Het leger van boeren slaat terug

Nu winnen gewapende aanhangers van Kiev eens in een dorp. Volgens de VN loopt het geweld uit de hand.

Screen Shot 2014-05-21 at 10.34.46

VELIKAJA NOVOSJOLOVKA (17/05/2014) – Op alle radiozenders in Oost-Oekraïne wordt de reguliere programmering om de zoveel uur onderbroken door een diepe stem. ‘Dit is een bericht van de Volksrepubliek’, klinkt het tussen het weerbericht en de voetbaluitslagen.’We willen iedereen eraan herinneren dat er op ons grondgebied activisten, fascisten, provocateurs en liegende journalisten actief zijn. Iedereen die hen helpt zal ter verantwoording worden geroepen.’

De twee boeren in het stadje Koerachova kijken tijdens de mededeling stoïcijns over de gele velden vol koolzaad. Voorbij de mijnbouw en zware industie in het oosten van Oekraïne begint het zwarte land. Grond zo vruchtbaar dat een bezemsteel er worstel schiet. ‘Kijk eens, onze jongens!’ zeggen ze wanneer de zwarte Opel voorbij twee ingegraven Oekraïense tanks raast. Ze zijn van het pro-Oekraïense verzet. De regio mag grotendeels onder controle zijn van separatisten, de boeren vechten terug. Het is een paramilitaire operatie, de zwarte Opel maakt omwegen ter desoriëntatie; sms’jes aan aanvoerder Semjon Semontsjenko worden alleen met cijfers beantwoord. ’5 wil zeggen: we komen er aan; 0 betekent: nu!’

Op een oude collectieve boerderij komen de pro-Oekraïners samen. Ze willen best praten, maar eerst moet er worden geschaft. Grote kommen sjoerpa, lamsbouillon met aardappelen. Ze slurpen het weg met zelfgebakken brood en rauwe uien.

Ooit was de boerderij een bloeiend geheel met een veestapel in de duizenden. Veel meer dan een opslag en een klein veldje voor watermeloenen is het inmiddels niet meer. Een man met een kalasjnikov schuift aan, hij is een partijlid van de nationalistische Svoboda-partij. Het wapen rust aan zijn rechterschouder. ‘Maak je geen zorgen, ik heb er een vergunning voor’, lacht hij. ‘En ik heb het nodig.’

In een zaaltje geeft Semontjsenko tekst en uitleg. Hij is de aanvoerder van het Donbas-bataljon, vrijwillige pro-Oekraïense strijdkrachten. Zijn mannen zijn in het zwart gekleed. Als symbool hebben ze een valk, de staart en de twee vleugels van de vogel dreigend als drietand, op hun uniform genaaid. ‘We weten ook wel dat wat wij doen door de wet verboden is, maar je moederland dienen, is belangrijker dan de wet. De centrale regering in Kiev doet niets, en de separatisten zijn nog erger.’

Hij legt de boeren het plan voor de dag uit. ‘Het stadje Velikaja Novosjolovka hier verderop is in handen van de separatisten. De openbaar aanklager is gevlucht, de burgemeester heeft zich ziek gemeld. Over een uur jagen we de separatisten uit het dorp weg en installeren we de nieuwe burgemeester. Hij heeft de benoeming uit Kiev al binnen. Het is nu alleen wachten op de jongens.’

Een half uur later komen de jongens in een colonne aanrijden. Een paar personenbusjes, een stuk of wat oude rammelbakken. Twintig man. Ze zijn gemaskerd en tot de tanden bewapend. Kalasjnikovs, zelfgeknutselde raketwerpers of jachtgeweren.

Een man van het bataljon neemt positie bij de oprit van de boerderij met een mauser, een antiek Duits jachtgeweer. Een erfstuk.

Ze poseren graag, praten vrijuit. ‘Sommigen van ons zijn designers, anderen ingenieurs. We zijn maar gewone jongens’, zegt Andrej. Over zijn bivakmuts heeft hij een hippe zonnebril. ‘Ik ben een soldaat in een burgeroorlog. En ik ben nergens bang voor. Dit is mijn land.’

Er ontstaat commotie als een politieauto over een landweggetje voorbij komt, maar de auto slaat niet af. De maskers en de skibrillen worden rechtgetrokken, de patronen voor de jachtgeweren ingeladen. Semontsjenko geeft een laatste briefing, ook hij draagt nu een masker, maar hij is aan zijn knalgele sportschoenen te herkennen.

Het Valkenbataljon is de zoveelste gewapende groepering die zich in het conflict in het oosten van Oekraïne mengt. Een man draagt onder zijn scherfvest een T-shirt van de Rolling Stones. Hij lacht. ‘De Bridges to Babylon-tour, ik was er in 1998 bij in Moskou.’ Hij klaagt over de corruptie in het land. ‘We vechten hier niet met Rusland, we vechten hier met wat er nog over is van de maffiakliek van oud-president Viktor Janoekovitsj.’

Het bataljon opereert vrij, al geeft een strijder toe dat er een lijntje is met Arsen Avakov, de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken.

De colonne vertrekt. Een wit bestelbusje zonder kentekens is de hekkensluiter. Misja en Nikolaj springen achterin. Het is donker en smoorheet in de bagageruimte. Nerveus kijken de twee boeren door het kleine raampje naar de weg. ‘Kun je beter voorin of achterin zo’n colonne zitten? Straks lopen we in een hinderlaag, en dan?’

Ze leunen tegen het binnenwerk van de auto, hun lot hebben ze even niet in eigen hand. Misja heeft een dubbelloops jachtgeweer. ‘Uit 1965, van mijn vader gekregen. Nooit echt gebruikt, maar nu is de tijd gekomen. Als ik het niet doe, wie dan wel?’

