Verkiezingen in Azerbeidzjan

UPDATE: In drie dagen is het project geslaagd. Met op de kop af 100 lezers hebben we ruim 1000 euro binnen weten te slepen. Het bewijs dat journalistiek leeft, dat crowdsourcing zelfs in een relatief kleine nichemarkt werkt en dat lezers graag bepalen en zelfs betalen voor onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek. Hoera!

Baku, Azerbaijan
Baku op Flickr via ‘Teuchtelad’ – http://www.flickr.com/photos/teuchterlad/

Ik vlieg donderdag naar Baku en sta morgenochtend vroeg op de stoep bij de ambassade om een visum voor elkaar te boksen. Honderden retweets, allerlei steunbetuigingen en net iets te veel media-aandacht. Ik blijf de komende weken hier, op twitter en via e-mail verslag doen. Innovatieve, crowd-sourced journalistiek, het kan. En hoe! Bedankt!

Continue reading

In Rusland is het vrije woord online

Miljoenen Russen schrijven dagelijks op hun LiveJournal, een van oorsprong Amerikaans blognetwerk dat inmiddels razend populair is in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. Van tienermeisjes tot politici, LiveJournal is inmiddels misschien wel de belangrijkste baken van vrije meningsuiting in Rusland.

In straten van Moskou is er nog weinig van te merken, maar online is de verkiezingsstrijd voor de Moskouse gemeenteraad al weken geleden losgebarsten. Oppositiepartij Jabloko discussieert protestacties, onafhankelijke kandidaten maken de gemeente uit voor rotte vis omdat hun kandidaturen geweigerd zijn. Het blognetwerk van LiveJournal.com is het belangrijkste medium. De oppositie kaart schandalen aan, bezorgde burgers bloggen over de problemen in hun wijk en de kandidaten van de regerende Verenigd Rusland-partij doen er vanalles aan om te laten zien dat alles in orde is.

En dat is opmerkelijk, want in de kranten, op de televisie en zelfs op straat is er ““ op een paar uitzonderingen na – nog maar weinig van de verkiezingen te merken. Op 11 oktober mogen de inwoners van de stad naar de stembus voor het stadsbestuur. De oppositie heeft moeite in de massamedia terecht te komen en de billboards zijn de afgelopen weken onder myserieuze omstandigheden verdwenen. Maar op de blogs van livejournal.com is de verkiezingsstrijd in volle gang.

‘Wie ben jij op ZjeZje?’ is dan ook geen ongewone vraag in Rusland, waar men het blognetwerk van LiveJournal.com vertaalt als Zjevoj Zjoernal (ZjeZje). Iedereen heeft er een blog, van Moskouse politici tot tienmeisjes in provinciesteden, van de Russische president tot de oligarch die hij het leven zuur maakt. Het van oorsprong Amerikaanse livejournal.com is een paar jaar geleden in handen gekomen van SUP, een Russisch bedrijf dat onder leiding staat van de Nederlandse Annelies van den Belt. Er zijn inmiddels 2,5 miljoen actieve webloggers in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie, en het aantal blijft alleen maar groeien. ,,Geen wonder”, legt van den Belt uit. ,,Rusland heeft een lange traditie op dit gebied. Het stikt van de mensen die graag zelf iets willen publiceren, hun eigen verhalen of gedichten. Wij hebben daar een open podium voor.”

Het voordeel van LiveJournal is volgens Van den Belt de ‘open structuur’. ,,Je hoeft je nergens te registreren om de berichten op LiveJournal te lezen. Er zitten geen drempels in.” SUP haalt haar omzet uit reclame op de blogs en een klein percentage van betalende gebruikers. Ook het Kremlin heeft LiveJournal ontdekt. President Dimitri Medvedev, die plat gaat op zijn imago als fanatieke computergebruiker, opende tijdens het begin van zijn term zijn eigen blog bij LiveJournal. Er verschijnen vooral videoboodschappen, die sinds kort ook op YouTube geplaatst worden. Van den Belt bevestigd dat het om de president zelf gaat. ,,We kregen een verzoek binnen of hij ook een blog mocht beginnen. Natuurlijk kan dat. Iedere dag openen hier 10.000 mensen een blog”. Bloggers kunnen sinds kort ook inkomsten halen uit livejournal.com, vandaag werd een deal met Google gesloten waarin de zoekmachine advertenties plaatst en een deel van de inkomsten uitkeert aan de blogger.

