Dit is een klein land, je kunt de markt gemakkelijk bijsturen

Wednesday, June 30th, 2010

Terwijl het slecht gaat met de euro en verschillende bewegingen de munt het liefst achter zich willen laten loopt het kleine Estland juist warm de munt volgend jaar te introduceren. De bevolking is bang voor flinke inflatie.

,,Ik wil ‘m eigenlijk helemaal niet, die euro”, zegt Andrej, de bestuurder van lijn twee die tijdens een pauze naast zijn tram een sigaretje rookt. ,,Wat zeg nou eerlijk, toen ze bij jullie in Nederland die gulpen – of hoe heette die munt ook al weer – inwisselden voor de euro, is het toen bij jullie goedkoper geworden? Precies.” Bovendien gaat het volgens hem met de Estse economie helemaal niet zo goed. ,,Denk je dat hier weinig werkloosheid is? Bij het transportbedrijf hebben ze inderdaad niemand ontslagen, maar werkt iedereen op 80 procent. En zo geweldig gaat het met die euro van jullie ook niet. Wat mij betreft hadden we beter een paar jaar moeten wachten, maar onze overheid wil weer eens een wit voetje halen in Brussel”, verzucht hij.

Brussel verwelkomde deze maand de toetreding van Estland tot de monetaire unie. Estland haalde met vlag en wimpel de vereiste voorwaarden en is naast Zweden het enige Europese land dat zich ondanks de crisis aan de financiele EU-verplichtingen weet te houden. Omdat het land bovendien een relatief kleine staatsschuld heeft veert de economie de afgelopen tijd weer op. Op 1 januari 2011 wisselen de Esten hun kronen definief in voor euro’s. Estse economen voorspelen dat het bedrijfsleven aan lagere kosten kan lenen en voorzien een influx van buitenlandse investeerders. Toch blijft iedereen bang voor inflatie. Zelfs het Europees Parlement liet deze maand in een resolutie weten dat de Estse overheid geen tijd heeft om uit te rusten en alles in het werk moet stellen om inflatie begin komend jaar te voorkomen.

Volgens de macro-econimisch analiste Maris Lauri valt dat risico best mee. ,,Estland heeft een bijzonder competatieve economie. Bedrijven die de euro als excuus zien om hun prijzen op te schroeven zullen hun klanten zien vertrekken”, laat ze weten. In het centrum van Tallinn staan de prijzen vaak al in euro’s aangegeven. Wie toevallig geen kronen op zak heeft hoeft zich bovendien geen zorgen te maken, taxichauffeurs, restaurants en zelfs in sommige winkelcentra kun je al met euro’s terecht. Het Estse onderzoeksbureau Faktum & Ariko maakt zich echter nu al zorgen om een negatief neveneffect van de muntwissel. Vooral het armere segment van de Estse sameleving zal zich met de euro realiseren hoe weinig ze eigenlijk te besteden hebben. ‘Pensioengerechtigden maken zich al zorgen om de komst van de euro, en de feitelijke overgang kan voor velen een depressie opleveren’, zegt het rapport naar aanleiding van een onderzoek onder 500 inwoners.

Volgens Lauri is er sprake van een marktcorrectie. ,,De afgelopen jaren waren de salarissen in sommige sectoren, bijvoorbeel de bouw, echt buitensporig hoog. De crisis kwam wat dat betreft wel aardig uit, want die uitwassen zijn nu aangepast”, legt ze uit. ,,Het aardige is dat Estland zo klein is, je kunt de markt gemakkelijk bijsturen. Dat is eigenlijk het geheim van de Estse economie, hervormingen doorvoeren is hier veel makkelijker dan in andere delen van de wereld. In Europa zal men de komende jaren nog veel pijnlijke zaken moeten veranderen. Dat hebben wij gelukkig allemaal al achter de rug”.

Digital War Room

Tuesday, April 20th, 2010

Op een basis vlak buiten het historisch centrum van de Estse hoofdstad Tallinn ligt een van ’s werelds meest geavanceerde militaire onderzoeksinstituten. Onder toezicht van de NAVO werken IT-experts uit 10 verschillende landen hier samen om de toekomst van oorlogsvoering het hoofd te bieden. Want of het nu vijandige militaire organisaties, geinfecteerde botnets of enthousiaste pubers met een internetverbinding zijn, iedereen kan communicatie-netwerken, websites en uiteindelijk zelfs een heel land plat kunnen leggen.