Binnen een paar minuten is het gebeurd. De tien agenten van het politiebureau in Velikaja Novosjolovka liggen op de grond, hun handen in de nek. Ze hebben hun wapens in moeten leveren en krijgen een lezing over vaderlandsliefde. Wie mee wil werken mag blijven, wie het niet met de overname eens is, wordt ontvoerd. De Oekraïense vlag wordt uit het raam gestoken. Bij het gemeentehuis hetzelfde tafereel.

In zijn Geely, een nieuwe auto van Chinese makelij, zit de nieuwe burgemeester Alexander Arich te wachten tot de kust veilig is. ‘Het is geen makkelijke post’, zegt hij. ‘We moeten proberen de burgers ervan te overtuigen dat we gewoon in één land moeten blijven wonen. En dat wanneer de onrust doorgaat de economische gevolgen ernstig zullen zijn. Daarom nemen we hier de boel over.’

Het kleine stadje met amper 6.000 inwoners is met stomheid geslagen. ‘Wie zijn dit in godsnaam? Zijn het de separatisten? Het leger?’ De verkoopsters van een klein winkeltje staan in paniek op de stoep. ‘Mijn zoon! Mijn zoon loopt daar ook ergens!’

Op hun fietsjes, met de boodschappen in de hand en soms met kinderwagens komen de inwoners poolshoogte nemen. De jongen met de mauser houdt hen op afstand. ‘Staan blijven! Een stap naar voren en je bent er geweest! Wij doen dit ook voor jullie!’

Shoppers in Moskou: wij redden ons wel

In Moskou, waar sinds Poetin al het goede van de hele wereld te krijgen is, ziet de consument de importbeperkingen met vertrouwen tegemoet.

Screen Shot 2014-08-12 at 15.05.52

MOSKOU – De laatste Nederlandse komkommer ligt in een glimmende plastic verpakking boven op een stapel courgettes en zucchini’s in de Azboeka Vkoesa aan de Simferopolboulevard in een buitenwijk van Moskou. Niet te missen. Russische komkommers zijn kort, dun, dik, rond, ribbelig of krom, de Nederlandse komkommer is er maar in één formaat: 30 centimeter lang.

‘En smakeloos’, lacht een van de klanten in de supermarkt. ‘Onze komkommers zijn vol van smaak. Alle groente en fruit uit Europa, het ziet er allemaal prachtig uit, maar het smaakt nergens naar.’

De bedrijfsleidster van de supermarkt geeft haar gelijk. Ze kijkt aandachtig naar streepjescodes die het land van herkomst verraden. Het meeste is import. Van de Nederlandse paprika’s in stoplichtkleuren tot zure kersen uit Canada. Niet alleen de kwaliteit, ook de prijzen verschillen enorm. Een ronde Russische kool kost vijftig eurocent per kilo, een Nederlandse witte kool gaat voor bijna drie euro per kilo langs de scanner.

Over lege schappen maakt de manager zich geen zorgen. ‘Er komt vast een hoop groente en fruit uit Israël, dat leggen we er gewoon tussen.’ In de zomermaanden is er bovendien een veelvoud aan groente en fruit uit de voormalige sovjetrepublieken. Lege schappen, het is een trauma uit de jaren negentig. Het is het fundament onder de machtsbasis van president Vladimir Poetin. Hij beloofde stabiliteit, economische groei. Er zijn geen tekorten, niets komt op de bon en wie geld genoeg heeft kan alles kopen.

Bij de afdeling voorverpakte kaas gaat dat nog lastig worden. Het assortiment is enorm. Finse smeerkaas, Letse notenkaas, mascarpone, Zwitserse fonduekaas, Bleu d’Auvergne, gorgonzola, burrata, Griekse fetakaas, halloumi, vijf soorten Britse cheddar, Maasdammer gatenkaas – het is allemaal verkrijgbaar. Maar liefst 114 verschillende kaassoorten liggen er in het koelvak en slechts drie daarvan komen uit Rusland; een witte rolkaas, gerookte sliertjeskaas en een jonge kaas uit de Kaukasus. Een klant grijpt net de laatste verpakking Parmezaanse kaas. ‘Voor de pasta’, klaagt hij. ‘Anders weet ik het ook niet meer.’

Toch is er geen paniek in Moskou. De meeste supermarkten hebben flinke voorraden, en buitenlandse kaas is een luxeproduct. Bovendien: verbod op de import is geen verbod op de verkoop. Artjom Gloesjtsjenko, de directeur van de O’Key-supermarktketen in Moskou, maakt zich niet te veel zorgen. Hij is wegens de sancties zelfs niet eerder teruggekomen van vakantie. Per telefoon laat hij vanuit het buitenland weten dat zijn schappen niet leeg zijn. ‘Ik houd het natuurlijk van afstand in de gaten, maar wij hebben het meeste nog. Ja, er verdwijnen nu een paar producten, maar daar komen simpelweg andere voor in de plaats.’

Het verbod op vers vlees, vis, melkproducten, groente en fruit uit de Europese Unie, de Verenigde Staten, Noorwegen, Canada en Australië heeft bovendien allerlei haken en ogen. Italiaanse prosciutto is voor de Russische warenwet een worst. Pasteitjes worden gezien als kant-en-klare maaltijden, voorverpakte garnalen met een beetje zout en peper mogen ook gewoon door de douane. Melkchocolade mag melk bevatten, bij de douane is het een cacaoproduct, en dus mogen de Belgische pralines gewoon het land in.

