Op zoek naar Ryszard Kapuściński (I)

Sunday, August 10th, 2008

Tyskie en Kapuściński

Ik ben onderweg naar Polen zonder een duidelijk plan voor ogen. Een luxeprobleem, want interessante media-verhalen uit Polen zijn er genoeg. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop de Poolse pers bericht over de oorlogen in Irak en Afghanistan, of de invloed van het conservatief-katholieke radiostation Maryja.

Maar voor deze reis heb ik ter inspiratie juist een aantal boeken van Ryszard Kapuściński meegenomen, de Poolse journalist-historicus naar wie men vaak refereert als ‘de grootste journalist aller tijden’. Hoe kijkt men naar hem in Polen? En wat is zijn nalatenschap in Warschau?

Kapuściński werd in 1932 geboren in Oost Polen, tegenwoordig Wit-Rusland. Hij werkte jaren als verslaggever in verschillende delen van het land en was nog nooit in het buitenland geweest toen zijn werkgever hem in 1956 naar India stuurde. Later werd hij de enige buitenlandse correspondent van het Poolse nieuwsagentschap PAP en kreeg als verslaggever tot vijftig verschillende landen toegewezen. Biografen citeren graag dat hij later 27 revoluties versloeg, veertig keer gevangen is gezet en tot vier keer is ontsnapt aan de doodstraf. Hij overleed in januari 2007.

Een loopje met de werkelijkheid
Ook kreeg hij kritiek te verwerken. Sommige mensen noemen het journalistieke werk van Kapuściński ‘magisch realisme’. Hij zou hier en daar een loopje met de werkelijkheid genomen hebben. Dat zorgt nog altijd voor een hoop legendes. Zo zou hij van ieder verhaal drie versies geschreven hebben. Een voor de Poolse geheime dienst, een voor de krant en een voor zijn persoonlijke archief. Sterker nog, sommige Polen zijn er van overtuigd dat de magische aspecten in zijn werk eerder een aanklacht zijn tegen het communistische regime. In deel II van dit verhaal ga ik hier verder op in.

In Warschau spreek ik af met Thijs Papôt van de Wereldomroep, die ik tijdens een eerdere opdracht van De Nieuwe Reporter in Minsk eens tegen het lijf liep. Hij vertelt dat Kapuściński vrij onverwacht kwam te overlijden. ‘Ik dacht altijd dat ik hem nog wel eens zou spreken.’

Ik ga op zoek naar zijn huis in Warschau. De meeste huizen in de wijk staan los, al zijn ze ferm omheind. Nergens in de buurt van ‘de grootste journalist aller tijden’ staat een herdenksteentje, wegwijzer of zelfs maar een plakaat. Hoewel, plakaten genoeg, maar dan vooral van beveiligingsbedrijven.

Het is een mooie wijk met veel groen. Toch is mijn wandeltocht niet erg ontspannen. Op de hoek van de straat ligt de Israelische ambassade. Een jonge Poolse soldaat tikt nerveus tegen de haan van het enorme geweer dat hij meedraagt. Wanneer ik voor de derde keer passeer en naar een preciese straat vraag lopen breedgeschouderde mannen met zonnebrillen zenuwachtig heen en weer.

Aan de andere kant van de straat is een klein winkeltje met snuisterijen uit het Midden-Oosten. Van Kapuściński heeft de verkoper nog nooit gehoord. Sterker nog: Polen houden volgens hem niet zo van reizen. Misschien een reden waarom een dergelijke winkel in een buitenwijk van Warschau goede zaken doet.

In een supermarkt tegen over de snuisterijenzaak werkt een jongen die precies weet wie Kapuściński was. ‘Hij deed hier geen boodschappen’, zegt hij. ‘Helaas’, voegt ‘ie er nog aan toe. Wat hij precies van Kapuściński had gelezen en hoe hij over hem dacht kom ik niet te weten, want hij wil juist alles van mij weten. Kennen wij in Nederland Kapuściński en kom ik speciaal naar Polen om daar over te schrijven? Een fenomeen dat keer op keer terugkeert in Warschau. Iedereen, ongeacht leeftijd of beroep, wil het fijne weten van mijn beweegredenen.

Volgens Thijs Papôt zegt dat meer over hoe Polen naar buitenlanders kijken. ‘Polen zijn altijd verbaasd dat je hun taal spreekt, alsof je een geheime code ontcijferd hebt. Maar maak je geen illusies over hoe groot hij in Polen is. Ik verwacht de komende jaren een wildgroei aan Kapuscinskistraten-, -pleien en –plantsoenen.’

In deel II de vertalers, biograaf en enkele kenners over het vermeende ‘magisch realisme’ in het werk van Ryszard Kapuściński.