Paris, je t’aime (moi non plus)

Thursday, October 2nd, 2008

Plots was er liefde en dus moesten we naar Parijs. Ik maakte mijn eerste mobiele telefoongesprek naar het buitenland. Bij het pension wouden ze niets van een reservatie weten. ‘Je komt maar gewoon, dan zien we wel of er plaats is.’ Vanuit Groningen lijkt alles verder, en dus vlogen we van Keulen naar de Franse hoofdstad. Achteraf bekeken was de reis van Groningen naar Keulen langer dan de TGV vanuit Amsterdam, maar daar ging het niet om.

Bij aankomst was het budget al overschreden. ‘Maar kom, mijn liefste, we doen gewoon als iedereen en springen over de tourniquettes heen’. Zo geschiedde. En natuurlijk werden we bij Port Daupine in de kraag gegrepen. ‘Geen woord Frans’, sliste ik. ‘Jij spreekt louter Russisch, ik Nederlands.’ We kwamen er af met een blaffende hond en een groepje agenten die grapten: ‘Au prison!’

Het aller- allergoedkoopste pension in Parijs ligt aan Rue Poisoinniere. Het zijn een paar Chinees gedecoreerde kamers met stapelbedden. We kregen een kleine kamer met twee stapelbedden. Wanneer je die aan elkaar schuift heb je een riante hoogslaper. Het was, achteraf bekeken, allemaal bijzonder romantisch. Het ontbijt om kwart over zeven sloegen we over. Het avondeten was meestal Chinees.

Een onschuldige tijd. Schattig bijna. Dat zou snel veranderen. Anderhalf jaar later was het allemaal alweer voorbij. Er gingen huizen, hotels, apartementen, telefoonrekeningen en vooral veel vliegtuigen voorbij. Die prille romantiek kwam nooit meer terug.

In 2008 bestaat het pension nog altijd. Nu betaal je 18 euro per nacht. Ik zat er met een Oekrainse transsexueel, twee verdwaalde Spanjaarden en vijf Kazachen. Die sliepen met z’n vijfen in de kleine kamer, en nu pakten ze hun koffers om terug naar Astana te gaan. ‘Een fantastische hoofdstad’, liet een kleine nerveuze jongen weten. Ik knikte. Ik had geen zin om uit te leggen dat ik dacht dat Astana de meest afschuwlijke stad ter wereld was.

Het ontbijt sla ik nog altijd over. Al was het maar omdat het uit niet veel meer bestaat dan toastjes voorverpakte jam en oploskoffie. Op zoek naar een supermarkt liep ik voorbij een parking die ik me vaag herinnerde. Ik staarde misschien een halve minuut naar de gevel toen ik me het weer herinnerde. De parking die een wasserette had moeten zijn.

Want drie jaar eerder stond ik daar met een tas vol vuile onderbroeken, BH’s, t-shirts en truien. ‘Lavage manuel’, dat moest toch gewoon handwas zijn? Ook goed. Een grote Ghanees piste bijna in z’n broek van het lachen. ‘Dat is een car-wash jongen, maar als het echt nodig is was ik ook je onderbroeken voor je!’

Parking

Ooggetuigen ter plaatse, journalisten in Parijs

Saturday, September 13th, 2008

Een groep 16-jarigen uit de Achterhoek stapt bij Gare d’Austerlitz in de RER naar Versailles. Ze kijken hun ogen uit, vragen zich af waarom er een vrijheidsbeeld langs de Seine staat en brullen luidkeels ‘lekker wijf!’ naar alle franà§aises die in- of uitstappen. Ze zijn verbaasd over de enorme bouwdrift bij Issy Val de Seine. ‘Wat doen al die mensen daar?’

Al die mensen maken televisie. Tussen de enorme gebouwen van de grotere Franse banken, computerbedrijven en investeringsfondsen, staat het hoofdkwartier van France24 (spreek uit: France vingt-quatre). De rokers op straat spreken Frans, Engels en Arabisch door elkaar heen. Zelfs wie door een zij-ingang naar binnen stapt ontsnapt niet aan drietalige televisieschermen. Her en der staan internetzuilen die non-stop het nieuws brengen. Alles in het Frans, Engels en Arabisch, vaak met originele berichtgeving, of anders met ongeveer vijf seconden vertraging in de nasynchronisatie.

Issy Val de Seine