‘Vrolijk kerstfeest, u bent ontslagen’

Saturday, January 31st, 2009

In het orthodoxe Oekraà¯ne viert men misschien geen kerst op 24 december, toch kwam het bericht uit Amsterdam die dag hard aan. De Telegraaf Media Groep trok de stekker uit ‘Obzor‘ (site op het moment van publicatie offline, red.), de lokale variant van Sp!ts.

Josja Zijlstra van TMG legt uit: “Die mededeling op kerstavond was ook voor mij erg zuur. Maar een pleister kan er in zulke gevallen maar beter snel vanaf. Het was in juli al bekend dat we gingen verkopen.”

Het zijn geen gemakkelijke tijden in Oekraà¯ne, zeker niet voor de dagbladpers. De financià«le crisis halveerde de waarde van de lokale munt en door de continue politieke crisis zijn er geen oplossingen om de economie uit het slop te trekken. De pers is verdeeld aan de hand van verschillende politieke fracties. De advertentiemarkt stort in en buitenlandse investeerders maken dat ze wegkomen.

“Juist ten tijde van crisis is er ruimte voor een krant als ‘Obzor’ (overzicht). Juist nu zal de advertentiemarkt weer opfleuren”, denkt Joeri Svirko, de hoofdredacteur. Hij kreeg vorige maand te horen dat de 47 mensen die bij zijn krant werkten binnenkort op straat staan. “Obzor was een krant die eerder eigenlijk niet veel meer deed dan verhalen van het internet simpelweg op papier af te drukken. Vaak zonder bronvermelding. TMG heeft de vorige hoofdredacteur ontslagen en ik ben hier op 24 juni begonnen. Precies een half jaar dus, want op 24 december stond ik weer op straat.” (more…)

Het twitter-experiment

Tuesday, October 28th, 2008

twitter_exerpiment.jpg

Voor De Nieuwe Reporter schreef ik ooit dat ‘twitter voor journalisten op termijn nog wel eens onmisbaar kan worden‘. Daarom tijd voor een experiment. Krijg ik als freelance journalist een reportage verkocht met behulp van twitter? Dit is het plan: Ik vlieg morgenavond naar Teheran en blijf er ongeveer twee weken. Vooral om van dichtbij mee te maken hoe men in Iran de Amerikaanse verkiezingen volgt. Het is een fascinerende paradox die je van het Midden-Oosten tot aan Rusland tegenkomt. Niemand wil iets met de Verenigde Staten te maken hebben, iedereen volgt het op de voet.Daar wil ik verslag van doen. Hoe denkt men in de koffiehuizen van Teheran over McCain? Hebben ze bij de krantenredacties de koppen ‘Zege voor Obama’ al klaarliggen? Ik schrijf een reportage op maat, in het Nederlands, Engels of Frans. Liever een reisverslag, column, achtergrondreportage of receptenboek? U vraagt, wij draaien. Wie ben ik? Bekijk hier een beknopt portfolio. Deal? Bel me +32 (0)486 173 498, of stuur een e-mail (olaf.koens@gmail.com) of stuur een bericht via Twitter. Ik hoor van u!

UPDATE: Yes we can! Zoals gelezen in Sp!ts van maandag 3 November 2008. Binnen 16 minuten reageerde Sp!ts hoofdredacteur Bart Brouwers (@brewbart) en was de deal gesloten. Gepitched, 16 minuten later verkocht en vijf dagen later in de krant. Experiment geslaagd. Journalistiek 2.0.

Een vliegende start in de journalistiek. Toch?

Friday, October 3rd, 2008

Even kennismaken: Casey Davison O’Brien, een Britse twintiger die op het punt staat een journalistieke carrière te beginnen. Hij heeft vijf jaar werkervaring in de NGO-sector, reisde meerdere malen dwars door verschillende delen van de wereld, spreekt een aardig mondje over de grens en heeft een goed taalgevoel. De vraag is: Waar begin je?