De bekenste blogger in Rusland is ‘drugoi‘, de nickname van fotoblogger Roestem Adagamov. Zijn blog is zo populair dat hij onlangs een uitnodiging van het Kremlin kreeg om verslag te doen van een officieel staatsbezoek. ,,Ik was benieuwd hoe dat in z’n werk gaat daar, dus ik heb me in de morgen gewassen, poetste mijn schoenen, heb een pak aangetrokken en ben met mijn camera naar het Kremlin gegaan”, schrijft hij op zijn blog. Toen onlangs een kritische verslaggever van een Russisch persbureau bij de reddingswerkzaamheden bij waterkrachtcentrale Sajano-Sjoesjenksaja werd weggestuurd vloog de persdienst van de organisatie Adagamov in. Invloedrijker en effectiever, redeneerde men.

De afgelopen jaren zijn er verschillende incidenten rondom LiveJournal geweest. Bloggers die uit de slof schoten kregen een waarschuwing van de autoriteiten, of werden in sommige gevallen opgepakt. Toch hoeft het bedrijf niet aan de Russische wet te voldoen. ,,Onze servers staan in de Amerikaanse staat Montana”, legt van den Belt uit. ,,Daar moeten we aan de wet voldoen. We hebben een onafhankelijk team dat snel filtert wat niet door de beugel kan. Bij LiveJournal merken ze dat het medium steeds invloedrijker wordt. ,,We blijven groeien. Het is misschien grootspraak, maar ik denk dat we een belangrijke bijdrage leveren aan de vrijheid van meningsuiting in Rusland.”

De ‘open newsroom’ van iamnews.com

Nir Ofir van iamnews.com weet het zeker. Journalisten die de afgelopen jaren zijn ontslagen komen vanzelf weer terug als freelancers. Hij deed zelf alvast een voorzet en plaatste een reeks vacatures op journalistensites. Kom bijdragen leveren bij iamnews.com en de opdrachtgevers komen vanzelf. De Nieuwe Reporter trok naar Israel voor een goed gesprek over nieuwe media, uitgevers, amateurs en journalisten die zelf het nieuws bepalen.

Nir Ofir

Iamnews.com is een jonge, Israelische start-up. Op het eerste oog lijkt het project een kruisbestuiving een persbureau en burgerjournalistiek-initiatief als het inmiddels ter ziele gegane Skoeps. Bloggende journalisten creà«ren unieke content die tegen betaling beschikbaar is voor de reguliere media. Centraal staat de “˜Open Newsroom”™. Iedereen kan nieuwsberichten aanmaken die daar naar gelang de regio en de actualiteit opduiken. Redacteuren kunnen daar verhalen aankopen of opdrachten uitschrijven.

Het systeem gebruikt de “˜linkedin-benadering”™. Mensen kunnen op de site hun eigen cv of portfolio aanmaken en krijgen een “˜reputatie”™, zoals bij bijvoorbeeld eBay gebruikelijk is. Iemand met veel positieve feedback van opdrachtgevers krijgt een hogere “˜rating”™. Deadlines niet nakomen of slechte stukken schrijven is slecht voor je reputatie. Het project van Ofir is nog altijd in een testfase. Er zitten inmiddels ruim 3000 journalisten in de database en iamnews krijgt tussen de 40 en de 50 aanmeldingen per dag.

Mediacrisis
,,Kijk maar eens hoe het werkt op een gemiddelde krantenredactie”, legt Ofir uit. ,,Als er iets in de wereld gaande is en men wil er aandacht aan besteden kijken ze over het algemeen eerst bij de persbureau”™s. Van AP tot AFP of Reuters, allemaal brengen ze hetzelfde. Wanneer dat niet afdoende is kijken redacteuren “˜of ze niet nog iemand kennen”™. Niks innovatie. Alles gaat precies zo als vijftig jaar geleden.”

De mediacrisis is volgens Ofir niet ontstaan bij de consumenten, noch bij de journalisten. ,,Het probleem zit bij de uitgevers. We moeten ze meer content aanleveren. Ze moeten diverser werken, met foto”™s, met video. We moeten de uitgevers met de wereld aansluiten.” Voor Ofir komt de crisis als een zegen. ,,Iedereen zegt nu wat ik al jaren denk: cutting the costs, keeping the content.”

