in paniek. ‘Olaf! Nasji heeft de Nikitski-boulevard bezet! We kunnen de cafés niet in!’ Ik heb de afgelopen jaren genoeg te maken gehad met Nasji, de jeugdige knokploeg van Poetin. Ze verstoren je interviews, bellen je midden in de nacht of vallen je op andere manieren lastig. Maar dat ze alle tafels in Jean-Jacques, Majak en John-Donn zouden reserveren, dat had niemand gedacht. Uit alle delen van Moskou kwamen de oppositiefiguren, de schrijvers, acteurs en journalisten naar de cafés om hun tafels terug te claimen. Nasji had al de benen genomen. ‘Ze mogen alles flikken’, zei de filmregisseur. ‘Ze mogen mijn stem frauderen, ze mogen mijn vrienden oppakken en al mijn vrijheden afnemen’, zei de filmregisseur. ‘Maar van mijn stamkroeg blijven ze af’. En zo is het.

Vier December verkiezingen, hoer!

,,Ze worden steeds grover, die jongeren”, verzucht Valentina Aleksejevna, mijn 92-jarige buurvrouw. Ze schuifelt met een looprekje langs de kris-kras geparkeerde auto’s naar de bushalte. Voor ze de moeizame vijftig meter heeft afgelegd passeert ze een stapel politieke krantjes, een groot portret van Vladimir Poetin, het billboard met Dimitri Medvedev en drie affiches van Verenigd Rusland. Het portret van Poetin heeft een snorretje gekregen, naast het logo van de regerende partij hangen stickers: ‘Weg met de schurken en dieven’. De politieke kranten verdwijnen steevast in de prullenmand en zelfs onder het witte aankondigingsbord staat in koeienletters ‘hoer’ geschreven. ‘Geef ze maar eens ongelijk’, zegt mijn buurvrouw serieus. Ze knijpt me in mijn arm. ,,Je moet niet denken dat wij allemaal zo gelukkig zijn met die boevenbende. We zijn nooit als vrij geweest. En toch stem ik op ‘m, die Poetin. Wat moet je anders?”

Steeds meer mensen hebben het gehad met Verenigd Rusland. De partij is het vehikel van de macht geworden en het Kremlin oefent steeds meer druk uit om er voor te zorgen dat een ruime meerderheid van de Russen op de juiste plek een kruisje zet. Omdat het Kremlin de ruimte niet geeft verplaatst het debat zich naar de straat. Het vluchtig neerkladden van een klein snorretje is een politieke verzetsdaad in het land waar bij de enige oppositie – op een paar splinterpartijen na – uit stokoude communisten bestaat. En de beweging is enorm. Twee weken geleden dook er een groot billboard op dat sprekend op de affiche van Verenigd Rusland leek. Alleen waren de mensen op de achtergrond ratten geworden en stond er in plaats van ‘Stem voor Rusland, stem voor de toekomst’ heel venijnig, en in hetzelfde lettertype: ‘U ziet het verschil toch niet’.

Een van de drijvende krachten achter het artistieke protest is mijn vriend Michail, die zich ‘Make’ noemt. Hij hing de afgelopen maanden op allerlei plaatsen in Moskou verkeersborden op. ‘Kijk uit, hier steelt men geld’ stond er tegenover de Doema. Bij het Kremlin plaatste hij midden in de nacht een ander bord dat binnen een half uur alweer verwijderd was. ‘Opgepast! Tandem!’ stond er, een sneer naar de dubbelact waarin nu Poetin het roer weer overneemt van Medvedev. De kunstenaars radicaliseren. Een paar jaar geleden liet het beruchte gezelschap ‘Voina’ een enorm doodshoofd op het parlement projecteren, en vorige zomer geleden kalkte de organisatie een enorme fallus onder een ophaalbrug tegenover het hoofdkwartier van de geheime dienst. ,,Noem het maar een partizanendaad”, stottert de pas afgestudeerde Make. Hij heeft een wat schuchter voorkomen, maar is alles behalve bang. Komend weekend hangt hij weer een reeks borden op. ,,Of ze verdwijnen binnen een paar minuten, of ze blijven soms dagen hangen”, legt hij uit. Het billboard met de ratten hangt er nog steeds. Ze zien het verschil toch niet.

Gunplay (the Roman way)

We never really shook hands or were introduced, but I think his name was Roman. He was a young, rather aggressive fellow who had an angry look in his eyes. Like me, he spent most of the day at home. We met occasionally when he was smoking cigarettes in the hallway.

187993512

During a house-warming party we threw there, one of our guests walked in pale as a sheet and crashed on the couch. Not being able to speak much, she spluttered that there was a guy pointing a gun at her in the hallway. As I opened the door to see, the gun was pointed in my face, and my neighbour pulled the trigger.

Unlike a Hollywood movie, my life didn’t flash by before my eyes. But I remember thinking that it seemed somehow very inappropriate to die before meeting my story deadline.

The sound of the hammer hitting the empty slide resonated in the hallway. Roma laughed. “Just to say,” he suddenly observed, very seriously, “your music is kind of loud. We’re trying to sleep, so turn it down a little bit.”

I unplugged the speakers from the laptop and somehow the party continued.

As the other people in the building knew, Roman had been to Chechnya. To most, that explained his behaviour. Some say he was running around the block naked looking for Chechens. Others reported he was handling his war trauma much better these days, not yelling as much as he used to.