Het antwoord in Engeland is meestal: de ‘National Council for the Training of Journalists’ (NCTJ), een organisatie die cursussen en opleidingen in de journalistiek certificeert en zich opwerpt als hoeder van de kwaliteitspers. (meer bij De Nieuwe Reporter)

Litouwen en de strijd om de regio

Thursday, October 2nd, 2008

‘De strijd gaat nu om de portals’, zegt Vladas ‘Het zijn relatief kleine marktaandelen, maar de slag moet nu online gewonnen worden. Dat gaat lukken.’ Ik zit in de auto met Vladas Sapranavicius, die ik nog ken uit Moskou. Hij is ongeveer een jaar geleden terug naar Litouwen gegaan om zich op de online-media te storten. Die markt is volgens hem ‘waanzinnig’. (bij De Nieuwe Reporter)

Vilnius (#)

Ooggetuigen ter plaatse, journalisten in Parijs

Saturday, September 13th, 2008

Een groep 16-jarigen uit de Achterhoek stapt bij Gare d’Austerlitz in de RER naar Versailles. Ze kijken hun ogen uit, vragen zich af waarom er een vrijheidsbeeld langs de Seine staat en brullen luidkeels ‘lekker wijf!’ naar alle franà§aises die in- of uitstappen. Ze zijn verbaasd over de enorme bouwdrift bij Issy Val de Seine. ‘Wat doen al die mensen daar?’

Al die mensen maken televisie. Tussen de enorme gebouwen van de grotere Franse banken, computerbedrijven en investeringsfondsen, staat het hoofdkwartier van France24 (spreek uit: France vingt-quatre). De rokers op straat spreken Frans, Engels en Arabisch door elkaar heen. Zelfs wie door een zij-ingang naar binnen stapt ontsnapt niet aan drietalige televisieschermen. Her en der staan internetzuilen die non-stop het nieuws brengen. Alles in het Frans, Engels en Arabisch, vaak met originele berichtgeving, of anders met ongeveer vijf seconden vertraging in de nasynchronisatie.

Issy Val de Seine

‘Het grootste en beste persbureau van Slovenië’

Saturday, September 6th, 2008

Het medialandschap in Slovenià« is op het eerste oog gezond en vooral rustig. Er is een ruime keus uit publieke en commercià«le televisiestations, er circuleren ontzettend veel kranten en zowaar nog meer radiostations. De journalistenbond is mondig en opstandig. Internetgebruik ligt er boven het Europees gemiddelde. Alleen valt het op dat er slechts één persbureau te vinden is in Slovenià«. Bovendien is het ook nog eens volledig in handen van de overheid.

“˜Er was hier eens een Chinese correspondent die me vroeg hoe het toch kan dat ons persbureau het “˜grootste en het beste persbureau van Slovenià«”™ is”™, lacht UroÅ¡ Urbanija, de adjunct-hoofdredacteur. “˜Dat is natuurlijk een absurde vraag. We zijn er gewoon.”™ (lees verder bij De Nieuwe Reporter)

Geen onafhankelijke journalistiek in het land van intellectuele overproductie

Monday, August 18th, 2008

Riga (#)

De cijfers liegen er niet om. In Letland worden 268 verschillende periodieken gedrukt. Elf landelijke dagelijkse kranten, 26 wekelijkse magazines, 24 wekelijkse kranten, 23 kwartaalbladen, tien maandelijkse kranten, 89 maandelijkse magazines, 59 regionale kranten en nog een aantal ongedefinieerde periodieke publicaties.

Nu komt het indrukwekkende: er wonen iets meer dan 2 miljoen mensen in Letland. Daarvan is slechts een krappe meerderheid van 60 procent ethnisch Lets. Er wonen nog eens 28 procent Russen, en een grootse Wit-Russische en Poolse minderheid. De gezamelijke doelgroep van al die publicaties bedraagt nog geen 700.000 man. 268 publicaties op een markt van 700.000, een indrukwekkend cijfer.

Dat denkt Evalds Gausis ook. Hij werkt bij een grote financià«le dienstverlener en onderzoekt de mediamarkt. Een echte verklaring heeft hij niet. “Letland heeft het hoogste aantal studenten in universitair onderwijs in de EU. Dat zal er wel iets mee te maken hebben”, denkt Evalds. “Je bent jong, creatief en je wilt iets doen. Dan kun je maar beter een eigen magazine uitgeven.”

Clans
Ik heb een afspraak, maar mis net de trolleybus. Ik stop een taxi, en we rijden over de ‘Brivibas-straat’, een van de hoofdaders van de stad. “Dat is nu de vrijheidsstraat”, zegt de taxichauffeur. “Vroeger was het de Leninstraat, toen werd het de Stalinstraat, toen de Hitlerstraat, daarna weer de Leninstraat en nu heet het de vrijheidsstraat”. Hij lacht cynisch. “Binnenkort zal het wel de George Bush-straat worden.”