Echte problemen ontstaan er bij restaurants. Wanneer het handjevol Spaanse restaurants in Moskou geen chorizo meer kan krijgen, kunnen de deuren op slot. Ook de toekomst van La Maree, een keten van visrestaurants en de belangrijkste distributeur van verse vis in Moskou, is ongewis.

Zelfs de Moskouse dierentuin heeft problemen. ‘Een groot deel van wat onze dieren eten komt uit het buitenland’, legt Anna Katsjoerovskaja uit in een onlinepublicatie. ‘Vergeet niet dat sommige dieren erg kieskeurig zijn. Onze pinguïns eten alleen maar vis van een bepaalde lengte; die laten wij uit Argentinië komen.’

Alleen op sociale-media lijken de Russen zich zorgen te maken. ‘Fuck you Poetin, ik wil mijn brie!’ schrijft een conservatorium-docent op Facebook. Op andere foto’s is te zien hoe Russen geïmporteerde kaas hamsteren, hun favoriete groente invriezen of voor de zekerheid een voorraad melk inslaan.

Bij het jaarlijkse voedselfestival op de binnenplaats van een museum in Moskou halen de voornamelijk jonge restaurateurs de schouders op. ‘Op mijn Franse hamburger zit een Franse mosterdsaus, maar die kunnen we misschien ook wel maken met Russische ingrediënten’, legt de uitbater van hamburgerwinkel G-Spot uit.

Een worstenmaker verderop laat zijn Australische lamsworst proeven. ‘Met deze handen gemaakt’, zegt hij trots. ‘Vlees uit Australië is al vaker verboden geweest, maar dat is geen probleem. Je kunt het altijd wel ergens kopen. Dan heet het uit Wit-Rusland te komen. Dit is Rusland, hier kan alles.’

Oekraïne ontkent vermeende aanval op Russisch dorp

Terwijl de gevechten tussen de rebellen en overheidstroepen in het oosten van Oekraïne steeds intensiever worden, loopt ook de diplomatieke spanning tussen Rusland en Oekraïne op. Volgens Rusland komen Oekraïense explosieven op Russisch grondgebied terecht. Oekraïne ontkent in alle toonaarden.

DONETSK – Bij een aanval zondagmorgen in Donetsk kwam een persoon om het leven en raakten twee mensen gewond. Het nieuwsbericht wekte verwarring: dit keer gaat het niet om de Oekraïense miljoenenstad Donetsk, maar het dorpje Donetsk vlak over de grens in Rusland.

Tijdens het conflict tussen de pro-Russische separatisten en het Oekraïense leger zijn er de afgelopen maanden volgens de Russen wel vaker explosieven in het buurland terechtgekomen, maar nog nooit kwam daar iemand bij om het leven.

Het openbaar ministerie heeft een strafzaak geopend en het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken belooft ernstige consequenties en harde maatregelen.

Het Oekraïense ministerie van Defensie daarentegen ontkent in alle toonaarden. ‘Wees er zeker van, de Oekraïense troepen schieten niet op Russisch grondgebied. Wij hebben niet geschoten’, laat woordvoerder Andrej Lysenko weten. Ondertussen wordt er in verschillende buitenwijken van Donetsk een felle strijd geleverd tussen de opstandelingen en het Oekraïense leger. Huizen, winkels en restaurants zijn met de grond gelijk gemaakt. Volgens de opstandelingen zijn er tientallen doden gevallen.

Legerwoordvoerder Vladislav Seleznev ontkent dat het Oekraïense leger raketten gebruikt en schuift de schuld in de schoenen van de rebellen. Een Oekraïense legereenheid in de frontlinie liet aan de Volkskrant echter weten dat ze wel degelijk raketten afvuren. ‘Maar we proberen de burgerbevolking zo min mogelijk te raken.’

In Rio de Janeiro spraken de Duitse bondskanselier Merkel en de Russische president Poetin elkaar. De twee leiders constateerden aan de zijlijn van het WK dat de situatie in Oekraïne ‘verslechtert’, en willen dat er nieuwe vredesbesprekingen komen.

Langzaam sluipt oorlog Donetsk binnen

In het onrustige oosten van Oekraïne vechten leger en rebellen verbeten om de luchthaven van Donetsk.

Screen Shot 2014-07-12 at 21.13.04

DONETSK (12/07/2014) – Naast het enorme voetbalstadion van Shakhtar Donetsk staat een levensgroot monument van een Sovjetsoldaat. Het zwaard naar beneden, de linkerhand omhoog en de neus dapper naar voren. Op de sokkel staan de namen gegraveerd van steden waar in de Tweede Wereldoorlog het hardst om is gevochten: Makejevka, Gorlovka, Artjomovsk, Stalino (later omgedoopt tot Donetsk), Kramatorsk, Krasni Liman, Slavjansk. Precies de steden waar nu het Oekraïense leger en de opstandelingen een bittere strijd voeren.

Aan de voet van het monument staat een museum dat de overwinning op nazi-Duitsland tot leven moet brengen. Het zijn brieven, foto’s en wapens uit de heftige strijd om het Donetskbekken. Maar sinds een paar dagen ontbreekt er iets uit de collectie. Om precies te zijn: een T54 tank en twee anti-tankwapens. ‘Stelletje idioten’, fluistert een van de supposten in het museum. ‘Het pantser op die tank bestaat vooral uit verf, en die wapens krijgen ze nooit meer aan de praat. Ze hebben het simpelweg in beslag genomen en meegenomen naar de technische universiteit’. Bij de militaire afdeling van de campus houden de rebellen de wacht. Studentenhuisvesting wordt voor strijders gebruikt, aan het materiaal dat te repareren valt, wordt op de binnenplaats gesleuteld.

