Oekraïne ontkent vermeende aanval op Russisch dorp

Terwijl de gevechten tussen de rebellen en overheidstroepen in het oosten van Oekraïne steeds intensiever worden, loopt ook de diplomatieke spanning tussen Rusland en Oekraïne op. Volgens Rusland komen Oekraïense explosieven op Russisch grondgebied terecht. Oekraïne ontkent in alle toonaarden.

DONETSK – Bij een aanval zondagmorgen in Donetsk kwam een persoon om het leven en raakten twee mensen gewond. Het nieuwsbericht wekte verwarring: dit keer gaat het niet om de Oekraïense miljoenenstad Donetsk, maar het dorpje Donetsk vlak over de grens in Rusland.

Tijdens het conflict tussen de pro-Russische separatisten en het Oekraïense leger zijn er de afgelopen maanden volgens de Russen wel vaker explosieven in het buurland terechtgekomen, maar nog nooit kwam daar iemand bij om het leven.

Het openbaar ministerie heeft een strafzaak geopend en het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken belooft ernstige consequenties en harde maatregelen.

Het Oekraïense ministerie van Defensie daarentegen ontkent in alle toonaarden. ‘Wees er zeker van, de Oekraïense troepen schieten niet op Russisch grondgebied. Wij hebben niet geschoten’, laat woordvoerder Andrej Lysenko weten. Ondertussen wordt er in verschillende buitenwijken van Donetsk een felle strijd geleverd tussen de opstandelingen en het Oekraïense leger. Huizen, winkels en restaurants zijn met de grond gelijk gemaakt. Volgens de opstandelingen zijn er tientallen doden gevallen.

Legerwoordvoerder Vladislav Seleznev ontkent dat het Oekraïense leger raketten gebruikt en schuift de schuld in de schoenen van de rebellen. Een Oekraïense legereenheid in de frontlinie liet aan de Volkskrant echter weten dat ze wel degelijk raketten afvuren. ‘Maar we proberen de burgerbevolking zo min mogelijk te raken.’

In Rio de Janeiro spraken de Duitse bondskanselier Merkel en de Russische president Poetin elkaar. De twee leiders constateerden aan de zijlijn van het WK dat de situatie in Oekraïne ‘verslechtert’, en willen dat er nieuwe vredesbesprekingen komen.

Langzaam sluipt oorlog Donetsk binnen

In het onrustige oosten van Oekraïne vechten leger en rebellen verbeten om de luchthaven van Donetsk.

Screen Shot 2014-07-12 at 21.13.04

DONETSK (12/07/2014) – Naast het enorme voetbalstadion van Shakhtar Donetsk staat een levensgroot monument van een Sovjetsoldaat. Het zwaard naar beneden, de linkerhand omhoog en de neus dapper naar voren. Op de sokkel staan de namen gegraveerd van steden waar in de Tweede Wereldoorlog het hardst om is gevochten: Makejevka, Gorlovka, Artjomovsk, Stalino (later omgedoopt tot Donetsk), Kramatorsk, Krasni Liman, Slavjansk. Precies de steden waar nu het Oekraïense leger en de opstandelingen een bittere strijd voeren.

Aan de voet van het monument staat een museum dat de overwinning op nazi-Duitsland tot leven moet brengen. Het zijn brieven, foto’s en wapens uit de heftige strijd om het Donetskbekken. Maar sinds een paar dagen ontbreekt er iets uit de collectie. Om precies te zijn: een T54 tank en twee anti-tankwapens. ‘Stelletje idioten’, fluistert een van de supposten in het museum. ‘Het pantser op die tank bestaat vooral uit verf, en die wapens krijgen ze nooit meer aan de praat. Ze hebben het simpelweg in beslag genomen en meegenomen naar de technische universiteit’. Bij de militaire afdeling van de campus houden de rebellen de wacht. Studentenhuisvesting wordt voor strijders gebruikt, aan het materiaal dat te repareren valt, wordt op de binnenplaats gesleuteld.

Toch blijft de poort dicht. Ook voor de moeders die om het hardst schreeuwen om hun zonen. Bij de Oekraïens-Russische grens hebben de rebellen vrijdagmorgen een Oekraïens legerkampement bestookt. Bij de raketaanval kwamen negentien Oekraïense soldaten en vier grenswachters om het leven. Bij een Oekraïense aanval in hetzelfde gebied zijn volgens plaatselijke media vrijdag vijftig rebellen om het leven gekomen.

Nu de rebellen de kleinere provinciesteden hebben opgegeven concentreert het gevecht zich rond de hoofdstad Donetsk. In het centrum van de stad gaat het leven gewoon door, maar op de 28 verschillende toegangswegen worden de check-points en vuurposities versterkt. De rebellen blazen bruggen op en plaatsen op strategische punten luchtafweergeschut.

Toch lijkt er geen haast achter te zitten. ‘Wanneer ze Donetsk zullen bestoken met raketten dan vallen er vele duizenden onschuldige slachtoffers, dat doen ze nooit’, legt Andrej uit. Met zijn knalrode baret, forse omvang en nonchalante houding duidelijk een oudgediende van de inmiddels opgeheven Oekraïense ordetroepen. Trots laat hij een stel anti-tankmijnen zien in een kistje naast de betonblokken op het asfalt. ‘Wij maken ons niet druk’.