Ik spreek af met Sergejs Kruks, een van de weinige onafhankelijke journalisten in Letland. Zijn naam verraadt zijn Russische achtergrond. Behalve Russisch spreekt en schrijft hij vloeiend Lets, Engels en nog een aantal andere talen. Hij heeft twee bladen meegenomen. De Russische editie van ‘Newsweek’ en de ‘Vlast’ (macht) bijlage van de gerespecteerde Russische krant Kommersant. “Ik leg mijn studenten altijd uit dat wanneer je een idee wilt hebben wat er in ‘rookgordijn Rusland’ aan de hand is, dan lees je zorgvuldig deze publicaties. Wil je weten wat er in het ““ veel kleinere en minder ingewikkelde ““ Letland aan de hand is? Wat lees je dan? Ik moet je het antwoord schuldig blijven.”

En hij windt er geen doekjes om. “Er bestaat geen onafhankelijke journalistiek in Letland. De situatie hier lijkt meer op de Italiaanse. Verschillende clans hebben controle over de media. Je kunt het conflict het best beschrijven over een breuklijn die loopt tussen de ‘lokale oligarchen’ en de ‘westerse liberalen’, hoewel je beide begrippen met een flinke korrel zout moet nemen.”

Persoonlijke voorbeelden heeft hij genoeg. “Ik werkte een tijd als televisiecriticus bij Diena, de grootste krant van Letland. Ik stak mijn politieke mening niet onder stoelen of banken, soms kom je daar nu eenmaal niet onderuit. Ook in mijn academisch onderzoek schreef ik soms kritisch over Diena. En zo was ik mijn baan als televisierecensent al weer kwijt.”

“Ze zijn een tijdje zelfs gestopt me te bellen voor quotes”, zegt hij. “Tot de hoofdredacteur onlangs veranderde. Nog geen twee weken later wou men weer van me horen. Journalistiek, het is hier pure politieke business.”

Sorosisten en anti-Sorosisten
Sergejs heeft een aantal onderzoeken gedaan die de breuklijn in de pers goed weergeven. “Eigenlijk is het een campagne tussen Sorosisten en anti-Sorosisten”, legt hij uit. “Dat begon in december 2005 toen de krant Neatkariga een sterke toon aansloeg tegen George Soros, een campagne die vrijwel naadloos paste bij de Russische anti-Soros campagne sinds oktober 2005.” De geldstromen van George Soros naar het maatschappelijke middenveld worden gezien als negatieve westerse waarden, of zelfs als Amerikaanse invloed. De toenmalige Russische president Poetin hield George Soros persoonlijk verantwoordelijk voor de anti-Russische revoluties in Georgià« en Oekraà¯ne.

“Sindsdien ben je voor of tegen Soros”, legt Kruks uit. “Diena is pro-, Neatkariga is contra. Je ziet het overal terugkomen. De Sorosisten of liberalen zijn voor een Gay Pride in de stad, de anti-Sorosisten of lokale oligarchen die de meer traditionele waarden in pacht houden, die zijn dus tegen.”

“Een echt debat is er niet. Het geruzie begint een paar dagen voor de pride, en is daarna weer snel afgelopen. In het hele debat heb ik drie redelijke argumenten gezien aan beide kanten. De rest is nonsens. Journalisten gaan niet pro-actief op zoek naar andere argumenten of verhaallijnen. Ze volgen de lijn van de redactie.”

Pedofielenpartij
Volgens Sergejs was een van de weinige zinvolle bijdragen aan dit debat afkomstig van de Nederlandse ambassadeur. “Die moest wel reageren, omdat de anti-Sorosisten de liberale waarden ‘Nederlands’ vonden, en het een en ander in verband brachten met de pedofielenpartij.”

Ook de verhoudingen tussen de Russischtalige en de Letse pers zijn fragiel. “Diena is Lets, maar wilde in de loop naar de toetreding tot de Europese Unie haar anti-Russische toon matigen. Daarom huurde men etnische Russische journalisten in. Zo stond er bijvoorbeeld een keer op 1 september ““ de eerste schooldag ““ een grote foto van een jongetje, laten we hem Vanja Ivanov noemen (een typische Russische voor- en achternaam) en zijn trotse ouders. Ze stuurde hem naar een Letse school omdat ze dachten dat daar meer toekomst in zat.”

