De Dimitri Medvedevmok
Friday, September 3rd, 2010
Wilt u er ook een? Bestel ‘m hier!

Wilt u er ook een? Bestel ‘m hier!
De Russische president Dimitri Medvedev maakt innovatie tot speerpunt van zijn politieke agenda. Op een graanveld buiten Moskou moet daarom binnenkort Skolkovo verrijzen, het Russische antwoord op Sillicon Valley. Volgens critici is het plan gedoemd te mislukken, juist omdat de overheid zich overal mee bemoeit.
,,Wat doe je hier? Wegwezen!” roept een beveiliger. ,,Er is hier niets te zien, gewoon een graanveld en een paar vogeltjes”, roept hij. Verderop meten mannen in fel-oranje pakken het land op. Het mag dan een graanveld zijn, hier moet in een paar jaar tijd Skolkovo verrijzen, een hypermodern technologiecomplex dat het epicentrum van de Russische innovatie moet worden. De economie moet binnen tien jaar tijd niet zo sterk afhankelijk zijn van de olie- en gassector, maar drijven op innovatie en geavanceerde technologie. Volgens de architect zijn de futuristische bouwplannen geinspireerd op de doeken van Kazimir Malevitsj, de kantoren van Boeing, Cisco, Nokia en allerlei Russiche bedrijven komen in kubussen, driehoeken en halve cirkels in gekke composities langs een snelweg net buiten Moskou.
De Russische overheid zet hoog in met het project. President Dimitri Medvedev bezocht twee maanden geleden Sillicon Valley in Californië, sloot verschillende contracten en beloofde investeerders allerlei voordelen en privileges. Er komt een speciaal belastingregime, buitenlandse investeerders en studenten worden ontslagen van de visumplicht, de overheid draagt bij aan de verhuiskosten van buitenlandse gezinnen en zelfs de politie op het terrein krijgt een andere rol en ‘vriendelijker’ uniform. Volgens de oligarch Viktor Vekselberg, die van het Kremlin de opdracht kreeg om het project te overzien, zou Skolkovo ‘tenminste een Google per jaar’ voort moeten brengen. Volgens analisten tekent zich langzaam een nieuw buitenlands beleid af. De spierballentaal uit het Poetin-tijdperk is afgelopen, Rusland zou pragmatischer te werk gaan. Uit een gelekte memo naar Russische ambassades blijkt dat de overheid ‘vrienden noch vijanden, slechts zakelijke belangen’ in het buitenalnd zou moeten hebben. Het eerste schandaal rondom Skolovo is ook al in de maak. Vorige maand onthulde de zakenkrant Vedimosti dat de graanvelden in de buurt sinds kort het eigendom zijn van onder andere Roman Abramovitsj. Ook Olga Shoevalova, de vrouw van vice-premier Igor Sjoevalov, zou er volgens de krant onlangs land hebben gekocht. Omdat de overheid enorme bouwplannen heeft moeten beide binnenkort worden uitgekocht.
De Russsische overheid hoopt bovendien dat Skolkovo een einde kan maken aan de ‘braindrain’ in het land. Met aantrekkelijke voorwaarden kunnen Russische ingenieurs en IT-professionals die de afgelopen jaren naar het buitenland zijn vertrokken worden teruggehaald. Dergelijke projecten zijn succesvol gebleken in China. Maar ondertussen zwelt ook de kritiek aan. ,,De Russen blijven maar hameren op dat Skolkovo”, klaagt een Westerse diplomaat die volgens protocool anoniem wil blijven. ,,Ze willen dat wij de technologie en de expertise aanleveren, dan mogen wij in ruil ergens in Rusland voordelig fabrieken bouwen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Het is bovendien lastig uit te leggen dat westerse overheiden bedrijven niet kunnen dwingen in Rusland een vestiging te openenen.” De altijd kritische columniste Joelia Latinina schrijft op haar weblog dat Medvedev zich niet op zakelijke belangen moet richten, maar juist voor individuele vrijheid moet zorgen. ‘De instrumenten van zijn toekomstige innovatie kunnen niet in Rusland gemaakt worden. Ze moeten allemaal uit het buitenland geimporteerd worden, liggen maanden bij de douane en vergen ontzettend veel papierwerk en smeergeld. De overheid zou er beter aan doen de corrupte staatsorganisaties aan te pakken, dan komt innovatie vanzelf’.
