NU.nl column – Met een Sojoez kom je altijd thuis

Thursday, December 22nd, 2011

Het lijkt wel een ski-resort. In de bossen buiten Moskou valt de eerste sneeuw. De lucht is brandschoon, de naaldbomen maken het plaatje compleet. Tot iemand een raketmotor ontsteekt en het hele complex op z’n grondvesten staat te trillen.

Twee weken geleden was ik in Sterrenstad te gast bij André Kuipers. Het trainingscentrum net buiten Moskou lijkt nog het meest op een filmset uit de jaren ‘70.

Er staan modules, halve installaties en enorme computers. Overal knipperen lampjes, alles piept en kraakt. Je bent de hele tijd op je hoede omdat ieder moment James Bond uit een capsule kan springen.

‘Het ziet er oud uit, maar dat wil niet zeggen dat er aan de binnenkant niets veranderd is’, legt Kuipers uit. Hij is juist gerust dat de oude systemen ook nog werken. ‘Zelfs al zouden alle computers uitvallen, dan hebben we nog een heel robuust systeem om toch nog mee te kunnen manoeuvreren. Met een Sojoez kom je altijd thuis’.

Blokken

Ondanks zijn vreemde blauwe pak en het truttig gestikte Nederlandse vlaggetje is de boomlange Kuipers een indrukwekkende verschijning. Zijn Amsterdamse tongval, en vooral zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. ‘Ik wilde altijd nog een keer terug, en dat ga ik nu eindelijk doen’.

Hij mag inmiddels zelf een hoop kinderen hebben, zijn ogen fonkelen bij de gedachte nu voor een half jaar in een baan om de aarde te cirkelen. Al is het afzien. ‘Ik moet allerlei testen doen en examens afleggen. Dan ben je 53 en zit je nog steeds nerveus te blokken voor een examen’.

Kamperen

Bovendien heeft het internationaal ruimtestation ISS één groot nadeel. Het stinkt een uur in de wind. ‘Ga maar na’, legt André uit. ‘Het oudste deel is in 1998 gelanceerd. Het is natuurlijk nooit echt goed schoongemaakt. We proberen het wel, toch groeit er schimmel. Ik zeg het maar, het stinkt er gewoon’.

Gelukkig zit zijn portie meegebrachte oude kaas luchtdicht verpakt. ‘Net als de stroopwafels, de Verkade-koekjes en de Haagse Hopjes’, lacht André. Eigenlijk kom je in de ruimte niets te kort’.

‘Ach weet je’, zegt ‘ie. ‘Het is eigenlijk gewoon een half jaar kamperen’.

NU.nl column – De revolutie als een live-stream

Thursday, December 8th, 2011

Afgelopen zondag, toen de stembussen in Rusland sloten en de schoolmeesters, ziekenhuisdirecteuren en raadsleden de laatste valse stembiljetten in de stembussen moffelden, stond Dimitri rustig tussen de oproerpolitie op het Triomfplein in Moskou.

Foto:  Novum

Het waren dezelfde demonstranten die altijd de straat op gaan, een kleine groep van hooguit 200 activisten.

‘Eerlijke verkiezingen!’ schreeuwde hij plots. Hij hield de telefoon waar hij druk mee in de weer was als een vuist in de lucht. ‘Ik wil eerlijke verkiezingen. Eerlijke verkiezingen, verdomme!’
De oproerpolitie duwde ons in een hoek. ‘Ik doe dit voor mijn eigen veiligheid’, legde Dimitri uit.

Een paar activisten vochten terug, langzaam werden we naar de roltrappen van de metro gedrukt. ‘Het is een live-cast, er kijken nu 200 mensen mee. En die kijken ook wanneer ze me straks oppakken’. De beelden van zijn telefoon gaan rechtstreeks online. Een paar minuten later kreeg hij een klap van een agent en smeten ze hem ondersteboven in een arrestantenbus.

iPhone-generatie

Niet alleen de boomlange Dimitri moest het ontgelden. Ook de pers, de waarnemers en zelfs toevallige voorbijgangers waren de klos. Toen bijna iedereen was opgepakt ben ik in een sushi-restaurant gaan zitten. De Oezbeekse ober nam gewoon op, met zijn pen schreef ik op de achterkant van een kassabon de opzet voor een reportage.

De iPhone-generatie demonstreert alleen online, ze kijken liever naar live-casts dan dat ze daadwerkelijk komen protesteren. Een decennium Poetin heeft ze cynisch gemaakt en vooral in politieke zin murw geslagen.