Dat lijkt ook te gelden voor de Oekraïense troepen die zo’n vijftien kilometer verderop zich hebben ingegraven. De soldaten drogen zonnebloemen op hun pantserwagens en doden de tijd door armpje te drukken. ‘We checken hier alleen dat er niets illegaal de stad binnenkomt of uitgaat’, vertelt een majoor. Toch sluipt de oorlog langzaam maar zeker Donetsk binnen, met een miljoen inwoners de hoofdstad van het onrustige oosten van Oekraïne. Om de luchthaven wordt hard gevochten. Het Oekraïense leger heeft de landingsbaan en de gloednieuwe terminal onder controle, de rebellen rukken op door de woonwijken.

‘Ach jongen toch, ik bid voor je, iedere dag. Weet je dat? Dat God jullie zal laten zegevieren’, zegt een oude vrouw tegen een rebel die een positie inneemt bij een flatgebouw. Hij krijgt een kus op de wang. Andere buurtbewoners zijn er minder enthousiast. ‘Je zou je moeten schamen, klootzak’, roept iemand tegen dezelfde rebel. ‘Ik woon hier al mijn hele leven, straks vallen de bommen en ben ik alles kwijt. Alleen maar omdat jij oorlogje wilt spelen.’

Niet veel later klinken er doffe klappen aan de horizon. Raketten en granaten worden over en weer geschoten en de rebellen vuren op alles wat beweegt. Vanaf zijn balkon op de derde verdieping kijkt Viktor naar de rookpluimen nog geen kilometer verderop. De granaten slaan steeds dichterbij in. Op de binnenplaats slaan de autoalarmen aan. ‘Mijn vrouw is in dit pand geboren, wij wonen hier ons hele leven. Ik moet er niet aan denken hier ooit weg te gaan’, zegt Viktor.

Russische televisie
Terwijl het mortiervuur overvliegt kijkt hij naar de Russische televisie. ‘Als je de Oekraïense kanalen moet geloven dan lijkt het wel alsof wij onszelf bestoken’, lacht zijn vrouw Tatjana. ‘Weet je wat trouwens vreemd is? Iedere keer wanneer je zo’n harde klap hoort werkt de WiFi niet’. Volgens het echtpaar is een bejaarde man in de buurt gewond geraakt. ‘Ik maak me vooral zorgen om Leopold’, zegt Tatjana. ‘Wij gaan gewoon in een andere kamer zitten, maar die kat snapt er allemaal niets van’. Het gitzwarte beest met groene ogen sprint bij iedere knal door de kamer.

Dan werkt de internetverbinding weer en belt de familie van het echtpaar uit Rusland. ‘Wat gebeurt er bij jullie allemaal? Wordt er weer gevochten bij de luchthaven?’ vraagt iemand. ‘Welnee, maak je geen zorgen’, zegt Tatjana. ‘Het knalt gewoon een beetje, meer niet.’

‘Het was zo angstig, zo krankzinnig’

Dagenlang hebben Oekraïense artillerietroepen Slavjansk bestookt. Niet alleen de rebellen hebben de stad die in een slagveld is veranderd verlaten, ook de meeste inwoners.

Screen Shot 2014-07-11 at 23.03.30

IZJOEM / SLAVJANSK / KRAMATORSK (08/07/2014) – ‘Hé, Sasja! Geef mij eens een machinegeweer!’ Het is de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken, Arsen Avakov, die zijn gepantserde Mercedes plots laat remmen. Uit de volgauto’s springen nerveuze bodyguards. Een van hen haalt een kalasjnikov uit de achterklep, geeft het aan de minister en de colonne raast door. Op naar Slavjansk.

Het kleine stadje Izjoem is het hoofdkwartier van de Oekraïense opmars tegen de pro-Russische separatisten geworden. De Oekraïense strijdkrachten hebben er een kamp opgetrokken, de veiligheidsdienst, de nationale garde, de politie en de ordedienst lopen elkaar voor de voeten.

Tussen de reguliere diensten navigeren ook nog eens honderden zwaarbewapende vrijwilligers, die het plaatselijke politiekantoor hebben overgenomen. Op pick-ups die haastig in camouflagekleuren zijn gespoten trekken ze naar de frontlinie. Vrachtwagens met hulpgoederen moeten wachten. ‘Dood aan de bezetters, lang leve Oekraïne!’, schreeuwt een man in een bivakmuts wanneer hij langs een checkpoint scheurt.

De weg naar Slavjansk is verlaten. Zonder speciale toestemming mag niemand de stad in of uit. De enorme televisietoren op de heuvel voor Slavjansk is omvergeschoten, de benzinepompen en de winkelstalletjes aan de toegangsweg zijn leeggeroofd. Pas bij de veevoederfabriek aan de rand van de stad staat het Oekraïense leger. Niet langer vrolijke dienstplichtigen, maar getrainde beroepssoldaten. De wijsvinger nerveus tikkend op de haan van hun kalasjnikovs.

Na een maandenlange belegering hebben de pro-Russische separatisten Slavjansk opgegeven. Vorige week maandag zegde de Oekraïense overheid de eenzijdige wapenstilstand op. De stad is dagenlang bestookt door artillerietroepen. Bushokjes, winkels en zelfs een orthodox kerkje zijn door de rebellen tot schuttersputten omgebouwd. Hoekwoningen zijn beschoten, elektriciteitskabels omgetrokken. De paar bewoners die zijn achtergebleven maken voorzichtig de schade op.

Alleen op het centrale Leninplein is het druk. Het Oekraïense leger deelt er brood en water uit. Bij het standbeeld van de Sovjetleider is demonstratief een schild met het Oekraïense wapen neergelegd, over de daken van het gemeentehuis, het politiekantoor en de geheime dienst wappert de Oekraïense vlag.

