‘Tsaar Guus’ naar Dagestan

Friday, December 23rd, 2011

De geruchten worden steeds hardnekkiger; Guus Hiddink gaat begin volgend jaar aan de slag als trainer van Anzji Machatsjkala, de steenrijke Russische club uit het weerbarstige Dagestan.

Voor de luchthaven van Machatsjkala staat een gepantserde politiebunker. Wanneer het Anzji-elftal aankomt mag niemand het terrein op. Auto’s worden aan een grondige inspectie onderworpen en moeten langs de kant van de weg wachten tot het elftal is vertrokken. ‘Voetbal is oorlog’, lacht een van de agenten. De agenten patrouilleren met geladen pistolen en staan continue op scherp. Het straatarme Dagestan is de thuisbasis Anzji Machatsjkala, een middelmatige club uit de Russische competitie die begin dit jaar is opgekocht door de Dagestaanse miljardair Soelejman Kerimov. De club staat op de 7e plaats in de Russische competitie, maar barst van de ambitie. Behalve Mbark Boussoufa en Braziliaanse sterspeler Roberto Carlos wist de club afgelopen zomer de Kameroener Samuel Eto’o onder contract te stellen. Met de transfer ging de grootste financiële transactie in de voetbalgeschiedenis gepaard.

De goedgeïnformeerde website lifenews.ru brak maandagmorgen het nieuws dat Hiddink op het punt staat terug te keren naar Rusland. Volgens de site tekent Hiddink ‘op korte termijn’ een driejarig contract met de club. Hij zou jaarlijks acht miljoen euro verdienen en woont begin januari de eerste training bij. Volgens de Russische pers zou Hiddink een mondelinge overeenkomst hebben met Pro Sports Management, een transferbedrijf in handen van een vertrouweling van Kerimov. Andere bronnen beweren weer dat de vertrouweling uit de gratie is gevallen bij de miljardair en zeggen met nadruk dat de deal verre van zeker is. Aleksander Oedaltsov, de woordvoerder van Anzji, verklaart tegenover de GPD niets over de komst van Hiddink te kunnen zeggen. ,,Ik kan daar echt niets over zeggen”, verzucht hij. ,,Ik zou wel willen, maar ik kan echt niets zeggen”.

De gezaghebbende krant Sovjetski Sport schrijft op donderdagmorgen dat Hiddink waarschijnlijk een technische functie bij de club krijgt, en verwacht dat wanneer de onderhandelingen vastlopen Hiddink bij een Nederlands team aan de slag zal gaan. Het gerucht dat Guus Hiddink als trainer bij Anzji aan de slag gaat hangt al sinds zijn vertrek bij het Turkse nationale elftal in de lucht. De 65-jarige Nederlander is na vier succesvolle jaren als coach van het Russische team nog altijd razend populair. Nadat de Russen onder zijn leiding Nederland versloegen tijdens de Europacup in 2008 kan Hiddink niet meer stuk. In verschillende Russische steden staan standbeelden van de Nederlander, en de afgelopen jaren zijn er tientallen kinderen naar hem vernoemd.

De Russische deelrepubliek Dagestan, aan de verste buitengrens van Europa langs de Kaspische Zee, is een van de gevaarlijkste gebieden in de toch al onrustige Noordelijke Kaukasus. Extremistische moslims vechten er een guerrilla-oorlog uit met de corrupte politiediensten. Er gaat geen week voorbij zonder dat er auto’s of politieposten worden opgeblazen. Chadzjimoerad Kamalov, de uitgever van een kritische krant in Machatsjkala, werd afgelopen week op de stoep van zijn kantoor doodgeschoten. Bij een aanslag eerder deze week kwam een generaal van de veiligheidsdienst FSB om het leven. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn er in 2010 tenminste 378 mensen om het leven gebracht. De aanstelling van Hiddink doet denken aan het weinig succesvolle avontuur van Ruud Gullit in het naburige Tsjetsjenië. Toch heeft Anzji volgens experts meer kans van slagen. De club heeft brede steun, meer bewegingsvrijheid en is vele malen professioneler dan Terek Grozny. Over het verblijf in de weerbarstige bergregio hoeft Hiddink zich geen zorgen te maken. Anzji is zelden in Dagestan. De club traint op in een sportcomplex even buiten Moskou en vliegt alleen voor thuiswedstrijden naar Machatsjkala.