Paniek

Maar de volgende dag gebeurde er iets bijzonders. Zo’n 10.000 mensen verzamelden zich op een plein. Het waren allemaal mensen als Dimitri. Jong, hoogopgeleid, en vooral – niet langer bang. De nieuwe generatie Russen waarvan iedereen dacht dat ze nooit in opstand zouden komen.

De macht in het Kremlin raakt in paniek. Tienduizenden ordetroepen bewaken de straten, nieuwssites worden uit de lucht gehaald en de staatstelevisie opent het nieuws met het onthaal van het Russische volleybal-team.

‘Geen Twitter-revolutie in Rusland’, schreef ik die zondagavond achterop de rekening van het sushi-restaurant. Wist ik veel dat ze ‘m zouden live-casten.

Vier December verkiezingen, hoer!

Saturday, December 3rd, 2011

,,Ze worden steeds grover, die jongeren”, verzucht Valentina Aleksejevna, mijn 92-jarige buurvrouw. Ze schuifelt met een looprekje langs de kris-kras geparkeerde auto’s naar de bushalte. Voor ze de moeizame vijftig meter heeft afgelegd passeert ze een stapel politieke krantjes, een groot portret van Vladimir Poetin, het billboard met Dimitri Medvedev en drie affiches van Verenigd Rusland. Het portret van Poetin heeft een snorretje gekregen, naast het logo van de regerende partij hangen stickers: ‘Weg met de schurken en dieven’. De politieke kranten verdwijnen steevast in de prullenmand en zelfs onder het witte aankondigingsbord staat in koeienletters ‘hoer’ geschreven. ‘Geef ze maar eens ongelijk’, zegt mijn buurvrouw serieus. Ze knijpt me in mijn arm. ,,Je moet niet denken dat wij allemaal zo gelukkig zijn met die boevenbende. We zijn nooit als vrij geweest. En toch stem ik op ‘m, die Poetin. Wat moet je anders?”

Steeds meer mensen hebben het gehad met Verenigd Rusland. De partij is het vehikel van de macht geworden en het Kremlin oefent steeds meer druk uit om er voor te zorgen dat een ruime meerderheid van de Russen op de juiste plek een kruisje zet. Omdat het Kremlin de ruimte niet geeft verplaatst het debat zich naar de straat. Het vluchtig neerkladden van een klein snorretje is een politieke verzetsdaad in het land waar bij de enige oppositie – op een paar splinterpartijen na – uit stokoude communisten bestaat. En de beweging is enorm. Twee weken geleden dook er een groot billboard op dat sprekend op de affiche van Verenigd Rusland leek. Alleen waren de mensen op de achtergrond ratten geworden en stond er in plaats van ‘Stem voor Rusland, stem voor de toekomst’ heel venijnig, en in hetzelfde lettertype: ‘U ziet het verschil toch niet’.

Een van de drijvende krachten achter het artistieke protest is mijn vriend Michail, die zich ‘Make’ noemt. Hij hing de afgelopen maanden op allerlei plaatsen in Moskou verkeersborden op. ‘Kijk uit, hier steelt men geld’ stond er tegenover de Doema. Bij het Kremlin plaatste hij midden in de nacht een ander bord dat binnen een half uur alweer verwijderd was. ‘Opgepast! Tandem!’ stond er, een sneer naar de dubbelact waarin nu Poetin het roer weer overneemt van Medvedev. De kunstenaars radicaliseren. Een paar jaar geleden liet het beruchte gezelschap ‘Voina’ een enorm doodshoofd op het parlement projecteren, en vorige zomer geleden kalkte de organisatie een enorme fallus onder een ophaalbrug tegenover het hoofdkwartier van de geheime dienst. ,,Noem het maar een partizanendaad”, stottert de pas afgestudeerde Make. Hij heeft een wat schuchter voorkomen, maar is alles behalve bang. Komend weekend hangt hij weer een reeks borden op. ,,Of ze verdwijnen binnen een paar minuten, of ze blijven soms dagen hangen”, legt hij uit. Het billboard met de ratten hangt er nog steeds. Ze zien het verschil toch niet.

Standplaats Moskou: de revolutie vergeet haar kinderen

Tuesday, August 23rd, 2011

column_standplaats

Lucy in the sky with babushka

Friday, May 6th, 2011

Did you hear the story of how my grandmother took LSD?” Yulia asked me once. “It’s a quite funny one – give me a cigarette and I’ll tell you.”

I’ve always loved kitchen stories, and as in Russia the kitchen table is the epicentre of conversation, if you’re lucky you’ll hear some truly remarkable tales. This one seemed too weird to be true, however.