‘Wat was het eng. Verschrikkelijk’, vertelt Jelena (52). ‘Mijn huis is als een wonder niet geraakt door al die bommen. In de tuin liggen wel hulzen en granaatscherven, maar ons huis is nog intact. Al mijn buren zijn vertrokken, wij zijn alleen hier achtergebleven. Ik heb tegen mijn zonen gezegd: ga maar. Maar ze wilden niet. Ik hoop dat het voorbij is. Ik hoop het zo.’

Gas, water of elektriciteit is er al weken niet meer in Slavjansk. De inwoners leven van hun moestuintjes, of de voorraden die uit winkels is geplunderd. ‘We eten nu de aardappels, maar die zijn bijna op. Gelukkig hebben we nog een kip’, zegt Jelena. Haar 12-jarige zoon Nikita kijkt gegeneerd weg wanneer zijn moeder huilt. ‘Het was zo angstig, zo krankzinnig. En waarom? Nu maar hopen dat iemand hier orde op zaken stelt.’

Een paar honderd meter van haar huis is het een waar slagveld. Drie pantserwagens liggen uitgebrand op de weg, twee tanks zijn door mortiervuur dusdanig hard geraakt dat de onderdelen tientallen meters van elkaar liggen.

‘Het waren de separatisten die probeerden te vluchten, wij hebben ze gestopt’, zegt majoor Andrej Tokatsjoek trots. Hij heeft de leiding over een groep soldaten van de vijfde compagnie van de 25ste luchtmobiele brigade uit Dnepropetrovsk. ‘Wij zijn een kameraad verloren. Aan hun kant is iedereen dood. Ga maar op de lucht af.’ In de berm liggen antitankmijnen, een paar honderd meter verderop ligt een hoofd.

Ook de industriestad Kramatorsk, vlak onder Slavjansk, is door de rebellen verlaten. Het leger is druk bezig de stad schoon te vegen. Verzetshaarden worden uitgekamd, verdachte mannen opgepakt. De barricaden worden afgebroken, trolleybuskabels hersteld. Een mechanicus klimt met een gereedschapskist door de stukgeschoten ramen bij het busdepot. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik ga kijken wat er te redden valt.’

Dan klinkt er een doffe klap en krijgen zelfs de getrainde militairen slappe knieën. Vals alarm. Het is geen explosie, maar een betonblok dat omvalt. De agenten van een politiekantoor in de stad kijken van een afstandje toe. Ze worden door de Oekraïense pers aan een verhoor onderworpen. Hebben ze niet samengewerkt met de separatisten? Luisteren ze wel naar de bevelen uit Kiev? De agenten durven niet in de camera te kijken. De inwoners die een paar dagen geleden nog met Russische vlaggen zwaaiden, klappen nu wanneer het Oekraïense leger voorbijkomt. Het is een kwestie van overleven.

De militaire luchthaven van Kramatorsk is het enige punt in de wijde omgeving dat altijd onder controle van het Oekraïense leger is geweest. Kolonel Sergej Krevonos laat zien hoe de basis onder vuur is genomen. In de controletoren zitten de kogelgaten zelfs in de gedetailleerde kaarten met aanvliegroutes. Trots toont hij een handpistool dat is geraakt door een scherpschutter. ‘Het pistool is aan diggelen, maar de soldaat leeft nog’, zegt hij. Zijn petje verraadt zijn militaire achtergrond. ‘Kamp Echo, Irak’ staat er. Het leger heeft zijn meest ervaren soldaten ingezet.

Terug in Izjoem vertelt de ultranationalistische politicus Oleg Ljasjko trots hoe hij de gemeenteraad van Slavjansk op de knieën heeft gekregen. Met een klein privéleger trekt hij door de steden die pas door het leger zijn ontzet. Hij haalt de gevangenen uit kelders en hijst de Oekraïense vlag waar hij kan. Hij geeft de minister van Defensie een high five en leest luidop het bericht voor dat ook Artjomovsk nu in Oekraiense handen is. ‘Champagne!’, roept de minister. ‘Op de overwinning!’

Voortbestaan staakt-het-vuren Oekraïne aan zijden draad

Screen Shot 2014-07-11 at 22.35.04Ondanks een tweede, achtereenvolgende dag van telefonisch overleg tussen de politiek leiders van Rusland, Oekraïne, Frankrijk en Duitsland is er geen verlening gekomen van het staakt-het-vuren. Volgens de Oekraïense autoriteiten hebben de pro-Russische opstandelingen zich niet gehouden aan het bestand.

MOSKOU (01/07/2014) – ‘Wij zullen aanvallen en ons land bevrijden’, liet president Petro Porosjenko weten. ‘Het niet verlengen van het staakt-het-vuren is ons antwoord aan de terroristen, rebellen en plunderaars’.

In gesprekken dinsdagmiddag tussen de Oekraïense president, Vladimir Poetin, Angela Merkel en François Hollande was eerder juist overeengekomen dat de onderhandelingen tussen de opstandelingen en vertegenwoordigers van de Oekraïense overheid zouden worden doorgezet.

Na het koortsachtig diplomatiek overleg besloot de Oekraïense veiligheidsraad anders. Al langer staat de Oekraïense president onder druk van hardliners, ook binnen zijn eigen kabinet. Voor onderhandelingen is het te laat. ‘Ik denk dat het tijd is hier een punt achter te zetten’, liet openbaar aanklager Vitaly Jarema aan een Oekraïens televisiekanaal weten. ‘Alleen zo krijgt het volk de kans weer in een normaal land te wonen.’