Volgens Nir Ofir was het idee heel simpel. ,,Israel is klein. Er is hier geen markt voor niches. Er zijn geen vismagazines, geen glossy bladen voor fietsers. Via internet is die markt makkelijker te bedienen dan op papier.” Ofir is ruim een jaar geleden met de site begonnen. In de razendsnelle start-up wereld in Israel wist iamnews investeerders binnen te slepen. ,,We werken met vier mensen op kantoor. Twee daarvan zijn partners en ik heb een assistente. We draaien rustig. Er is weinig geld en we hebben nu weinig uitgaven. Toch wil ik op korte termijn de eerste winst binnenslepen. Hoe? Simpel. We nemen een “˜listing fee”™ van 10 dollar van de uitgevers en een “˜handling-fee”™ van 10 procent van de bijdragende journalisten.”

Voor Ofir aan dit avontuur begon werkte hij aan verschillende projecten die zich vooral bezighielden met User Generated Content. Leeswaardige content op internet aangedragen door de bezoekers zelf. ,,Er zit een groot gapend gat tussen het publiek en de uitgevers. De grote uitgevers zien dat misschien nog niet, de kleinere zelfstandigen zien het iedere dag. Er is overal op het internet fantastische content beschikbaar, enthousiaste amateurs en professionals die geen “˜exposure”™ hebben. Daar is een match. Iamnews is niet zozeer voor amateurs, maar we haken in op “˜the rise of the amateur”™. Het benadrukt hoe de markt is veranderd. Nieuws is niet langer louter het domein van grote nieuwsorganisaties. Ondertussen mag de advertentiemarkt een klap hebben gekregen, het is niet ten einde gekomen. Men wil nog altijd verkopen. Daarom komen krantenjournalisten die hun baan zijn kwijtgeraakt weer terug. Advertenties gaan door. Mensen willen toch nieuws lezen.

De journalist als middelpunt

Omdat de redactie verdwijnt staat de journalist zelf plots in het centrum van het nieuws. Het is niet langer de chef-buitenland of de redactie die de toon van de berichtgeving in handen heeft. Ofir: ,,Op blogs en bij de sociale netwerken is dat al lang zo. Het real-time web heeft een verandering teweeggebracht bij nieuwsconsumenten, dat moet nog doordringen bij de media. Redacties moeten de ruwe content kunnen stroomlijnen. Ze moeten het echte verhaal van de journalisten ter plaatse vertellen. Dat is precies wat ik met iamnews wil doen.”

Is het niet zo dat verschillende freelancers tegen elkaar op zullen bieden? En dat daarmee kwantiteit wint van de kwaliteit? ,,Misschien”, zegt Ofir. ,,Maar dat heb ik niet bedacht. Zo werkt het inmiddels.” Ik leg hem uit dat ik niet snel een complete reportage voor een klein bedrag van de hand zou doen. ,,Niet voor 50 euro”, legt Ofir uit. ,,Maar zou je het voor 5 x 50 euro verkopen? Toch verwacht ik niet dat journalisten hiermee op korte termijn in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het kan een leuk zakcentje zijn, maar in het begin zal niemand er een full time baan aan overhouden. In het begin is het vooral een kwestie van vertrouwen kweken bij verschillende opdrachtgevers.”

En worden journalisten daarmee niet hun eigen merk? ,,Ja en nee. Er zal vanzelf een soort a-lijst ontstaan met “˜premium-journalisten”™ die vaak stukken verkopen. Maar het leeuwendeel van de bijdragen zullen anoniem blijven. Anoniem in die zin dat het journalisten zijn die verder bij redacties onbekend blijven.” Een ander gevolg met een positievere bijklank is dat er een soort wereldwijd sociaal-netwerk onstaat voor journalisten. ,,Jij zit hier nu in Tel-Aviv”, zegt Ofir tegen me, ,,Maar hoeveel journalisten ken je hier. Een paar? Het zou te gek zijn om via iamnews direct in contact te staan met tientallen journalisten en gelijk de vinger aan de pols te hebben. Het zal in zekere zin ook een sociaal netwerk en een nieuwssite worden.”

Ook Ofir behoort tot het gilde der gemankeerde schrijvers. ,,Ik wou een aantal jaar geleden een science-fictionboek schrijven, maar kon er natuurlijk geen uitgever voor vinden. Dat frustreerde me dusdandig dat ik alles heb aangeleerd, ik wou het via internet gaan publiceren. Dat is allemaal een beetje uit de hand gelopen.” En dat boek? ,,Dat is er nog steeds niet.”