Ze komen nog altijd samen, de versplinterde fracties van de Russische democratische oppositie. Het enige wat hen samenhoudt, is een afkeer van premier Vladimir Poetin. Verslag van een tweemaandelijks circus.
Om de twee maanden –steeds op de 31ste– komt de Russische oppositie samen op het Majakovskiplein in het hartje van Moskou. Een vergunning om te protesteren krijgt de organisatie nooit, de overheid organiseert op diezelfde dag immers steeds een “toevallig” evenement. Begin dit jaar bijvoorbeeld stonden er clowns op het plein en werden de manifestanten opgepakt wegens ‘het verstoren van een kinderfeestje’. Tijdens de demonstratie van 31 juli vindt op het plein een autorally plaats. Auto’s scheuren voorbij, door de brullende motoren zijn de demonstraten amper hoorbaar.
Een kalme kolonel probeert het met een megafoon. ‘Burgers! Ga toch naar huis! Dit haalt allemaal niets uit. Het is mooi weer en wij hebben hier ook geen zin in.’ Een kwade vrouw slaat met haar vuisten op de rug van een politieagent. ‘Waar zijn de mannen?’, schreeuwt ze. ‘Kunnen er niet een paar potige jongens komen om de politie hier een lesje te leren?’ Ze komen niet. De 300 demonstranten worden langzaam maar met harde hand van het plein geveegd.
De datum is symbolisch: het 31ste artikel van de Russische grondwet garandeert dat ‘burgers het recht hebben om vreedzaam naar bijeenkomsten, demonstraties, marsen en protestacties’ te gaan. Af en toe ontstaan er vechtpartijen, de politie heeft moeite de menigte in toom te houden. ‘Rusland zonder Poetin, Moskou zonder Loesjkov’, zingen de demonstraten. Van achter een hek kijken de autoracers lachend toe. Uiteindelijk worden 81 mensen opgepakt, waaronder ex-premier Boris Nemtsov.
“Marionet” Medvedev
De Russische oppositie is versnipperd. Op het plein verzamelen liberalen, neofascisten, oud-dissidenten, jeugdorganisaties, oude vrouwtjes, mensenrechtenactivisten en een hoop jongeren die gewoon eens willen kijken. ‘Alleen Greenpeace ontbreekt hier nog’, grapt een van die toeristen. Het enige wat dit allegaartje van activisten samenbrengt, is de gemeenschappelijke hekel aan premier Poetin. ‘Hij is de grootste dief van allemaal’, legt Jelena Kommendantskaja (63) uit. ‘Ik heb een miniem pensioentje, de verkiezingen worden altijd vervalst en mijn kleinkinderen zijn bang voor de politie. Daarom kom ik naar hier, en zelfs dat mag niet.’
Opvallend: er wordt met geen woord gerept over president Dimitri Medvedev. Nochtans blijven de resultaten van zijn strijd tegen corruptie uit –een van de speerpunten van Medvedevs beleid. De meeste Russen gaan er vanuit dat premier Poetin de werkelijke macht heeft. De volgende presidentsverkiezingen in Rusland zijn pas voor 2012 maar nu al speculeren de Russen druk over wie de opvolger wordt van “marionet” Medvedev. Tegenover een Russisch persbureau liet Medvedev eind juli cryptisch weten dat het ‘Poetin, Medvedev of iemand anders’ zal zijn.
Kwaad zijn de demonstraten ook over een nieuw wetsvoorstel dat eind juli is aangenomen. Het geeft de Russische geheime dienst het recht om ‘burgers preventief te waarschuwen voor crimineel gedrag’. Iedereen die weigert gehoor te geven aan een dergelijk verzoek vliegt de bak in. De parallellen met de Sovjettijd liggen voor de hand –zeker voor demonstranten als Viktor Davidoff, die als Sovjet-dissident werd opgesloten in een psychiatrische inrichting.