De beslissing tot de eenzijdige opzegging van het bestand zal kwaad bloed zetten in het Kremlin. Eerder nog stelde Vladimir Poetin voor dat Oekraïense grenswachten samen met hun Russische collega’s op Russisch grondgebied zouden patrouilleren om zo de invoer van wapens een halt toe te roepen. Ook de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) zou een waarnemende rol bij de grenscontrole krijgen. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, liet duidelijk weten dat de uitnodiging alleen staat zo lang het staakt-het-vuren van kracht is.

Ook de afgelopen dagen is het onrustig geweest in het oosten van Oekraïne. Na het verstrijken van het staakt-het-vuren waren er heftige beschietingen in de belegerde stad Slavjansk. In de buurt van Donetsk is in de nacht van zondag op maandag de Russische cameraman Anatoly Kljan (68) om het leven gekomen. Een groep Russische journalisten reisde op uitnodiging van de separatisten mee met een bus vol moeders op weg om hun zonen bij een militaire kazerne op te halen. Uit beelden blijkt dat de bus midden in de nacht onder vuur komt te liggen. Kljan wordt geraakt, en verliest langzaam het bewustzijn.

‘De dood van de Russische journalist laat nog eens overtuigend zien dat de Oekraïense autoriteiten geen deëscalatie van het conflict in het oosten van het land nastreven’, laat het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken weten. ‘Kiev deinst niet eens terug voor het gebruik van fysiek geweld en rechtstreekse beschietingen.’ Rusland eist een onderzoek.

‘Hallo, leef je nog?’ ‘Ja, bij ons is alles goed’

Op bezoek in een vluchtelingenkamp met Oekraïners vlak over de grens in Rusland. De kinderen zijn de bombardementen bijna weer vergeten.

Screen Shot 2014-07-01 at 14.29.37

TAGANROG (26/06/2014) – De dreunende beats van Jennifer Lopez klinken dwars door het vakantiepark. Het is de middaggymnastiek. Twee studentes in knalrode T-shirts zwaaien in de rondte met hun armen en benen. Een groep van tien kleuters doet hen na. ‘Blijven bewegen! Hop, hop, hop!’

De muziek moet het lawaai van de zaag- en boormachines overstemmen. Het verlaten vakantiepark uit de Sovjettijd is sinds kort bewoond door 646 vluchtelingen uit Oost-Oekraïne. De huisjes worden opgeknapt, de elektriciteitskabels worden door de verwaarloosde flats getrokken. Honderden kinderen rennen in de rondte. Om niet te vergeten aan wie ze schatplichtig zijn, hebben de meesten de Russische driekleur op hun wangetjes geschminkt gekregen.

‘Rusland heeft ons ontvangen zoals een moeder een verloren zoon in de armen sluit’, zegt Nina Igorevna (76). ‘Zelfs de lakens waren schoon. Dank, dank en nog eens dank. We zijn de Russen eeuwig dankbaar.’ Haar kleindochter Jelena speldt direct een badge op. ‘Jelena, appartement 13, Gorlevka’, staat erop. Bijna dagelijks komen Russische overheidsvertegenwoordigers op bezoek. Met haar echtgenoot, grootmoeder en driejarig zoontje David woont ze in een van de kleine vakantiehuisjes. Met toilet, douche en internet, waardoor David vooral tekenfilms op YouTube kijkt.

Drie weken geleden is het gezin gevlucht uit Gorlevka, het industriestadje onder de rook van Donetsk. ‘Er zijn allerlei tekorten. De sigaretten zijn verdwenen uit de supermarkten, de rijst is bijna op. De politiebureaus zijn overgenomen door de opstandelingen; een gebouw bij ons in de buurt is gebombardeerd’, zegt Jelena. ‘Mijn man zoekt werk, als we iets vinden vertrekken we. Wij hoeven niet meer terug naar Oekraïne. Van dat vredesproces komt helemaal niets, het is niet zo maar een kwestie van vergeven en vergeten.’

De kinderen zijn de trauma’s al weer te boven. Het vakantiepark aan de Azovzee ligt pal naast de luchthaven van Taganrog. Een paar keer per dag brullen de motoren van vrachtvliegtuigen over de kleine huisjes. ‘Eerst rende David gelijk naar binnen om dekking te zoeken, nu is hij veel te druk in de weer met al het speelgoed dat we gekregen hebben.’ Het ventje piest ongegeneerd in een plantenbak. ‘Het enige is dat we onze herdershond hebben moeten achterlaten. Zo’n lief beest.’

Hoeveel Oekraïners voor het aanhoudende geweld op de vlucht zijn geslagen weet niemand. Russische media doen er alles aan om te laten zien dat er in het buurland een humanitaire catastrofe gaande is. Volgens de federale migratiedienst hebben ‘enkele tienduizenden’ Oekraïners de afgelopen maand een vluchtelingenstatus aangevraagd. Bij de grens worden ze eerst opgevangen in tentenkampen.

‘Geen wonder, want veel meer plaats is hier ook niet’, zegt Lilja Ivanova, een vrouw van middelbare leeftijd die zelf een maand geleden uit Slavjansk is gevlucht. Ze coördineert het vakantiekamp. ‘Je ziet: alles werkt. Er is 24 uur per dag een ambulance aanwezig, in de kantine krijgt iedereen drie warme maaltijden. Er moet een hoop verbouwd worden, maar dat is een mooi klusje voor de mannen die hier zijn.’

