Paris, je t’aime (moi non plus)

Plots was er liefde en dus moesten we naar Parijs. Ik maakte mijn eerste mobiele telefoongesprek naar het buitenland. Bij het pension wouden ze niets van een reservatie weten. ‘Je komt maar gewoon, dan zien we wel of er plaats is.’ Vanuit Groningen lijkt alles verder, en dus vlogen we van Keulen naar de Franse hoofdstad. Achteraf bekeken was de reis van Groningen naar Keulen langer dan de TGV vanuit Amsterdam, maar daar ging het niet om.

Bij aankomst was het budget al overschreden. ‘Maar kom, mijn liefste, we doen gewoon als iedereen en springen over de tourniquettes heen’. Zo geschiedde. En natuurlijk werden we bij Port Daupine in de kraag gegrepen. ‘Geen woord Frans’, sliste ik. ‘Jij spreekt louter Russisch, ik Nederlands.’ We kwamen er af met een blaffende hond en een groepje agenten die grapten: ‘Au prison!’

Het aller- allergoedkoopste pension in Parijs ligt aan Rue Poisoinniere. Het zijn een paar Chinees gedecoreerde kamers met stapelbedden. We kregen een kleine kamer met twee stapelbedden. Wanneer je die aan elkaar schuift heb je een riante hoogslaper. Het was, achteraf bekeken, allemaal bijzonder romantisch. Het ontbijt om kwart over zeven sloegen we over. Het avondeten was meestal Chinees.

Een onschuldige tijd. Schattig bijna. Dat zou snel veranderen. Anderhalf jaar later was het allemaal alweer voorbij. Er gingen huizen, hotels, apartementen, telefoonrekeningen en vooral veel vliegtuigen voorbij. Die prille romantiek kwam nooit meer terug.

In 2008 bestaat het pension nog altijd. Nu betaal je 18 euro per nacht. Ik zat er met een Oekrainse transsexueel, twee verdwaalde Spanjaarden en vijf Kazachen. Die sliepen met z’n vijfen in de kleine kamer, en nu pakten ze hun koffers om terug naar Astana te gaan. ‘Een fantastische hoofdstad’, liet een kleine nerveuze jongen weten. Ik knikte. Ik had geen zin om uit te leggen dat ik dacht dat Astana de meest afschuwlijke stad ter wereld was.

Het ontbijt sla ik nog altijd over. Al was het maar omdat het uit niet veel meer bestaat dan toastjes voorverpakte jam en oploskoffie. Op zoek naar een supermarkt liep ik voorbij een parking die ik me vaag herinnerde. Ik staarde misschien een halve minuut naar de gevel toen ik me het weer herinnerde. De parking die een wasserette had moeten zijn.

Want drie jaar eerder stond ik daar met een tas vol vuile onderbroeken, BH’s, t-shirts en truien. ‘Lavage manuel’, dat moest toch gewoon handwas zijn? Ook goed. Een grote Ghanees piste bijna in z’n broek van het lachen. ‘Dat is een car-wash jongen, maar als het echt nodig is was ik ook je onderbroeken voor je!’

Parking

Ooggetuigen ter plaatse, journalisten in Parijs

Een groep 16-jarigen uit de Achterhoek stapt bij Gare d’Austerlitz in de RER naar Versailles. Ze kijken hun ogen uit, vragen zich af waarom er een vrijheidsbeeld langs de Seine staat en brullen luidkeels ‘lekker wijf!’ naar alle françaises die in- of uitstappen. Ze zijn verbaasd over de enorme bouwdrift bij Issy Val de Seine. ‘Wat doen al die mensen daar?’

Al die mensen maken televisie. Tussen de enorme gebouwen van de grotere Franse banken, computerbedrijven en investeringsfondsen, staat het hoofdkwartier van France24 (spreek uit: France vingt-quatre). De rokers op straat spreken Frans, Engels en Arabisch door elkaar heen. Zelfs wie door een zij-ingang naar binnen stapt ontsnapt niet aan drietalige televisieschermen. Her en der staan internetzuilen die non-stop het nieuws brengen. Alles in het Frans, Engels en Arabisch, vaak met originele berichtgeving, of anders met ongeveer vijf seconden vertraging in de nasynchronisatie.

Uit de koker van dit enorme mediabedrijf komt ‘The Observers‘, een van de meest ambitieuze web-projecten die ik het afgelopen jaar voorbij heb zien komen. Achter de knoppen zit Julien Pain. We spreken af in een restaurant waar men aan de lopende band crêpes en cider serveert.

Meer bloggers, minder journalisten
Pain was eerder het hoofd van de afdeling internet van ‘Reporters Without Borders’ (RSF), waar hij zich vooral bezighield met bloggers in dictatoriale regimes en internet-vrijheid. Na vijf jaar was hij toe aan iets anders. ‘Ik wou iets gaan doen met ooggetuigen en bloggers. Ik heb lang gezocht naar een manier om dat aan de man te krijgen en uiteindelijk ging France24 akkoord.’ De website ‘The Observers’ is zijn geesteskind. ‘Ik ben hier begonnen in september 2007, in december zijn we van start gegaan.

‘Ik wou een nieuwssite opzetten die meer op bloggers dan op journalisten zou draaien. Gewone burgers die iets te vertellen hebben. Eigenlijk een logische stap na mijn vertrek bij RSF. Ik heb uit die tijd vooral mijn contacten meegenomen.’