Toch blijft de poort dicht. Ook voor de moeders die om het hardst schreeuwen om hun zonen. Bij de Oekraïens-Russische grens hebben de rebellen vrijdagmorgen een Oekraïens legerkampement bestookt. Bij de raketaanval kwamen negentien Oekraïense soldaten en vier grenswachters om het leven. Bij een Oekraïense aanval in hetzelfde gebied zijn volgens plaatselijke media vrijdag vijftig rebellen om het leven gekomen.

Nu de rebellen de kleinere provinciesteden hebben opgegeven concentreert het gevecht zich rond de hoofdstad Donetsk. In het centrum van de stad gaat het leven gewoon door, maar op de 28 verschillende toegangswegen worden de check-points en vuurposities versterkt. De rebellen blazen bruggen op en plaatsen op strategische punten luchtafweergeschut.

Toch lijkt er geen haast achter te zitten. ‘Wanneer ze Donetsk zullen bestoken met raketten dan vallen er vele duizenden onschuldige slachtoffers, dat doen ze nooit’, legt Andrej uit. Met zijn knalrode baret, forse omvang en nonchalante houding duidelijk een oudgediende van de inmiddels opgeheven Oekraïense ordetroepen. Trots laat hij een stel anti-tankmijnen zien in een kistje naast de betonblokken op het asfalt. ‘Wij maken ons niet druk’.

Dat lijkt ook te gelden voor de Oekraïense troepen die zo’n vijftien kilometer verderop zich hebben ingegraven. De soldaten drogen zonnebloemen op hun pantserwagens en doden de tijd door armpje te drukken. ‘We checken hier alleen dat er niets illegaal de stad binnenkomt of uitgaat’, vertelt een majoor. Toch sluipt de oorlog langzaam maar zeker Donetsk binnen, met een miljoen inwoners de hoofdstad van het onrustige oosten van Oekraïne. Om de luchthaven wordt hard gevochten. Het Oekraïense leger heeft de landingsbaan en de gloednieuwe terminal onder controle, de rebellen rukken op door de woonwijken.

‘Ach jongen toch, ik bid voor je, iedere dag. Weet je dat? Dat God jullie zal laten zegevieren’, zegt een oude vrouw tegen een rebel die een positie inneemt bij een flatgebouw. Hij krijgt een kus op de wang. Andere buurtbewoners zijn er minder enthousiast. ‘Je zou je moeten schamen, klootzak’, roept iemand tegen dezelfde rebel. ‘Ik woon hier al mijn hele leven, straks vallen de bommen en ben ik alles kwijt. Alleen maar omdat jij oorlogje wilt spelen.’

Niet veel later klinken er doffe klappen aan de horizon. Raketten en granaten worden over en weer geschoten en de rebellen vuren op alles wat beweegt. Vanaf zijn balkon op de derde verdieping kijkt Viktor naar de rookpluimen nog geen kilometer verderop. De granaten slaan steeds dichterbij in. Op de binnenplaats slaan de autoalarmen aan. ‘Mijn vrouw is in dit pand geboren, wij wonen hier ons hele leven. Ik moet er niet aan denken hier ooit weg te gaan’, zegt Viktor.

Russische televisie
Terwijl het mortiervuur overvliegt kijkt hij naar de Russische televisie. ‘Als je de Oekraïense kanalen moet geloven dan lijkt het wel alsof wij onszelf bestoken’, lacht zijn vrouw Tatjana. ‘Weet je wat trouwens vreemd is? Iedere keer wanneer je zo’n harde klap hoort werkt de WiFi niet’. Volgens het echtpaar is een bejaarde man in de buurt gewond geraakt. ‘Ik maak me vooral zorgen om Leopold’, zegt Tatjana. ‘Wij gaan gewoon in een andere kamer zitten, maar die kat snapt er allemaal niets van’. Het gitzwarte beest met groene ogen sprint bij iedere knal door de kamer.

Dan werkt de internetverbinding weer en belt de familie van het echtpaar uit Rusland. ‘Wat gebeurt er bij jullie allemaal? Wordt er weer gevochten bij de luchthaven?’ vraagt iemand. ‘Welnee, maak je geen zorgen’, zegt Tatjana. ‘Het knalt gewoon een beetje, meer niet.’

‘Het was zo angstig, zo krankzinnig’

Dagenlang hebben Oekraïense artillerietroepen Slavjansk bestookt. Niet alleen de rebellen hebben de stad die in een slagveld is veranderd verlaten, ook de meeste inwoners.

Screen Shot 2014-07-11 at 23.03.30

IZJOEM / SLAVJANSK / KRAMATORSK (08/07/2014) – ‘Hé, Sasja! Geef mij eens een machinegeweer!’ Het is de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken, Arsen Avakov, die zijn gepantserde Mercedes plots laat remmen. Uit de volgauto’s springen nerveuze bodyguards. Een van hen haalt een kalasjnikov uit de achterklep, geeft het aan de minister en de colonne raast door. Op naar Slavjansk.

Het kleine stadje Izjoem is het hoofdkwartier van de Oekraïense opmars tegen de pro-Russische separatisten geworden. De Oekraïense strijdkrachten hebben er een kamp opgetrokken, de veiligheidsdienst, de nationale garde, de politie en de ordedienst lopen elkaar voor de voeten.

Tussen de reguliere diensten navigeren ook nog eens honderden zwaarbewapende vrijwilligers, die het plaatselijke politiekantoor hebben overgenomen. Op pick-ups die haastig in camouflagekleuren zijn gespoten trekken ze naar de frontlinie. Vrachtwagens met hulpgoederen moeten wachten. ‘Dood aan de bezetters, lang leve Oekraïne!’, schreeuwt een man in een bivakmuts wanneer hij langs een checkpoint scheurt.