Slavjansk is volgens Ivanova onherkenbaar. ‘Het ziekenhuis, de school, zelfs de kraamkliniek is gebombardeerd.’ Met hulp van de communistische partij is ze de stad ontvlucht. ‘Het was een helse rit. Bij de grens werd op dat moment gevochten, we hebben lang moeten schuilen voor we eenmaal in Rusland waren.’ Het liefst wil Ivanova terug naar Slavjansk, maar dat gaat nog lastig worden. ‘Mijn man zit bij de rebellen. Hij zegt dat het conflict nog lang niet is uitgevochten. We bellen iedere dag. Lange gesprekken zijn het niet. ‘Hallo, leef je nog? Ja, bij ons is alles goed.’

In de gymzaal van het complex heeft de overheid faciliteiten ingericht. Bij de migratiedienst kunnen de vluchtelingen een status aanvragen. Ze mogen drie maanden, een jaar of langer verblijven. Een arbeidsbureau hangt de vacatures op. Een hotel in Sotsji zoekt schoonmaaksters; de staalfabriek heeft nog elektriciens nodig.

Zelfs aan een kleine bibliotheek is gedacht. Tussen de moderne pulp staan de meesterwerken van Hertzen, Babel, Tolstoj, Dostojevski en natuurlijk Tsjechov, de schrijver die in Taganrog geboren is.

Toch is de oorlog nooit ver weg. ‘De fascistische junta in Kiev vermoordt onschuldige burgers!’ hangt er op posters in de gang van de gymzaal. ‘Rusland rules!’ staat er in stoepkrijt op de tegels voor de deur geschreven. Dan klinkt Jennifer Lopez weer. Een van de studentes draait de volumeknop nog verder omhoog. ‘We doen net alsof er niets aan de hand is’, zegt ze.

‘Laat die Russen maar komen, wij willen vechten’

Terwijl de situatie in het oosten van Oekraïne escaleert groeit de onvrede onder de betogers in Kiev. Rechtsradicalen peinzen er niet over de bezette gebouwen vrij te geven.Screen Shot 2014-04-28 at 10.57.07

KIEV (28/04/2014) – De mannen en vrouwen van de gemeentedienst staan met de handen in het haar. Ze hebben een graafmachine en een vuilwagen paraat om de barricades in het centrum van de stad op te ruimen, maar de activisten willen er niets van weten. De vuilzakken uit de wagen worden op de kop weer op de stapel gegooid. ‘We doen gewoon ons werk, laat ons’, zucht een van de vrouwen. ‘Het maakt me niet uit wat je werk is’, blaft een man in een camouflagepak. ‘Dit plein is van ons, en deze rommel blijft hier gewoon liggen.’

Terwijl de beroemde eikenbomen van Kiev in volle bloei staan en de souvenirverkopers binnenlopen door de verkoop van voetvegen met de afbeelding van oud-president Viktor Janoekovitsj, doet het Onafhankelijkheidsplein leeg aan. De honderdduizenden betogers zijn weg, alleen de barricades, de vuurkorven en de legertenten staan er nog. Toeristen krijgen rondleidingen, backpackers gaan op de foto met de paar honderd betogers die zijn achtergebleven. Weg zijn de middeleeuwse uitdossingen, de betogers met molotov-cocktails. De nieuwe zelfverdedigers dragen uniformen. Van matgroene camouflagepakken tot zwart gevechtstenue.

‘Laat ik zeggen dat we een sponsor hebben gevonden’, lacht een van de zelfverdedigers. Hij draagt een gloednieuwe outfit, op maat. Zelfs de schoenen zijn puntgaaf. ‘En wapens hebben we ook. Wat denk je, dat we de volgende keer weer terugslaan met stokken wanneer ze op ons schieten?’ De politie heeft het nakijken, de milities pakken zelf de criminelen wel op. Zeggen ze. In verschillende groepen met allemaal hun eigen insignes en outfits lopen de betogers nog altijd door het centrum van Kiev. De dictator is verdreven, de knokploegen staan op stand-bye. Wanneer er geen duidelijke vijand is vechten ze onder elkaar. Pas na de presidentsverkiezingen eind mei beloven de volksmilities de stad uit handen te geven, maar alleen als hen de uitkomst zint.

Daar hoeven de mannen van de Rechtse Sector niet op de wachten. Ze weten het nu al; de regering heeft hen verraden. De rechtsextremistische beweging leidde het gewelddadig verzet tegen president Janoekovitsj. ‘En we hadden een simpele eis, iedereen die iets met hem te maken heeft gehad, moest oprotten’, legt Andrej uit, een van de strijders. ‘Niks daarvan. Opnieuw zijn de criminelen aan de macht gekomen. En wij krijgen de schuld. Terwijl in het oosten van Oekraïne er landgenoten worden doodgeschoten moeten juist wij onze wapens inleveren.’

De mannen van de Rechtse Sector zijn hardcore. Ze zijn kwaad dat Oekraïne de Krim zonder slag of stoot heeft weggegeven. En bang dat nu hetzelfde gebeurt met het oosten van het land. Ze hebben een bijna religieuze toewijding en vastberadenheid. De verheerlijking van collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog en een symboliek die fascistisch overkomt, geeft de organisatie niet bepaald het voordeel van de twijfel. ‘Als wij het niet doen, wie dan wel?’, zegt een van de mannen bij een kop thee. ‘Het Oekraïense leger? Die jongens hebben hun wapens afgegeven aan de separatisten. Watjes zijn het, ik had al mijn kogels afgevuurd op die klootzakken.’