Ook de journalistenbond in Letland is het slachtoffer geworden van een politieke strijd. Dat is ‘niet heel erg’, aldus Sergejs. “Journalisten hier hebben geen bond nodig. Ze zijn slechts in dienst van hun werkgever, er bestaat geen professionele attitude. Onderzoek wijst ook uit dat een ruime meerderheid van de journalisten er geen probleem in ziet te schrijven wat hun werkgever hen opdraagt. Wie zich verzet tegen de hoofdredactie is de volgende dag ontslagen.”

“Nog een groot probleem”, aldus Sergejs, “Er is geen visie onder uitgevers. Er is geen professionele strategie voor media-business. Rijke zakenlieden kopen kranten of uitgeverijen als visitekaartje, zonder een flauw idee te hebben wat ze er mee moeten doen. Er zit geen visie achter.”

Corruptieschandaal
Toch bestaat er een levendige pers. De kiosken puilen uit van de verschillende publicaties en de Letten lezen er stevig op los. Kruks noemt het een ‘intellectuele overproductie’. “Nog nooit studeerden er zoveel mensen af aan de universiteiten. Die moeten allemaal iets doen.”

“Volgens veel van mijn Westerse collega’s is een vrije pers de eerste voorwaarde voor een goed functionerende samenleving. Dat is alleen het geval in ‘zelf-evidente’ samenlevingen, waar een corruptieschandaal bijvoorbeeld ook tot een aanklacht leidt. Hier is dat niet zo.”

Op zoek naar Ryszard Kapuściński (I)

Sunday, August 10th, 2008

Tyskie en Kapuściński

Ik ben onderweg naar Polen zonder een duidelijk plan voor ogen. Een luxeprobleem, want interessante media-verhalen uit Polen zijn er genoeg. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop de Poolse pers bericht over de oorlogen in Irak en Afghanistan, of de invloed van het conservatief-katholieke radiostation Maryja.

Maar voor deze reis heb ik ter inspiratie juist een aantal boeken van Ryszard KapuÅ›ciÅ„ski meegenomen, de Poolse journalist-historicus naar wie men vaak refereert als “˜de grootste journalist aller tijden”™. Hoe kijkt men naar hem in Polen? En wat is zijn nalatenschap in Warschau?

Kapuściński werd in 1932 geboren in Oost Polen, tegenwoordig Wit-Rusland. Hij werkte jaren als verslaggever in verschillende delen van het land en was nog nooit in het buitenland geweest toen zijn werkgever hem in 1956 naar India stuurde. Later werd hij de enige buitenlandse correspondent van het Poolse nieuwsagentschap PAP en kreeg als verslaggever tot vijftig verschillende landen toegewezen. Biografen citeren graag dat hij later 27 revoluties versloeg, veertig keer gevangen is gezet en tot vier keer is ontsnapt aan de doodstraf. Hij overleed in januari 2007.

Een loopje met de werkelijkheid
Ook kreeg hij kritiek te verwerken. Sommige mensen noemen het journalistieke werk van KapuÅ›ciÅ„ski “˜magisch realisme”™. Hij zou hier en daar een loopje met de werkelijkheid genomen hebben. Dat zorgt nog altijd voor een hoop legendes. Zo zou hij van ieder verhaal drie versies geschreven hebben. Een voor de Poolse geheime dienst, een voor de krant en een voor zijn persoonlijke archief. Sterker nog, sommige Polen zijn er van overtuigd dat de magische aspecten in zijn werk eerder een aanklacht zijn tegen het communistische regime. In deel II van dit verhaal ga ik hier verder op in.

In Warschau spreek ik af met Thijs Papôt van de Wereldomroep, die ik tijdens een eerdere opdracht van De Nieuwe Reporter in Minsk eens tegen het lijf liep. Hij vertelt dat KapuÅ›ciÅ„ski vrij onverwacht kwam te overlijden. “˜Ik dacht altijd dat ik hem nog wel eens zou spreken.”™

Ik ga op zoek naar zijn huis in Warschau. De meeste huizen in de wijk staan los, al zijn ze ferm omheind. Nergens in de buurt van “˜de grootste journalist aller tijden”™ staat een herdenksteentje, wegwijzer of zelfs maar een plakaat. Hoewel, plakaten genoeg, maar dan vooral van beveiligingsbedrijven.