Calling the police on him was not an option, however. He came from a family of respected militia men that went back generations.

Sometimes in the morning he’d leave the apartment in his MVD uniform, while other days he just hung around the place wearing not much more than jeans.

It’s hard to believe that this dark force ruling the capital will soon be renamed the police and will consist of friendly, honest officers who help tourists find their way. At least they won’t stick guns in innocent people’s faces, I hope.

We never spoke again about the “gun incident”, and in general Roman wasn’t very talkative. One day I saw him smash all the locals off the rink in a game of ice hockey on Patriarshy Prudy.

“On the ice, you’re free,” he said. “And you’re much stronger if you can dance.”

About the war he witnessed, he didn’t say much more than that it was “bad” and the whole of the North Caucasus should be bombed to pieces.

Yet in one respect, having a gun-crazed war vet for a neighbour actually turned out to be useful.

As our rental apartment was put up for sale, we’d tell potential buyers all about the lovely area, the structurally sound walls, the nice bathroom – and the little problem with Roma.
Back in the Moscow real estate boom, we managed to stay there for over a year.

In the end, the apartement was sold for half a million dollars to somebody with over 30 years of experience in counter-intelligence. He would have no troubles with Roma, he assured us.

“Every asshole fits in a jar,” he said. “You just have to show him who’s stronger.”

For days afterwards, I scoured the pages of Moskovsky Komsomolets to see who would survive the shootout.

Sometimes I think I should pay Roma a visit one of these days.

He might be missing that loud music by now.

Charlie – de rebelse grootvader

Ik val al door de mand wanneer ik me voorstel. ‘Olas? Olfa? Oleg?’, mijn naam is voor de meeste Russen aanvankelijk onuitspreekbaar. Maar de meest bijzondere Rus die ik ooit een hand gaf kon er alleen maar om lachen. ,,Ik ben Charlie”, zei hij. ,,Dat is pas gek”.

Het verhaal achter de naam is even tragisch als bijzonder. ,,Je weet toch dat ze in Letland vroeger allemaal Europese namen hadden?”, vraagt Charlie. ,,Mijn vader ontsnapte tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met een Letse medegevangene uit een Duits krijgsgevangenenkamp. Alleen mijn vader overleefde het en kwam zijn belofte na. Ik was zijn eerste zoon en dus kreeg ik die naam, of dat nou kon of niet”. Ik weet er het fijne niet van, maar zo’n naam kan in de Sovjet-Unie alleen maar voor problemen hebben gezorgd. De inmiddels 80-jarige Charlie kan er nu alleen maar om lachen. ,,Ze vergeten je naam tenminste niet, dat is het belangrijkste”.

Charlie woont met zijn tweede vrouw iets buiten Moskou. Hoewel hij af en toe klaagt over zijn leeftijd heeft hij de energie van een twintiger. Hij repareert auto’s, tilt zware motorblokken opzij en bouwt muziekinstrumenten. En hoewel hij me het liefst vertelt over ingewikkelde mechanica probeer ik hem uit te horen over de geschiedenis. De oorlog staat hem nog haarscherp voor de geest. Hij herinnert zich de honger, de reizen en vertelt af en toe over de overwinningsparade die in 1945 over het Rode Plein trok. ,,Ik ben over allerlei daken gesprokken om er goed naar te kunnen kijken, dat was niet zo moeilijk”, legt hij uit. ,,Maar uit handen van de politie blijven toen we daar weer vanaf kwamen, dat was pas lastig!”

Een paar maanden geleden vond ik de hoorns van een antilope bij hem op zolder, ik dacht aanvankelijk dat het een soort futuristische kapstok was. ,,Geschoten op de steppes in Kalmukkië”, vertelt Charlie. ,,Er vertrok een expeditie die kant op en ik mocht mee omdat ik goed auto’s kon repareren. Het was doodstil daar”, herinnert hij zich. ,,Natuurlijk is het doodstil op de steppe”, lacht zijn tweede vrouw. ,,Nee, je snapt het niet”, zucht Charlie. ,,Stalin was nog maar net overleden, alle Kalmukkiërs zaten nog in Kazachstan”.

Toen een jeugdvriend hem de onderdirecteur van een instrumentenfabriek maakte zat zijn Sovjet-bestaan geramd. ,,Ik hoefde alleen maar een paar keer per week een handtekening te zetten en het geld stroomde binnen. Niks aan. Ik ben eens gaan kijken in die werkplaats, zo moeilijk was dat helemaal niet, een balalaika maken”. Tot op latere leeftijd trok hij de wereld over met zijn handgemaakte muziekinstrumenten. Hij haalde prijzen op uit Latijns-Amerika, bouwde zijn eigen zeilboot en ruilde die vorige zomer nog in voor een nieuwe sportwagen. Het mag geen wonder heten, zijn kleindochters noemen hem de hooligan-grootvader.

En toch maak je je af en toe zorgen. Rebel of niet, toen we vorige week bijna van de weg gedrukt werden door de cortege van een lokale gouveneur gaf hij geen kick. Terwijl de geblindeerde Mercedes luid toeterde en de politieauto’s met zwaailichten de sportwagen omsingelden werd ik zenuwachtig. Zou er misschien toch iets zijn met zijn gehoor, of ziet hij niet zo veel? ,,Maak je geen zorgen Olas” zei grootvader. ,,Ik zie hem heus wel. Laat die klootzak maar even wachten”.