De Rechtse Sector moest een bezet hotel vorige maand verlaten, maar heeft nog altijd posten in een telecomkantoor, een modewinkel en een bijzaal van het postkantoor in het centrum van Kiev. Andrej en zijn drie vrienden, allemaal begin dertig, slapen in de krappe telefooncellen. Ze spelen kaart of discussiëren over politiek. ‘Duidelijk is dat je niet naar de toekomst hoeft te kijken’, legt een van de mannen uit. ‘Rusland kan ieder moment binnenvallen. En tot die tijd blijven wij hier.’

En ze trainen op de tegenaanval. Op verschillende plaatsen in het land heeft de beweging trainingskampen. ‘We willen eigenlijk tegen de separatisten gaan vechten in Slavjansk, maar dat stuit op allerlei logistieke problemen. Onderweg worden je wapens ingenomen en de politie laat je niet door’, vertelt Andrej. ‘Om eerlijk te zijn, wij hebben er ook tabak van hier maar een beetje te moeten hangen. Laat die Russen maar komen, wij willen vechten.’

Plots laat Kiev zich weer gelden

De pro-Russische betogers aan de stadsgrensen van Donetsk staan er voor spek en bonen bij. De gevreesde botsing met het Oekraïense gezag blijft uit, maar de spanning is om te snijden.

Screen Shot 2014-04-20 at 13.33.17

DONETSK (18/04/2014) – De verwarring is compleet. De betogers die nu al vijf dagen kamperen voor de poorten van de militaire luchthaven in Kramatorsk hebben een check-point ingericht, maar de meeste auto’s rijden gewoon door. Militaire helikopters vliegen af en aan.

Van de honderden pro-Russische betogers is maar een handjevol achtergebleven, en de meesten zijn dronken. Ze zitten op boomstronken naast een geïmproviseerd kerkhofje voor honden en katten. ‘Rust zacht, Brutus’, staat er op de zerk van een gewezen rottweiler. De betogers claimen dat ze van de Oekraïense soldaten te horen kregen dat ze 10.000 dollar betaald zouden krijgen wanneer ze een Russische informant of soldaat zouden overdragen. ‘Hoop geld man!’, zegt een van hen. Een ander schrijft met een spuitbus een boze leus op een kleedje.

De spanning in de kleinere provinciesteden van de afgelopen dagen heeft zich verplaatst naar Donetsk. De pantservoertuigen die eerder nog door boze burgers werden tegengehouden, zijn op de basis aangekomen. Het geeft de militairen een nieuw elan. Even een praatje maken is er niet langer bij.

Bij de stadsgrenzen van Donetsk is de centrale macht in Kiev plots weer zichtbaar. De verkeerspolitie laat verdachte automobilisten van de weg halen. Ze dragen niet alleen de karakteristieke spiegeleieren, ze kammen de auto’s uit met kalasjnikovs. Het zorgt voor kilometerslange files op de toegangswegen van de stad, waar veel rijstroken nu ook voor het eerst met betonblokken zijn afgezet. De pro-Russische betogers op de barricades vol autobanden en vlaggen staan er voor spek en bonen bij.

Dat lijkt ook te gelden voor de pro-Russische betogers op het vliegveld van Donetsk.Volgens luchtvaartmaatschappij Aeroflot mogen Russische mannen tussen de 16 en 60 niet langer het land in. In Oekraïense media wordt alarm geslagen over een naderende belegering van de luchthaven van Donetsk, uit wraak – maar het blijft bij een dozijn mannen met lintjes en een jongen die met wit-blauw-rode ballonnen rondloopt. De vluchten uit Istanbul en Kiev komen gewoon aan, bij de check-in balies staan de doodnormale rijen wachtende passagiers. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken belooft ondanks het akkoord in Genève tegenmaatregelen en de betogers beweren dat er een deal is gesloten met de douane en Russische mannen gewoon het land in mogen.

Na een gewelddadige confrontatie in de havenstad Marioepol, waar woensdagnacht drie betogers door het leger werden gedood, is de spanning te snijden. Het wemelt van de geruchten. Een pro-Oekraïense manifestatie in Donetsk wordt verplaatst. De politie rukt uit om de betogers uit elkaar te houden, maar het komt helemaal niet tot een confrontatie.

Volgens de Genève-overeenkomst moeten de betogers hun wapens inleveren en de bezette gebouwen vrijgeven. Zo bang als de Oekraïense betogers zijn voor de separatisten, zo bang zijn de bezetters van de overheidsgebouwen voor de tegenaanval. Met honkbalknuppels in de aanslag turen ze over de lange Sjevtsjenko-boulevard. Het bezette bestuursgebouw in Donetsk geven ze voorlopig niet uit handen.

Opstandelingen dollen met gepakte soldaten

Een Russische vlag op een Oekraïense pantserwagen: overgelopen militairen? Dat niet, zeggen ze zelf, de milities hebben hen overmeesterd.

Screen Shot 2014-04-20 at 13.29.40

SLAVJANSK/PTSJOLOVKA (17/04/2014) – Al vroeg in de morgen klinkt er gebrom van achter het Oktoberplein. De geur van diesel walmt over het plein, verderop klinkt het onmiskenbare geratel van rupsbanden. Zou het Oekraïense leger dan toch zijn binnengevallen?