‘Nu bracht ik de dag voor mijn verjaardag opnieuw door in een politiecel’, schrijft Davidoff in een opiniestuk in de krant The Moscow Times. ‘Precies dertig jaar geleden bracht ik mijn 24ste verjaardag door in de Boetirskaja-gevangenis nadat ik werd verdacht van het “zwartmaken van het Sovjetsysteem”. Voor iedereen die de Sovjettijd heeft meegemaakt en zich de glasnost en perestrojka kan herinneren, blijft het een mysterie waarom de huidige leiding precies de koers van hun Sovjetvoorgangers kiest.’
Kremlinhoer
Het is verbazingwekkend dat de Russische overheid altijd met enorm machtsvertoon de opposanten intimideert en oppakt. De meeste politicologen zijn er immers van overtuigd dat de beweging een stille dood zou sterven als de overheid haar gewoon haar gangetje liet gaan. Bijna drie jaar na de vorige parlementsverkiezingen is de oppositie het nog altijd niet eens over de vraag of ze wel of niet meedoen aan de volgende parlementsverkiezingen, eind 2011.
Laat staan met wie. Bovendien moeten de meeste Russen weinig hebben van de oppositie –zelfs in een miljoenenstad als Moskou komen op een zomerdag (nog voor de hevige branden) amper 300 mensen op straat. Toch is het Kremlin zenuwachtig. Bij protesten in Kaliningrad kwamen begin dit jaar zo’n 10.000 mensen samen. Ook in andere delen van Rusland is het een tijdlang onrustig geweest. In de nasleep van de wereldwijde crisis zitten veel Russen zonder werk, en de corruptie en onvrede nemen toe.
Wanneer de demonstratie na twee uur nog niet is afgelopen, grijpt de oproerpolitie OMON in. Een van de leiders van de oppositie, Ilja Jasjin, wordt door omstaanders op de schouders getild en roept dat het voorbij is. ‘We gaan naar huis. Dit heeft geen zin meer.’ Anderen roepen dat Jasjin een Kremlinhoer is en z’n mond moet houden.
In de voorste rij staan drie meisjes die het hardst schreeuwen. Maar er klopt iets niet aan hun Russische uitspraak, de klemtoon ligt verkeerd. De drie vriendinnen komen uit Oostenrijk en studeren Russisch in Moskou. ‘Je hoort je hier voor in te zetten’, legt Deresa (31) uit. ‘Het gaat hier om mensenrechten. Je kunt wel zeggen dat het een interne aangelegenheid is en dat je je daar als buitenstaander niet mee mag bemoeien, maar ik zie dat anders. Als we hier nu niet voor opkomen, krijgen we daar later spijt van’.
Een paar minuten later gaat Deresa demonstratief op de grond liggen, de agenten van de OMON pakken haar voorzichtig op en proppen haar met een hoop andere actievoerders in het arrestantenbusje. Tot hilariteit van de laatst overgebleven demonstranten, giet iemand vanuit het busje een fles cola leeg over een agent. Hij moet met een plakkend shirt naar huis.
‘De autorace kan weer beginnen, het is nog nooit zo spannend geweest’ roept de omroeper enthousiast. Het publiek is ondertussen al verdwenen.
We never really shook hands or were introduced, but I think his name was Roman. He was a young, rather aggressive fellow who had an angry look in his eyes. Like me, he spent most of the day at home. We met occasionally when he was smoking cigarettes in the hallway.
During a house-warming party we threw there, one of our guests walked in pale as a sheet and crashed on the couch. Not being able to speak much, she spluttered that there was a guy pointing a gun at her in the hallway. As I opened the door to see, the gun was pointed in my face, and my neighbour pulled the trigger.
Unlike a Hollywood movie, my life didn’t flash by before my eyes. But I remember thinking that it seemed somehow very inappropriate to die before meeting my story deadline.
The sound of the hammer hitting the empty slide resonated in the hallway. Roma laughed. “Just to say,” he suddenly observed, very seriously, “your music is kind of loud. We’re trying to sleep, so turn it down a little bit.”
I unplugged the speakers from the laptop and somehow the party continued.
As the other people in the building knew, Roman had been to Chechnya. To most, that explained his behaviour. Some say he was running around the block naked looking for Chechens. Others reported he was handling his war trauma much better these days, not yelling as much as he used to.