“I was 18, I guess, and I was in the hospital,” Yulia said. “They did some kind of surgery on me and I had to stay there for a couple of days. My father-in-law found the LSD I had tucked away in a little box, hidden somewhere in my room.”

Even though I’m from Amsterdam, LSD to me is something that was going on half a century ago. But in Moscow, apparently, a hideously cheap and high-quality variant of the hallucinogen has been enjoying quite a renaissance amongst youngsters lately. Drip the fluid over bits of sugar and you’ll enjoy a deep trip around the outskirts of your brain for half a day.

Illustration – as always – by the magnificent Zhenia Vasiliev

“Oh, and it was my mother’s birthday,” Julia said as I lit the cigarette for her. She took a deep draw and continued: “Can you imagine? He threw the sugar cubes on the table and said: ‘Look what a daughter you have – she’s doing amphetamines!’

Now my grandmother always liked me and protected me. ‘They aren’t drugs,’ she said angrily. ‘And I’ll prove it to you, you bastard!’”

With that, she ate one. Which was obviously not amphetamine, but LSD.

“I had to discharge myself from the hospital,” Julia explained. “I signed a paper that I was responsible for what I was doing, and we quickly read up on Wikipedia to find anything that would ease that horrible trip. The poor woman – we bought her a big bouquet of flowers and tried to comfort her.”

“When granny opened the door, she was crying and laughing all the time. It was very strange to see,” Julia said. “She would sob and whimper, and then suddenly break out into a huge smile and be very happy. A few seconds later she’d be crying again, then smiling – and so on.”

I tried talking to her, but she was away with the pixies. ‘I have amazing dreams – amazingly beautiful dreams.’”

No matter what Yulia said, her grandmother didn’t believe her. The vivid trip continued: “‘And you, Julia – you are very beautiful,’ she told me, spaced-out, stroking my hair. ‘Very beautiful. So beautiful, it’s amazing. Stunningly beautiful. Who made you so beautiful?’

“And what happened afterwards?” I asked.

“Nothing much,” Julia said. “It’s not something we talk about a lot anymore. Just another strange family story. Do you want me to tell you another one? Just roll me another of those cigarettes…”

Charlie – de rebelse grootvader

Friday, July 23rd, 2010

Ik val al door de mand wanneer ik me voorstel. ‘Olas? Olfa? Oleg?’, mijn naam is voor de meeste Russen aanvankelijk onuitspreekbaar. Maar de meest bijzondere Rus die ik ooit een hand gaf kon er alleen maar om lachen. ,,Ik ben Charlie”, zei hij. ,,Dat is pas gek”.

Het verhaal achter de naam is even tragisch als bijzonder. ,,Je weet toch dat ze in Letland vroeger allemaal Europese namen hadden?”, vraagt Charlie. ,,Mijn vader ontsnapte tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met een Letse medegevangene uit een Duits krijgsgevangenenkamp. Alleen mijn vader overleefde het en kwam zijn belofte na. Ik was zijn eerste zoon en dus kreeg ik die naam, of dat nou kon of niet”. Ik weet er het fijne niet van, maar zo’n naam kan in de Sovjet-Unie alleen maar voor problemen hebben gezorgd. De inmiddels 80-jarige Charlie kan er nu alleen maar om lachen. ,,Ze vergeten je naam tenminste niet, dat is het belangrijkste”.

Charlie woont met zijn tweede vrouw iets buiten Moskou. Hoewel hij af en toe klaagt over zijn leeftijd heeft hij de energie van een twintiger. Hij repareert auto’s, tilt zware motorblokken opzij en bouwt muziekinstrumenten. En hoewel hij me het liefst vertelt over ingewikkelde mechanica probeer ik hem uit te horen over de geschiedenis. De oorlog staat hem nog haarscherp voor de geest. Hij herinnert zich de honger, de reizen en vertelt af en toe over de overwinningsparade die in 1945 over het Rode Plein trok. ,,Ik ben over allerlei daken gesprokken om er goed naar te kunnen kijken, dat was niet zo moeilijk”, legt hij uit. ,,Maar uit handen van de politie blijven toen we daar weer vanaf kwamen, dat was pas lastig!”

Een paar maanden geleden vond ik de hoorns van een antilope bij hem op zolder, ik dacht aanvankelijk dat het een soort futuristische kapstok was. ,,Geschoten op de steppes in Kalmukkië”, vertelt Charlie. ,,Er vertrok een expeditie die kant op en ik mocht mee omdat ik goed auto’s kon repareren. Het was doodstil daar”, herinnert hij zich. ,,Natuurlijk is het doodstil op de steppe”, lacht zijn tweede vrouw. ,,Nee, je snapt het niet”, zucht Charlie. ,,Stalin was nog maar net overleden, alle Kalmukkiërs zaten nog in Kazachstan”.