Nee. Het zijn zes pantservoertuigen van het Oekraïense leger, maar er wappert een Russische vlag aan de antenne van een van de voertuigen. De pro-Russische milities hebben de tanks met manschappen en al overgenomen.

‘Helden! Helden!’, klinkt het. Het bataljon Oekraïense soldaten krijgt een warm onthaal en een maaltijd in het bezette bestuursgebouw van de stad. De zwaarbewapende ‘groene mannetjes’ houden de toeschouwers op afstand. Of het Russische soldaten, ex-oproeragenten of verklede criminelen zijn, weet niemand, maar naast een groot arsenaal aan wapens hebben ze nu ook de beschikking over legervoertuigen.

Overgelopen zijn de Oekraïense soldaten niet, zeggen ze zelf. Er zat simpelweg weinig anders op. Na de maaltijd worden ze door de milities op een bus gezet en naar het station gebracht. Inpakken en wegwezen. Het Ministerie van Defensie in Kiev bevestigt het ontvreemden van de pantserwagens en geeft ‘Russische agenten’ de schuld. Het is al snel de attractie van Slavjansk. Meisjes gaan met de mannen in de groene camouflagepakken op de foto, kinderen mogen de geweren vasthouden.

Dan breekt de hemel open en maakt een Oekraïense straaljager een duikvlucht over Slavjansk. Dat kunnen de opstandelingen ook. Met veel vertoon maakt een van de pantservoertuigen een paar rondjes over het plein, staat het bovenop de rem en maakt dan een sierlijke halve draai. Applaus. Alleen de oudere vrouwen in de stad klagen. Over de ontluikende tulpen hadden ze niet heen hoeven walsen.

Bij Ptsjolovka, een rustig dorpje aan een spoorlijn vlak onder Kramatorsk, houden de inwoners een complete pantserdivise tegen. ‘Ze zijn hier vanmorgen vroeg aangekomen. We hebben hier een auto dwars op de weg gereden, maar dat hield ze niet tegen’, getuigt Ruslan Izmail, een bouwvakker uit het dorp.

‘Er werd ook wat in de lucht geschoten, we zijn er allemaal voor gaan staan. De spoorwegovergang is de enige plaats waar je vanaf hier naar de luchtmachtbasis van Kramatorsk kunt rijden, daarom houden we hier de boel tegen.’ Waarom eigenlijk weet hij niet. ‘Al was het maar omdat alles zo duur is geworden. Ik heb geen werk, de bananen zijn twee keer in prijs gestegen. Kiev moet naar ons luisteren!’

De soldaten zijn uitgeput. Het is de 25ste pantserdivisie uit Dnepropetrovsk, ze zijn al dagen onderweg. ‘Ik ben de tel eigenlijk al kwijt’, zegt een soldaat die zijn uniform te luchten hangt.

Over de loop van het boordkanon hangt een doek. Er gaat niet worden geschoten. ‘Ik wil gewoon wel eens naar huis, ik heb ook een gezin. En ik schiet niet op burgers.’

Het lijkt wel een popfestival. In de loop van de middag zitten de dorpsbewoners en de soldaten rustig naast de colonne. De abrikozenbomen staan in bloei, het is de eerste echt warme lentedag. Er worden blikjes bier opengetrokken, uit mobiele telefoons klinken Russische smartlappen. Zelfs de passerende trein stopt om de passagiers een blik op het wonderlijke tafereel te gunnen.

‘Warme broodjes! Warme broodjes!’ Veronika, een jonge moeder met een zoontje van een jaar of vijf, deelt uit. De soldaten happen toe. ‘Hier, pak aan. Maar beloven dat je niet op je eigen volk gaat schieten, begrepen?’ De soldaten knikken. Ze beloven het. Zoontje Nikita mag met de soldaten op de foto. ‘Te gek kerels, jullie zijn zo slecht nog niet’, lacht de vrouw. ‘Als jullie dat nou ook van ons zouden denken, komt het toch nog goed met dit land.’

Zoals dat gaat op popfestivals slaat ‘s avonds de sfeer om. Het Oekraïense leger wil na een halve dag oponthoud toch verder, maar de buurtbewoners zijn dronken. Ze dwingen de soldaten hun magazijnen uit hun automatische geweren te halen. De soldaten stemmen schoorvoetend in, maar later moet de munitie ook nog eens worden ingeleverd. ‘We gooien die kerels hun tanks uit en rijden ze naar het Oktoberplein!’ roepen de betogers.

Onder de inwoners en actievoerders ontstaat onenigheid, enkelen gaan met elkaar op de vuist. Pas als de groene mannetjes uit Slavjansk verschijnen, wordt er orde op zaken gesteld.

De Oekraïners mogen vertrekken, mits ze alle kogels inleveren en de Oekraïense vlag strijken. Pas wanneer het donker is, vertrekt de legereenheid. Ongewapend, beroofd. De vernedering is compleet.

De menigte twijfelt: zullen we de generaal ontvoeren?

Vanaf een oude militaire luchthaven probeert het Oekraïense leger dinsdag terrein te heroveren in het oosten. Ze stuiten er op inwoners met handgeweren.

IZJOEM/KRAMATORSK (16/04/2014) – Een boer op een motorfiets kijkt verbaasd om zich heen. ‘Gisteren stonden hier alleen nog maar een paar corrupte verkeersagenten, nu staat het hele leger hier!’ Het hele leger bestaat uit een stuk of twaalf pantservoertuigen, vier helikopters en een paar lijnbussen.