Het is een mooie wijk met veel groen. Toch is mijn wandeltocht niet erg ontspannen. Op de hoek van de straat ligt de Israelische ambassade. Een jonge Poolse soldaat tikt nerveus tegen de haan van het enorme geweer dat hij meedraagt. Wanneer ik voor de derde keer passeer en naar een preciese straat vraag lopen breedgeschouderde mannen met zonnebrillen zenuwachtig heen en weer.

Aan de andere kant van de straat is een klein winkeltje met snuisterijen uit het Midden-Oosten. Van Kapuściński heeft de verkoper nog nooit gehoord. Sterker nog: Polen houden volgens hem niet zo van reizen. Misschien een reden waarom een dergelijke winkel in een buitenwijk van Warschau goede zaken doet.

In een supermarkt tegen over de snuisterijenzaak werkt een jongen die precies weet wie KapuÅ›ciÅ„ski was. “˜Hij deed hier geen boodschappen”™, zegt hij. “˜Helaas”™, voegt “˜ie er nog aan toe. Wat hij precies van KapuÅ›ciÅ„ski had gelezen en hoe hij over hem dacht kom ik niet te weten, want hij wil juist alles van mij weten. Kennen wij in Nederland KapuÅ›ciÅ„ski en kom ik speciaal naar Polen om daar over te schrijven? Een fenomeen dat keer op keer terugkeert in Warschau. Iedereen, ongeacht leeftijd of beroep, wil het fijne weten van mijn beweegredenen.

Volgens Thijs Papôt zegt dat meer over hoe Polen naar buitenlanders kijken. “˜Polen zijn altijd verbaasd dat je hun taal spreekt, alsof je een geheime code ontcijferd hebt. Maar maak je geen illusies over hoe groot hij in Polen is. Ik verwacht de komende jaren een wildgroei aan Kapuscinskistraten-, -pleien en ““plantsoenen.”™

In deel II de vertalers, biograaf en enkele kenners over het vermeende “˜magisch realisme”™ in het werk van Ryszard KapuÅ›ciÅ„ski.

Al-Jazeera

Saturday, August 2nd, 2008

I had a one-minute appearance in ‘The Listening Post’ of Al-Jazeera. Although not cut and edited in the way I would love it to be, still quite an honor to appear in one of the best investigative television programmes out there.


Joris en de 18e-eeuwse zedenroman

Tuesday, July 22nd, 2008

Twee maanden geleden kwam “˜Het Maakbare Nieuws”™ uit. Een boek als antwoord op de mediastorm die Joris Luyendijk deed opwaaien. De Nieuwe Reporter schoof in een Haags café aan bij Coen van Zwol, één van de buitenlandcorrespondenten die een bijdrage leverde. Over verschillende soorten journalisten, het “˜duh!”™-gevoel en rookgordijnen.

“˜Er zijn twee soorten journalisten”™, denkt van Zwol. “˜Mensen die het als hun roeping zien en hun hele leven aan de journalistiek verbonden blijven, en zij die het tijdelijk oppakken tot ze er op uitgekeken zijn.”™ Van Zwol zelf is duidelijk het eerste type journalist. Hij begon in 1992 bij de stadsredactie van NRC Handelsblad, schreef van 1994 tot 1999 veel over de Balkan en werkte van 2000 tot 2007 als correspondent in Moskou. Inmiddels zit hij alweer een jaar op de Haagse redactie en binnenkort gaat hij bij zijn krant als filmcriticus verder.

“˜Joris Luyendijk is meer dat tweede type journalist. Iemand die de journalistiek als uitdaging ziet en later andere dingen gaat doen. Boeken schrijven, of radio- en televisiemaken bijvoorbeeld. Mijn voorganger in Moskou, Frank Westerman, was ook zo. Of denk aan Geert Mak. Sommige mensen passen nu eenmaal niet in een groepsgeest, of functioneren slecht binnen een redactie.”™

“˜Joris was onervaren toen hij begon, maar niet zo naà¯ef als hij zich voordoet”™, weet van Zwol. “˜Hij is in zijn tijd iets te dicht bij een bomaanslag geweest. Dat komt in zijn boek niet terug. Hij gebruikt het procedé van een achttiende-eeuwse zedenroman. Dorpsmeisje komt in de grote stad, verliest haar onschuld en voor je het weet staat ze in een bordeel.”™