Dagestan Airlines

Saturday, December 4th, 2010

Toepelov 154
April 2010

Wanneer de steward met z’n voet de deurvergrendeling van de Toepolev-154 dicht trapt is er geen weg meer terug. Alcohol aan boord serveren ze niet. Gelukkig maar, vliegen in Rusland is toch al niks en van drie glazen Dagestaanse cognac krijg je de zenuwen, zeker wanneer de motoren haperen of plot seen paar octaven van toon veranderen. Het bloemetjesbehang komt op me af. De hele reis klinkt er popmuziek, alsof er naast de cockpit een collectief verveeld op synthesizers speelt. Een prachtig meisje valt tegen mijn linkerschouder in slaap. Na een tijdje schrikt ze wakker, verontschuldigt zich en valt later weer in slaap.

Op de eerste rij achter de business-class, die helemaal leeg is, speelt een dikke kerel fanatiek een soort Flight Simulator op z’n laptop. Na tien minuten heeft hij er genoeg van en knalt hij tevreden zijn vliegtuig tegen een berg. Zelfs zeven rijen vererop kijken mensen op, hij schakelt over op autoracen, maar na een halve ronde is de batterij op. Met meisje links van mij krijgt een droom waarin ze met iemand naar bed gaat. Ze zet naar nagels in mijn arm, mompelt iets en slaapt weer verder. Het is het type Dagestaanse vrouw waar iedereen je voor waarschuwt. Om het kwartier schrikt ze wakker en kijkt ze me lang aan.

Plots trilt er iets. De landing is ingezet en haar telefoon heeft weer bereik. Het vliegtuig komt maar met moeite langs de Kaukasus. Wanneer de laatste heuvels voorbijscheren maken we een flinke draai en landen we naast de Kaspische Zee.

‘Geef me je telefoonnumer’, zegt ze. ‘Ik leg het later wel uit’. Ik schrijf negen nummers op een papiertje en ze slaat me op als ‘Leuke jongen, Moskou’. Wanneer ik in hotel Leningrad in slaap val krijg ik een sms’je. ‘Leuk je te ontmoeten. Ik bel je morgen’.

Ze belde niet. En toen ik het later die avond zelf probeerde bestond ze niet meer. ’The number you have dialed is currently unavailable’, zei een stem met een zwaar Russisch accent. ‘Please try again later’.

aviacatastrofa
December 2010 (gazeta.ru)

‘Als de sterren stralen heeft iemand dat nodig’

Sunday, April 25th, 2010

Bij de steeds terugkeerende aanslagen is de politie altijd weer het doelwit in de gewelddadige Noordelijke Kaukasus. Volgens sommige agenten is dat te wijten aan het geweld en vooral de enorme corruptie binnen de dienst. Toch blijven jongeren zich aanmelden als politieagent, je kunt er flink verdienen.

Landschap

,,Vroeger circuleerden er dodenlijsten, toen wist je tenminste waar je aan toe was. Nu plegen ze aanslagen op alle agenten, hoe hoger in rang hoe beter. De politie kan haar eigen veiligheid niet eens garanderen, laat staan die van anderen”, legt Isalmagomed Sjanilov (62) uit. Hij is de voorzitter van de Dagestaanse politiebond en neemt geen blad voor de mond ,,Ze halen hier smerige trucjes uit. Vorige maand nog werden een groep demonstrerende vrouwen in de val gelokt, de politie knuppelde de demonstratie hard neer. Overal was bloed, een aantal vrouwen braken hun neus. Iedereen denkt dat de aanslag op een politiepost hier in Kizljar, twee dagen na de zelfmoordaanslagen in de Moskouse metro, met elkaar te maken hebben. Onzin, dat was gewoon wraak voor de gebroken neuzen”, legt hij uit. Ook dinsdagnacht werden er een aanslagen gepleegd in de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala, daarbij kwamen twee mensen om het leven, familieleden van een kolonel van de geheime dienst die zelf een paar jaar geleden om het leven kwam. De Russische Noordelijke Kaukasus heeft me maken met een vicieuze cirkel van geweld.