De weg naar Slavjansk is verlaten. Zonder speciale toestemming mag niemand de stad in of uit. De enorme televisietoren op de heuvel voor Slavjansk is omvergeschoten, de benzinepompen en de winkelstalletjes aan de toegangsweg zijn leeggeroofd. Pas bij de veevoederfabriek aan de rand van de stad staat het Oekraïense leger. Niet langer vrolijke dienstplichtigen, maar getrainde beroepssoldaten. De wijsvinger nerveus tikkend op de haan van hun kalasjnikovs.

Na een maandenlange belegering hebben de pro-Russische separatisten Slavjansk opgegeven. Vorige week maandag zegde de Oekraïense overheid de eenzijdige wapenstilstand op. De stad is dagenlang bestookt door artillerietroepen. Bushokjes, winkels en zelfs een orthodox kerkje zijn door de rebellen tot schuttersputten omgebouwd. Hoekwoningen zijn beschoten, elektriciteitskabels omgetrokken. De paar bewoners die zijn achtergebleven maken voorzichtig de schade op.

Alleen op het centrale Leninplein is het druk. Het Oekraïense leger deelt er brood en water uit. Bij het standbeeld van de Sovjetleider is demonstratief een schild met het Oekraïense wapen neergelegd, over de daken van het gemeentehuis, het politiekantoor en de geheime dienst wappert de Oekraïense vlag.

‘Wat was het eng. Verschrikkelijk’, vertelt Jelena (52). ‘Mijn huis is als een wonder niet geraakt door al die bommen. In de tuin liggen wel hulzen en granaatscherven, maar ons huis is nog intact. Al mijn buren zijn vertrokken, wij zijn alleen hier achtergebleven. Ik heb tegen mijn zonen gezegd: ga maar. Maar ze wilden niet. Ik hoop dat het voorbij is. Ik hoop het zo.’

Gas, water of elektriciteit is er al weken niet meer in Slavjansk. De inwoners leven van hun moestuintjes, of de voorraden die uit winkels is geplunderd. ‘We eten nu de aardappels, maar die zijn bijna op. Gelukkig hebben we nog een kip’, zegt Jelena. Haar 12-jarige zoon Nikita kijkt gegeneerd weg wanneer zijn moeder huilt. ‘Het was zo angstig, zo krankzinnig. En waarom? Nu maar hopen dat iemand hier orde op zaken stelt.’

Een paar honderd meter van haar huis is het een waar slagveld. Drie pantserwagens liggen uitgebrand op de weg, twee tanks zijn door mortiervuur dusdanig hard geraakt dat de onderdelen tientallen meters van elkaar liggen.

‘Het waren de separatisten die probeerden te vluchten, wij hebben ze gestopt’, zegt majoor Andrej Tokatsjoek trots. Hij heeft de leiding over een groep soldaten van de vijfde compagnie van de 25ste luchtmobiele brigade uit Dnepropetrovsk. ‘Wij zijn een kameraad verloren. Aan hun kant is iedereen dood. Ga maar op de lucht af.’ In de berm liggen antitankmijnen, een paar honderd meter verderop ligt een hoofd.

Ook de industriestad Kramatorsk, vlak onder Slavjansk, is door de rebellen verlaten. Het leger is druk bezig de stad schoon te vegen. Verzetshaarden worden uitgekamd, verdachte mannen opgepakt. De barricaden worden afgebroken, trolleybuskabels hersteld. Een mechanicus klimt met een gereedschapskist door de stukgeschoten ramen bij het busdepot. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik ga kijken wat er te redden valt.’

Dan klinkt er een doffe klap en krijgen zelfs de getrainde militairen slappe knieën. Vals alarm. Het is geen explosie, maar een betonblok dat omvalt. De agenten van een politiekantoor in de stad kijken van een afstandje toe. Ze worden door de Oekraïense pers aan een verhoor onderworpen. Hebben ze niet samengewerkt met de separatisten? Luisteren ze wel naar de bevelen uit Kiev? De agenten durven niet in de camera te kijken. De inwoners die een paar dagen geleden nog met Russische vlaggen zwaaiden, klappen nu wanneer het Oekraïense leger voorbijkomt. Het is een kwestie van overleven.

De militaire luchthaven van Kramatorsk is het enige punt in de wijde omgeving dat altijd onder controle van het Oekraïense leger is geweest. Kolonel Sergej Krevonos laat zien hoe de basis onder vuur is genomen. In de controletoren zitten de kogelgaten zelfs in de gedetailleerde kaarten met aanvliegroutes. Trots toont hij een handpistool dat is geraakt door een scherpschutter. ‘Het pistool is aan diggelen, maar de soldaat leeft nog’, zegt hij. Zijn petje verraadt zijn militaire achtergrond. ‘Kamp Echo, Irak’ staat er. Het leger heeft zijn meest ervaren soldaten ingezet.

Terug in Izjoem vertelt de ultranationalistische politicus Oleg Ljasjko trots hoe hij de gemeenteraad van Slavjansk op de knieën heeft gekregen. Met een klein privéleger trekt hij door de steden die pas door het leger zijn ontzet. Hij haalt de gevangenen uit kelders en hijst de Oekraïense vlag waar hij kan. Hij geeft de minister van Defensie een high five en leest luidop het bericht voor dat ook Artjomovsk nu in Oekraiense handen is. ‘Champagne!’, roept de minister. ‘Op de overwinning!’