Het land van start-ups en honing

Bladspiegel 1

Zelfs vroeg in de morgen is het al warm op Boulevard Rothschild in Tel Aviv. Tussen de platanen en kantoorgebouwen liggen cafés en terrasjes. Soldaten flirten met flanerende meisjes. Er is zoveel licht dat er zelfs met een zonnebril weinig te zien is op een laptop. De kelner komt met een parasol en we vragen of er een wifiverbinding is. “Natuurlijk!”, zegt hij met een blik vol ongeloof. “œKijk eens om je heen. Daar achter is het hoofdkwartier van Google, verderop zit Microsoft en hier zit Yahoo. Dit is Tel Aviv, je denkt toch niet dat ik hier een zaak kan runnen zonder een draadloze internetverbinding?”

Op het eerste oog is Tel Aviv een moderne, mondaine badplaats. De stad, de brede boulevards en de hotels langs de kustlijn hebben meer weg van Californià« dan van alles waar je aan denkt bij het Midden-Oosten. In dit kleine stuk land met zeven miljoen inwoners zijn echter meer tech-bedrijfjes, start-ups en internetinitiatieven te vinden dan waar ook ter wereld. Continue reading

Even Yandexen in Moskou

Rusland roept associaties op met onbetrouwbare datingsites, illegale software en creditcardfraude. Maar de voormalige Sovjet-Unie kent een extreem levendige internetmarkt, waar zelfs Google het nakijken heeft en investeerders vechten om de start-ups.

Moskou bij avond

Twee jaar geleden verhuisde ik naar Moskou. Met twee vrienden huurde ik een appartementje, met al het meubilair nog uit de Sovjet-tijd. “˜Het valt me toch tegen dat er geen piano is’, liet ik als grap vallen. Ik nam een douche, pakte wat spullen uit, toen plots de bel ging: drie mannen met een piano. Of ik de chauffeur 30 euro wilde betalen, de piano was gratis.

Terwijl ik onder de douche stond hadden mijn nieuwe huisgenoten op LiveJournal.com een piano gevonden. Vroeger was er in Rusland een tekort aan van alles behalve piano’s, en er zijn dus nu genoeg mensen er gratis vanaf willen. Via een prijsvergelijker voor bestelbusjes regelden mijn vrienden een chauffeur en twee sjouwers: binnen een uur stond de piano op de stoep. Het begon me te dagen dat de internetmarkt in Rusland wel eens razend interessant kon zijn.

Linguà¯stisch

Neem de uitspraak: “˜Dat googelen we wel even’. Bij ons inmiddels compleet ingeburgerd, in de landen van de voormalige Sovjet-Unie hoor je het zelden tot nooit. “˜Even Yandexen’ is hier de norm. In Rusland is het bereik van zoekmachine Yandex twee keer groter dan dat van Google. Volgens de laatste metingen heeft Yandex, kort voor “˜Yet Another Indexer’, ruim 66 procent van de zoekopdrachten in handen. Google blijft achter met een karige 21 procent.

Het bedrijf maakte over 2008 meer dan 300 miljoen dollar netto winst en er werken op dit moment 1700 mensen in kantoren in Moskou, Sint Petersburg, Jekaterinaburg, Kiev, Odessa, Simferopol en de VS. Meer dan 85 procent van de inkomsten zijn afkomstig uit “˜text-based advertising’.

Op het eerste oog lijken de twee zoekmachines sterk op elkaar. Ook Yandex heeft een enorm palet aan diensten, van fotoalbums tot marktplaatsen, van blogsearch tot een zeer gedetailleerde kaartendienst. Ook in de kantoren van Yandex lopen de medewerkers op sandalen en mogen ze hun eigen uren bepalen. Toch is er een wezenlijk verschil. Want Yandex begrijpt de Russische taal.

Een van de grammaticale moeilijkheden van het Russisch zijn de vervoegingen die de schrijfwijze van zelfstandige naamwoorden aanpassen. Dat vereist een andere programmeertaal. De fundamenten van Yandex zijn gebouwd door linguà¯stische programmeurs. Het bedrijf is nog altijd grotendeels in handen van ingenieurs – liever dan managers – en drijft op een sterke en strenge academische traditie in de Russische wetenschap.