Sjanilov werkt al twintig jaar bij de politie. Hij kijkt wantrouwig om zich heen en kauwt op suikerklontjes die hij met hete thee wegspoelt. ,,Ik was kapitein van een korps en heb een tijd lang de beveiliging van de Nationale Bank onder mijn hoede gehad. Maar ik ben nooit oneerlijk geweest, en nu heb ik niets meer. Ik heb een armetierig flatje en schone handen, meer niet.” Volgens Sjanilov worden de oudere politieagenten de dienst uitgewerkt en ingeruild voor jongere agenten die hun plaats gekocht hebben. ,,Nog hooguit 10 procent is eerlijk, de rest is zo corrupt als het maar kan”.

Wanneer Sjanilov is vertrokken stapt er een tengere man van middelbare leeftijd op me af. ,,Ik zeg het je duidelijk. Als je dat allemaal opschrijft maak ik je af.” Volgens hem werken er bij de politie in Dagestaan ‘alleen eerlijke mensen’. ,,Niemand doet het voor het geld, wie interesseert zich voor geld als je elk moment om het leven kunt komen?” Corruptie is volgens hem broodnodig. ,,Hoe moet ik anders die BMW betalen? Van die paar honderd euro die ik als salaris krijgt? En ik heb een snelle auto nodig om op tijd de terroristen te pakken te krijgen”. Hij is naar eigen zeggen kolonel en is eerder die dag teruggekomen van een speciale anti-terreuroperatie. ,,Alles is hier duidelijk”, legt hij uit. ,,Als de sterren stralen heeft iemand dat nodig. Je kunt hier alleen werken als je echt van Dagestan houdt. Schrijf dat maar op”, zegt hij.

Vanaf de achterbank van een geblindeerde auto vertelt Daoer, een 52-jarige hooggeplaatse politiefunctionaris, wat er allemaal mis is bij zijn dienst. Zijn achternaam wil hij niet prijsgeven. ,,Vroeger ging ik met trots in mijn uniform naar het werk, nu schaam ik me voor mijn beroep. Er zijn ruim 17.000 politieagenten in Dagestan, ze doen niks. Vorig jaar waren er zeker 65 moorden, geeneen is opgelots. En dan hebben we het nog niet eens over autodiefstal!” Ondanks het feit dat iedereen in Dagestan een hekel heeft aan de politie komen er steeds meer jongeren bij de dienst. ,,Er is geen werk, en bij de politie kun je goud geld verdienen. Maar het werkt op je zenuwen. Vroeger was ik een sportman, kerngezond. Nu ben ik mager en kwakkelt met mijn gezondheid. Ik heb een hekel aan corruptie, daarom noemen me ze in de wandelgangen van het bureau al jaren de vijand”, legt hij uit. ,,Iedereen naait elkaar. Want je denkt toch niet dat de politie actief op zoek is naar de terroristen? Die anti-terreureenheden blazen gewoon af en toe een flatgebouw op, en dan komt er weer geld uit Moskou. Niemand is hier eerlijk. Ik moet nog een paar jaar uitzingen en dan mag ik met pensioen. Ik hoop dat ik dat nog haal.”

Hollandse meesters in Dagestan

Monday, April 19th, 2010

In de stoffige zijstraten langs de grote boulevards van Machatsjakala ligt, op steenwoord afstand van de Kaspische kust, het Dagestaanse museum voor de Schone Kunsten. Verstopt tussen de grote doeken over de Kaukasische oorlogen, de zalen vol wapentuig en nationale kledij zijn enkele werken van Vlaamse en Hollandse meesters te vinden.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Wanneer de deur opengaat schrikt iedereen op. Het licht gaat aan, de vrouwen die net nog rustig een kopje thee dronken schieten in de houding en een gardarobeman haast zich om de bezoeker van zijn jassen, tassen en paraplu’s af te helpen. Veel bezoekers komen er niet, de politieagent die in een hoekje op een stoel zit blijft rustig slapen. Volgens conservator Bela Kosimova komen er bijna geen toeristen meer. ,,Wat wil je, om de dag ontploft er wel ergens een bom. Niemand wil naar Dagestan, zeker niet sinds die aanslagen in de Moskouse metro, ze zijn bang voor ons geworden”, verzucht de kleine vrouw die met pretoogjes onder haar leesbril vandaan kijkt. ,,Je had hier in de Sovjet-tijd moeten komen, iedereen kwam toen naar Dagestan! We hadden busladingen vol met hoogopgeleide toeristen, ze kwamen uit alle sanatoria hier in de buurt en stonden te dringen om naar binnen te komen. Men noemde ons museum toen de ‘Kleine Hermitage’. Want we hebben hier alles, zelfs Hollandse meesterwerken!”