Calling the police on him was not an option, however. He came from a family of respected militia men that went back generations.
Sometimes in the morning he’d leave the apartment in his MVD uniform, while other days he just hung around the place wearing not much more than jeans.
It’s hard to believe that this dark force ruling the capital will soon be renamed the police and will consist of friendly, honest officers who help tourists find their way. At least they won’t stick guns in innocent people’s faces, I hope.
We never spoke again about the “gun incident”, and in general Roman wasn’t very talkative. One day I saw him smash all the locals off the rink in a game of ice hockey on Patriarshy Prudy.
“On the ice, you’re free,” he said. “And you’re much stronger if you can dance.”
About the war he witnessed, he didn’t say much more than that it was “bad” and the whole of the North Caucasus should be bombed to pieces.
Yet in one respect, having a gun-crazed war vet for a neighbour actually turned out to be useful.
As our rental apartment was put up for sale, we’d tell potential buyers all about the lovely area, the structurally sound walls, the nice bathroom – and the little problem with Roma.
Back in the Moscow real estate boom, we managed to stay there for over a year.
In the end, the apartement was sold for half a million dollars to somebody with over 30 years of experience in counter-intelligence. He would have no troubles with Roma, he assured us.
“Every asshole fits in a jar,” he said. “You just have to show him who’s stronger.”
For days afterwards, I scoured the pages of Moskovsky Komsomolets to see who would survive the shootout.
Sometimes I think I should pay Roma a visit one of these days.
He might be missing that loud music by now.
Anyone’s who ever been on a flight from Russia to Western Europe or North America has seen the following process unfold: While Westerners sail through the queue flashing their local passports, Russians and most other former Soviet citizens have to produce piles of papers before entering.
Before stamping Russian passports, the British, American, French and especially German migration officers require people to turn their suitcases upside down and fish out bank statements, hotel reservations and other official documents.
Last week in Cologne, I saw an old man standing in one such long line. He looked very tired, and I called him up front to pass through customs in the fast lane. “Thanks,” he said. “I’ve been standing in line half my life.”
He and his elderly female companion slowly moved alongside. They smiled at each other and looked terribly in love – even the hard-hearted people at passport control couldn’t help but notice. The couple spoke Russian but carried mixed passports. I figured that they, like millions of others, had probably left Russia in the early ‘90s.
“Not quite,” 83-year-old Heinrich explained later. “I was born in Germany and my Jewish family lived there peacefully for generations. When Hitler rose to power we fled in time to escape the pogroms and find a better, peaceful life. But we made a great mistake.”
The mistake was not in leaving, he said, but in where they went.
While many refugees from Nazi Germany went to the United States, Western Europe or even South America, Heinrich’s parents put their faith in the Soviet Union. They moved to Moscow, learned Russian and found work in the buzzing Communist metropolis during the rapid economic growth that Stalin dictated.
“Then came 1937,” Heinrich told me while we were standing in another line later, buying railway tickets. “I probably don’t need to tell you any more.”
Seventy-three years later tears still well up in his eyes. “My father was shot by the NKVD and my mother passed away during the war. I was alone in that goddamn city. It was terrible.”
Yet, like many others, Heinrich obtained Soviet citizenship and managed to survive in Moscow.
“I guess I became Russian,” he said. “I had a job, got married, travelled around the Soviet Union and spent my holidays at the dacha. But somewhere in my heart I always knew I belonged to a different place. It always felt like being in prison. And when things finally opened up, I was one of the first to get away.”
Twenty years of fresh sea breezes and a return to the Heimat turned out well for Heinrich. These days he still runs up and down stairs, lifts heavy bags and looks pretty good for his age.
“I even have a girlfriend again,” he said, smiling and discreetly indicating his companion. “She’s from Kiev, it’s so wonderful – I really love her.”
Now Heinrich and his long-distance lover meet up by flying on low-cost airlines on terrible time-slots, enduring visa problems and multiple layovers.
It’s all for love, he says, adding: “I waited for this all my life.”
As Heinrich bids farewell, he wishes me luck.