Google doet wel een poging de achterstand in te halen krijgen. Zo plaatste het afgelopen zomer honderden bankjes en billboards door Moskou, en kocht het in diezelfde tijd voor 140 miljoen dollar het advertentiebedrijf “˜Begun’, toch krijgt het almachtige bedrijf uit Californià« niet echt voet aan Russische bodem.

Niet alleen bij Yandex ontbreekt er een “˜negen tot vijf-mentaliteit’. Die is in de innovatieve sector in de voormalige Sovjet-Unie nagenoeg geheel afwezig. Wie daar zijn twijfels bij heeft, moet eens bij de Art Lebedev Studio’s in Moskou naar binnen gluren. De 250 werknemers werken tien uur per dag, wanneer het hen zelf uitkomt. Er zijn bedden en douches beschikbaar, het kantoor lijkt in veel opzichten eerder een technologisch rariteitenkabinet dan een designstudio.

Artemy Lebedev is buiten Rusland vooral bekend om zijn “˜Optimus Maximus’, een toetsenbord waar alle verschillende toetsen bestaan uit kleine oled-displaytjes, en waarmee iedere toets programmeerbaar is. Ideaal voor vertalers, mensen die professioneel met programma’s als Photoshop werken of de hele dag gamen.

Copycats of snobs

Het belangrijkste sociale netwerk door de gehele Russisch-sprekende wereld heen is zonder twijfel “˜Vkontakte‘. Met meer dan 25 miljoen geregistreerde gebruikers is het de absolute koploper. Eigenaardig is dat Vkontakte een directe kloon is van Facebook. De website is niet alleen qua design amper te onderscheiden van de razend populaire Amerikaanse site, zelfs grote delen van de broncode komen overeen.

Er zijn meer klonen te vinden van andere sites die in het Westen erg populair zijn. Zo is “˜MoiKrug‘ een LinkedIn-kopie en valt “˜Odnoklassniki‘ het best te vergelijken met Schoolbank. En RuTube is de Russische variant op YouTube.

Bijzonder is ook de oligarch Michael Prokhorov, een van de rijkste ondernemers in het land. Hij zette vorig jaar een sociaal netwerk op voor miljonairs onder de nietsverhullende naam “˜snob‘. Wie zich bij de website wil registreren moet een uitnodiging op zak hebben, of simpelweg betalen.  De website is nog altijd in bètaversie, maar het magazine is ondertussen een groot succes. Helaas voor Prokhorov kwam de crisis op een slecht moment. In amper een paar maanden tijd is het aantal miljonairs in Rusland nagenoeg gehalveerd.

Huishoudboekje

In oktober vorig jaar was in de Oekraà¯nse hoofdstad Kiev de derde “˜barcamp’, een bijeenkomst voor start-ups. Wat een paar jaar geleden begon als een knullige meeting voor bloggers is inmiddels uitgegroeid tot serieuze business. Behalve de bekende gezichten uit de blogosfeer van Rusland en Oekraà¯ne liepen er enkele tientallen investeerders rond. In verschillende rondes mochten starts-ups zich in twee minuten presenteren. De investeerders op de eerste rij maakten de jury uit en kochten sommige ideeà«n rechtstreeks van het podium af.

Pavel Tytjoek (21) zette in twee jaar eigenhandig een sociale netwerksite voor fietsers in elkaar. In Nederland misschien een dwaas idee, in Oekraà¯ne een gat in de markt. Hij denkt er over na om met een aantal kledingzaken en sportzaken in zee te gaan. “Voorlopig blijft het nog een hobby. Maar het zou leuk zijn als ik er later van zou kunnen leven.”

Voor Nikolas Toersjak (24) is het al lang geen hobby meer. Hij is een van de twee ondernemers achter “˜homemoney.com.ua’, een online versie van wat wij in het oud-Nederlands een huishoudboekje noemen. “Vanaf het moment dat de crisis begon, zagen wij de gebruikers van onze website verdubbelen. We zijn nu in gesprek met banken over hoe we elektronisch geld kunnen laten overboeken.”

De sfeer onder investeerders was zo goed dat er amper tijd was om een gesprek aan te gaan met een journalist. “Je moet maar zo denken”, legde een gesjeesde Britse headhunter uit, “Er zijn nog maar weinig plaatsen in de wereld waar je voor 10.000 dollar per jaar een ontzettend talentvolle programmeur in dienst hebt. Die moet ik nu binnenhalen.”