Voortbestaan staakt-het-vuren Oekraïne aan zijden draad

Screen Shot 2014-07-11 at 22.35.04Ondanks een tweede, achtereenvolgende dag van telefonisch overleg tussen de politiek leiders van Rusland, Oekraïne, Frankrijk en Duitsland is er geen verlening gekomen van het staakt-het-vuren. Volgens de Oekraïense autoriteiten hebben de pro-Russische opstandelingen zich niet gehouden aan het bestand.

MOSKOU (01/07/2014) – ‘Wij zullen aanvallen en ons land bevrijden’, liet president Petro Porosjenko weten. ‘Het niet verlengen van het staakt-het-vuren is ons antwoord aan de terroristen, rebellen en plunderaars’.

In gesprekken dinsdagmiddag tussen de Oekraïense president, Vladimir Poetin, Angela Merkel en François Hollande was eerder juist overeengekomen dat de onderhandelingen tussen de opstandelingen en vertegenwoordigers van de Oekraïense overheid zouden worden doorgezet.

Na het koortsachtig diplomatiek overleg besloot de Oekraïense veiligheidsraad anders. Al langer staat de Oekraïense president onder druk van hardliners, ook binnen zijn eigen kabinet. Voor onderhandelingen is het te laat. ‘Ik denk dat het tijd is hier een punt achter te zetten’, liet openbaar aanklager Vitaly Jarema aan een Oekraïens televisiekanaal weten. ‘Alleen zo krijgt het volk de kans weer in een normaal land te wonen.’

De beslissing tot de eenzijdige opzegging van het bestand zal kwaad bloed zetten in het Kremlin. Eerder nog stelde Vladimir Poetin voor dat Oekraïense grenswachten samen met hun Russische collega’s op Russisch grondgebied zouden patrouilleren om zo de invoer van wapens een halt toe te roepen. Ook de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) zou een waarnemende rol bij de grenscontrole krijgen. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, liet duidelijk weten dat de uitnodiging alleen staat zo lang het staakt-het-vuren van kracht is.

Ook de afgelopen dagen is het onrustig geweest in het oosten van Oekraïne. Na het verstrijken van het staakt-het-vuren waren er heftige beschietingen in de belegerde stad Slavjansk. In de buurt van Donetsk is in de nacht van zondag op maandag de Russische cameraman Anatoly Kljan (68) om het leven gekomen. Een groep Russische journalisten reisde op uitnodiging van de separatisten mee met een bus vol moeders op weg om hun zonen bij een militaire kazerne op te halen. Uit beelden blijkt dat de bus midden in de nacht onder vuur komt te liggen. Kljan wordt geraakt, en verliest langzaam het bewustzijn.

‘De dood van de Russische journalist laat nog eens overtuigend zien dat de Oekraïense autoriteiten geen deëscalatie van het conflict in het oosten van het land nastreven’, laat het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken weten. ‘Kiev deinst niet eens terug voor het gebruik van fysiek geweld en rechtstreekse beschietingen.’ Rusland eist een onderzoek.

‘Hallo, leef je nog?’ ‘Ja, bij ons is alles goed’

Op bezoek in een vluchtelingenkamp met Oekraïners vlak over de grens in Rusland. De kinderen zijn de bombardementen bijna weer vergeten.

Screen Shot 2014-07-01 at 14.29.37

TAGANROG (26/06/2014) – De dreunende beats van Jennifer Lopez klinken dwars door het vakantiepark. Het is de middaggymnastiek. Twee studentes in knalrode T-shirts zwaaien in de rondte met hun armen en benen. Een groep van tien kleuters doet hen na. ‘Blijven bewegen! Hop, hop, hop!’

De muziek moet het lawaai van de zaag- en boormachines overstemmen. Het verlaten vakantiepark uit de Sovjettijd is sinds kort bewoond door 646 vluchtelingen uit Oost-Oekraïne. De huisjes worden opgeknapt, de elektriciteitskabels worden door de verwaarloosde flats getrokken. Honderden kinderen rennen in de rondte. Om niet te vergeten aan wie ze schatplichtig zijn, hebben de meesten de Russische driekleur op hun wangetjes geschminkt gekregen.

‘Rusland heeft ons ontvangen zoals een moeder een verloren zoon in de armen sluit’, zegt Nina Igorevna (76). ‘Zelfs de lakens waren schoon. Dank, dank en nog eens dank. We zijn de Russen eeuwig dankbaar.’ Haar kleindochter Jelena speldt direct een badge op. ‘Jelena, appartement 13, Gorlevka’, staat erop. Bijna dagelijks komen Russische overheidsvertegenwoordigers op bezoek. Met haar echtgenoot, grootmoeder en driejarig zoontje David woont ze in een van de kleine vakantiehuisjes. Met toilet, douche en internet, waardoor David vooral tekenfilms op YouTube kijkt.

Drie weken geleden is het gezin gevlucht uit Gorlevka, het industriestadje onder de rook van Donetsk. ‘Er zijn allerlei tekorten. De sigaretten zijn verdwenen uit de supermarkten, de rijst is bijna op. De politiebureaus zijn overgenomen door de opstandelingen; een gebouw bij ons in de buurt is gebombardeerd’, zegt Jelena. ‘Mijn man zoekt werk, als we iets vinden vertrekken we. Wij hoeven niet meer terug naar Oekraïne. Van dat vredesproces komt helemaal niets, het is niet zo maar een kwestie van vergeven en vergeten.’

De kinderen zijn de trauma’s al weer te boven. Het vakantiepark aan de Azovzee ligt pal naast de luchthaven van Taganrog. Een paar keer per dag brullen de motoren van vrachtvliegtuigen over de kleine huisjes. ‘Eerst rende David gelijk naar binnen om dekking te zoeken, nu is hij veel te druk in de weer met al het speelgoed dat we gekregen hebben.’ Het ventje piest ongegeneerd in een plantenbak. ‘Het enige is dat we onze herdershond hebben moeten achterlaten. Zo’n lief beest.’