“I hope Moscow became a bit better now,” he says. “But it’s covered in smoke again, just like it was in the war. May the Lord take care of you over there – Poka!”
Illustration by Evgeni Vasiliev
Let’s be frank. Moscow isn’t always the friendliest place on earth and it can sometimes be difficult to find somebody with a smile on their face.
Year after year, it ends up in the lowest ranks of best places to live and visitors quite often run away and pledge never to set foot again in this grey and unfriendly city.
And yet – as most foreigners should know by now, Muscovites mainly show their sense of humour in private.
You can have the best laughs with friends or family, yet not with strangers in public. Although I’ve learned that quite soon, I always kept trying.
When border guards in their nicely ironed shirts at the airport asked me where I came from, I always answered by pointing to the plane behind me, just to see if they might grin.
In most case, they’d write down “airplane” on a form somewhere.
The first year I lived in Moscow, I did my daily shopping in a Perekryostok supermarket just off Mayakovskaya. It took the girl behind the counter about a month to recognise me, and even after that I still didn’t catch her smiling.
I tried everything, from juggling with fruit to paying with Chinese currency. Not even a grin.
But Alexander, a gypsy taxi driver, was different. “Watch this, we’ll have some fun,” he told me one time when he stopped on an empty and deserted road at 6 am.
He bowed for a rather large and unattractive woman and made it clear he had stopped especially to let her pass. When she did, he pulled down the window and I heard him hissing, “Hey, blueberry! I’ve been dreaming about you for years! You’re a gift from God!’ With that, he hit the pedal and we were gone.
“Can you imagine?” Alexander laughed till he was on the verge of tears. “Nobody’s said that to her in 100 years, the fat cow! And now she’ll be smiling all day!’
And Alexander is serious about his jokes. “You know, I used to do all kinds of things,” he said. “I’d give the old ladies at the bottom of the metro elevator a kiss on the cheek, congratulate random strangers on their birthdays or throw a football into a random office or government building.
But I’ve grown older now.”
Yet there is more to Alexander’s mirth than sheer mischief.
Just behind his left ear, he has a tattoo of two Ethiopian letters. “Guess what it means,” he said. “Laughter.”
He put them there after his younger brother died in a car accident, he said. “It took me a long time to get over that, and I realised the thing I remember best is him laughing. It’s a tribute.”
“When people laugh, I’m happy,” he explained. “My nine-year-old son’s school called me in for a talk a while ago – they were complaining that he cracks too many jokes. But I’m very proud of him!”
When I finally paid him for the ride, Alexander handed me my change in worthless Belarussian roubles.
“Just a joke!” he said. “Keep smiling!”
Illustration by Evgeni Vasiliev
Rusland is in de greep van aanhoudende bosbranden in verschillende delen van het land. Tientallen mensen zijn om het leven gekomen, verschillende dorpen zijn van de kaart geveegd en duizenden mensen zijn dakloos geworden. De overheid zet het leger in, zorgt voor snelle compensatie en de Russische Patriarch roept alle orthodoxe gelovigen op te bidden voor regen.
Volgens het ministerie van Urgente Zaken staat er in de verschillende Russische regio’s meer dan 128.000 hectare bos in brandt, een totale oppervlakte niet veel kleiner dan de provincie Utrecht. Naar schatting gaan nog eens dubbel zoveel taiga- en toendragronden in vlammen op. Ruim 30 mensen zijn om het leven gekomen zeker 2000 mensen zijn dakloos geraakt. Volgens minister Sergej Sjojgoe, die de rampenbestrijding overziet, staan de brandweerdiensten onder enorme druk. In de omgeving van de stad Nizjni Novgorod proberen hulpdiensten met man en macht een bosbrand in de buurt van een atoomkrachtcentrale te om te leiden. In andere delen van het land is het leger ingezet en werken grote groepen vrijwilligers om de schade zo veel mogelijk te beperken. In de zondagsmis riep de Russische Patriarch Kirill alle orthodox gelovigen op in gebed te gaan voor regen en vroeg hij de autoriteiten de slachtoffers van de bosbranden zo snel mogelijk te hulp te schieten.
