The Heinrich manoeuvre

Anyone’s who ever been on a flight from Russia to Western Europe or North America has seen the following process unfold: While Westerners sail through the queue flashing their local passports, Russians and most other former Soviet citizens have to produce piles of papers before entering.

187981130

Before stamping Russian passports, the British, American, French and especially German migration officers require people to turn their suitcases upside down and fish out bank statements, hotel reservations and other official documents.

Last week in Cologne, I saw an old man standing in one such long line. He looked very tired, and I called him up front to pass through customs in the fast lane. “Thanks,” he said. “I’ve been standing in line half my life.”

He and his elderly female companion slowly moved alongside. They smiled at each other and looked terribly in love – even the hard-hearted people at passport control couldn’t help but notice. The couple spoke Russian but carried mixed passports. I figured that they, like millions of others, had probably left Russia in the early ‘90s.

“Not quite,” 83-year-old Heinrich explained later. “I was born in Germany and my Jewish family lived there peacefully for generations. When Hitler rose to power we fled in time to escape the pogroms and find a better, peaceful life. But we made a great mistake.”

The mistake was not in leaving, he said, but in where they went.

While many refugees from Nazi Germany went to the United States, Western Europe or even South America, Heinrich’s parents put their faith in the Soviet Union. They moved to Moscow, learned Russian and found work in the buzzing Communist metropolis during the rapid economic growth that Stalin dictated.

“Then came 1937,” Heinrich told me while we were standing in another line later, buying railway tickets. “I probably don’t need to tell you any more.”

Seventy-three years later tears still well up in his eyes. “My father was shot by the NKVD and my mother passed away during the war. I was alone in that goddamn city. It was terrible.”

Yet, like many others, Heinrich obtained Soviet citizenship and managed to survive in Moscow.

“I guess I became Russian,” he said. “I had a job, got married, travelled around the Soviet Union and spent my holidays at the dacha. But somewhere in my heart I always knew I belonged to a different place. It always felt like being in prison. And when things finally opened up, I was one of the first to get away.”

Twenty years of fresh sea breezes and a return to the Heimat turned out well for Heinrich. These days he still runs up and down stairs, lifts heavy bags and looks pretty good for his age.

“I even have a girlfriend again,” he said, smiling and discreetly indicating his companion. “She’s from Kiev, it’s so wonderful – I really love her.”

Now Heinrich and his long-distance lover meet up by flying on low-cost airlines on terrible time-slots, enduring visa problems and multiple layovers.

It’s all for love, he says, adding: “I waited for this all my life.”

As Heinrich bids farewell, he wishes me luck.

“I hope Moscow became a bit better now,” he says. “But it’s covered in smoke again, just like it was in the war. May the Lord take care of you over there – Poka!”

‘De muur die nooit viel’

In Rusland keek men twinting jaar geleden hoopvol naar de televisie. De val van de muur luidde het einde van de Sovjet-Unie in, maar anders dan in Duitsland is de democratische beweging in Rusland nooit op gang gekomen. ,,De belofte is niet waargemaakt, het is allemaal anders gelopen”.

Berlijnse muur in Moskou

,,Dat was een prachtige tijd!” Irina Petrovna glundert er nog van. ,,We zaten allemaal tot diep in de nacht voor de televise.” De directrice van het Sacharov-museum in Moskou denkt weemoedig terug aan de herfst van 1989. ,,Er was zoveel hoop die tijd, we zouden naar het Westen toegroeien. Die belofte is niet waargemaakt, het is allemaal anders gelopen”, weet Petrovna. Het Sacharov-museum in Moskou is een democratisch baken in het in toenemende mate autoritaire Rusland. Behalve permantene tentoonstellingen over het leven van dissident en mensenrechtenactivist Andrej Sacharov en het leven in de Sovjet-strafkampen rouleren er fototentoonstellingen over Tsjetsjenie en organiseert men er discussieavonden. In een hoekje van het museum is een herdenkingsmuur ingericht voor Natalia Estemirova, de Tsjetsjeense activiste die eerder die jaar ontvoerd en vermoord werd.

Zoals tienduizenden Moskouvieten loopt Irina Petrovna iedere dag langs het stukje Berlijnse muur dat als kunstwerk in de tuin van het museum staat. Een cadeau van het Berlijnse muurmuseum dat later werd bewerkt door een Russische kunstenaar. Ook de graffiti op de muren van het museum komt uit Berlijn. Vooral het levensgrote ‘Andrej Sacharov, bedankt!’ maakt nog altijd indruk op voorbijgangers. Toch bleek uit een recente peiling dat ruim 52 procent van de Russen geen idee heeft waarom de muur gevallen is. Vooral jongeren en inwoners van kleine steden hebben volgens het onderzoek een ‘alarmerend gebrek aan historisch besef’.

Iemand die zich die tijd nog goed bijstaat was de jonge KGB-agent Vladimir Poetin, destijds gelegerd in het Oost-Duitse Dresden. In zijn autobiografie ‘Eerste Persoon’ geeft hij een weergave van de gebeurtenissen. Weken na de val van de muur bestormde een woedende menigte het gebouw van de oost-Duitse geheime dienst, de Stasi, en wilde het later het naburige KGB-gebouw bestormen. Met getrokken pistool sprak Poetin de menigte toe en wist hen te overtuigen hun woede niet op het militaire Sovjet-gebouw te richten. Hij belde naar het Russische hoofdkwartier voor ondersteuning, maar in Moskou werd niet opgenomen. ‘Moskou was stil’, schrijft Poetin. Hij begreep dat de laatste dagen van de Sovjet-Unie waren geteld, en die frustratie heeft hij lang meegedragen. Als president zou hij jaren later opmerken dat het einde van de Sovjet-Unie ‘de grootste tragedie van de 21e eeuw’ zou zijn. Vandaag wordt op de Russsische televisie een documentaire uitgezonden over die maanden in 1989 waarin ook Poetin aan het woord komt.

Burgers die voor de veiligheidsdiensten werkten werden in Oost-Duitsland lange tijd aan de schandpaal genageld. ,,Er is geen specifieke wetgeving voor”, legt Steffen Mayer van het Duitse historisch-instituut voor de DDR-veiligheidsdiensten uit. ,,Maar in de reunificatieverdragen van 1990 staat wel specifiek vermeldt dat het mogelijk is voormalige Stasi-agenten en informanten ‘per direct’ te ontslaan. In veel gevallen werden er in steden en districten commissie’s opgezet die individuele gevallen behandelden”, legt hij uit. Dat proces heeft in Rusland nooit plaatsgevonden. De geheime dienst KGB liep naadloos over in de FSB, de nog altijd oppermachtige veiligheidsdiensten van het moderne Rusland. Een jaar voor zijn aantreden als president stond Poetin aan het hoofd van de de dienst. Niet alleen geniet de dienst een hoog aanzien, oud-functionarissen zijn juist verzekerd van goede connecties en officiele functies. Rusland heeft haar eigen Sovjet-geschiedenis nooit willen verwerken.