Hoeveel Oekraïners voor het aanhoudende geweld op de vlucht zijn geslagen weet niemand. Russische media doen er alles aan om te laten zien dat er in het buurland een humanitaire catastrofe gaande is. Volgens de federale migratiedienst hebben ‘enkele tienduizenden’ Oekraïners de afgelopen maand een vluchtelingenstatus aangevraagd. Bij de grens worden ze eerst opgevangen in tentenkampen.

‘Geen wonder, want veel meer plaats is hier ook niet’, zegt Lilja Ivanova, een vrouw van middelbare leeftijd die zelf een maand geleden uit Slavjansk is gevlucht. Ze coördineert het vakantiekamp. ‘Je ziet: alles werkt. Er is 24 uur per dag een ambulance aanwezig, in de kantine krijgt iedereen drie warme maaltijden. Er moet een hoop verbouwd worden, maar dat is een mooi klusje voor de mannen die hier zijn.’

Slavjansk is volgens Ivanova onherkenbaar. ‘Het ziekenhuis, de school, zelfs de kraamkliniek is gebombardeerd.’ Met hulp van de communistische partij is ze de stad ontvlucht. ‘Het was een helse rit. Bij de grens werd op dat moment gevochten, we hebben lang moeten schuilen voor we eenmaal in Rusland waren.’ Het liefst wil Ivanova terug naar Slavjansk, maar dat gaat nog lastig worden. ‘Mijn man zit bij de rebellen. Hij zegt dat het conflict nog lang niet is uitgevochten. We bellen iedere dag. Lange gesprekken zijn het niet. ‘Hallo, leef je nog? Ja, bij ons is alles goed.’

In de gymzaal van het complex heeft de overheid faciliteiten ingericht. Bij de migratiedienst kunnen de vluchtelingen een status aanvragen. Ze mogen drie maanden, een jaar of langer verblijven. Een arbeidsbureau hangt de vacatures op. Een hotel in Sotsji zoekt schoonmaaksters; de staalfabriek heeft nog elektriciens nodig.

Zelfs aan een kleine bibliotheek is gedacht. Tussen de moderne pulp staan de meesterwerken van Hertzen, Babel, Tolstoj, Dostojevski en natuurlijk Tsjechov, de schrijver die in Taganrog geboren is.

Toch is de oorlog nooit ver weg. ‘De fascistische junta in Kiev vermoordt onschuldige burgers!’ hangt er op posters in de gang van de gymzaal. ‘Rusland rules!’ staat er in stoepkrijt op de tegels voor de deur geschreven. Dan klinkt Jennifer Lopez weer. Een van de studentes draait de volumeknop nog verder omhoog. ‘We doen net alsof er niets aan de hand is’, zegt ze.

‘Laat die Russen maar komen, wij willen vechten’

Terwijl de situatie in het oosten van Oekraïne escaleert groeit de onvrede onder de betogers in Kiev. Rechtsradicalen peinzen er niet over de bezette gebouwen vrij te geven.Screen Shot 2014-04-28 at 10.57.07

KIEV (28/04/2014) – De mannen en vrouwen van de gemeentedienst staan met de handen in het haar. Ze hebben een graafmachine en een vuilwagen paraat om de barricades in het centrum van de stad op te ruimen, maar de activisten willen er niets van weten. De vuilzakken uit de wagen worden op de kop weer op de stapel gegooid. ‘We doen gewoon ons werk, laat ons’, zucht een van de vrouwen. ‘Het maakt me niet uit wat je werk is’, blaft een man in een camouflagepak. ‘Dit plein is van ons, en deze rommel blijft hier gewoon liggen.’

Terwijl de beroemde eikenbomen van Kiev in volle bloei staan en de souvenirverkopers binnenlopen door de verkoop van voetvegen met de afbeelding van oud-president Viktor Janoekovitsj, doet het Onafhankelijkheidsplein leeg aan. De honderdduizenden betogers zijn weg, alleen de barricades, de vuurkorven en de legertenten staan er nog. Toeristen krijgen rondleidingen, backpackers gaan op de foto met de paar honderd betogers die zijn achtergebleven. Weg zijn de middeleeuwse uitdossingen, de betogers met molotov-cocktails. De nieuwe zelfverdedigers dragen uniformen. Van matgroene camouflagepakken tot zwart gevechtstenue.

‘Laat ik zeggen dat we een sponsor hebben gevonden’, lacht een van de zelfverdedigers. Hij draagt een gloednieuwe outfit, op maat. Zelfs de schoenen zijn puntgaaf. ‘En wapens hebben we ook. Wat denk je, dat we de volgende keer weer terugslaan met stokken wanneer ze op ons schieten?’ De politie heeft het nakijken, de milities pakken zelf de criminelen wel op. Zeggen ze. In verschillende groepen met allemaal hun eigen insignes en outfits lopen de betogers nog altijd door het centrum van Kiev. De dictator is verdreven, de knokploegen staan op stand-bye. Wanneer er geen duidelijke vijand is vechten ze onder elkaar. Pas na de presidentsverkiezingen eind mei beloven de volksmilities de stad uit handen te geven, maar alleen als hen de uitkomst zint.

Daar hoeven de mannen van de Rechtse Sector niet op de wachten. Ze weten het nu al; de regering heeft hen verraden. De rechtsextremistische beweging leidde het gewelddadig verzet tegen president Janoekovitsj. ‘En we hadden een simpele eis, iedereen die iets met hem te maken heeft gehad, moest oprotten’, legt Andrej uit, een van de strijders. ‘Niks daarvan. Opnieuw zijn de criminelen aan de macht gekomen. En wij krijgen de schuld. Terwijl in het oosten van Oekraïne er landgenoten worden doodgeschoten moeten juist wij onze wapens inleveren.’