Rusland gaat al bijna een maand gebukt onder een enorme hittegolf. Sinds de eerste metingen 130 jaar geleden is het door het hele land heen nog nooit zo warm geweest. Premier Poetin bezocht vrijdag een dorp dat deels verwoest was en kreeg er van de bewoners flink van langs. ‘Je doet niets! Alles staat hier in brand, we hebben niets meer!’ roept een vrouw tegen de Russische premier in videofragmenten die niet op televisie zijn uitgezonden, maar wel op internet te vinden zijn. ‘De autoriteiten werken slecht, ze moeten wegwezen’, roept een andere vrouw. Poetin beloofde een royale compensatie en wil alle huizen voor de winter terug te bouwen. Hij liet in gebruikelijke spierballentaal weten dat regionale leiders en burgemeesters die de branden niet onder controle krijgen maar beter hun biezen kunnen pakken. Door heel Rusland heen zijn 240.000 brandweermannen ingezet.
De hoofdstad Moskou ging de afgelopen week gebukt onder zware smog en dikke rookwolken afkomstig van turfbranden in de naburige regio’s. Het zicht was op sommige plaatsen beperkt tot zo’n 200 meter en volgens doktoren stond een korte stadswandeling gelijk aan het roken van twee pakjes sigaretten. Op verschillende vluchten is paniek uitgebroken doordat rook door de airco in de cabine kwam en passagiers dachten dat het vliegtuig in brand stond. In grote delen van Rusland is de noodtoestand uitgeroepen. De droogte zorgt er niet alleen voor dat branden de kop opsteken, ook een groot deel van de oogst komt in gevaar. Analisten waarschuwen dat de Russische export onder druk staat en dat enorme hoeveelheden landbouwgrond is verwoest. De weerverwachting voor de komende dagen is ongunstig, de hitte blijft aanhouden en de toenemende wind zorgt voor oplaaiend brandgevaar.
There’s weird business and there’s weird business. Sometimes you don’t believe it actually exists, until you meet the guy doing it.
Alexei trades souvenirs. Not just matryoshkas and little replicas of St. Basil’s Cathedral – oh no. He deals in souvenirs from all over the world. For people who weren’t there, yet still want to impress their friends.
When I exchanged the Moscow heat for the cool breeze of Rio de Janeiro last week, I suddenly found a little souvenir that seemed very familiar. I’d seen the little wooden miniature of the enormous statue of Christ that hovers over Rio before – in Alexei’s crammed Moscow apartment.
“It sells for 1,700 rubles each. Brazil is far away and Aeroflot doesn’t fly there,” Alexei once told me, explaining why something that costs next to nothing can set you back quite a lot of money.
Little plastic Eiffel Towers are cheaper, and cost only 500 roubles, Alexei says. “Other sights and souvenirs for Europe are around that price – I buy most of it in China anyhow.” Wearing a cheap suit and dark shades, Alexei is the personification of the Russian word “biznesmen”. Only he pronounces it without any vowels at all, more like “bzznssmn”.
Some of his clients work so hard they don’t have time to travel, he says, while others forgot to buy souvenirs in places they visited. But by far the biggest number are people cheating on their loved ones.
“It’s easy. You say you’re on a business trip to France, while in fact you’re with your lover in a rented cottage outside of Moscow. The little Eiffel Tower is the perfect alibi,”
he says with a smirk.
To complete the tale, Alexei teams up with an international company selling and sending postcards from all over the world. You can order a blank postcard from any place on earth, fill it in and send it back. The recipient gets the card with a postmark from that country.
“In same cases it takes a bit too long for the cards to arrive, but in Russia you can always blame the slow postal service,” Alexei says, laughing.
It is, however, a business with risks. “Sometimes it gets out of hand,” says Alexei. “Once when I tried to buy a carpet from Iran, I transferred a lot of money to Tehran and never got anything back.”
“And what about the wrecked marriages?” I ask.
“Not really my business,” he says. “That’s the funny bit – once people start lying, they get hooked on the service. It’s almost impossible for them to stop. It’s honesty that kills my business.”
The hardest part is getting your hands on the souvenirs, it seems. “Capital cities are easy, but try getting something from deepest Africa or some remote Pacific Island,” he says.