Illegale software

Bij Rusland wordt vaak gedacht aan onbetrouwbare datingsites, illegale software en creditcardfraude. Niet geheel ten onrechte. Op de “˜Gorboesjka-markt’ in Moskou zijn nog altijd duizenden stalletjes te vinden waar je voor twee tot drie euro per dvd de nieuwste albums, films en software kunt kopen. Maar de datingsites zijn in veel gevallen keurige bedrijven die in de marge van de wet opereren. En, voor wie het echt wil weten, volgens verschillende schattingen is 0,7 tot 0,9 procent van alle elektronische bankhandelingen in Rusland frauduleus.

Amper een paar dagen na de introductie van de iPhone in de Verenigde Staten was de telefoon al beschikbaar op de illegale markt, en binnen een week kon je voor een redelijk bedrag een vers geà¯mporteerde iPhone laten “˜jailbreaken’. Zelfs toenmalig vice-premier Dimitri Medvedev werd gezien met een iPhone ver voor de tijd dat Apple ze rechtstreeks verkocht in Rusland.

Die flexibele interpretatie van de wetgeving heeft ook een keerzijde. Een paar jaar geleden werd Alexander Ponosov, directeur van een kleine school in de buurt van provinciestad Perm door de lokale autoriteiten aangeklaagd. De computers die gebruikt werden voor de informaticales draaiden volgens de aanklager op illegale software. De schoolmeester riskeerde een boete van 10.000 dollar en zelfs tot vijf jaar gevangenschap. De zaak werd hoog opgenomen, toen ook Microsoft zich er mee ging bemoeien. Ponosov kwam in mei van 2007 met de schrik vrij en moest uiteindelijk tweehonderd dollar betalen. Een bedrag wat zijn school prompt in veelvoud werd geschonken door een aantal internetondernemers. Rusland, het blijft verrassen.

‘Journalistiek vraagt lef’

UPDATE: De lezers van NU.nl, heil! Ik mag er inderdaad graag en veel op wijzen ANP-berichten in zekere zin de kranten uithollen. Ik werkte ooit als ‘stringer’ in Moskou voor het ANP. Ik schreef de kranten vol met nonsens-berichten van het type ‘man-bijt-hond’. U wilt voorbeelden? Hier vijf prachtige voorbeelden. Is dat erg? Nee. Persbureau’s zijn een noodzakelijk kwaad. Maar, zoals Arjan Dasselaar in zijn column helder uiteenzet, je moet niet vreemd opkijken als je lezers op termijn weglopen. Duiding is het nieuwe nieuws. En daar liggen fantastische kansen voor journalisten.

‘Journalistiek vraagt lef’

Een krappe twee weken geleden in de mail: ‘Ik ben op zoek naar een journalist 2.0, hopelijk ben jij dat’. Misschien wel. Het is wel eens leuk om interviews te geven in plaats ze altijd maar af te nemen. Ik sprak een half uur met Stijn Cools van de opleiding journalistiek aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. En da’s een aardig stuk geworden. Meer bij masterjournalistiek.blogspot.com

Amper 23 jaar is Olaf Koens. Toch mag hij zich al correspondent in Moskou noemen. Zijn 2.0-benadering van journalistiek maakt dat hij de crisis in de mediasector handig weet te omzeilen. Hij twittert een retourtje naar Teheran en hoopt dat een schoenenmerk zijn journalistiek werk wil sponsoren. “œJournalisten moeten commercià«ler leren denken”, laat hij via Skype weten.

Koens werkt als freelance correspondent voor de GPD (Geassocieerde Persdiensten) in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. Hij maakt ook stukken voor de meest uiteenlopende publicaties: van De Nieuwe Reporter tot The Moscow Times, van Vacature tot France24.

Web 2.0 is een enorme hulp voor zijn journalistiek werk, vertelt hij. “œIk begin mijn dag met doorlezen van mijn Netvibes. Dat is eigenlijk een enorme RSS-reader. Ik volg blogs, nieuws- en fotosites van over de hele wereld. Met dat door te lezen, ben ik snel weer een paar uur verder.”

Koens is een onvervalst pleitbezorger van verschillende Google-toepassingen.”Gmail, Gmail-chat, Google Calender en Google Translate gebruik ik in mijn dagelijkse werk. Dan is er ook nog Flickr, waarop ik mijn foto”™s bewaar. Als een redactie me om een foto vraagt, dan stuur ik ze gewoon link naar de foto op Flickr door.” Ook van Skype is hij een enthousiast fan: zowel voor journalistiek werk als om contact te houden met het thuisfront.