Op de tweede verdieping is, vestopt tussen Dagestaans geglazuurd aardewerk, fijne sierkunst en een grote zal met wapentuig, een zaaltje met ‘Europese kunst’ te vinden. Wie er binnenstapt staat direct tussen de werken van Vlaamse en Hollandse meesters als Adriaen de Gryeff, Alfred Bastiens, Remigius van Haanen en Jan Fyt. Volgens het museumpersoneel komen ze ‘uit Moskou’. ,,In de jaren ‘30 zijn we hier naartoe gebracht. We hebben ze alleen een beetje opgepoetst”, legt Kosimova uit. ,,En dat was meer dan welkom, want wij hadden zelf geen schilderkunst. Dit is een moslimland, wij mochten hier nooit mensen schilderen. Onze eerste kunstenaars stammen nog uit de beginjaren van de Sovjet-Unie. Daarom hebben we in ons museum prachtig houtsnijwerk, indrukwekkende wapens en prachtige serviezen, maar moet de fijne schilderkunst uit het buitenland komen”.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Een schoolklasje van een stuk of twaalf meisjes van ongeveer zeventien jaar loopt op hoge hakken snel aan de saaie Nederlandse burgemeestersportretten en stillevens voorbij. Sommige meisjes dragen een hoofddoekjes maar weten dat ruimschoots te compenseren met minirokjes. De meeste bezoekers in het museum interesseren zich vooral voor de enorme doeken van Franse en Duitse schilders die de Kaukasische oorlogen documenteerde. Op de meeste werken hakken de dappere strijders met kromme zwaarden het Tsaristische leger in hun nette uniformen de pan in. Waar een bezoeker naar buitenloop gaat direct het licht weer uit, een bezuinigingsmaatregel. Omdat er bijna niemand meer naar het museum gaat heeft de directie besloten dat het museum zelf maar naar de mensen toe moet. Medewerkers gaan met prenten naar verschillende scholen in de buurt en het museum heeft een eigen televisieshow in de avonduren van de lokale televise.

Dagestaanse museum voor de Fijne Kunsten

Naar goed Russisch gebruik zit er in iedere zaal een oudere dame op een stoel. Bij het Nederlandse zaaltje zit een vrouw die zich pertinent ‘Tante Asja’ noemt. Ze neuriet volksdeuntjes en laat iedere bezoeker op haar mobiele telefoon de foto’s van haar twee zoons in Moskou zien. In een antieke Italiaanse kast uit de vroege 16e eeuw heeft ze een waterkoker, zakjes thee en snoepjes staan. ,,Niemand werkt hier voor het geld”, legt ze uit. ,,Soms krijgen we uberhaupt geen vergoedingen. We doen het uit liefde”. Niet geheel zonder gevaar, want naast het museum ligt een belangrijke politiepost en juist die zijn de afgelopen jaren het doelwit van terroristische aanslagen. Over het naakt in de Europese afdeling van het museum maakt niemand zich zorgen. ,,Ik moet er altijd om lachen hoe veel schoolmeesters er snel voorbij lopen en de kinderen vertellen dat ze een andere kant op moeten kijken. Dat moeten ze maar slikken, die extremisten”, lacht Kosimova.

Het Dagestaanse Museum voor de Fijne Kunsten. Achemededovastraat 12, Machatsjakala. Op maandagen gesloten.

‘Oog om oog, tand om tand’

Monday, April 5th, 2010

In Dagestan zijn aanslagen aan de orde van de dag. Het is oorlog tussen de terroristen in de bergen en de veiligheidsdiensten in de stad. Volgens de inwoners bedienen beide zich van dezelfde methodes en wakkert het geweld alleen maar aan.