But with the help of eBay and a network of people around the world involved in similar undertakings, he tries his best to deliver. And if there’s no other way, Alexei even gets on the plane himself.
“Last year somebody wanted coral from the Maldives, but I flew to Egypt to get it instead. It looks more or less the same,” he says. “I mean, if your bzznss is lies, it’s alright to employ a little dishonesty yourself once in a while.”
Illustration by Evgeni Vasiliev
De ongewone strandvakantie, deel [...]: De inwoners van Moskou noemen hun stad trots ‘de haven van vijf zeeën’, maar in werkelijkheid is de kust meer dan duizend kilometer verderop. Daarom zoeken veel Russen verkoeling bij de Moskva-rivier op plekken waar de vervuiling meevalt. Ondertussen laten Russische miljonairs zand uit de Maladieven overvliegen.
Sinds een enorme hittegolf Moskou in haar greep heeft komen Andrej en Svetlana iedere dag bij Serebrjani Bor, een zandstrand bij een flauwe bocht van de Moskva-rivier die hier de stad binnenstroomt. ,,Het is zo heet, wat moet je thuis? We staan op, poetsen onze tanden en gaan met de bus hier naartoe. Gewoon, een kleurtje krijgen, wat ontspannen, af en toe wat drinken. We zijn vandaag wat vroeger gekomen, dan kun je nog een baantje trekken”, legt Andrej uit. Met een literfles vodka, een pot augurken op zout water en drie pakjes goedkope sigaretten komen ze de dag door. Links en rechts zoeven de jetski’s voorbij, rondvaartboten navigeren moeizaam tussen de zwemmende badgasten en af en toe glijdt een straalwitte jacht voorbij. Duizenden Moskovieten trekken iedere zomer naar Serebrjani Bor, bussen rijden af en aan tussen het metrostration en de verschillende strandtentjes en deels opgespoten zandstranden. Tussen de naaldbomen zijn hangmatten te vinden en wie wil kan er volleyballen, salsa-dansen of tennissen. Serebrjani Bor is het enige punt in de stad waar het volgens de autoriteiten nog veilig is te zwemmen. De rest van de Moskva-river is ernstig vervuild en alle andere strandjes in de stad zijn opgekocht en zitten verscholen achter grote hekken.
De meeste Moskovieten maken in de zomer dat ze wegkomen. De inwoners noemen hun stad graag ‘de haven van vijf zeeën’, maarin werkelijkheid is de kust meer dan duizend kilometer verderop. Veel mensen trekken naar hun datsja’s, vieren vakantie aan de Zwarte Zee of vliegen met goedkope chartervluchten naar Egypte, Turkije of Thailand. Wie geen datsja heeft en een buitenlandse vakantie niet kan betalen is aangewezen op Serebrjani Bor. ,,We hebben tegenwoordig onze kleren aan”, lacht Svetlana. ,,Ik ging met Andrej vroeger het liefst naar het naakstrand hier verderop, dat was altijd lekker vrij. Maar er is een slechte sfeer ontstaan. Er zijn te veel patsers”. De verschillende groepen nudisten op Serebrjani Bor hebben al jaren ruzie met elkaar, de ‘ideologische’ nudisten hebben een hekel aan de mensen die naakt rondlopen om met hun lichamen te pronken, en andersom. De politie is in zomeruniform aanwezig om een oogje in het zeil te houden. Jaarlijks verdrinken er tientallen mensen, vooral omdat ze dronken zijn en niet kunnen zwemmen. Volgens het Ministerie van Urgente Zaken zijn in heel Rusland vorige maand 1244 mensen verdronken.
De hittegolf blijft al weken aanhouden, het kwik komt overdag amper onder de 35 graden. Ventlitatoren en airco-systemen zijn uitverkocht en de ijsjes zijn niet aan te slepen. Het Kremlin annuleerde zelfs de wekelijkse parade van het bereden regiment op het Rode Plein. Op een jachtclub buiten de stad organiseerde de Millionair Fair een zomers evenement waarbij de elite van de stad kon genieten van fijn zeezand dat voor de gelegenheid speciaal uit de Maladieven werd overgevlogen. ,,Geef mij de winter maar”, lacht Roman, een 22-jarige student die met een paar vrienden in de schaduw van de naaldbomen bij Serebrjani Bor gitaar speelt. ,,Dit is een stad van extremen”, legt hij uit. ,,Je bent extreem rijk of straatarm, het is ijskoud of kokend warm. Maar saai is het in ieder geval niet”.