Ooit legerde Tsaar Nicolaas II hier zijn verbindingstroepen. Nu heeft de NAVO er een ‘Center of Excellence’, een onderzoekscentrum dat de juridische en vooral technische aspecten van digitale oorlogsvoering onderzoekt. ,,Typisch iets wat je op internationaal niveau moet aanpakken”, zegt Kenneth Geers, een Amerikaanse onderzoeker en een van de weinige burgers in het centrum waar verder vooral breedgeschouderde mannen in groene uniformen rondlopen. ,,Beeld je maar eens in hoe dat werkt. Als men ergens ter wereld te maken krijgen met een serieuze cyberaanval zie je niet veel meer van je dader dan een lijst met IP-adressen uit alle hoeken van de wereld. Bij de lokale politiedienst gaat dat zo weer de prullenbak in. [Meer in het April/Mei nummer van BRIGHT. Koop dat blad!]

estonia_war_room

‘Als de helft hier Russisch spreekt kunnen we het beter opdoeken’

Monday, March 8th, 2010

Het zijn EU-burgers, maar ze hebben niet dezelfde rechten als hun landgenoten. De Russisch-sprekende ‘non-burgers’ in de Baltische Staten mogen sinds kort wel binnen de EU reizen, maar nog altijd niet werken. Ze hebben geen stemrecht en zijn feitelijk stateloos. ‘Ests leren of naar Rusland verhuizen’, is de boodschap.

Tram in Tallinn

Uithangborden, waarschuwingen, bewegwijzering en bijna alle signalisatie in de Estse hoofdstad Tallinn is tweetalig. In het Ests en Engels krijgen bewoners en toeristen de richtingen aangewezen in de stad. Dat gaat niet op voor wat er niet mag. De stickers en bordjes met ‘Verboden te roken’, ‘Geen vuil dumpen’ en ‘Niet betetalen voor de tram? 600 kronen boete’ zijn in het Ests èn in het Russisch. Het is een van de voorbeelden waar de Russisch sprekende minderheid in Estland dagelijks mee te maken heeft. ,,Die bordjes maken me niet zoveel uit”, zegt de radio-technicus Nikolai Vladetsin (60). ,,Het gaat erom wat er in je paspoort staat. Ik heb een grijs paspoort, maar de laatste jaren kun je daar steeds meer mee. Je hoeft alleen maar een taaltest te doen, die is niet eens zo ingewikkeld. Ik had dat paspoort al tien keer kunnen krijgen. Maar dan kan ik niet meer naar Rusland. Het is een vreselijk moeielijke keuze, ik ben er nog altijd niet uit.”

Estland wordt vanwege het discriminerende minderhedenbeleid regelmatig op de vingers getikt door allerlei internationale instanties. Deze week nog riep een speciale commissie van de Raad van Europa het land tot de orde, een rapport haalt uit naar de Estse autoriteiten die te weinig doen om de Russisch-sprekende minderheid te integreren. Het Russisch-talige onderwijs is onder de maat, de regels om burgerschap te krijgen zijn te strikt en de werkeloosheid onder het Russisch-sprekende deel van de bevolking is twee keer hoger dan in de rest van de samenleving. Het land bestaat voor een kwart uit etnische Russen, volgens officià«le cijfers is nog altijd zo’n acht procent van de bevolking stateloos.

De spanningen tussen de bevolking kwam in 2006 tot een hoogtepunt. Toen de regering besloot een Sovjet-monument uit het centrum van de stad Tallinn te verplaatsen gingen duizenden etnische Russen de straat op. Er waren rellen met de politie, delen van het centrum werden geplunderd en er onstond een diplomatieke rel met Rusland. Vladetsin is daar nog kwaad over. ,,Mijn vader vocht in de oorlog ook tegen de facsisten, en dan krijg je dit als dank terug. Mijn familie verhuisde na de oorlog naar Estland omdat het Sovjet-bewind hier wat losser was. Alleen omdat mijn gezin hier was toen de Sovjet-Unie in duigen viel hoor ik plots tot dit land. Eigenlijk puur toeval”, legt hij uit. Toch maakt het volgens hem niet heel veel uit of je nu wel of niet Ests staatsburger bent. ,,Je mag gewoon werken, een lening afsluiten en sinds anderhalf jaar ook door Europa reizen. Alleen mag je niet stemmen, maar wat maakt dat nou uit. En niet werken in de Schengen-landen, maar daar ben ik toch al te oud voor”. Rusland heeft speciale wetgeving voor de houders van grijze paspoorten in de Baltische Staten, ze mogen zonder visum naar Rusland reizen. Wie een Ests paspoort heeft moet uren in de rij staan en allerlei documenten overleggen bij het Russische consulaat in Tallinn om een visum te bemachten.

De jongere generatie heeft er minder moeite mee. ,,Mijn moeder is Russisch”, legt Jaan uit, een 18-jarige scholier die op vrijdagmiddag in een besneeuwd park met een paar vrienden sigaretten rookt. ,,Maar ik heb vorige maand mooi een blauw, Ests paspoort opgehaald. Je wilt toch geen halve burger zijn? Bovendien, als je zo nodig Russisch wilt zijn kun je wat mij betreft beter in Rusland gaan wonen”. Zijn vrienden zijn het roerend met hem eens. ,,Er zijn maar 1,3 miljoen mensen in dit land. Als de helft daarvan ook nog eens Russisch blijft spreken kunnen we de boel net zo goed opdoeken”.