Er zijn drie mensen fulltime in dienst bij The Observers, daarnaast werkt de website met een bescheiden hoeveelheid freelancers. Ze hebben ‘regional editors’, mensen die ‘observers’ recruteren en teksten redigeren. De site heeft ongeveer vierhonderd observers ingeschreven, waarvan velen slechts een enkele bijdrage hebben geschreven. ‘Iedereen kan een observer zijn’, legt Julien uit. ‘De man op de straat, de persoon die het overkomt of juist diegene die het filmt.’

‘Het idee achter de site is dat we zoveel mogelijk de experts en de professoren vermijden. Liever dan een media-figuur die in alle kranten staat heb ik iemand die het van dichtbij meemaakt. Neem bijvoorbeeld die Wilders-film. Genoeg experts in Nederland die iets kunnen zeggen over de moslimgemeenschap, maar liever heb ik iemand die daar deel van uit maakt.’

Het verschil met andere grote, internationale blogs is dat men bij The Observers niet zomaar iets online zet. ‘Journalisten op de redactie ‘fact-checken’ alles wat onze bloggers schrijven. Wanneer we iets niet zeker weten geven we dat helder aan. Je moet namelijk niet denken dat het publiek dom is’, legt Pain uit. ‘Het is een paradox. Hoewel we dus met bloggers werken – die we niet betalen – kost het juist meer tijd om content te produceren. We maken dus ook slechts twee verhalen per dag.’

Toegevoegde waarde
Is France24 specifiek Frans? Willen het station iets aankaarten? Julien denkt van niet. ‘Er zit geen agenda achter. We werken gewoon als journalisten en proberen een verhaal te vertellen. We korten zelfs niet in. Wanneer iemand twee paragrafen aan informatie instuurt, dan verwerken we dat op die manier.’

‘We proberen zoveel mogelijk de bloggers te betrekken bij de discussie. Niet lang geleden hadden we een video van een 11-jarig meisje uit de V.S. die in luttele seconden een automatisch geweer demonteert. Vooral onze Afrikaanse lezers schrokken daar van. De maker van het filmpje nam echter de tijd om uit te leggen dat zijn dochter van jongs af aan met wapens om heeft leren gaan. Dat heeft toegevoegde waarde. Soms springen we zelf in de discussie. Het loopt steeds beter.’

Het project is tweetalig (Frans en Engels) en heeft inmiddels 150.000 unieke bezoekers per maand. ‘Dat gaan er meer worden’, denkt Julien. ‘De meeste Franstalige bezoekers komen natuurlijk uit Frankrijk, maar ook Afrika en de gedeeltelijk Franstalige Maghreb-landen hebben een flink aandeel.’ Merkwaardig genoeg komt het verkeer voor de Engelse site niet overwegend uit de V.S. Julien: ‘Vooral Rusland en de Europese Unie hebben hier het grootste aandeel.’ Ook gebruiken de Engelstaligen de site anders. ‘Die komen hier per onderwerp, terwijl het voor de Franstaligen meer een dagelijkse nieuwsbron is.’ Op dit moment is de verdeling tussen Franstalige en Engelstalige bezoekers ongeveer gelijk. ‘In de toekomst moet dat natuurlijk veel meer in het Engels zijn.’

Een publieke instelling
Op mijn vraag naar het budget van het project kijkt Julien wat glazig uit zijn ogen. ‘Ik weet het eerlijk gezegd niet eens. Zolang ik goede content maak is iedereen tevreden.’ Hij lacht. ‘Ik weet dat het een luxe is. Ik hoef niet op cijfers te kijken. We zijn dan ook een publieke instelling.’

Er is een directe link tussen de website en het televisiekanaal. ‘Het materiaal dat wij produceren gaat natuurlijk naar de ‘newsroom’, of ik moet zelf naar de studio rennen om het verhaal te vertellen. Het versterkt elkaar. We proberen de kijkers van de televisiekanalen online te krijgen en andersom. Er zit een soort cyclus in.

Denkt hij dat een dergelijke site, die vooral draait op ‘User Generated Content (UGC)’, zou kunnen bestaan zonder de televisiezender? Pain refereert nogmaals aan zijn luxe positie. ‘Ik heb geen prioriteiten in termen van bezoekers. Wanneer je zelfstandig zou werken zou je veel meer aandacht moeten besteden aan Britney Spears. Hoewel we wel een paar advertenties hebben hoeven we er geen geld aan te verdienen.’

In de nabije toekomst ligt onder andere een televisie-item op de plank. Ik kreeg de ‘pilot’ van ‘The Observers’ te zien. Een item van drie minuten waarin vooral filmpjes gebruikt worden die wel nieuwswaarde hebben, maar niet in het journaal terecht komen.

Kritiek
Niet iedereen is onverdeeld gelukkig met de manier waarop het project te werk gaat. Kevin German is een fotograaf die tijdens de Olympische Spelen een blog bijhield. In een reactie laat hij weten: ‘Ze belden me met de vraag of ze wat materiaal mochten gebruiken. Ik ben toen akkoord gegaan. Achteraf zijn mijn woorden verdraaid. De volgende keer mogen ze mijn materiaal niet meer gebruiken.’

Ostap Karmodi is een Tsjechische journalist die veelal met Russische media werkt. Van hem staan er zeker elf berichten bij The Observers. ‘Ze hebben me waarschijnlijk gevonden omdat mijn naam hier en daar in de Russische pers opduikt’, laat hij weten. ‘Het is een leuk project, het idee er achter is sterk, maar of het aanslaat, dat moeten we nog maar eens zien.’

Hoe zit het eigenlijk met Sarkozy, die onlangs liet weten dat France24 alleen maar in het Frans zou moeten berichten? Pain: ‘Dat was maar een losse flodder.We hebben er niets meer van gehoord.’