De mannen van de Rechtse Sector zijn hardcore. Ze zijn kwaad dat Oekraïne de Krim zonder slag of stoot heeft weggegeven. En bang dat nu hetzelfde gebeurt met het oosten van het land. Ze hebben een bijna religieuze toewijding en vastberadenheid. De verheerlijking van collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog en een symboliek die fascistisch overkomt, geeft de organisatie niet bepaald het voordeel van de twijfel. ‘Als wij het niet doen, wie dan wel?’, zegt een van de mannen bij een kop thee. ‘Het Oekraïense leger? Die jongens hebben hun wapens afgegeven aan de separatisten. Watjes zijn het, ik had al mijn kogels afgevuurd op die klootzakken.’

De Rechtse Sector moest een bezet hotel vorige maand verlaten, maar heeft nog altijd posten in een telecomkantoor, een modewinkel en een bijzaal van het postkantoor in het centrum van Kiev. Andrej en zijn drie vrienden, allemaal begin dertig, slapen in de krappe telefooncellen. Ze spelen kaart of discussiëren over politiek. ‘Duidelijk is dat je niet naar de toekomst hoeft te kijken’, legt een van de mannen uit. ‘Rusland kan ieder moment binnenvallen. En tot die tijd blijven wij hier.’

En ze trainen op de tegenaanval. Op verschillende plaatsen in het land heeft de beweging trainingskampen. ‘We willen eigenlijk tegen de separatisten gaan vechten in Slavjansk, maar dat stuit op allerlei logistieke problemen. Onderweg worden je wapens ingenomen en de politie laat je niet door’, vertelt Andrej. ‘Om eerlijk te zijn, wij hebben er ook tabak van hier maar een beetje te moeten hangen. Laat die Russen maar komen, wij willen vechten.’

Plots laat Kiev zich weer gelden

De pro-Russische betogers aan de stadsgrensen van Donetsk staan er voor spek en bonen bij. De gevreesde botsing met het Oekraïense gezag blijft uit, maar de spanning is om te snijden.

Screen Shot 2014-04-20 at 13.33.17

DONETSK (18/04/2014) – De verwarring is compleet. De betogers die nu al vijf dagen kamperen voor de poorten van de militaire luchthaven in Kramatorsk hebben een check-point ingericht, maar de meeste auto’s rijden gewoon door. Militaire helikopters vliegen af en aan.

Van de honderden pro-Russische betogers is maar een handjevol achtergebleven, en de meesten zijn dronken. Ze zitten op boomstronken naast een geïmproviseerd kerkhofje voor honden en katten. ‘Rust zacht, Brutus’, staat er op de zerk van een gewezen rottweiler. De betogers claimen dat ze van de Oekraïense soldaten te horen kregen dat ze 10.000 dollar betaald zouden krijgen wanneer ze een Russische informant of soldaat zouden overdragen. ‘Hoop geld man!’, zegt een van hen. Een ander schrijft met een spuitbus een boze leus op een kleedje.

De spanning in de kleinere provinciesteden van de afgelopen dagen heeft zich verplaatst naar Donetsk. De pantservoertuigen die eerder nog door boze burgers werden tegengehouden, zijn op de basis aangekomen. Het geeft de militairen een nieuw elan. Even een praatje maken is er niet langer bij.

Bij de stadsgrenzen van Donetsk is de centrale macht in Kiev plots weer zichtbaar. De verkeerspolitie laat verdachte automobilisten van de weg halen. Ze dragen niet alleen de karakteristieke spiegeleieren, ze kammen de auto’s uit met kalasjnikovs. Het zorgt voor kilometerslange files op de toegangswegen van de stad, waar veel rijstroken nu ook voor het eerst met betonblokken zijn afgezet. De pro-Russische betogers op de barricades vol autobanden en vlaggen staan er voor spek en bonen bij.

Dat lijkt ook te gelden voor de pro-Russische betogers op het vliegveld van Donetsk.Volgens luchtvaartmaatschappij Aeroflot mogen Russische mannen tussen de 16 en 60 niet langer het land in. In Oekraïense media wordt alarm geslagen over een naderende belegering van de luchthaven van Donetsk, uit wraak – maar het blijft bij een dozijn mannen met lintjes en een jongen die met wit-blauw-rode ballonnen rondloopt. De vluchten uit Istanbul en Kiev komen gewoon aan, bij de check-in balies staan de doodnormale rijen wachtende passagiers. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken belooft ondanks het akkoord in Genève tegenmaatregelen en de betogers beweren dat er een deal is gesloten met de douane en Russische mannen gewoon het land in mogen.

Na een gewelddadige confrontatie in de havenstad Marioepol, waar woensdagnacht drie betogers door het leger werden gedood, is de spanning te snijden. Het wemelt van de geruchten. Een pro-Oekraïense manifestatie in Donetsk wordt verplaatst. De politie rukt uit om de betogers uit elkaar te houden, maar het komt helemaal niet tot een confrontatie.

Volgens de Genève-overeenkomst moeten de betogers hun wapens inleveren en de bezette gebouwen vrijgeven. Zo bang als de Oekraïense betogers zijn voor de separatisten, zo bang zijn de bezetters van de overheidsgebouwen voor de tegenaanval. Met honkbalknuppels in de aanslag turen ze over de lange Sjevtsjenko-boulevard. Het bezette bestuursgebouw in Donetsk geven ze voorlopig niet uit handen.