Screen Shot 2014-04-20 at 13.23.56Dat het de Oekraïners zijn, daar twijfelt niemand aan. Er wapperen geel-blauwe vlaggen aan de antennes van de voertuigen, op de uniformen prijken de Oekraïense insignes. De soldaten – jonge jongens – lopen rondjes om het materieel. Kalm roken ze sigaretten en kijken ze over de groene heuvels. Het tijdelijke kamp is opgeslagen vlak onder het stadje Izjoem, net buiten de provinciegrens van de Donetskregio. 30 kilometer verderop ligt Slavjansk, de stad die de pro-Russische milities al dagen onder controle hebben. De auto’s en vrachtwagens die langskomen worden zorgvuldig door de politie gecontroleerd.

De boer mag met zijn motorfiets doorrijden. Hij is de eerste inwoner in het gebied die de regering in Kiev wel steunt. ‘Het leger moet het land verdedigen, zo simpel is het’, zegt hij. ‘Zolang ze met die rotzooi maar niet over mijn land ploegen.’ En de boer, hij ploegde voort.

Op het weggetje staat 100 meter verderop een reeks stadsbussen waar de troepen van de veiligheidsdienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken zich hebben verschanst. Het zijn geen soldaten, maar speciale eenheden – de zwaarbewapende mannen die het vuile werk moeten doen. ‘Het is vooral wachten geblazen’, klaagt een van de gewone soldaten. Hij zit pas een paar jaar in het leger. ‘We hebben in ieder geval over het materieel niet te klagen.’ Terwijl hij het zegt, komt er een helikopter aangevlogen met versterkingen. In houten kistjes worden de magazijnen aangedragen.

De militaire leiding geeft geen commentaar. Een man die zijn troepen de opdracht geeft een greppel te graven lacht om de toegestroomde Britse pers. Hij zoekt naar woorden. ‘No comment!’, lacht hij. In de brancard in een militaire ambulance ligt een politieman een dutje te doen.

Dan stapt generaal Vasili Kroetov naar voren. ‘Dit is een grote militaire operatie, ik ben de aanvoerder. Ik heb van de president van Oekraïne de opdracht gekregen in dit gebied in te grijpen. Het is ongehoord, Rusland zaait terreur op Oekraïens grondgebied’, legt hij uit. ‘Dit is ons gebied, we laten ons niet door een buurland de les lezen, zeker niet bij ons thuis.’ Kalm en gelaten legt de generaal uit dat het een moeilijke operatie zal worden. ‘Die pro-Russische bandieten gebruiken vrouwen en kinderen als levend schild, Rusland speelt het smerig.’

Een half uur later vertrekt hij in een helikopter, samen met een stuk of veertig zwaarbewapende soldaten, richting de oude militaire luchthaven bij Kramatorsk. Wat er daar precies is gebeurd weet niemand, maar het komt enkele keren tot schietpartijen tussen de militairen en de pro-Russische betogers. Er vallen vier doden en twee gewonden, melden plaatselijke journalisten. Meer helikopters komen binnenvliegen, een Oekraïense straaljager cirkelt over de basis. De inwoners van Kramatorsk trekken massaal naar de luchthaven aan de rand van de stad. Sommigen dragen handgeweren, een man zelfs een bazooka. Het lijkt wel een boerenleger.

Ook bij de basis komt generaal Kroetov naar buiten. Hij doet wat niemand binnen de Oekraïense regering de afgelopen maanden heeft gedurfd; hij gaat een gesprek aan. De menigte schreeuwt het uit. ‘Waarom schiet je op onze jongens? Hoe durf je! Jullie zijn allemaal fascisten!’ Kalm en rustig probeert de generaal uit te leggen dat zijn jongens werden bedreigd en dat hij het niet op gewone burgers heeft gemunt. ‘En op wie dan wel? Wij zijn hier allemaal gewone burgers!’

Een half uur laat de generaal tegen zich schreeuwen, dan wil hij terug de basis op. De soldaten zijn bang dat wanneer ze de poort openen voor hun generaal, iedereen binnenloopt. Er ontstaat commotie, om de menigte te verjagen schieten de militairen in de lucht. De menigte besluit de generaal te ontvoeren, maar bedenkt zich terwijl ze hem heen en weer duwen. ‘Het is een generaal, verdomme – dat kan je niet maken!’, roept een. ‘Nou en, we ontvoeren hem gewoon, dan kunnen we onderhandelen!’

Uiteindelijk komt Kroetov vrij, en mag hij de basis op. Uit wraak worden de poorten gebarricadeerd. Aan een boomstronk wordt de Russische vlag geknoopt. De Oekraïense militairen kijken het met lede ogen aan, maar schieten op gezag van Kroetov niet terug.

Op brommers, scooters en in kleine auto’s rijden de inwoners van Kramatorsk tegen zonsondergang om het vliegveld heen. ‘We roken ze gewoon uit’, lacht een betoger die de hele dag via een app met vrienden in contact staat. Hij turft het vliegverkeer en geeft de bewegingen via de app gelijk door. ‘Ze willen nu Slavjansk innemen, maar met die paar pantserwagens die ze in dat veld hebben staan gaat dat ze nooit lukken! Jongens, wij zijn sterker dan het Oekraïense leger!’ Er klinkt gejuich.

Weer vliegt een gevechtshelikopter voorbij, dit keer een stuk lager en met geladen geschut. De pro-Russische betogers mogen de overhand hebben, voor de zekerheid schuilen ze achter een paar bomen. ‘Een helikopter, richting Slavjansk’, gaat er over de app. ‘Hou vol kerels!’