Ik val al door de mand wanneer ik me voorstel. ‘Olas? Olfa? Oleg?’, mijn naam is voor de meeste Russen aanvankelijk onuitspreekbaar. Maar de meest bijzondere Rus die ik ooit een hand gaf kon er alleen maar om lachen. ,,Ik ben Charlie”, zei hij. ,,Dat is pas gek”.
Het verhaal achter de naam is even tragisch als bijzonder. ,,Je weet toch dat ze in Letland vroeger allemaal Europese namen hadden?”, vraagt Charlie. ,,Mijn vader ontsnapte tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met een Letse medegevangene uit een Duits krijgsgevangenenkamp. Alleen mijn vader overleefde het en kwam zijn belofte na. Ik was zijn eerste zoon en dus kreeg ik die naam, of dat nou kon of niet”. Ik weet er het fijne niet van, maar zo’n naam kan in de Sovjet-Unie alleen maar voor problemen hebben gezorgd. De inmiddels 80-jarige Charlie kan er nu alleen maar om lachen. ,,Ze vergeten je naam tenminste niet, dat is het belangrijkste”.
Charlie woont met zijn tweede vrouw iets buiten Moskou. Hoewel hij af en toe klaagt over zijn leeftijd heeft hij de energie van een twintiger. Hij repareert auto’s, tilt zware motorblokken opzij en bouwt muziekinstrumenten. En hoewel hij me het liefst vertelt over ingewikkelde mechanica probeer ik hem uit te horen over de geschiedenis. De oorlog staat hem nog haarscherp voor de geest. Hij herinnert zich de honger, de reizen en vertelt af en toe over de overwinningsparade die in 1945 over het Rode Plein trok. ,,Ik ben over allerlei daken gesprokken om er goed naar te kunnen kijken, dat was niet zo moeilijk”, legt hij uit. ,,Maar uit handen van de politie blijven toen we daar weer vanaf kwamen, dat was pas lastig!”
Een paar maanden geleden vond ik de hoorns van een antilope bij hem op zolder, ik dacht aanvankelijk dat het een soort futuristische kapstok was. ,,Geschoten op de steppes in Kalmukkië”, vertelt Charlie. ,,Er vertrok een expeditie die kant op en ik mocht mee omdat ik goed auto’s kon repareren. Het was doodstil daar”, herinnert hij zich. ,,Natuurlijk is het doodstil op de steppe”, lacht zijn tweede vrouw. ,,Nee, je snapt het niet”, zucht Charlie. ,,Stalin was nog maar net overleden, alle Kalmukkiërs zaten nog in Kazachstan”.
Toen een jeugdvriend hem de onderdirecteur van een instrumentenfabriek maakte zat zijn Sovjet-bestaan geramd. ,,Ik hoefde alleen maar een paar keer per week een handtekening te zetten en het geld stroomde binnen. Niks aan. Ik ben eens gaan kijken in die werkplaats, zo moeilijk was dat helemaal niet, een balalaika maken”. Tot op latere leeftijd trok hij de wereld over met zijn handgemaakte muziekinstrumenten. Hij haalde prijzen op uit Latijns-Amerika, bouwde zijn eigen zeilboot en ruilde die vorige zomer nog in voor een nieuwe sportwagen. Het mag geen wonder heten, zijn kleindochters noemen hem de hooligan-grootvader.
En toch maak je je af en toe zorgen. Rebel of niet, toen we vorige week bijna van de weg gedrukt werden door de cortege van een lokale gouveneur gaf hij geen kick. Terwijl de geblindeerde Mercedes luid toeterde en de politieauto’s met zwaailichten de sportwagen omsingelden werd ik zenuwachtig. Zou er misschien toch iets zijn met zijn gehoor, of ziet hij niet zo veel? ,,Maak je geen zorgen Olas” zei grootvader. ,,Ik zie hem heus wel. Laat die klootzak maar even wachten”.