Schiphol – Teheran

Twitter was geen liefde op het eerste gezicht. “œIk stond er eerst heel erg sceptisch tegenover. Dacht dat het volstond met nutteloze boodschappen à  la “œik ga naar het toilet”. Na verloop van tijd begon ik in te zien dat het toch wel zijn nut heeft.”

“œBijvoorbeeld de crash van het vliegtuig nabij Schiphol. Dat las ik eerst op Twitter. Ik ben meteen in de databank van AP (Associated Press) gaan kijken. Daar stond niets in. Pas tien minuten later heeft AP het nieuws opgepikt. Twitter is sneller.”

Met Twitter is hij er zelfs in geslaagd een reisje naar Teheran te financieren. “œIn november wou ik naar Iran. Mijn geplande reportages kreeg ik echter nergens verkocht. Een vliegtuigticket had ik al betaald. Op Twitter heb ik dan ik dan gezegd dat ik naar Iran vertrek, iedereen kon een verhaal bij me bestellen. Het heeft zestien minuten geduurd voor @brewbart zich meldde, de hoofdredacteur van Sp!ts, Bart Brouwers.”

Daarnaast is Twitter ook een gigantische vraagbaak voor Koens. Met bijna duizend volgelingen zal er altijd wel iemand zijn die het antwoord weet op een prangende vraag die hij via Twitter de wereld instuurt. “œIk zoek een tijdschrift over geschiedenis. Ken jij er één? Nee, wel op Twitter kreeg ik in geen tijd vijf namen van relevante tijdschriften toegestuurd.”

Portfolio

Op de vraag of hij wel eens sociale media gebruikt voor zijn stukken te schrijven, repliceert Koens dat hij Twitter tot de sociale media rekent. “œToen ik naar Iran ging, heb ik gewoon Twitteraars uit Teheran gezocht. Een paar heb ik ter plaatse ontmoet.” Facebook gebruikt hij liever om contact te houden met vrienden.

Met www.olafkoens.nl heeft hij ook een eigen blog. “œEigenlijk is dat begonnen om mijn vrienden op te hoogte te houden van wat ik aan het doen was. Toen ik met de blog begon, was ik nog geen professioneel journalist.”

Ondertussen is de blog uitgegroeid tot een professioneel visitekaartje. “œAls beginnend journalist moet je een portfolio hebben. Ik plaats er artikelen op die niet verschenen zijn, of zet er stukjes op uit artikelen die nog moeten verschijnen”.

Media.com/denieuwereporter.nl

Wat de hype na Twitter wordt, daar wil Koens zich niet aan wagen. Wel deze voorspelling voor de toekomst: “œConversie gaat erg belangrijk worden.” Hij illustreert het met een voorbeeld: “œDe mediabijlage van De Morgen media.com, nu betaalt de krant daar heel wat geld voor. Daar moeten pakweg twee redacteurs voor betaald worden. Het kan goedkoper.”

“Op het internet heb je valabele alternatieven als De Nieuwe Reporter en Bright. Daarmee kan De Morgen het op een akkoordje gooien om stukken over te nemen. Dat zal de krant minder geld kosten. Ik denk ook dat binnen een mediaconcern de verschillende media berichtgeving aan elkaar cadeau zullen doen. Van een blad bij de Persgroep naar een Persgroep-krant, bijvoorbeeld.”

Dat gaat ten koste gaan van dagbladjournalisten, erkent hij, maar niets is onmogelijk. “œKijk naar mij: ik ben 23 jaar en ben correspondent in Moskou. Het gaat misschien slecht in de media, maar er zijn nog steeds veel kansen. Belangrijk is het hoofd boven water te houden, doen wat commercieel interessant is.”

Een voorbeeld: “œIk kan hetzelfde onderwerp verschillende keren verkopen. Dan schrijf ik een kort nieuwsbericht voor een krant en maak een langer stuk voor een tijdschrift over datzelfde onderwerp.”

Schoenensponsoring

Toch is het niet gemakkelijk rondkomen als freelance journalist in Moskou. “œIk verdien minder dan de gemiddelde fabrieksarbeider bij Renault in Belgià«. Ik ben nu echter al een tijdje met een schoenenmerk aan het praten. We zijn aan het bekijken hoe ik pas in hun mediacampagne.”