Duh!
Bovendien waren het wat Coen van Zwol betreft veel open deuren, die inzichten van Joris Luyendijk. “˜Allemaal “˜duh!”™-momenten. Natuurlijk is de pers niet neutraal. Natuurlijk speelt men kluitjesvoetbal en natuurlijk ben je als journalist niet slechts waarnemer, maar zelf ook onderdeel van de informatieoorlog. Duh!”™

De macht van de persbureaus bijvoorbeeld “˜Duh! Natuurlijk zijn die sneller en komen die met nieuws dat je als gewone correspondent niet bij kan benen. Maar ze schudden je wel wakker. En gelukkig hoef je als correspondent niet zelf achter alle kleine nieuwsfeitjes aan.”™

“˜Of dat de taal niet neutraal is en de één z”™n terrorist de ander z”™n vrijheidsstrijder is. Nogal wiedes! Zulke dingen zijn met de pen op te lossen”™, weet Van Zwol. “˜Ik noemde de Tsjetsjeen Sjamil Basajev eerst een “˜rebellenleider”™. Na de gijzeling in Nord-Ost en de tragedie in Beslan ben ik hem een terrorist gaan noemen. Hij schepte er nota bene zelf over op. Zulke taalkwesties kun je bovendien met een redactie makkelijk oplossen.”™

Ook het kluitjesvoetbal valt volgens Van Zwol wel te nuanceren. “˜Toen ik voor het eerst in Sarajevo aankwam zat iedereen in het Holiday Inn. En natuurlijk speelt men elkaar verhalen door. “˜Ben je nieuw hier? Je moet daar eens gaan kijken!”™. Maar wat moet je anders? Gewoon in je auto stappen en een paar rondjes maken?”™

Rookgordijn Rusland
Informatie in Rusland is soms net zo onbetrouwbaar, ondoorzichtig en ingewikkeld als in het Midden-Oosten. Overal staan belangen op het spel.

“˜Je kunt weinig met absolute zekerheid zeggen”™, aldus Van Zwol. “˜Denk aan die serie flats die in 1999 werden opgeblazen. Het gaf de directe aanleiding tot de tweede Tsjetsjeense oorlog. Dat kwam het regime wel heel goed uit. In de stad Rjazan was er zo ongeveer een ontmaskering. Flatbewoners zagen twee mannen in een auto met een kenteken uit Moskou allerlei verdachte spullen een kelder inladen. Toen de politie arriveerde bleken het explosieven. Al snel was een terroristische aanslag verijdeld. Het hele land was in rep en roer, maar het bleek dat er iets anders aan de hand was. De getapte telefoongesprekken van de twee mannen liepen rechtstreeks naar het hoofdkwartier van de FSB.”™

“˜Een smoking gun, maar geen keihard bewijs. Als journalist heb je meestal niet meer te bieden dan waarschijnlijkheid. Dat is een kwestie van puzzelen. Denk ook aan de affaire Erkel. Wie zat er achter zijn kidnapping? Waarom? Hoe is hij vrijgekomen? We weten het nog steeds niet. Maar dat betekent nog niet dat je geen journalistiek kunt bedrijven.”™

“˜Joris Luyendijk heeft geen ongelijk, ik kan alleen zijn conclusies niet delen”™, legt Van Zwol uit. “˜Journalisten maken fouten en dus kunnen we er maar beter mee ophouden? Er gaat ook een hoop fout in de gezondheidszorg, maar we sluiten toch ook geen ziekenhuizen?”™

“˜In de eerste plaats zijn er altijd feiten te vinden. Denk bijvoorbeeld aan het schimmige geroddel over de opvolging van president Poetin. Niemand wist het. Maar uiteindelijk zit er toch iemand op de troon, daar kun je niet om heen. In de tweede plaats, het rookgordijn rondom Arjan Erkel zegt veel meer over Rusland dan een eventuele ontknoping.”™

Blog als bijsluiter
Luyendijk geeft in zijn boek een aantal suggesties mee. Een journalist zou bijvoorbeeld tegen het eind van het jaar alle blunders en fouten voor de lezer op een rijtje kunnen zetten. Een ideetje dat oorspronkelijk afkomstig was van Van Zwol. “˜Helaas willen ze daar bij de krant niet aan, maar dat zou toch leuk zijn? Een jaarlijkse afrekening, dat zou je geloofwaardigheid ten goede komen.”™

“˜Beter nog kun je een weblog bijhouden”™, weet van Zwol inmiddels. “˜Daar is ruimte voor het verhaal bij het verhaal, de voetnoten, de moeilijkheden en de fouten.”™