Toen een jeugdvriend hem de onderdirecteur van een instrumentenfabriek maakte zat zijn Sovjet-bestaan geramd. ,,Ik hoefde alleen maar een paar keer per week een handtekening te zetten en het geld stroomde binnen. Niks aan. Ik ben eens gaan kijken in die werkplaats, zo moeilijk was dat helemaal niet, een balalaika maken”. Tot op latere leeftijd trok hij de wereld over met zijn handgemaakte muziekinstrumenten. Hij haalde prijzen op uit Latijns-Amerika, bouwde zijn eigen zeilboot en ruilde die vorige zomer nog in voor een nieuwe sportwagen. Het mag geen wonder heten, zijn kleindochters noemen hem de hooligan-grootvader.

En toch maak je je af en toe zorgen. Rebel of niet, toen we vorige week bijna van de weg gedrukt werden door de cortege van een lokale gouveneur gaf hij geen kick. Terwijl de geblindeerde Mercedes luid toeterde en de politieauto’s met zwaailichten de sportwagen omsingelden werd ik zenuwachtig. Zou er misschien toch iets zijn met zijn gehoor, of ziet hij niet zo veel? ,,Maak je geen zorgen Olas” zei grootvader. ,,Ik zie hem heus wel. Laat die klootzak maar even wachten”.

The hooligan grandfather

Thursday, July 15th, 2010

“Olas? Olad? Oleg?’’ It’s always hard to introduce myself in Russia – but one man could only laugh.

“My name is even funnier,” he told me when we first met, years ago. “I’m Charlie, nice to meet you.”

It goes without saying that “Charlie” is a hard-to-come-by name around here, especially when you’re Russian and not British or American, like most Charlies.

The story of Charlie’s name is as tragic as it is beautiful. Charlie’s father was imprisoned by the Germans during the First World War. He managed to run away and get caught several times, eventually teaming up with a Latvian inmate by the name of Charlie on his last escape. Running from gunfire, that Charlie got shot and passed away in the woods. My Charlie’s father survived – and named his son after his fallen friend.

The stories 80-year-old Charlie tells are better than fiction. I once found the horns of a saiga, a type of steppe antelope, lying around in his house. I thought the little ribbed horns were a weird fashion item, but it turned out that Charlie shot the antelope in the 1950s. “Somebody took me along in a car as a mechanic, and we went hunting in Kalmykia. It was very quiet there.”

I laughed. Obviously, it’s quiet in the steppes. “You don’t get it,” he said. “The Kalmyks were forcibly relocated; there was nobody there.”

Charlie is a piece of living history. Though what he mostly likes to explain to me is complicated mechanics, I try to get him to talk about the past. He remembers the Second World War – how he jumped different trains between Moscow and Sverdlovsk, how food was in short supply and how he managed to climb a network of roofs to get a panoramic glimpse of the original Victory parade. “It was a good view,” he laughs. “But the hardest thing was not getting arrested while getting there.”

When he told me he exercised daily to stay in shape, I expected early-morning Soviet-style gymnastics. But Charlie is a fan of a Tibetan fitness regime, and I frankly wouldn’t be surprised to find him standing on his head one day. He still repairs cars, easily moves blocks of concrete around; he can fix everything that could possibly get broken in your house and was once observed single-handedly pulling a car out of a ditch. Needless to say, his granddaughters call him “the hooligan grandfather.”

When a friend named Charlie the deputy director of a firm that made musical instruments, Charlie found the ideal Soviet job – one in which he only had to sign papers to make a living. “It was boring,” he tells me. “So I asked them to show me how to make a balalaika. It’s not that hard, anyhow.” Soon, he was traveling the world with his hand-made instruments and even winning awards for them. When he saw me gazing at a map of the Atlantic Ocean some time ago, he said: “It’s a nice place, I once sailed over there.” In fact, he swapped his self-made boat for a new car last summer.

Last winter, when he was driving me in said new car on a busy road outside Moscow, a Mercedes began flashing its lights behind us. When we didn’t move over, the driver started honking and shouting all manner of obscenities through a built-in megaphone. Charlie kept it cool and didn’t give an inch. I, however, started to worry. Charlie is 80, after all – maybe his eyes and ears were failing him.

“I see him, don’t worry,” said the hooligan grandfather when I started freaking out as the Mercedes threatened to run us off the road.

“I see him,” he repeated. “Let’s keep the fucker waiting.”

187931195