Moeders van Dagestan

,,Daar in de bergen, wat moet er van je worden? Je kunt de stad in om te werken, maar daar is het leven duur. Je kunt naar Moskou, maar daar haten de mensen je omdat je uit de Kaukasus komt. Eigenlijk kun je alleen schaapsherder worden. Ja, of terrorist. Eigenlijk is die keuze niet zo moeilijk”, zegt Zaoer Magmeddanov (25). Hij legt uit dat hij zich ‘net op tijd’ heeft bedacht. ,,Het is voor veel jongeren in de bergen een soort droom. Je voelt je belangrijk, mensen luisteren naar je. Later verhuisde hij naar de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala waar hij als gids in een museum werkt en boeken schrijf in zijn eigen taal, het Avaars. Het kleine Dagestan in de Kaukasus is een lappendeken aan verschillende talen en volkeren. Ruim 90 procent van de inwoners zijn moslim, maar slechts zo’n 15 tot 20 procent gaat naar de moskee. Religie is er, volgens de meeste inwoners, de laatste jaren ‘in de mode’. ,,Het is gewoon business, de moskeeà«n hebben hun eigen banken en eigen toerfirma’s die reizen naar Mekka organiseren”, weet Magmeddanov.

De aanslagen in de Moskouse metro vorige week waren het werk van twee jonge Dagestaanse zelfmoordterroristes. De jacht op de familieleden is inmiddels geopend, in het dorpje Balachani herkende de schoolmeester Rasoel Magomedov zijn 28-jarige dochter Marjam Sjaripova als een van de daders. De andere zelfmoordterroriste was de 17-jarige Zjennet Abdoellajeva, de vrouw van de zelfbenoemde ‘Emir van Dagestan’ Oemalat Magomedov, die in December vorig jaar bij een anti-terroristische operatie om het leven kwam. Aanslagen zijn in de Noordelijke Kaukasus aan de orde van de dag. Daags na de aanslagen in de metro blies in de Dagestaanse stad Kizljar een terrorist zichzelf op bij een politiepost, daarbij kwamen twaalf mensen om het leven. Afgelopen weekend ontspoorde er een Dagestaanse goederentrein door een bomaanslag en kwamen in de deelrepubliek Ingoesetie nog eens twee mensen om het leven door een explosie. In de Kaukasus gaat de strijd tussen de radicale islamisten en de anti-terreureenheden van het Russische leger, de politie en de geheime dienst. Het gaat oog om oog, tand om tand. Wanneer speciale politieeenheden een dorpje uitmoorden plegen de radicalisten een aanslag op een politiepost.

,,Ik ken genoeg vrouwen die ook aanslagen willen plegen, ze weten van wanhoop niet wat ze moeten doen. Ik moet het uit hun hoofden praten”, vertelt Svetlana Isajeva. Haar 25-jarige zoon is drie jaar geleden spoorloos verdwenen. ,,Ze zeggen dat hij met de terroristen de bergen in is gegaan. Maar daar geloof ik niets van, het zijn de veiligheidsdiensten geweest die hem hebben meegenomen. Haar zoon werkte, net als veel jongeren in de Kaukasus, af en toe voor de politie. Hij kreeg een paar honderd euro per maand, een pistool en een gloednieuwe telefoon. ,,Ik denk dat hij daar op een gegeven ogenblik iets moest doen wat hij niet wilde. Toen is verdwenen”, legt Isajeva uit. Samen met andere moeders van verdwenen kinderen heeft ze een organisatie opgericht, de ‘Moeders van Dagestan’. Ze is gelukkig als er een week voorbijgaat wanneer ze niet van nieuw leed hoort. ,,Hier aan de muur hingen de portretten van de jongens”, legt ze uit. ,,Maar een half jaar geleden is ons kantoor in brand gestoken. Ze noemen ons handlangers van de terroristen en oppositie. Onzin, we zijn gewoon moeders.” Volgens Isajeva versterkt de politie de haat van de terroristen. ,,Ik ken een jongen die naar de politie is gegaan om verhaal te doen. Hij had nog nooit iets kwaads gedaan, maar vervoerde ooit een tas met wapens. Hij wilde helpen de terroristen te pakken. Ze hebben hem gemarteld en nu moet hij vijf jaar de gevangenis in”, vertelt ze. ,,Wie z’n mond hier opendoet is er geweest”, legt Isajeva uit. ,,Maar ik ben niet bang, ik heb alles al verloren. Daarom zeg ik het maar. De veiligheidsdiensten en de terroristen, ze versterken alleen maar. Op deze manier komt er geen einde aan.”