“œEen idee is om ervoor te zorgen dat een paar schoenen van een bepaald merk om de zoveel foto”™s onopvallend getoond wordt – ik fotografeer ook. Als ik bijvoorbeeld een verhaal in een hotel maak, dan kan ik ergens in een hoek wel een paar wegmoffelen en dat op foto zetten.”

Niet erg orthodox. “œInderdaad, maar het moet wel kunnen, vind ik. De kranten doen het al jaren. Een column in de donderdagkrant kan zo geschreven zijn door een hypotheekmakelaar, bij wijze van spreke. Als de kranten het doen, waarom zouden de journalisten het dan niet mogen doen? Journalisten moeten commercià«ler leren denken, zo kunnen ze overleven in de huidige mediacrisis. Anders gaan ze definitief mee ten onder.”

Het twitter-experiment

twitter_exerpiment.jpg

Voor De Nieuwe Reporter schreef ik ooit dat ‘twitter voor journalisten op termijn nog wel eens onmisbaar kan worden‘. Daarom tijd voor een experiment. Krijg ik als freelance journalist een reportage verkocht met behulp van twitter? Dit is het plan: Ik vlieg morgenavond naar Teheran en blijf er ongeveer twee weken. Vooral om van dichtbij mee te maken hoe men in Iran de Amerikaanse verkiezingen volgt. Het is een fascinerende paradox die je van het Midden-Oosten tot aan Rusland tegenkomt. Niemand wil iets met de Verenigde Staten te maken hebben, iedereen volgt het op de voet.Daar wil ik verslag van doen. Hoe denkt men in de koffiehuizen van Teheran over McCain? Hebben ze bij de krantenredacties de koppen ‘Zege voor Obama’ al klaarliggen? Ik schrijf een reportage op maat, in het Nederlands, Engels of Frans. Liever een reisverslag, column, achtergrondreportage of receptenboek? U vraagt, wij draaien. Wie ben ik? Bekijk hier een beknopt portfolio. Deal? Bel me +32 (0)486 173 498, of stuur een e-mail (olaf.koens@gmail.com) of stuur een bericht via Twitter. Ik hoor van u!

UPDATE: Yes we can! Zoals gelezen in Sp!ts van maandag 3 November 2008. Binnen 16 minuten reageerde Sp!ts hoofdredacteur Bart Brouwers (@brewbart) en was de deal gesloten. Gepitched, 16 minuten later verkocht en vijf dagen later in de krant. Experiment geslaagd. Journalistiek 2.0.

De toekomst van het Wit-Russische internet

lu_tube.jpg Een paar weken geleden liet de Wit Russische president Lukashenko weten “de anarchie op internet een halt toe te roepen”. Internet is namelijk een broedplaats voor de oppositie, en daar heeft Aleksendr het niet zo op. Hoe het er in Wit-Rusland precies aan toe gaat kunt u hier lezen Een collectief onder de naam ‘derde weg’, heeft als verjaardagscadeau verjaardagscadeau voor de dictator een ‘schone’ versie van het internet aangeboden. LuTube, LuJournal en Lundex. (via)

Verslag uit een internet-blackhole

Een fletse ansichtkaart uit de Sovjet-Unie van de jaren “70 – dat is de eerste indruk wanneer je aankomt in Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland. We schrijven echter 2007, de Muur is gevallen en Wit-Rusland grenst inmiddels aan de Europese Unie.

Sinds zijn onafhankelijkheid in 1991 staat het land onder de controle van Aleksandr Lukashenko, de president die zichzelf aan de macht weet te houden door keer op keer met verkiezingen en referenda te frauderen. Wit-Rusland kan met recht de “laatste dictatuur van Europa” genoemd worden, en is volgens “˜Reporters Without Borders” een internet-blackhole.

In Minsk zijn de straten leeg. Beangstigend leeg. Blauwe trolleybusen, ook leeg, rijden in een traag tempo door het straatbeeld. Sommige supermarkten zijn opgedeeld in zones; eentje met “Buitenlandse Produkten” waar je Russische worst, Poolse yoghurt en Nederlands bier kunt vinden, en een met “Nationale Produkten”, melk, bloem, eieren, groenten. De “buitenlandse” produkten zijn duurder, de binnenlandse spotgoedkoop en simpel. Op het pak melk staat louter “melk”, de suiker heeft alleen het opschrift: “suiker, wit”. (lees verder bij De Nieuwe Reporter)